CLB onderzoeken alle kinderen op lui oog

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
oog-afplakken-zw-w.jpg

nieuws De Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ) heeft een nieuwe standaardrichtlijn opgesteld over oogonderzoek bij kinderen in de Centra voor Leerlingenbegeleiding.
De centrale doelstelling van visusonderzoek in het CLB is de opsporing van amblyopie (lui oog) bij jonge kinderen vanaf het eerste kleuterklas, op een tijdstip waarop deze oogaandoening nog te behandelen valt, dwz zo vroeg mogelijk na het ontstaan van amblyopie, en in ieder geval vóór de leeftijd van 8 jaar. Hoe vroeger gediagnosticeerd én behandeld, hoe groter de kans op herstel van een goede visus.
Bij jonge kinderen is het even belangrijk om risicofactoren voor amblyopie op te sporen: dit zijn voornamelijk strabisme (scheel zien) en hypermetropie, maar ook bepaalde vormen van myopie en astigmatisme. Indien niet tijdig behandeld kunnen deze oogaandoeningen verantwoordelijk zijn voor het later ontstaan van amblyopie (ongeveer tot de leeftijd van 8 jaar). Hoe vroeger gediagnosticeerd én door een specialist opgevolgd, hoe kleiner de kans op ontwikkeling van amblyopie.
Gezien een laattijdige diagnose van amblyopie de kans op succes van de behandeling in het gedrang brengt, is het aangeraden om amblyopie zo snel mogelijk na het begin van de schoolloopbaan op te sporen.
Het is niet aangeraden om de gezichtsscherpte van dichtbij systematisch te testen: de accommodatie -mogelijkheden bij jonge kinderen zijn immers zo groot dat deze test hiervoor onbetrouwbaar is.
Jonge kinderen, waarbij geen betrouwbare resultaten kunnen bekomen worden met een test voor gezichtsscherpte op afstand, behoren tot een hoog-risicogroep: bij hen is de kans op het bestaan van een oogaandoening groter. Selectief onderzoek is in dit geval op korte termijn aangeraden om zo weinig mogelijk echte gevallen van amblyopie te missen. Indien de tweede visustest opnieuw geen betrouwbare visusscore oplevert is doorverwijzing nodig.
Ter opsporing van een strabisme (amblyogene factor) dient de oogstand regelmatig onderzocht te worden tot de leeftijd van 8 jaar.
In het kader van de opsporing van amblyopie is de systematische afname van een dieptezichttest afgeraden omdat de bestaande testen onvoldoende betrouwbaar zijn voor deze doelstelling. Daardoor kan een normaal resultaat onterecht geruststellend zijn. Het testen van het dieptezicht is enkel zinvol om het reëel bestaan van binoculair stereozicht aan te tonen, wat van belang kan zijn bij bepaalde studie- en beroepskeuze. In dit geval is een kwantitatieve bepaling van het dieptezicht nodig, en hiervoor wordt best gewacht tot de leeftijd van 10 à 11 jaar.
Voor het secundair onderwijs is gericht visusonderzoek aanbevolen bij specifieke vragen van leerkrachten, ouders en/of leerlingen.
Kleurzinstoornissen zijn aangeboren afwijkingen waarvoor geen enkele behandeling bestaat, en die voor het hele leven onveranderd blijven. Het voornaamste gevolg ervan is een beperking in de studie – en beroepskeuze. Daarom is het zinvol om een kleurzinonderzoek éénmalig in het CLB te verrichten.
Meer info is te vinden op de website van de VWVJ: www.vwvj.be

zie ook artikel : Lui oog (Amblyopie)






pub