Groene amarantsoep

Laatst bijgewerkt: mei 2015
Fotolia_rec-amarantus-10-15.jpg

recepten Recept Groene amarantsoep

Ingrediënten voor vier:

250g amarantblaadjes
1/2 avocado
1 eetlepel olijfolie
een beetje yoghurt
1 teentje knoflook
1/2 ui
sap van 1 citroen
250 ml water

Giet het water in een kom, voeg de amarantblaadjes geleidelijk toe terwijl u alles fijnmaalt met de mixer op lage snelheid.
Voeg ook het vruchtvlees van de halve avocado toe, de olie, de fijngehakte ui, het fijngehakte lookteentje en het citroensap, en mix nog even.
Kruid naar smaak met peper en zout.

Je kan deze ‘soep’ gebruiken als saus of als fris voorgerecht.

Amarant
De amarant of kattestaart is een subtropische plant die bij ons als eenjarige wordt gekweekt. Het is een wat ouderwetse sierplant die tot 1m hoog kan worden, met opvallende rode, oranje of soms groene bloemaren en meestal ook een decoratief blad. Ze bloeien van juli tot de eerste vorst en de bloemen lijken nooit te verwelken. De bloemen kunnen ook heel goed gedroogd worden.

Een paar Amaranthussoorten, zoals de witte amarant (Amaranthus albus), de Kleine majer (Amaranthus blitum), de Groene amarant (A. hybridus) en het Papegaaienkruid (A. retroflexus), groeien in ons land ook in het wild en kunnen ook spontaan in de tuin opduiken als ‘onkruid’.

De amarant is nauw verwant aan melde en aan spinazie. In Azië wordt Amaranthus gangeticus (syn. A. tricolor, A. spinosus en A. oleraceus), dan ook al sinds mensenheugenis gekweekt als een vervanger van spinazie. In het Engels heet hij trouwens ‘Chinese spinach’. Ook de jonge scheuten en blaadjes van de andere amaranthus-soorten kunnen net als voor spinazie rauw of gekookt gegeten worden. Dat geldt o.m. voor Amaranthus caudatus (de bekendste soort met lange afhangende rode of groene bloemaren), A. hypochondriacus (vanwege de dikke, rechtopstaande roodpaarse staarten ook ‘Tête d’éléphant genoemd) en A. cruentus (met roodpaars blad en rode of groene bloemaren). De nu als ‘onkruid’ beschouwde A. blitum wordt zelfs vermeld in de Capitulare van Karel De Grote, als één van de planten die moest gekweekt worden in de koninklijke tuinen en kloostertuinen. In zaadcatalogi worden hiervan tegenwoordig verbeterde variëteiten aangeboden (meestal onder de naam A. lividus).

Bij de Azteken en de Incas’s behoorden de zaadjes van amarant, net zoals maïs, tot het basisvoedsel. Ook vandaag wordt amarant in Mexico en India nog op grote schaal geteeld als een bijzonder voedzaam en glutenvrij graangewas. Daarvoor wordt vooral A. hypochondriacus, A. cruentus en A. caudatus gebruikt. In ons klimaat is de zaadvorming niet altijd een succes. Ze moeten daarom alleszins op het warmste plekje in de moestuin geplant worden.



verschenen op : 16/03/2015 , bijgewerkt op 21/05/2015
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt