Hoe rijvaardig bent u?

Laatst bijgewerkt: oktober 2014
123-autorijdne-vr-senior-170-10.jpg

nieuws In 2030 is meer dan 25% van de autobestuurders ouder dan 65 jaar. Dit heeft ook een weerslag op de ongevallenstatistieken. Terwijl in 1992 nog 1 op 7 (17%) verkeersslachtoffers 65 jaar of ouder was, is dit nu meer dan 1 op 5 (23%). Ouderen verplaatsen zich voornamelijk met de wagen. De meest problematische verplaatsingswijzen bij ouderen zijn echter fietsen en zich te voet verplaatsen.

Ouderen begeven zich nochtans minder in het verkeer dan andere leeftijdsgroepen. Het aantal afgelegde kilometers in beschouwing genomen, zien we dat ouderen meer risico lopen om gewond te raken in het verkeer en vooral dat een ongeval met ouderen vaker een dodelijke afloop kent. Dit komt door de verhoogde kwetsbaarheid van ouderen. Vooral bij 75 plussers is het risico substantieel.

Leeftijd mag nooit de enige maatstaf van rijvaardigheid zijn, maar we moeten wel beseffen dat een aantal vaardigheden die nodig zijn om veilig te rijden, verminderen naarmate we ouder worden. Oudere weggebruikers hebben vooral problemen met complexe verkeerssituaties. Hun reacties zijn vaak vertraagd en door een vermindering in het (aandachts)gezichtsveld (verminderde perife(e)r(e) aandacht en zicht en meer moeite om dit met hoofdbewegingen, flexibiliteit op te vangen) kunnen ze moeilijker het overzicht bewaren. Bovendien kunnen ze de afstand en de snelheid van andere weggebruikers minder goed inschatten. Kruispunten kunnen daarom een uitdaging voor oudere weggebruikers vormen. Ongevallen met oversteken (voor de voetgangers) en links afslaan komen bij oudere mensen dan ook veel vaker voor dan bij weggebruikers van middelbare leeftijd.

Ouderdomsverschijnselen
• Gezichtsvermogen
De ogen leveren 90 % van alle rij-informatie. Maar vanaf 45 jaar gaat het zicht achteruit: vernauwd gezichtsveld, verziendheid, minder scherp zicht (vooral ‘s nachts), groter risico op verblinding door koplampen van andere voertuigen. Om veilig te rijden is het dan ook absoluut noodzakelijk om regelmatig de ogen te laten controleren en de juiste optische correctie te dragen. Toch kunnen bepaalde gezichtsaandoeningen niet door een bril of lenzen verholpen worden. In dat geval kan de weggebruiker niet anders dan zijn gewoontes aan te passen door bijvoorbeeld ‘s nachts helemaal niet meer te rijden. Het is aan de oogarts om te beslissen of de persoon beantwoordt aan de wettelijk bepaalde geneeskundige normen.
• Gehoor
Ons gehoorvermogen gaat met de jaren ongemerkt achteruit. Zo kampt bijna één op drie van de 65-jarigen met ernstige gehoorproblemen. En vaak wordt gevaar eerst gehoord en dan pas gezien. Vandaar het belang van onze oren als “alarmsysteem”. Bij de geringste twijfel stapt men dus best zonder aarzelen naar een gespecialiseerd geneesheer.
• Mobiliteit
Ouderdom heeft ook een invloed op de mobiliteit en de spierkracht. Zo wordt het moeilijker om bepaalde handelingen (zoals draaibewegingen met het hoofd) uit te voeren, zodat ook autorijden lastiger wordt. Regelmatige lichaamsbeweging vertraagt echter de gevolgen van ouder worden. Ook een automatische versnellingsbak, extra grote autoramen die het gezichtsveld niet belemmeren, enz. vergemakkelijken de taak van de bestuurder, zodat hij zich volledig op het verkeer kan concentreren.
• Reflexen
Hoewel de intellectuele functies van een gezond persoon tot op hoge leeftijd intact blijven, wordt vastgesteld dat het iets langer duurt om informatie op te nemen en te verwerken, zodat de reactietijd langer wordt, en de reflexen afnemen. In ingewikkelde verkeerssituaties of noodsituaties zitten senioren sneller aan hun grenzen en hebben ze het moeilijker om de fouten van andere weggebruikers te compenseren. Het is dan ook aanbevolen om de gewoonte van het autorijden te onderhouden en om gevarieerde ritten te maken, waarbij men anticiperend rijdt: iets trager rijden, voldoende afstand houden ten opzichte van de voorligger en de reisweg vooraf uitstippelen. Het kan ook raadzaam zijn om het spitsuur en drukke routes te vermijden, en om complexe, moeilijk te interpreteren verkeerssituaties uit de weg te gaan.
• Ziektes en geneesmiddelen
Jammer genoeg stijgt de kans op “verkeersgevaarlijke” aandoeningen naarmate men ouder wordt. Hoge bloeddruk, cardiovasculaire aandoeningen of diabetes kunnen nefast zijn voor het rijgedrag, om nog niet te spreken over de verschillende vormen van dementie waarmee sommigen te kampen krijgen.
Maar de bijwerkingen van heel wat geneesmiddelen mogen evenmin onderschat worden: in veel gevallen gaat de concentratie achteruit, en soms wordt het beoordelingsvermogen, het zicht en de bewegingscoördinatie aangetast.

Ook voor de wat oudere bestuurders is en blijft met de wagen rijden belangrijk voor de persoonlijke onafhankelijkheid en mentale gezondheid.

In tegenstelling tot in andere Europese landen is het recht om vanaf een bepaalde leeftijd een voertuig te besturen in België niet afhankelijk van het slagen voor medische onderzoeken en/of van het volgen van verplichte opfrissingscursussen. In België geldt momenteel enkel een minimumleeftijd waarop het rijbewijs kan worden behaald (zijnde 18 jaar voor een rijbewijs B), geen maximumleeftijd. Er is dus enkel een ondergrens. In sommige landen, bijv. in Nederland, bestaat er wel een leeftijdscriterium voor een rijbewijs. In Nederland moet men vanaf de leeftijd van 75 jaar om de 5 jaar een medische keuring ondergaan.

Indien de huisarts of specialist een medische aandoening vaststelt die aanleiding geeft tot een beperking die een veilige verkeersdeelname als bestuurder tot gevolg heeft, dient de arts de persoon door te verwijzen naar het CARA die uiteindelijk een beslissing neemt over de rijgeschiktheid. Wanneer er geen locomotorische of visuele problemen zijn die de rijvaardigheid beïnvloeden, kan uw huisarts/specialist ook zelf een rijgeschiktheidsbeslissing nemen.

Verminderde functionele vaardigheden, die je rijgeschiktheid kunnen beïnvloeden, kunnen het gevolg zijn van:
• een aantasting van de botten, gewrichten, pezen en spieren (bijv. artrose, spierziekte, amputatie);
• een aandoening van de hersenen, ruggenmerg, zenuwen (bijv. ziekte van Alzheimer, beroerte, ziekte van Parkinson);
• elke andere aandoening, waardoor een beperking ontstaat van de controle van bewegingen, de waarnemingen, het gedrag en het beoordelingsvermogen (bijv. kans op hypoglycemie door diabetes, niet kunnen concentreren, geen afstanden kunnen inschatten…);
• een vermindering van het gezichtsveld of de gezichtsscherpte.

Ken uw beperkingen en stel uzelf de juiste vragen
Hoe hoger de leeftijd, hoe groter de kans dat een senior op een dag niet meer in staat is om een voertuig te besturen. Maar op de vraag vanaf welke leeftijd men moet stoppen met autorijden bestaat geen pasklaar antwoord, dit verschilt van persoon tot persoon.

Ga bij uzelf te rade en wees eerlijk tegen uzelf: word je vaak verrast door een verkeerssituatie? Gebeurt het wel eens dat u andere weggebruikers pas op het laatste nippertje opmerkt? Krijgt u het alsmaar moeilijker in de omgeving van kruispunten? Maakt uw omgeving zich ongerust als u achter het stuur plaatsneemt en twijfelt ze aan uw vaardigheden als bestuurder?

Als u twijfels hebt over uw rijgeschiktheid, neem dan best zo snel mogelijk contact op met een arts, bijvoorbeeld uw huisarts.
Met de nieuwe senior-test van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) kunt u aan de hand van 15 eenvoudige vragen over uw rijstijl en de taken die u achter het stuur uitoefent, zelf nagaan hoe veilig u rijdt. Met kennis en zelfbewustzijn kunt u betere beslissingen nemen over wanneer te rijden en wanneer andere vervoersvormen te gebruiken.


bron: www.senior-test.be/
verschenen op : 07/10/2014 , bijgewerkt op 06/10/2014


pub