Voor jou gelezen op De Standaard

Hoe overleeft een kind van curlingouders in de echte wereld?

Laatst bijgewerkt: oktober 2019
123-kind-trampolinespr-spelen-blij-1-04-19.png

nieuws

Mijn oom ging als kind geregeld naar een paardrij­kamp. Ze droegen daar geen caps maar cowboyhoeden. Wanneer iemand zo onhandig was zijn hoed te laten vallen, gingen de andere kinderen er als een speer achteraan: degene die ’m wist te bemachtigen, zou die avond het toetje van de ongelukkige krijgen. De gemiddelde ouder van tegenwoordig sterft bijna als een kind met zo’n verhaal thuiskomt. Anno 2019 is zo’n praktijk ondenkbaar in de westerse wereld.

Bij curling laten mensen stenen over een ijsbaan glijden door het ijs met een bezem driftig schoon te poetsen. De Deense psycholoog Bent Hougaard zag de overeenkomst met de heersende manier van opvoeden: ouders vegen als curlers alle problemen van hun kinderen weg. Als een kind in de klas niet naast zijn beste vriendje of vriendinnetje zit, regelt de ouder dat wel door een pittig gesprek met de leerkracht. Of ze stappen naar de rechter als hun kind niet mag meedoen aan een schoolgala of eindmusical nadat het zich misdragen heeft, of wanneer ze het niet eens zijn met een schoolrapport.

Ik ben een twintiger, en ook opgegroeid als curlingkind. Toen ik op paardrijkamp ging, droeg ik naast een cap een driedelige bodyprotector. Niet dat de kans groot was dat ik hard op de grond zou belanden: mijn moeder regelde het wel dat mij de tamste pony werd toegewezen. Mijn moeders hulp bestond ook uit het herschrijven van mijn werkstukken, het oplossen van mijn ruzies met vriendinnen en het verwijderen van de ‘witte draadjes’ van mijn mandarijnen.

Geen teleurstellingen, geen tegenslagen, geen verdriet of pijn. Maar wel: moeten presteren. De ijsbaan is gladgestreken dus is er geen excuus meer om te mislukken. Op de basisschool moet je op het hoogste niveau lezen, daarna doe je aso en in je vrije tijd word je geselecteerd voor het hockeyteam. En je bent blij, gelukkig en vrolijk. Want er is geen reden om dat niet te zijn.
Tropische visjes
De realiteit is anders. Burn-out bij jongeren is al lang geen zeldzaamheid meer. Integendeel. Hoe komt het dat de beoogde excellentie uitblijft en in plaats daarvan problemen ontstaan? Eén van de verklaringen is dat het curlingouderschap watjes kweekt. De mentale instabiliteit van de millennials houdt verband met een gebrek aan zelfredzaamheid, meent Jan Derksen, hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij spreekt over de jongeren als tropische visjes in de Noordzee.

‘Overbeschermende ouders ­creëren een tropische watertemperatuur voor hun kroost. Als de kinderen in de echte samenleving terechtkomen, is het water ijskoud. Daar zijn ze niet op voorbereid en dan worden ze inderdaad ziek.’ Behalve zelfredzaamheid creëert het curlingouderschap ook een gebrek aan weerbaarheid, zelfvertrouwen, veerkracht en emotionele intelligentie, meent Derksen. ‘Dat maakt dat ze op hun 23ste al over een burn-out praten, nadat ze hun eerste functioneringsgesprek hebben gehad en wat negatieve feedback hebben gekregen.’

Andere experts stellen dat er niet zozeer iets schort aan de millennial, maar aan wat van hen wordt verwacht. Zo ziet pedagoge Liesbeth Groenhuijsen kinderen bezwijken onder de druk van verwachtingen en eigen verantwoordelijkheid. In een wereld waarin geluk en succes als maakbaar worden gezien, willen ouders koste wat het kost dat hun kind dit ook is, zegt ze. Als een kind daar niet aan voldoet, heeft het dubbel pech: het schiet én tekort én is een sufferd omdat het zijn of haar eigen schuld is. Er is weinig ruimte voor een misstap. ‘Af en toe ongelukkig zijn of het aanmoedigen van teleurstelling, gaat in tegen de tijdgeest. In deze tendens van succesvol zijn worden behoorlijk wat kinderen vermalen. Het leven barst namelijk van tegenslag, dus ieder kind faalt.’
Excellentie is normaal
Het streven naar perfectie kijken kinderen af van de volwassenen naar wie zij opkijken. Ook ouders hebben steeds meer de neiging om naadloos te passen in het plaatje, op het schoolplein, bij familie of op sociale media, zegt Groenhuijsen. ‘Van kinderfeestjes tot kerstontbijt, de standaard is dat het tot in de puntjes geregeld is.’ In deze optiek zijn ouders niet alleen de aanstichters maar ook de slachtoffers van die prestatiedruk. Pedagoog Stijn Sieckelinck beaamt dat. ‘Excellentie wordt steeds normaler. Het is lastig om je er als ouder niets van aan te trekken.’

Door obstakels weg te vegen en ook zelf de schijn op te houden, verdoezelen ouders de manco’s van het echte leven, dat niet altijd vlekkeloos verloopt. Je kunt niet overal de beste in zijn. En je hebt niet alles in de hand. Ik word naar links geswipet op Tinder en afgewezen bij sollicitaties. Ondanks ontgiftende gembershotjes krijg ik zo nu en dan de griep en ondanks de cursus mediteren heb ik ruzie met mijn lawaaierige bovenbuurvrouw. Soms heb ik geluk, soms heb ik pech. Soms voel ik me dolgelukkig, soms voel ik me down of lusteloos.
Op je bek gaan is oké
Ik probeer mijzelf voor te houden dat zulke tegenslagen eigen zijn aan het leven. Sinds ik inzie dat ik geen mislukking ben maar het leven een hindernisbaan is, lukt het zo nu en dan zelfs hiervan te genieten. Als je het zo bekijkt, is het leven immers een uitdagend speelparadijs. Op mijn bek gaan hoort erbij en is geen reden voor paniek. Dat overkomt al die perfecte influencers op Instagram ook.

Of de Duitse hoogleraar Johannes Haushofer, die summa cum laude promoveerde als neuropsycholoog en econoom. In 2016 publiceerde hij een cv met daarop al zijn mislukkingen. Hij wilde mensen erop attenderen dat wij bij anderen vaak alleen maar de successen zien, en niet de vele mislukkingen die daaraan vooraf zijn gegaan.

Sieckelinck beaamt het idee dat obstakels niet alleen onontkoombaar zijn, maar ook iets om te omarmen. Hij stelt dat ze een voorwaarde zijn om te leren en te groeien. ‘Een mens heeft weerstand nodig in zijn omgeving. Het is eigen aan elk leerproces om iets dat je nog niet weet of kan te lijf te gaan.’ Groenhuijsen sluit zich hierbij aan: ‘Je wordt een vollediger mens als je je eigen schaduwkanten bent tegengekomen. Als je je daar doorheen weet te ploegen, maakt dat je groter, sterker, beter. Het geeft bovendien betekenis en zin aan het leven.’

Maar hoe laat je je kind dan op zijn of haar bek gaan? Volgens Groen­huijsen is dat simpel. Teleurstelling hoef je niet te creëren, want het zit overal. Het begint al op de crèche waar peuters elkaars speelgoed afpakken. ‘We hoeven onze kinderen niet van een klimrek te duwen, maar we moeten ze wel de kans geven om zelf tegenslag tegen te komen.’ Volgens Sieckelinck betekent dit ook iets minder computerspelletjes en meer buiten spelen. ‘Hoewel Fortnite ook vol teleurstellingen zit, bereidt het je niet voor op functioneren buiten je kamer.’
Netwerk van volwassenen
Sieckelinck raadt aan om niet zozeer minder tijd in kinderen te steken, maar wel om de focus te verschuiven. ‘In plaats van te voorkomen dat er heftige dingen gebeuren, moet een kind een goed netwerk van volwassenen hebben dat hem of haar bij tegenslagen kan steunen. Laat ze die enge stap zetten, maar wees er voor hen als dit anders dan verwacht uitpakt.’ De wetenschap dat zij er niet alleen voorstaan, geeft kinderen het zelfvertrouwen dat zij nodig hebben om de obstakels van het leven tegemoet te treden.

Misschien moeten wij onze kinderen zo af en toe van een paard laten vallen en zelfs een dessert afpakken. Niet alleen om ze goed hard en weerbaar te maken, maar om ze een volledig leven te schenken. Een leven waarin het nu eenmaal niet altijd meezit. En ze moeten leren dat dit aan het leven ligt, niet aan henzelf.

Auteur: Anna Herter

De Standaard


pub