Bipolaire stemmingsstoornis of manisch-depressief-syndroom

Laatst bijgewerkt: March 2018

dossier Naar schatting 4 à 5 procent van de volwassen bevolking in België zou een bipolaire stoornis vertonen, vroeger ook manisch-depressieve stoornis genoemd. Meestal begint de stoornis bij jonge mensen vanaf de leeftijd tussen16 en 25 jaar, maar de stoornis kan ook op latere leeftijd voor het eerst optreden. Soms kunnen ook kinderen jonger dan 16 jaar reeds tekenen van een bipolaire stoornis hebben, wat dan vaak verward wordt met ADHD.

De stoornis komt voor in alle sociale klassen en komt evenveel voor bij vrouwen als bij mannen.
Het leven van mensen met een bipolaire stoornis en hun omgeving kan zeer moeilijk zijn door de voortdurende wisselingen in stemming en activiteit. De stoornis is wel vrij goed te behandelen met aangepaste medicatie, psychotherapie of een combinatie van beide.

Wat is een bipolaire stoornis?

123-maskers-psych-depr-geluk-170-03.jpg
Een bipolaire stoornis (vroeger ook manisch-depressieve stoornis genoemd) wordt gekenmerkt door extreme stemmingswisselingen met herhaalde episodes van manie/hypomanie en depressie, afgewisseld met perioden met weinig of geen symptomen. Onbehandelde manische of depressieve perioden duren gemiddeld drie tot zes maanden, maar korter of langer kan. Tussen die episoden functioneert men volkomen normaal, al blijven bij een aantal patiënten constant lichte verschijnselen aanwezig.
De meeste mensen met een bipolaire stoornis maken een episode mee om de 1 à 2 jaar. Soms zijn er jaren geen symptomen, soms treden de stemmingsveranderingen zeer frequent op, bijna zonder tussenpauzen.
Wanneer binnen één jaar ten minste 4 episoden van manie, hypomanie en/of depressie zijn opgetreden, spreekt men van rapid cycling bipolaire stoornis. Dit komt voor bij ongeveer 15 à 20 % van de patiënten met bipolaire stoornis.

Manische episode
Men spreekt van een manische episode als er gedurende minstens één week een uitgelaten stemming bestaat, met onder andere een euforische en/of prikkelbare stemming, toegenomen spraak, verhoogde activiteit, zelfoverschatting, impulsiviteit, verminderde slaapbehoefte… In ernstige gevallen kunnen psychotische symptomen (bv. grootheidswanen) optreden. Hoewel manie vaak gepaard gaat met een toegenomen creativiteit, zijn er ook grote risico’s aan verbonden. Mensen doen bijvoorbeeld grote aankopen die ze niet kunnen betalen, sluiten overmoedige zakendeals af, enzovoort.
Meestal komt deze manische periode net voor of net na een depressieve periode.

Hypomane episode
Bij een hypomane episode zijn de symptomen milder en van kortere duur. Er is hyperactiviteit, euforie, impulsiviteit en/of prikkelbaarheid, maar er treden geen psychotische symptomen of gevoelens van grootsheid op en de episode belemmert de normale omgang en het dagdagelijkse leven niet. Sommigen hebben een opstoot van creativiteit of productiviteit tijdens een hypomane periode. Vaak is er een verhoogd libido.

Depressieve episode
De depressieve episoden met somberheid, inactiviteit en minderwaardigheidsideeën, duren doorgaans langer dan de manische episoden. Deze episodes duren minstens 2 weken en kunnen maanden aanhouden indien ze niet behandeld worden.

Gemengde episodes
Gemengde episodes vertonen tekens van zowel manische als depressieve episodes. Voorbeelden zijn huilen tijdens een manische episode of snel wisselende gedachten tijdens een depressieve episode. Of u kunt zich hopeloos en down voelen, maar toch vol energie.

Verschillende types

Afhankelijk van de aard van de episodes spreekt men van bipolaire stoornis 1, bipolaire stoornis 2 en cyclothyme stoornis.

Bipolaire stoornis 1
Bij een bipolaire stoornis 1 is er minstens één ernstige manische episode of één gemengde episode (d.w.z. tegelijkertijd aanwezigheid van zowel manische als depressieve symptomen) opgetreden die minstens 7 dagen duurt. Een depressieve of hypomane periode komt niet noodzakelijk voor, maar meestal wel.

Bipolaire stoornis 2
In deze categorie treden geen manische episodes op, maar wel één of meer hypomane episodes en één of meer (vaak ernstige) depressieve episodes.

Cyclothyme stoornis
Mensen met deze stoornis hebben gedurende minstens 2 jaar last van plotse en onvoorspelbare stemmingswisselingen, maar ze zijn lichter. Mensen met deze stoornis zijn zelden helemaal of slechts gedurende korte periodes klachtenvrij.

Bipolaire stoornis Restgroep
Er is ook nog een "restgroep" van mensen met kenmerken van bipolaire stoornis, maar die men niet kan indelen in bovenstaande categorieën.

In ongeveer de helft van de gevallen gaat een bipolaire stoornis gepaard met een andere psychiatrische stoornis, zoals misbruik van alcohol of drugs, angststoornissen of eetstoornissen. Bovendien is er een sterk verhoogd risico op zelfmoord: uit studies blijkt dat 25 tot 50% van de mensen met een bipolaire stoornis een of meerdere zelfmoordpogingen ondernemen.

Oorzaken van een bipolaire stoornis

123-up-down-psych-depr-geluk-170-03.jpg
De exacte oorzaak van een bipolaire stoornis is nog niet gekend maar we weten wel dat het een combinatie is van biologische, genetische en psychosociale factoren.

• Met biologische factoren worden afwijkingen in de hersenen bedoeld. Sommige hersendelen zijn bijvoorbeeld groter of kleiner bij bipolaire mensen. Er is ook een verstoord evenwicht van chemische stoffen die instaan voor de signaaloverdracht in de hersenen, zogenaamde neurotransmittors zoals noradrenaline, dopamine en serotonine.

Genetica. Meer dan twee derde van de personen met een manische depressie heeft ten minste één nauw verwant familielid met een stemmingsstoornis. Kinderen met een ouder of broer/zus met een bipolaire stoornis hebben een verhoogde kans om ook zo’n stoornis te krijgen.
Verschillende genen blijken onafhankelijk van elkaar een rol te kunnen spelen.

Psychosociale factoren. Hiermee worden factoren bedoeld die samenhangen met iemand psychische draagkracht. Onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat emotionele gebeurtenissen - zoals traumatische gebeurtenissen en misbruik - tijdens de kindertijd vaak wordt gemeld door mensen met een bipolaire stoornis. Emotionele gebeurtenissen kunnen ook manisch depressieve episodes uitlokken bij mensen met een bipolaire stoornis. Voorbeelden zijn: echtscheiding, financiele problemen, geboorte van een kind, verhuis, ...
Mogelijke psychologische factoren zijn bijvoorbeeld moeilijk problemen kunnen oplossen, een gebrek aan zelfvertrouwen en de neiging tot perfectionisme.

Symptomen van een bipolaire stoornis

Iedereen heeft wel eens last van stemmingswisselingen. Mensen met een bipolaire stoornis hebben last van extreme gemoedstoestanden die het normaal functioneren bemoeilijken. Verschillende gemoedstoestanden wisselen elkaar af, met tussenin vaak normale periodes. De depressieve of manische episodes kunnen dagen tot meerdere weken duren.
Bij veel patiënten verloopt de stoornis in het begin unipolair, met alleen herhaalde depressies en geen manische episodes.

Depressieve episode
• Neerslachtigheid, hopeloosheid
• verdriet, lusteloosheid
• angstgevoelens
• boosheid, irriteerbaarheid
• verminderde interesses, apathie
• sociale isolatie, verlegenheid
• besluiteloosheid
• idee waardeloos te zijn, zelfhaat
• concentratieverlies, verminderd denkvermogen
• minder energie, moeheid
• trager bewegen, spreken
• verminderd denkvermogen, concentratieproblemen
• weinig zin in seks
• veranderingen in eetlust, gewicht, slaappatroon
• gedachten aan dood en zelfmoord, zelfmoordpoging
Ernstige depressieve episodes kunnen leiden tot psychose met waanbeelden en hallucinaties.

Manische episode
• uitgelaten, euforisch
• prikkelbaar, makkelijk geïrriteerd, intolerant
• aggressie en woedeaanvallen
• impulsief, onvoorspelbaar gedrag, risicogedrag
• makkelijk afgeleid, rusteloos
• minder behoefte aan slaap
• overactiviteit
• toegenomen spraakzaamheid (men spreekt veel meer, sneller...)
• hoog libido, seksueel risicogedrag
• verminderd realiteitsbesef
• wilde plannen maken, ongeremde koopwoede, financiële risico’s...
• zelfoverschatting, grootheidsideeën
Sommigen zoeken hun toevlucht in alcohol of drugs.
In extreme gevallen kan een psychose optreden waarbij waanbeelden en hallucinaties voorkomen en het contact met de werkelijk verloren gaat.

Hypomane episode
Een milde manische of zg. hypomane episode, is een periode met verhoogde, prikkelbare stemming gedurende tenminste vier dagen, plus minstens drie van de volgende symptomen:
1. Gevoel van eigenwaarde of grootheidsideeën
2. Minder behoefte aan slaap
3. Spraakzamer
4. Gedachtenvlucht
5. Verhoogde afleidbaarheid
6. Toename van doelgerichte activiteit
7. Overmatig bezighouden met aangename activiteiten waarbij een grote kans op pijnlijke gevolgen.

Een bipolaire stoornis bij kinderen

psych-meisje-moe-170_400_05.jpg
Een bipolaire stoornis kan ook bij kinderen en tieners voorkomen. In tegenstelling tot volwassenen, hebben kinderen vaak zeer snelle wisselingen tussen manische en depressieve episodes (rapid cycling).

Vaak worden de eerste verschijnselen ten onrechte aanzien als normale emoties of gedragingen die samengaan met de puberteit, worden ze toegeschreven aan leerproblemen of worden ze verward met ADHD. Overigens kan ADHD samen met een bipoalire stoornis voorkomen. Een kind met ADHD dat een familielid heeft met een bipolaire stoornis, heeft een grotere kans op de aandoening. Als bij jonge kinderen een manische toestand ontstaat nadat ze een antidepressivum of een stimulerend medicijn hebben gekregen, is de kans op een bipolaire stoornis zeer groot.

Ook bij kinderen en tieners met een alcohol- of drugsprobleem, met extreme woede-aanvallen en/of zelfmoordgedachten, moet men altijd nagaan of er mogelijk sprake is van een stemmingsstoornis.

Diagnose: Hoe wordt een bipolaire stoornis vastgesteld?

Het kan jaren duren voordat een bipolaire stoornis wordt herkend. Dit komt doordat de eerste verschijnselen vaak niet erg opvallen. Maar ook doordat meerdere perioden elkaar eerst afgewisseld moeten hebben. Bovendien zoeken mensen met deze stoornis meestal alleen hulp wanneer ze depressief zijn. Tijdens een (hypo)manie voelen ze zich immers vaak prima. Verder is de bipolaire stoornis soms moeilijk te onderscheiden van sommige andere psychische stoornissen (bv. een depressie, schizofrenie...).

Er bestaat geen test, bijvoorbeeld via bloed of met een hersenscan, om een bipolaire stoornis vast te stellen. Dergelijke tests kunnen wel helpen om andere mogelijke oorzaken van klachten die lijken op die van een bipolaire stoornis, bijvoorbeeld een alcohol- of drugprobleem, een schildklierstoornis of een hersentumor, uit te sluiten.
De diagnose wordt gesteld op basis van de aanwezige symptomen, het verloop van de aandoening en eventuele familiale voorgeschiedenis (ouder, broer/zus met stoornis). Een psychiater kan aan de hand daarvan vaststellen of iemand een bipolaire stoornis heeft. Ook zijn er diverse vragenlijsten om de diagnose te stellen. Meestal zullen ook familieleden of vrienden ondervraagd worden.

Leven met een bipolaire stoornis: Wat kunt zelf doen?

Indien u zich herkent in de symptomen van een bipolaire stoornis, moet u een arts raadplegen. Indien bij u een bipolaire stoornis is vastgesteld, moet u zich strikt houden aan de voorgeschreven behandeling, zelfs als u zich beter voelt.
Daarnaast zijn gezonde leefgewoonten en het vermijden van uitlokkende factoren erg belangrijk als u aan een bipolaire stoornis lijdt. Dit is een essentieel onderdeel van de behandeling.
• Zorg voor regelmaat: sta op tijd op, eet driemaal per dag en ga op tijd naar bed.
• Zorg alleszins dat u voldoende en goed slaapt.
• Zorg voor voldoende lichaamsbeweging zoals wandelen, fietsen en zwemmen.
• Vermijd situaties die spanningen opleveren en pak niet te veel tegelijk aan. Pas indien nodig en mogelijk uw werkschema/ritme aan.
• Vermijd (overmatig) gebruik van alcohol en drugs.
• Leer uitlokkende factoren en waarschuwingssignalen kennen en leer ook hoe u daarop het best kunt reageren. Hou stemmingen en activiteiten bijvoorbeeld bij in een dagboek, zo kunt u een volgende manische of depressieve periode tijdig signaleren. Het kan ook helpen om de effecten en eventueel bijwerkingen van uw behandeling op te volgen.
• Zoek tijdig hulp als u merkt dat het mis dreigt te gaan. Indien u zelfmoordneigingen hebt, moet u alleszins zo snel mogelijk uw behandeld arts raadplegen.
• Vertel mensen in uw omgeving over de stoornis en vraag hen te signaleren als ze het gevoel hebben dat er weer een manisch-depressieve periode dreigt aan te komen.
• Veel mensen met bipolaire stoornissen hebben baat bij lotgenotencontacten.

Mensen met een bipolaire stoornis hebben een verhoogde kans op bepaalde lichamelijke aandoeningen, zoals migraine, hart- en vaatziekten, diabetes, overgewicht enzovoorts. Waarom is niet helemaal duidelijk, maar lichamelijke verschijnselen kunnen een onderdeel zijn van bijvoorbeeld een depressie, of een gevolg zijn van de behandeling. Ook kan de lichamelijke aandoening een mede-oorzaak zijn van de bipolaire stoornis.
Daarom is gezonde voeding, voldoende lichaamsbeweging, en regelmatige controle van gewicht, bloeddruk, body mass index (bmi) en buikomvang belangrijk.

Behandeling van een bipolaire stoornis

123-tek-hers-psych-.jpg
Van een bipolaire stoornis kunt u niet genezen, maar de stoornis kan meestal wel vrij goed onder controle gehouden worden door medicijnen en/of psychotherapie. Het is belangrijk dat een bipolaire stoornis adequaat wordt behandeld en wordt opgevolgd. Een onbehandelde bipolaire stoornis kan op termijn verergeren en de manische en depressieve periodes kunnen frequenter optreden.

Voorwaarde voor een succesvolle behandeling is aanvaarding van de diagnose door de patiënt en omgeving. De belangrijkste reden voor een herval of recidief is gebrek aan therapietrouw (door de bijwerkingen die niet worden verdragen, het missen van de hoogtepunten, afvlakking, gebrek aan inzicht in eigen ziekte). Goede begeleiding van de patiënt en zijn directe omgeving zijn dan ook cruciaal.
Voor mensen met een ernstige depressie kan soms een opname in het ziekenhuis nodig zijn vanwege het risico op zelfmoord. Ook voor mensen met een manische episode kan opname soms wenselijk zijn, om te voorkomen dat ze zichzelf of anderen schade toebrengen.

1. Niet-medicamenteuze aanpak: psychotherapie
Bepaalde vormen van psychotherapie (cognitieve gedragstherapie, interpersoonlijke en sociaalritmetherapie, en gezinsgerichte therapie) hebben bewezen zinvol te zijn als aanvulling aan een behandeling met geneesmiddelen, in de onderhoudsbehandeling en in de aanpak van depressieve episoden.
Psychotherapie is erop gericht de symptomen te verlichten, de triggers en voortekens van episodes te herkennen, om te gaan met de negatieve emoties, het beter omgaan met stress, en het aanhouden van een regelmatige levensstijl (bv. regelmatig dag- en nachtritme).
Een belangrijk effect van een goede psychotherapie is daarenboven dat het de therapietrouw gunstig kan beïnvloeden.

Cognitieve gedragstherapie
Voor de bipolaire stoornis zijn aparte vormen van cognitieve gedragstherapie ontwikkeld. Hierbij wordt in 10-20 sessies naast voorlichting en psycho-educatie aandacht besteed aan een aantal aspecten van depressie en manie.
• De nadruk ligt op het vroeg herkennen van een beginnende episode: bij een beginnende manie op het weerstand bieden aan het steeds meer gaan doen; bij een beginnende depressie op het bestrijden van het nietsdoen.
• Disfunctionele gedachten betreffende de bipolaire stoornis worden geïdentificeerd en uitgedaagd, bijvoorbeeld ideeën over stigmatisatie door de psychiatrische stoornis.
• Aandacht wordt besteed aan het veranderen van opvattingen die medicatietrouw negatief beïnvloeden, zoals negatieve gedachten over het verslavende effect van medicatie.
• Door middel van zelfmonitoring en zelfregulatietechnieken wordt aangeleerd om op effectieve wijze om te gaan met beginnende depressieve of manische symptomen.
• Er wordt gewerkt aan het beter leren omgaan met stress en het verbeteren van de tijdsindeling.
• Risicosituaties die tot terugval kunnen leiden, zoals teveel alcoholgebruik en/of middelenmisbruik, worden besproken en een passende strategie wordt gezocht om risicosituaties te vermijden.

Interpersoonlijke en sociaalritmetherapie
Deze therapie omvat vier fasen in de behandeling met een aflopend aantal sessies gespreid over meerdere maanden. In de beginfase vinden de sessies wekelijks plaats, tijdens de preventieve fase maandelijks.
Het doel is de aanvaarding van de levenslang durende bipolaire stoornis te vergroten en de kans op recidieven te verminderen.
• Er worden verbanden gelegd tussen levensgebeurtenissen en stemmingswisselingen.
• Er wordt gestreefd naar een regelmatige dagstructuur. Hierbij wordt een soort dagboek waarin een aantal vaste activiteiten op de dag zoals de maaltijden, het opstaan en naar bed gaan worden geregistreerd. Daarna wordt gewerkt aan het identificeren en leren hanteren van mogelijke factoren die verstoring van ritme geven.
• Er wordt gewerkt aan het identificeren en leren hanteren van vroege symptomen van een terugval.
• Er wordt een centraal thema gekozen waarover in de behandeling gesproken wordt (rouw, rolverandering, rolconflict, interpersoonlijke tekorten… ). Bij patiënten met een bipolaire stoornis is het thema vaak rouw over het feit dat er sprake is van een chronische psychiatrische ziekte (‘het verlies van het gezonde zelf’).

Gezinsgerichte therapie
De gezinsgerichte therapie is gebaseerd op de hypothese dat een vijandige omgeving het beloop van de bipolaire stoornis negatief kan beïnvloeden.
Een te kritische houding of overbetrokkenheid van gezinsleden van patiënten kan de kans op terugval vergroot. De therapie beoogt constructievere gezinsinteracties te bewerkstelligen om de kans op terugval te verkleinen. Het voorkomen van terugval wordt aangepakt door nauwkeurige instructies te geven aan het gezin en een plan te maken waarin ieders rol duidelijk wordt gemaakt. Doel is om het stabiel blijven niet zozeer het probleem van de patiënt te laten zijn, maar tot een gezamenlijke doelstelling te maken.

Patiënt en familie kunnen denken dat zij schuldig zijn aan het optreden van de ziekte. Goede informatie hierover, bespreken van schuldgevoelens en delen van deze gevoelens met de andere leden van het gezin zijn daarbij belangrijke interventies.
De behandeling omvat psycho-educatie, communicatietraining en training in het oplossen van problemen. Er worden vier vaardigheden getraind om de onderlinge communicatie te verbeteren: uiten van positieve gevoelens, actief luisteren, op een positieve manier vragen om verandering en uiten van negatieve gevoelens.

Vaardigheden worden geoefend met rollenspelen en alle zittingen eindigen met een huiswerkopdracht. De training probleemoplossende vaardigheden moet een gemeenschappelijke onderneming zijn van het hele gezin. Na inventarisatie van belangrijke problemen worden mogelijke oplossingen bedacht en elke oplossing wordt op zijn merites bekeken.
In de beginfase zijn de sessies wekelijks, daarna maandelijks.

2. Medicamenteuze aanpak
Geneesmiddelen zijn in de overgrote meerderheid van de gevallen een noodzakelijk onderdeel van de behandeling van een bipolaire stoornis.

De behandeling kent twee fasen: de acute behandeling van stemmingsepisoden, en de preventieve onderhoudsbehandeling. Die onderhoudsbehandeling zal meestal levenslang moeten gevolgd worden, ook als u geen klachten meer hebt. Stopt u met de behandeling, dan dreigt altijd een herval. Indien u toch wenst te stoppen, bespreek dit dan altijd met uw arts, en stop nooit ineens, maar bouw geleidelijk af, over een periode van minstens één maand. Bij plots stoppen verhoogt de kans op herval.
Er bestaan meerdere types of groepen van geneesmiddelen die bij een bipolaire stoornis worden gebruikt. De belangrijkste groep zijn de zogenaamde stemmingsstabiliserende middelen. Lithium is het meest gebruikte middel. Daarnaast bestaan ook de middelen valproaat, lamotrigine en carbamazapine. Dit zijn geneesmiddelen die ook gebruikt worden bij de behandeling van epilepsie. Deze worden gebruikt als lithium onvoldoende effect heeft of niet kan worden voorgeschreven vanwege de mogelijke bijwerkingen.

Voor de behandeling van manieën worden ook antipsychotica gebruikt. Voor de behandeling van depressies worden soms antidepressiva ( een SSRI of een tricyclisch antidepressivum, TCA) gebruikt, altijd in combinatie met andere middelen.

Overzicht van de geneesmiddelen gebruikt bij bipolaire stoornis

Acute manische of hypomane episode, en gemengde episode

Eerste keuze:

• Lithium, zeker in afwezigheid van psychotische symptomen en wanneer een onderhoudsbehandeling wordt voorzien

• Antipsychotica, zeker bij ernstige manie met psychotische symptomen

• Valproïnezuur, vooral bij gemengde episoden

Tweede keuze: carbamazepine

Acute depressieve episode

• Lithium

• Antipsychotica (vooral quetiapine)

• Antidepressiva:

    • bij bipolaire stoornis type 1: antidepressivum altijd in combinatie met een antimanisch middel; antidepressivum stoppen zodra de symptomen onder controle zijn
    • bij bipolaire stoornis type 2: antidepressivum eventueel in monotherapie mits opvolgen i.v.m. optreden van manie

• Valproïnezuur, lamotrigine: onduidelijke plaats

Onderhoudsbehandeling: Preventie nieuwe episoden

Eerste keuze: lithium: preventie van manische en depressieve episoden

Mogelijke alternatieven:

• Antipsychotica (vooral quetiapine en olanzapine): preventie van nieuwe episodes bij patiënten die goed reageerden op het geneesmiddel bij een acute episode (quetiapine: preventie van manische en depressieve episoden; olanzapine: preventie van manische episoden)

• Valproïnezuur (vooral in combinatie met lithium): preventie van manische episoden

• Carbamazepine: preventie van manische episoden

• Lamotrigine: preventie van depressieve episoden

• Antidepressiva: enkel bij bipolaire stoornis type 2 als mogelijke onderhoudsbehandeling, mits opvolgen i.v.m. optreden van manie

Bron: http://www.bcfi.be/Folia/Index.cfm?FoliaWelk=F41N02B

Welke geneesmiddelen u moet nemen, is onder meer afhankelijk van het type bipolaire stoornis, of u een manische dan wel depressieve episode doormaakt, hoe vaak de episodes elkaar opvolgen, uw leeftijd enzovoorts.
De behandeling is dan ook heel persoonlijk – wat werkt bij de een werkt niet noodzakelijk bij de ander – en moet, onder meer door de aard van de gebruikte geneesmiddelen en de mogelijke bijwerkingen, zeer nauwgezet worden opgevolgd. Vele van deze geneesmiddelen kunnen namelijk ernstige ongewenste effecten veroorzaken, en wanneer meerdere middelen gecombineerd worden, neemt het risico daarop nog toe. Bij gebruik van lithium, valproïnezuur en carbamazepine is de grens tussen werkzaamheid en giftigheid zeer nauw: als de bloedspiegel laag is, werkt het middel niet. Maar als de bloedspiegel te hoog is, ontstaan er vergiftigingssymptomen. Daarom moet bij gebruik van deze middelen via een bloedtest uw nier-, lever- en/of schildklierfunctie zeer geregeld gecontroleerd worden.
Tijdens behandeling met lithium is het ook van belang te weten in welke omstandigheden vergiftigingsverschijnselen kunnen optreden (bv. bij zomerdiarree, warm weer, diarree of overgeven, koorts).

De medicamenteuze behandeling is dan ook specialistenwerk waarbij u opgevolgd wordt door een psychiatrisch team.

Tien hoofdregels bij het gebruik van stemmingsstabilisatoren
1. Neem de voorgeschreven medicatie in, iedere dag, op uw vaste tijd.
2. Een dosis vergeten is geen ramp bij stemmingsstabilisatoren (bedenk hoe dat kwam en tracht het te vermijden); inhalen hoeft niet en bij lithium is het zelfs beter van niet.
3. Neem niets minder maar ook niets meer dan de voorgeschreven dosis.
4. Let op controledata; besteed aandacht aan laboratorium-uitslagen; overleg met uw arts wat het betekent.
5. Geef (mede) behandelende artsen door wat u slikt en wat er is veranderd aan medicatie, dosis, innametijd. Gebruik zo nodig een medicijnpasje van de apotheek.
6. Gebruik voor incidentele pijn paracetamol. Vraag zo nodig advies aan uw apotheker.
7. Breng onbegrepen lichamelijke klachten onder de aandacht van uw huisarts, maar ook van uw behandelaar.
8. Bij kans op zwangerschap is er risico voor moeder en kind. Laat u tijdig voorlichten door een terzake kundige arts.
9. Zorg voor regelmaat in voeding en vochtinname, vooral bij ziekte, hevige transpiratie, bij grote inspanning, vermageringsdieet. Bespreek extra maatregelen met uw arts.
10. Zorg dat u zelf, en uw naastbetrokkenen, weten welke verschijnselen kunnen wijzen op bijwerkingen (intoxicatie).

Bron: www.kenniscentrumbipolairestoornissen.nl

3. Elektroconvulsietherapie (ECT)
Wanneer een behandeling met geneesmiddelen en psychotherapie onvoldoende werkt of geneesmiddelen te veel bijwerkingen hebben (bijvoorbeeld tijdens een zwangerschap), kan bij een ernstige vorm van bipolaire stoornis een elektroconvulsiebehandeling (ECT) zinvol zijn. Bij ECT, vroeger ook elektroshock-behandeling genoemd, wordt met behulp van elektrische stroom kunstmatig een epileptische aanval uitgelokt. ECT vindt onder narcose plaats. Gewoonlijk wordt ECT twee- of soms driemaal per week toegediend gedurende enkele weken. ECT is een veilige en effectieve behandeling. Bij 50% tot 90% van de patiënten wordt na een aantal ECT behandelingen een goed resultaat bereikt.

zie ook artikel : Electroconvulsietherapie (ECT) of elektroshocktherapie


4. Andere behandelingen
Lichttherapie kan, in het geval van een bipolaire stoornis met een seizoensgebonden patroon (winterdepressie), als aanvulling bij de gewone behandeling worden gebruikt.

• Slaapdeprivatie (het onthouden van slaap) is kort werkzaam bij depressie, maar kan ook manie uitlokken.

Kruidenpreparaten
Er bestaan weinig gegevens over de effectiviteit en veiligheid van kruidenpreparaten die soms bij depressies worden gebruikt. Sint-janskruid bijvoorbeeld heeft weliswaar enig aangetoond antidepressief effect, maar is nooit onderzocht bij een bipolaire stoornis. Bovendien kan het ook bijwerkingen hebben, tot omslag van depressie in manie leiden en soms belangrijke interacties met andere medicatie (bijvoorbeeld antistolling, anticonceptiepil) hebben.

Omega 3-vetzuren
Momenteel worden mogelijke effecten van omega 3-vetzuren (zogenaamde visolie) bij een bipolaire stoornis onderzocht. Voor zover tot nu toe bekend hebben hoge doses omega-3-vetzuren slechts een beperkte gunstige invloed op het verloop van een depressieve episode bij patiënten met een bipolaire stoornis.

Zwangerschap en bipolaire stoornis

zw-slapen-wit-psych-170_560_04.jpg
Bij veel vrouwen met een bipolaire stoornis vormde een postnatale depressie de eerste episode van hun bipolaire stoornis.
Zwangerschap en de eerste weken/maanden na de geboorte gaan ook gepaard met een verhoogd risico van herval, zeker als de vrouw gestopt is met medicatie: 25–30% met onderhoudsmedicatie en 70% zonder onderhoudsmedicatie.

Bovendien gaat een bipolaire stoornis gepaard met risico’s voor het kind.
• Episoden van manie en depressie kunnen een risico zijn voor de foetus.
• De bipolaire stoornis is deels erfelijk bepaald. De kans op een bipolaire stoornis van een kind van een ouder met een bipolaire stoornis ligt rond 10-20% (tegen normaal 1-2%) en zelfs op jongere leeftijd dan de
aangedane ouder).
• De geneesmiddelen die gebruikt worden ter controle of preventie van nieuwe episoden geven mogelijke risico’s op aangeboren afwijkingen, complicaties bij de pasgeborene, nadelige gevolgen op de ontwikkeling van het kind op lange termijn.

Dit maakt dat zwangerschap bij een bipolaire stoornis bijzondere aandacht vraagt. De manisch-depressieve stoornis op zich is geen reden om geen kinderen te krijgen, wel moet er een goede afweging worden gemaakt. Aanbevolen wordt om, in overleg met uw gynaecoloog en een gespecialiseerd team, tijdig, dit is best reeds vóór de conceptie, te bespreken hoe de stoornis optimaal kan behandeld worden tijdens en na de zwangerschap.
• Gebruik een betrouwbaar voorbehoedmiddel om ongewenste zwangerschap te voorkomen.
• Het is aan te raden tenminste 1 à 2 jaar ‘stabiel’ te zijn alvorens zwanger te worden.
• Voordat u de beslissing neemt om zwanger te worden moet u zich laten informeren over de bipolaire stoornis zelf en de behandeling ervan en het gebruik van lithium en andere geneesmiddelen tijdens de zwangerschap.
• U neemt in overleg met uw behandelend psychiater eventueel al contact op met een gynaecoloog voor u zwanger wordt en bespreekt daar alvast de prenatale diagnostiek.
• U beslist samen met uw partner of u wel of niet de medicatie doorgebruikt tijdens de zwangerschap. Indien u stopt overlegt u met uw psychiater over het tijdstip van stoppen en weer beginnen.
• Voor iedere vrouw die zwanger wil worden, wordt foliumzuur geadviseerd (0,4-0,5 mg/dag) vanaf 4 weken vóór de zwangerschap tot en met ten minste 8 weken na de conceptie. Dit vermindert de kans op een kind met een spina bifida en andere aangeboren aandoeningen, zoals aangeboren hartaandoeningen, ontbreken van (delen van) ledematen, urinewegaandoeningen en schisis.
• Gedurende de zwangerschap en na de bevalling zijn van het grootste belang: voldoende slaap, rust, regelmaat en niet te veel stress. Dus: op tijd naar bed, eventueel een dag thuis blijven van het werk in de zwangerschap en extra hulp inschakelen indien nodig.

Voor- en nadelen van geneesmiddelen tijdens zwangerschap
Voordelen voor moeder en kind:
• kleinere kans op een recidief tijdens en na de zwangerschap;
• kleinere kans op slechte zelfverzorging van de moeder en zorg voor het ongeboren kind;

Nadelen voor de moeder:
• grotere kans op schuldgevoelens als zich problemen voordoen met het (ongeboren) kind;
• meer medische controles noodzakelijk, zoals prenataal onderzoek en bloedcontroles;
• meer kans op problemen met de medicatie (bijwerkingen) ten gevolge van veranderingen in het lichaam door de zwangerschap.

Nadelen voor het kind:
• mogelijke giftigheid (teratogeniteit) van sommige geneesmiddelen, vooral tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap;
• gevaar van neonatale giftigheid en onthoudingsverschijnselen na de bevalling;
• borstvoeding wordt bij sommige geneesmiddelen, zoals lithium, afgeraden;
• onbekendheid wat betreft eventuele problemen op lange termijn.

Stoppen met medicatie voor en tijdens de zwangerschap
Als een vrouw die nog niet zwanger is, met de medicatie wil stoppen, wordt geadviseerd dit voor de zwangerschap te doen. Wanneer de vrouw al zwanger is, wordt het best gestopt tijdens een ziektevrije episode.
Dat mag niet ineens gebeuren, maar over een langere periode, minstens één maand. Het risico op een recidief is groter bij ineens stoppen, vooral bij lithium.

Als tijdens de zwangerschap een recidief optreedt en medicatie nodig wordt geacht, zijn lithium, haloperidol, een SSRI, of een TCA (amitriptyline en nortriptyline) middelen die het veiligst zijn.
Indien er, om wat voor reden dan ook, tijdens de zwangerschap en/of na de bevalling geen medicatie gebruikt kan worden of er een acute noodsituatie optreedt, kan elektroconvulsietherapie (ECT) worden toegepast. Dit zou relatief veilig zijn voor het ongeboren kind.

Doorgaan met medicatie tijdens de zwangerschap
Als er nog klachten en/of symptomen zijn, is de kans op verergering daarvan bij stoppen van de medicatie hoog. Daarom wordt in deze situatie meestal geadviseerd medicatie te blijven gebruiken.

Indien besloten wordt met medicatie door te gaan tijdens de zwangerschap, moet gekozen worden voor die producten die het minste risico inhouden.
• Voor de onderhoudsbehandeling tijdens de zwangerschap heeft lithium de voorkeur. Bij lithium is er een geringe kans op een ernstige aangeboren afwijkingen, en dit vooral wanneer het tijdens het eerste trimester wordt gebruikt.
Wanneer u doorgaat met medicatiegebruik is het beter over te schakelen op een preparaat met vertraagde afgifte en dit over de dag te verdelen (3 à 4 keer gedoseerd)
Als lithium wordt doorgebruikt tijdens de zwangerschap, wordt geadviseerd om de bloedspiegel elke 2-4 weken te controleren en vanaf de 32e week nog frequenter omdat tegen het einde van de zwangerschap minder lithium nodig is voor eenzelfde bloedspiegel.

Bij start van de weeën wordt geadviseerd de lithium te staken en direct na de bevalling de lithium weer te starten in dezelfde of iets hogere dosering als voor de zwangerschap. Een nadeel is dat de vrouw dan geen borstvoeding kan geven, omdat lithium in hoge mate in de moedermelk overgaat. De beslissing tot herstart op dat tijdstip zal dus meestal afhangen van de ernst van de ziekte.
• Carbamazepine en in nog sterkere mate valproïnezuur hebben een verhoogde kans op aangeboren afwijkingen (vooral spina bifida) en cognitieve problemen bij het kind (valproïnezuur). Gebruik van valproïnezuur tijdens zwangerschap wordt sterk afgeraden. Bij doorgebruiken van carbamazepine of valproïnezuur tijdens de zwangerschap is foliumzuur (1 mg) alleszins aangewezen.
• Van lamotrigine is nog weinig bekend over de veiligheid bij zwangerschap. Het wordt daarom afgeraden.
• Voor alle antipsychotica en antidepressiva bestaat een risico op schade aan foetus en kunnen neonatale complicaties optreden.
Wat betreft de klassieke antipsychotica wordt haloperidol het meest veilig geacht. Van de antidepressiva worden de SSRI’s citalopram, fluoxetine en sertraline en de tricyclische antdepressiva (TCA’s) imipramine, nortriptyline en amitriptyline relatief veilig geacht.

Borstvoeding
Bij medicatiegebruik wordt aangeraden een kinderarts te consulteren voor de afweging van voor- en nadelen.
Bij gebruik van lithium of benzodiazepine-agonisten wordt borstvoeding afgeraden. Valproïnezuur en carbamazepine gaan beide over in de moedermelk, maar kunnen wel worden overwogen.

zie ook artikel : World bipolar day: 10 vragen over een bipolaire stoornis:

Beroemde lotgenoten
Bipolaire stoornis is geen zeldzame aandoening. Verschillende beroemdheden hebben of hadden er last van. Het is opvallend dat het bijna altijd over artiesten gaat:
• Winston Churchill (vermoedelijk) (Brits premier)
• Kurt Cobain (de betreurde zanger van Nirvana)
• Charles Dickens (schrijver)
• Ludwig van Beethoven (vermoedelijk)
• Ray Davies (zanger van The Kinks)
• Frank Bruno (Brits professionneel bokser)
• DMX (rapper)
• Richard Dreyfus (Amerikaans acteur uit onder andere Jaws en Close encounters of the Third Kind)
• Carry Fisher (prinses Leia uit de Star Wars films)
• Larry Flynt (van Hustler magazine en de film The People vs. Larry Flynt)
• Stephen Fry (Brits acteur, komiek en schrijver)
• Paul Gascoigne (voormalig stervoetballer)
• Mel Gibson (acteur)
• Macy Gray (zangeres en actrice)
• Linda Hamilton (Sarah Connor uit de oorspronkelijk Terminator films)
• Ernest Hemingway (schrijver)
• Kristin Hersh (zangers van Throwing Muses)
• Jack Irons (voormalige drummer van Red Hot Chili Peppers and Pearl Jam)
• Marilyn Monroe (actrice)
• Edvard Munch (schilder)
• Isaac Newton (vermoedelijk) (ontdekker van de zwaartekracht)
• Friedrich Nietzsche (filosoof)
• Sinéad O'Connor (zangeres)
• Sylvia Plath (Britse dichteres)
• Edgar Ellen Poe (vermoedelijk) (dichter en schrijver)
• Axl Rose (zanger van Guns n' Roses)
• Robert Schumann (Duits componist)
• Nina Simone (zangeres)
• Frank Sinatra (zanger)
• Ted Turner (oprichter van CNN, ex-man van Jane Fonda)
• Jean Claude Vandamme (acteur)
• Vincent Van Gogh (schilder)
• Ruby Wax (Brits komiek en actrice)
• Brian Wilson (van The Beach Boys)
• Amy Winehouse (zangeres)
• Virginia Woolf (schrijfster)
• Catherine Zeta-Jones (actrice, vrouw van Michael Douglas)

Bron: www.bipolaire-stoornis.be

Bronnen
www.bcfi.be/Folia/Index.cfm?FoliaWelk=F41N02B
www.health.belgium.be/eportal/Aboutus/relatedinstitutions/SuperiorHealthCouncil/19092408?backNode=9744#.UxnxCoWJW_U
www.upsendowns.be
www.bipolaire-stoornis.be
www.geestelijkgezondvlaanderen.be/bipolaire-stoornis
www.nvvp.net/publicaties/richtlijnen/
www.fk.cvz.nl/inleidendeteksten/i/inl%20bipolaire%20stoornis.asp
www.kenniscentrumbipolairestoornissen.nl/
www.psychischegezondheid.nl/bipolair
www.trimbos.nl/onderwerpen/psychische-gezondheid/bipolaire-stoornis
www.nimh.nih.gov/health/topics/bipolar-disorder/index.shtml
www.nhs.uk/Conditions/Bipolar-disorder/Pages/Introduction.aspx
www.nice.org.uk/guidance/index.jsp?action=byID&r=true&o=10990



verschenen op : 04/06/2015 , bijgewerkt op 26/03/2018
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt