Licht en het slaap-waakritme

Laatst bijgewerkt: april 2016
daglicht-via-venster-160.jpg

dossier Al sinds enige tijd wordt in medisch-biologisch onderzoek veel aandacht besteed aan de invloed van licht via het oog op de werking van de hersenen. Normaal gesproken wordt het oog beschouwd als orgaan voor het waarnemen van beelden, maar sinds de ontdekking van speciale zenuwverbindingen van het oog naar de biologische klok is gebleken dat oculair licht via de klok het 24-uurs verloop van een groot aantal fysiologische en psychologische processen stuurt. De zogenaamde circadiane (24-uurs) ritmiek doet zich voor in praktisch alle lichaamsprocessen, b.v. de lichaamstemperatuur, de hartslag, hormoonspiegels van o.a. melatonine, cortisol en groeihormoon, de slaap-waak cyclus, en ook in processen die de stemming, prestatie, alertheid en vermoeidheid bepalen. Een goed functionerende biologische klok zorgt ervoor dat de dag-nacht ritmen in belangrijke functies in het lichaam gelijk lopen met de dagelijkse licht-donker cyclus in de buitenwereld.
De klok moet regelmatig gelijkgezet worden, en maakt hiervoor gebruik van een aantal signalen die vanuit andere delen van het lichaam worden doorgegeven. Het belangrijkste signaal komt van het netvlies van de ogen. Als er licht op de ogen valt wordt de klok gesynchroniseerd via zenuwbanen vanuit het netvlies.
Van recente datum zijn de onderzoeksresultaten die aantonen dat licht niet alleen de biologische klok synchroniseert, maar ook een directe stimulatie geeft van bepaalde andere hersenstructuren. Dit heeft ondermeer tot gevolg een verhoging van de alertheid en de onderdrukking van de productie van melatonine.

zie ook artikel : Slaap en de biologische klok

Licht op de werkplek

daglicht-donker-via-venster-120.jpg
Het belang van onderzoek naar de effecten van is groot omdat in de laatste honderd jaar mensen meer en meer hun werk uitvoeren in gebouwen die in slechts beperkte mate daglicht toelaten op de werkplek. Bovendien werkt 20 à 25 procent van de werknemers op onregelmatige tijden, waaronder ploegendienst en nachtdienst. Elektrische verlichting vervangt of vult het daglicht aan, waarbij vastgesteld moet worden dat de huidige verlichtingseisen en normen zijn gebaseerd op het goed en veilig uitvoeren van een (visuele) taak, wat veelal resulteert in relatief lage verlichtingsniveaus (100-300 lux) in vergelijking met het niveau van natuurlijk daglicht (op een donkere winterdag is er buiten altijd nog een verlichtingssterkte van 2000 lux).
Bij het beoordelen van de effecten van licht op de werking van de biologische klok moet het totale 24-uurs licht-donker patroon in beschouwing genomen worden. De werktijd - overdag, avond, nacht, ochtend - is van groot belang voor de mate waarin en het tijdstip waarop men op werkdagen aan licht blootgesteld wordt.
In Europa wordt bij ploegendiensten ten hoogste 4 tot 5 dagen achtereen in ochtend-, dag- of avonddienst gewerkt, en zijn de nachtdiensten veelal beperkt tot snelle wisseldiensten.
Werkt men slechts enkele dagen achtereen in dezelfde dienst, dan is aanpassing van de biologische klok/ritmiek nauwelijks mogelijk of onvolledig, omdat minstens twee tot drie etmalen nodig zijn om de ritmiek in voldoende mate te verschuiven. Eén en ander houdt in dat in Europa het ‘normaal’ gesynchroniseerd houden van de biologische klok van primair belang is.
Een factor die hierbij expliciet moet worden betrokken betreft de invloed van de seizoenen, vertaald in lichtbijdragen van korte versus lange en zonnige versus bewolkte dagen. Met name in de donkere winterperiode zijn de grootste effecten van kunstlicht te verwachten. Overigens is aangetoond dat grote delen van de bevolking in de winter een relatief stemmingsverlies ondergaan ten opzichte van de zomer. In hoeverre het lage daglichtniveau hieraan ten grondslag ligt, is nog niet duidelijk.
Goede, gezonde kwaliteitsverlichting op de werkplek vereist dat aan zowel de visuele als de biologische licht-behoeften van de mens wordt voldaan om zowel het welzijn als de productiviteit van de individuele werker optimaal te garanderen.

zie ook artikel : Winterdepressie: oorzaken, symptomen en remedies

Licht en de ouder wordende mens

Bij veroudering, en in nog sterkere mate bij de ziekte van Alzheimer, treden veranderingen in de dag-nacht ritmiek op. Veranderingen in de signalen van het netvlies naar de biologische klok kunnen daarbij een rol spelen. Hoewel bekend is dat het dag-nacht ritme van oudere mensen nog steeds gevoelig is voor licht, is het effectieve lichtsignaal over ‘t algemeen zwakker. Ouderen en demente patiënten komen minder buiten, waar het licht het sterkst is, en de ogen en oogzenuwen functioneren minder goed dan bij jongere mensen het geval is.
Onderzoek heeft aangetoond dat jongeren en volwassenen zich gemiddeld gedurende één tot vijf uur per dag blootstellen aan licht met een intensiteit van meer dan 2000 lux. Bij ouderen loopt dat terug tot één uur per dag, en bij demente patiënten in een verpleeghuis zelfs tot maar twee minuten. Bovendien ontbreekt nogal eens een duidelijk dag-nacht patroon in de intensiteit van het licht: bij een onderzoek in 29 bejaarden-oorden in Japan was de gemiddelde lichtintensiteit 300 lux overdag en 200 lux 's nachts.
Wordt de leeftijd van 60 jaar vergeleken met die van 16 jaar, dan heeft een 60-jarige tien keer zoveel licht nodig om even goed te kunnen zien, als gevolg van onder meer verdikking en vertroebeling van de lens en de ouderdomsgerelateerde afname in pupil diameter. Ook wordt het licht dat het netvlies bereikt minder efficiënt doorgegeven naar de biologische klok door degeneratie van retinale ganglion cellen en de optische zenuw, met name bij de ziekte van Alzheimer.
Het is waarschijnlijk dat dit gebrek aan lichtprikkels een belangrijke rol speelt bij het degenereren van de biologische klok, en het ontregeld raken van de 24-uurs ritmen. Hormonen worden niet meer nauwkeurig op het juiste moment van de dag afgegeven, het wordt steeds moeilijker om gedurende de nacht door te slapen, en velen hebben er sterk behoefte aan om overdag één of meerdere dutjes te doen.
Op dit moment is daarom een centrale vraag in het onderzoek: als het gebrek aan licht-prikkels op hoge leeftijd wordt aangevuld, kan hiermee dan het degenereren van de biologische klok en het ontregeld raken van de dag-nacht ritmes misschien voorkomen worden?
Juist de mogelijk preventieve werking van extra licht behoeft nader onderzoek: in de laatste tien jaar is al gebleken dat extra licht, zoals dat al wat langer bij de behandeling van winterdepressie wordt toegepast, ook een gunstig effect kan hebben bij een deel van de ouderen die al slaapstoornissen hebben ontwikkeld, en bij een deel van de demente patiënten die nachtelijke onrust vertonen.


bron: Nederlandse Vereniging voor Slaap- Waak Onderzoek, www.NSWO.nl



pub