Hoge Gezondheidsraad waarschuwt tegen Campylobacter in pluimveegehakt

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
kip-vel.jpg

nieuws In een recent advies waarschuwt de Hoge Gezondheidsraad voor de gevaren van vleesbereidingen op basis van pluimveegehakt, die hoge concentraties Campylobacter-bacterie kunnen bevatten.
Volgens sommige studies zouden pluimveevlees en –bereidingen verantwoordelijk zijn voor 40 % van alle humane gevallen van campylobacteriose in België. Het gaat dan o.m. om bereidingen op basis van gehakt pluimveevlees, zoals worsten, chipolataworstjes, paupiettes, bereid gehakt, chicken burger. Deze producten zijn meestal bestemd om vóór verbruik verhit te worden, maar worden vaak ook rauw geconsumeerd.
Indien vleesbereidingen op basis van pluimveevleesgehakt rauw geconsumeerd worden, stijgt de kans op infectie ten opzichte van het te verhitten product aanzienlijk stijgt (grootteorde 20 tot 80x). ). Campylobacter kan zowel bij koel- als bij kamertemperatuur overleven. De bereidingen op basis van pluimveevlees zijn zeer vaak besmet door Campylobacter (67%), maar de contaminatieniveaus zijn grotendeels ongekend zijn. Men kan ruw schatten dat 9 % besmet zijn door meer dan 100 Campylobacter per g.
Pluimveestukken zonder huid zijn minder besmet door Salmonella en Campylobacter dan pluimveestukken met huid. Dit is te wijten aan het feit dat de huid de belangrijkste contaminatiebron is. Een toename van de besmettingsgraad werd tijdens het versnijden en andere behandelingen vastgesteld. Verlengd contact met de apparaten, de handen en de werktuigen tijdens de verwerking en de versnijding kan een hogere contaminatie van het product veroorzaken (kruiscontaminatie).
Volgens de Hoge Gezondheidsraad bevindt België zich daarmee onder de landen van de Europese Unie waar de hoogste prevalentie van Campylobacter in de vleeskippenketen genoteerd wordt. Er is geen significante verbetering tijdens de laatste jaren in België, in tegenstelling tot andere landen.

Volgens de Hoge Gezondheidsraad kan op korte termijn niet verwacht worden dat de verbruiker kippenvlees vrij van Campylobacter zal kunnen kopen. De op de boerderijen toegepaste hygiënische maatregelen boeken resultaten, maar kunnen geen waarborg bieden en kunnen dikwijls moeilijk strikt gehandhaafd worden gedurende een betrekkelijk lange periode. Maatregelen zoals vaccinatie, wederzijdse uitsluiting en gebruik van probiotica vormen ook geen oplossing. Gelet op de huidige technologie is een drastische verlaging van de contaminatie door Campylobacter tijdens de slachtfase ook niet mogelijk.

Campylobacteriose is de meest frequente bacteriële darminfectie in de geïndustrialiseerde landen.Infecties veroorzaakt door de Campylobacter-bacterie vormen een ernstig volksgezondheidsprobleem in België. Ze zijn de tweede oorzaak van voedselinfecties, na Salmonella. Jaarlijks worden zowat 7.000 gevallen gemeld, maar wellicht ligt het aantal besmettingen veel hoger. In Nederland leiden infecties met Campylobacter tot ruim 100.000 gevallen van darm-ontsteking en diarree, waarvan ruim 23.000 patiënten de huisarts bezoeken en enkele tientallen overlijden.

De belangrijkste reservoirs van Campylobacter zijn huisdieren (gevogelte, runderen, varkens, kleine herkauwers), gezelschapsdieren (katten, honden) en wilde dieren (vogels, knaagdieren).
De belangrijkste overdracht neemt waarschijnlijk plaats via inname van onvoldoende verhitte besmette voedingsmiddelen, hoofdzakelijk gevogelte, of voedingswaren besmet tijdens bereiding (groenten) (kruiscontaminatie). Ook water en rauwe melk kunnen tot besmetting leiden.
In ontwikkelde landen tast Campylobacter alle leeftijdsgroepen aan. het grootste infectiepercentage vindt men bij zuigelingen en jonge kinderen, gevolgd door jonge volwassenen tussen 15 en 29 jaar. Dit zou kunnen te wijten zijn aan een hogere blootstelling. Campylobacteriose is seizoensgebonden met een zomer piek.
Herhaalde blootstelling, zoals bij werknemers in slachthuizen van vleeskippen, blijkt een beschermingsfactor te zijn. Na herhaalde blootstelling aan Campylobacter, ontwikkelen kinderen van 2 tot 5 jaar een aanzienlijke immuniteit, die tot de volwassen leeftijd blijft bestaan. Onderliggende aandoeningen, zoals levercirrose, neoplasie, immunosuppressieve therapie en HIV-infectie, zouden geassocieerd zijn met een hoger risico van ernstige verwikkelingen (bacteriemie).

zie ook artikel : Voedselinfecties




pub