Tips voor mensen met hypochondrie

Laatst bijgewerkt: juni 2019
123_medicatie_pillen_ziek.jpg

dossier

Mensen met hypochondrie letten voortdurend op hun eigen lichaam en voelen daardoor van alles. Allerlei gewone lichamelijke verschijnselen (zoals een steek, jeuk of kramp, hoofdpijn of een droge mond) worden gezien als teken van een ernstige ziekte. Lichamelijke klachten zijn al gauw reden voor angst en paniek. Ook als een dokter iemand met hypochondrie goed nakijkt en niets vindt, blijft de angst voor een ernstige ziekte aanwezig of deze komt na korte tijd terug. Het is nauwelijks mogelijk om iemand met hypochondrie gerust te stellen. Het zoeken naar geruststelling kan de angst voor een ernstige ziekte in stand houden of versterken.

Op momenten dat de angst overheerst kunnen de volgende klachten ontstaan:
• hartkloppingen, transpireren, duizeligheid, beven;
• hyperventilatie, benauwdheid, een vervelend gevoel op de borst;
• tintelingen of een doof gevoel in handen en/of voeten;
• misselijkheid, maagklachten;
• het gevoel niet meer te weten wie of waar je bent;
• het gevoel dat je de controle over jezelf verliest, gek wordt of doodgaat.

Waarom sommige mensen een angststoornis hebben, is niet duidelijk. In sommige families komen angststoornissen vaker voor. Erfelijkheid lijkt een rol te spelen. Je zou kunnen zeggen dat de een meer kwetsbaar is dan de ander. Er wordt gedacht dat bepaalde stoffen (neurotransmitters) invloed hebben op iemands gevoeligheid voor angst en paniek. Neurotransmitters zitten bij iedereen in het bloed en in het zenuwstelsel.
De manier waarop iemand met angstgevoelens en lichamelijke klachten omgaat, lijkt voor een deel ook aangeleerd. Opvoeding en ervaringen uit het verleden spelen hierbij een rol.
Angst veroorzaakt lichamelijke verschijnselen die de angst voor een ernstige ziekte weer kunnen versterken. Wanneer de angst en de klachten elkaar versterken, kan je in paniek raken.

Je kunt zelf veel doen om je angst te verminderen. Begin bijvoorbeeld met het bijhouden van een ‘dagboekje’ : Noteer per dag of je angstige momenten hebt gehad. Schrijf op waarom je bepaalde lichamelijke verschijnselen niet vertrouwt. Schrijf op wat er gebeurt als er angst of een paniekgevoel bij je opkomt? Wat voor klachten krijg je dan? Welke gedachten komen in je op? En wat doe je dan? Geef je toe aan je angsten door direct aan een ernstige ziekte te denken? Vlucht je voor de angst door in bed te gaan liggen? Probeer je de angst te verdringen door veel te eten? Of probeer je de angst te verdoven door gebruik van alcohol, drugs of kalmerende middelen?
Overweeg of je inderdaad bij elk gevoel (pijn, jeuk, kramp) in je lichaam direct aan het ernstigste denkt. Bekijk eens kritisch of je angstgedachten wel kloppen en of er echt reden is voor paniek. Vaak is dit niet het geval.

Probeer de gedachte aan een ernstige ziekte te vervangen door iets minder ernstigs. Stel er een positieve gedachte tegenover. Bedenk een onschuldige verklaring voor de lichamelijke verschijnselen die je opmerkt. Bijvoorbeeld: ‘De hoofdpijn kan ook komen doordat ik vannacht slecht heb geslapen.’ Of: ‘Ik heb alleen hartkloppingen omdat ik bang ben. Het is heel normaal dat mijn hart zo reageert.’ Schrijf deze positieve gedachten op zodat je ze op moeilijke momenten kunt nalezen. Schrijf ook op wat je voortaan in angstige momenten kunt doen. Bijvoorbeeld rustig ademen om te ontspannen, even wandelen of iemand opbellen. Zoek steun bij mensen die je vertrouwt. Leg aan hen uit waar je bang voor bent. De meeste mensen hebben er begrip voor.
Vlucht niet voor de angst en probeer de angst niet te ‘verdoven’. Op de korte termijn lijkt het misschien even te helpen. Maar je leert daardoor niet met de angst om te gaan en deze te verdragen. Uiteindelijk wordt de angst daardoor alleen maar erger.
Bij angst voor ernstige ziekten (hypochondrie) hebben medicijnen over het algemeen weinig zin.

zie ook artikel : Hyperventilatie: beangstigend maar niet gevaarlijk


bron: Nederlands Huisartsen Genootschap
verschenen op : 01/08/2019


pub