Wonen & gezondheid (4/14): Verlichting

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

dossier Daglicht is belangrijk voor de gezondheid. Niet alleen het biologisch ritme en de stofwisselingsprocessen (vitamine D-metabolisme, bilirubineafbraak) worden er door beïnvloed maar ook ons geestelijk welbevinden. Het is voor het evenwicht van ieder mens belangrijk dat hij naar buiten kan kijken, het seizoen kan herkennen, welk weer en welk uur van de dag.

Anderzijds kan ongewenst licht (lichtreclame, tuinbouw, sportstadions, ....) dat `s nachts woonruimten binnendringt storend werken.
Kunstlicht mag niet verblinden en moet toch voldoende helder zijn. Zoveel mogelijk stralen in het zichtbare gedeelte van het spectrum want teveel infrarood geeft hinderlijke warmte en teveel ultraviolet is gevaarlijk voor de ooglens en de huid. Het moet bovendien contrastrijk zijn en voldoende dieptezicht geven, reliëf brengen, kleuren respecteren, niet flikkeren.

Verschillende onderzoeken gaven 1000 tot 2000 lux als optimale verlichting voor doorsnee werkruimten, in kantoorruimten is dit 200 tot 800 lux. Minimale lichtsterkte voor woningen is 150 lux (2). Oriëntatieverlichting met een minimumniveau van 10 lux kan volstaan.

De meeste klachten over verlichting worden toegeschreven aan fluorescentielampen. Er is geen bewijs dat dit veroorzaakt zou worden door het lichtspectrum van deze lampen, het zou eerder worden veroorzaakt door het flikkeren. Fluorescentielampen worden bij wisselstroom regelmatig onderbroken. Voor onze ogen ligt deze frequentie zo hoog dat het niet opgemerkt wordt. Indien echter de frequentie zakt onder de 70 ontladingen per seconde stijgt het aantal klachten over flikkeren (en vermoeidheid) enorm. Vakkundige installatie en regelmatige vervanging van oude lampen kunnen hier een oplossing brengen.

zie ook artikel : Gezondheidsklachten en wonen


bron: www.wvc.vlaanderen.be/gezondmilieu
verschenen op : 15/12/2004 , bijgewerkt op 30/08/2019


pub