Dwangstoornissen

Laatst bijgewerkt: november 2015
In dit artikel
Dwangstoornissen

dossier Een dwangstoornis of obsessieve-compulsieve stoornis wordt gekenmerkt door dwanggedachten (obsessies) en dwanghandelingen (compulsies).
We hebben allemaal vaste gewoonten en routinehandelingen waar geen duidelijke noodzaak voor bestaat. Bijvoorbeeld je pas prettig voelen als het vaste ritueel van schoonmaken is afgemaakt, pas aan het werk kunnen gaan als het bureau netjes is opgeruimd, nog even controleren of de deur wel dicht is.... Dat is niet abnormaal.

123-psyche-panic-ocd-170-01.jpg
Bij een dwangstoornis echter blijft het niet bij eenmaal terug gaan om te kijken of de deur goed op slot is. Nee, er wordt vele malen gecontroleerd of de deur wel goed dicht is en dan nog is men niet gerust.
Omdat een dwangstoornis met angst gepaard gaat (bijvoorbeeld angst iets niet goed gedaan te hebben), rekent men de dwangstoornis onder de angststoornissen.
Men schat dat ong. 1,5 à 2% van de bevolking lijdt aan een dwangstoornis. Het begin ligt gemiddeld rond het twintigste jaar.

Verschijnselen

De verschijnselen van een dwangstoornis kunnen licht of ernstig zijn. Ze kunnen bestaan uit dwanggedachten (obsessies) en dwanghandelingen (compulsies). Iemand kan alleen last hebben van dwanggedachten, maar dwanghandelingen zijn vrijwel altijd gekoppeld aan dwanggedachten.

Dwanggedachten zijn hardnekkige gedachten, die als niet eigen, opgedrongen en onwenselijk worden beleefd. De inhoud is vaak zinloos, raar of ongepast, de gedachten kan men niet of slechts met grote inspanning van zich af zetten en worden vrijwel altijd als beangstigend ervaren. Men is zich er van bewust dat de dwangmatige gedachten, impulsen of voorstellingen het product zijn van zijn of haar eigen geest (niet van buitenaf opgelegd).

Voorbeelden
• Gedachten aan besmetting (smetvrees): men zal iets oplopen door contact met viezigheid, urine, ontlasting, bacterieën, Aids, vergif enzovoort; handelingen: zich veelvuldig wassen (wasdwang), poetsen (poetsdwang), naar de dokter gaan ter geruststelling, het lichaam controleren op verschijnselen.
• Gedachten aan niet netjes, precies of goed genoeg de dingen doen, niet perfect zijn;
handelingen: handeling herhalen tot het goed is, tellen, alles steeds maar rechtzetten, steeds preciezer worden. Hierbij wordt vaak dwangmatige traagheid gezien, dat wil zeggen dat men eindeloos over iets doet, zoals zich wassen of scheren;
• Gedachten aan per ongeluk iets fout, verkeerd of gevaarlijks doen, bij voorbeeld door de deur niet te sluiten, de kachel niet uit te doen of een apparaat aan te laten, waardoor kortsluiting zou kunnen ontstaan;

Dwanghandelingen zijn rituele handelingen die volgen op de dwanggedachten. Ze worden bewust uitgevoerd om de angst die de vreemde gedachten oproepen te verminderen.
Voorbeelden
• veelvuldig wassen (wasdwang) of schoonmaken (poetsdwang)
• alles recht zetten, tellen (teldwang)
• herhaaldelijk controleren (controledwang)

Een ander belangrijk verschijnsel is vermijding van voorwerpen en/of situaties die de dwanggedachten kunnen oproepen. Maar, het kan gebeuren dat men het gevreesde - het onderwerp van de dwanggedachten - eenvoudigweg niet kan vermijden. Bijvoorbeeld bij vrees voor besmetting zal men na het wassen van de handen de kraan moeten aanraken die anderen ook hebben aangeraakt. In de ergste vorm kan de dwangstoornis leiden tot een eindeloze cirkel van rituele gedachten of handelingen, waarvan de patiënt niet meer begrijpt waarom het gaat.
De dwangstoornis kan gepaard gaan met een depressie. Het is niet bekend of deze twee ziekten toevalligerwijs samen optreden of dat het een een gevolg is van het ander. Toch lijkt er wel een relatie te bestaan tussen de dwangstoornis en de depressie.

Oorzaken

123-psych-hers-wekker-dwaang-1470_01.jpg
Over de oorzaken is weinig bekend, wel zijn er allerlei theorieën. Wel is duidelijk dat een erfelijke component van belang is, dwangverschijnselen komen in bepaalde families vaker voor.
Ook blijkt een dwangstoornis vaak te ontstaan na een periode waarin iemand onder grote druk staat of na een schokkende gebeurtenis.

Behandeling

Onderzoek heeft uitgewezen dat de combinatie van medicatie en psychotherapie de beste resultaten bij de behandeling van een depressie geeft. Dwangstoornissen zijn goed te behandelen, zeker als snel met de behandeling wordt begonnen. Hoe langer de stoornis echter bestaat, hoe hardnekkiger deze zal zijn.

Medicatie
Bij de behandeling van een dwangstoornis wordt meestal gestart met een selectieve serotonine-heropnameremmers ("Selective Serotonin Reuptake Inhibitors" of SSRI's). Bij onvoldoende respons kan een andere SSRI gekozen worden of clomipramine. Soms wordt (tijdelijk) een benzodiazepine voorgeschreven tegen de angst.
Gemiddeld reageert 50% van de patiënten op de medicatie. Het maximale effect wordt meestal pas na drie maanden bereikt.
Ongeveer 20% van de patiënten die in eerste instantie niet of onvoldoende reageren op één SSRI, heeft alsnog effect van een tweede SSRI.
Een groot deel van de patiënten heeft een terugval als de medicatie wordt gestaakt, medicatie is minder effectief als de patiënt deze opnieuw gaat gebruiken.

Psychotherapie
Cognitieve therapie (CT)
Aangezien cognities (gedachten) vermoedelijk een belangrijke rol spelen in het onderhouden van dwanghandelingen, lijkt CT bij uitstek geschikt bij de behandeling van dwangstoornissen. CT richt zich op fouten in het denkproces zelf. Zoals fouten in perceptie, verkeerde conclusies trekken, zwart/wit denken etc. De wordt patiënt uitgedaagd zijn ideeën in de praktijk op realiteit te onderzoeken. Bijvoorbeeld bij schoonmaakdwang de niet realistische gedachten over de mogelijkheid van besmetting en bij controledwang de niet realistische gedachten dat een ongeluk kan gebeuren.
Gedragstherapie
Gedragstherapie richt zich vrijwel steeds op het dwanggedrag zelf door responspreventie ( verhinderen van het uitvoeren van de dwanghandeling) en het ondergaan van de angstwekkende situatie. Herhaling van deze procedure leidt na enige tijd tot uitdoving van de angst.






pub