Zijn we gezond genoeg om langer te werken?

Laatst bijgewerkt: december 2013
123-vr-ouder-pensioen-geld-euro-170-10.jpg

nieuws In het pensioendebat werd recent voorgesteld om de pensioenleeftijd te koppelen aan de levensverwachting en meer bepaald de gezonde levensverwachting. Dat we langer leven en langer gaan leven is een feit. Dat betekent echter niet dat we die extra levensjaren ook in volle gezondheid doorbrengen. Jaren die we langer leven vertalen zich immers niet automatisch in gezonde levensjaren. Zo wordt het aantal gezonde levensjaren ontegensprekelijk bepaald door verschillende factoren zoals o.a. geslacht, leefstijl (bijvoorbeeld het rookgedrag, overgewicht, …), gezondheidszorg en sociale positie. Dat blijkt uit een mededeling van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV).

Gezonde levensverwachting is verschillend voor mannen en vrouwen
“Ondanks de langere levensverwachting bij vrouwen is het niet evident dat ze ook langer leven zonder beperkingen dan mannen. In 2004 konden vrouwen en mannen op 50 jarige leeftijd verwachten respectievelijk nog 33,4 jaar en 28,6 jaar te leven. Van hun verdere leven zouden ze respectievelijk 52% en 61% doorbrengen zonder (zelf gerapporteerde) langdurige beperkingen (beperkingen die langer dan 6 maanden duren omwille van een medisch probleem, dus een gebroken been telt niet mee): dit komt overeen met 17,5 jaar voor vrouwen en 17,3 jaar voor mannen. In 2010 daarentegen konden vrouwen op 50 jarige leeftijd nog steeds verwachten langer te leven (34 jaar voor vrouwen en 29,8 jaar voor mannen), maar van dat verdere leven zouden vrouwen slechts 19,5 jaar (57%) doorbrengen zonder zelf gerapporteerde langdurige beperkingen terwijl mannen konden rekenen op nog 19,9 levensjaren (67%) zonder zelf gerapporteerde langdurige beperkingen. In 2004 ging de langere levensverwachting van vrouwen dus gepaard met meer jaren zonder beperkingen in het vooruitzicht dan mannen, terwijl dit in 2010 niet meer het geval was.”

Sociale ongelijkheid in gezonde levensverwachting
Hoedanook steeg tussen 2004 en 2010 het aantal te verwachten gezonde levensjaren voor beide geslachten. In het debat rond het verschuiven van de pensioenleeftijd is deze observatie een mogelijk argument voor het verhogen van deze leeftijd, maar er moet rekening gehouden worden met de enorme verschillen die bestaan tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Er is een belangrijke sociale gradiënt in de levensverwachting en in de verwachte levensjaren zonder en met beperkingen.

Lager op de sociale ladder? Kortere levensverwachting
De levensverwachting zonder beperkingen bij 50-jarige mannen met enkel een diploma lager onderwijs is 13,33 jaar. Deze bevolkingsgroep haalt dus gemiddeld nauwelijks haar 65ste verjaardag zonder beperkingen. Bij mannen met een diploma hoger onderwijs is de levensverwachting zonder beperkingen op de leeftijd van 50 jaar bijna 22 jaar. Dit wil zeggen dat mannen in deze bevolkingsgroep gemiddeld tot hun 72 jaar zonder beperkingen kunnen leven. Hoog opgeleide mannen leven dus bijna 10 jaar langer zonder beperkingen dan mannen met enkel een diploma lager onderwijs. Omgekeerd neemt het aandeel van de ongezonde jaren in de levensverwachting heel sterk toe naarmate men lager op de sociale ladder staat. Dit is 37% van de levensverwachting bij de hoogst opgeleide mannen, maar bijna de helft van de resterende levensjaren (46%) bij mannen met diploma lager onderwijs of minder.”

Progressief verhoogde pensioenleeftijd twijfelachtig voor laaggeschoolden
Mannen die laag op de sociale ladder staan hebben niet alleen een korte levensverwachting, maar genieten in hun kortere leven ook van aanzienlijk minder jaren zonder beperkingen. Op de leeftijd van 50 jaar halen ze amper de huidige pensioenleeftijd zonder beperkingen, laat staan de voorgestelde progressief verhoogde pensioenleeftijd. Bovendien gaat het hier om gemiddelde cijfers. De helft van de lager opgeleide 50-jarige mannen kampt immers met beperkingen voor ze de huidige wettelijke pensioenleeftijd bereiken.
Een gelijkaardige sociale ongelijkheid is er ook bij 50-jarige vrouwen.“

Tabel 1. Levensverwachting* en Levensverwachting zonder beperkingen* op de leeftijd van 50 jaar, België 2004-2009 (Bron: WIV-ISP)

Mannen

Vrouwen

Opleiding

levens-
verwachting (jaren)

levensverwachting
zonder beperkingen (jaren)

levens-
verwachting (jaren)

levensverwachting
zonder beperkingen (jaren)

Hoger onderwijs

34,31

21,63

37,57

22,18

Hoger secundair

29,89

18,22

34,77

18,55

Lager secundair

27,89

15,91

36,47

20,4

Lager of minder

24,73

13,33

33,56

14,5

“Mannen en vrouwen met een lagere opleiding beginnen in de regel op jongere leeftijd te werken en dit meestal in jobs die lichamelijk (en vaak ook mentaal) hoge eisen stellen. Bij deze groep is het aantal gezonde jaren zonder beperkingen het laagst.

Belangrijk is ook dat ongeveer één derde van het verschil in levensjaren zonder beperkingen tussen hoog en laag opgeleiden een gevolg is van het feit dat hoog opgeleiden langer leven, de overige twee derden van het verschil in gezonde levensjaren is een gevolg van het feit dat hoog opgeleiden minder gezondheidsproblemen hebben.

Sociale ongelijkheid in gezonde levensverwachting is uitdaging voor pensioenbeleid
De discussie over de pensioenleeftijd wordt vooral gevoerd op basis van de stijgende levensverwachting. Hierbij moeten we ons de vraag stellen of langer leven ook betekent dat we effectief langer zullen kunnen werken. Belangrijker dan de levensverwachting en het toenemen van de levensverwachting, is het aantal jaren dat we in goede gezondheid zullen doorbrengen, alsook of deze jaren in de toekomst zullen toenemen. Hierbij moeten we ook in het achterhoofd houden dat op het vlak van levensverwachting sociale verschillen bestaan. Een actieve arbeidsmarkt heeft baat bij fitte en gezonde arbeidskrachten.


bron: www.wiv-isp.be/news/Pages/NL_PensioenLevensverwachting.aspx
verschenen op : 26/12/2013 , bijgewerkt op 30/12/2013


pub