Barrett slokdarm: een voorbode van slokdarmkanker

Laatst bijgewerkt: mei 2015

dossier Een Barrett slokdarm of Barrett oesofagus is een aandoening van het onderste deel van de slokdarm waarbij het slijmvlies (de slokdarmbekleding) is veranderd (= intestinale metaplasie).

Een gezonde slokdarm is bedekt met wit, parelmoerkleurig slijmvlies, het zogenaamde plaveiselepitheel. Bij een Barrett slokdarm is dit witte slijmvlies vervangen door een roze, zalmkleurige bekleding. Het is alsof het slijmvlies van de maag in de slokdarm omhoog is gegroeid. Als men dit slijmvlies onder een microscoop bekijkt, ziet het er heel anders uit dan normaal weefsel van de slokdarmwand.

Verhoogde kans op slokdarmkanker

Patiënten met een Barrett slokdarm hebben een verhoogde kans op slokdarmkanker: 30 tot 50 keer meer dan gezonde mensen. Dit risico blijft in absolute cijfers echter nog steeds relatief klein: minder dan 5% van de patiënten krijgt daadwerkelijk slokdarmkanker.

Het is niet bekend waarom sommige mensen met een Barrett-slokdarm wel slokdarmkanker krijgen, en anderen niet.
Slokdarmkanker is een ernstige ziekte die doorgaans pas laat klachten geeft. Genezing is dan vaak niet meer mogelijk. Door de Barrett slokdarm regelmatig te controleren kan slokdarmkanker in een vroeg stadium ontdekt worden zodat de kans op genezing wordt vergroot. De evolutie van Barrett (intestinale metaplasie) naar kanker verloopt namelijk over een tussenstadium dat ‘dysplasie’ (‘verstoorde groei’) wordt genoemd.

oz-gastrosc-barrett-slijmvl-08.jpg
Naar schatting heeft 2 tot 5% van de volwassenen in België een Barrett-slokdarm. Een Barrett slokdarm komt vooral voor bij blanke mannen die ouder zijn dan 50 jaar. De aandoening komt dubbel zoveel voor bij mannen dan bij vrouwen. Vaak hebben zij langdurig brandend maagzuur klachten (reflux) gehad. 10% van de patiënten met reflux ontwikkelt uiteindelijk een Barrett slokdarm. Obese mannen hebben een verhoogde kans op een Barrett slokdarm.

Een Barrett-slokdarm is genoemd naar Norman Barrett, een Engelse arts die de aandoening voor het eerst heeft beschreven in 1953.

Hoe ontstaat een Barrett slokdarm?

Als zure maaginhoud regelmatig en langdurig omhoog komt, kan de slokdarm op den duur beschadigd en ontstoken raken. De slokdarmwand is namelijk niet goed beschermd tegen de inwerking van het agressieve maagzuur, waardoor er uiteindelijk een slokdarmontsteking (reflux-oesofagitis) ontstaat. Hierdoor kan een verandering van het weefsel van de slokdarm ontstaan.

Het normale slijmvlies van de slokdarm wordt dan vervangen door Barrett-slijmvlies. Dit kan zich tot enkele centimeters beperken maar het kan zich ook tot vrij hoog in de slokdarm doorzetten.
Reflux kan optreden wanneer de afsluitfunctie tussen de maag en slokdarm niet goed werkt, bijvoorbeeld door een breukje in het middenrif. Niet iedereen met refluxklachten ontwikkelt een Barrett slokdarm. Dit gebeurt bij slechts een op de tien patiënten met refluxklachten.

Er bestaan aanwijzingen dat erfelijke aanleg een rol speelt in het ontstaan van een Barrett-slokdarm. Recent werden twee genen geïdentificeerd die mee verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van een Barrett-slokdarm. Bovendien zouden een aantal variaties in ons genetisch materiaal die voorbeschikken tot overgewicht, ook geassocieerd zijn met Barrett-slokdarm.

reflux-maagzuur-400-08.jpg

Klachten

Sommige mensen hebben geen klachten. Anderen geven aan dat zij al jarenlang last hebben van brandend maagzuur. Als gevolg van brandend maagzuur kan een ontsteking van de slokdarm ontstaan. De voornaamste klacht bij een slokdarmontsteking is een branderig en/of pijnlijk gevoel achter of onderaan het borstbeen. Sommige mensen voelen dit als een drukkende of knijpende pijn bij het borstbeen.

Daarnaast kunnen ook problemen met slikken ontstaan en hebben sommige mensen het gevoel dat voedsel niet goed zakt of kan het eten soms spontaan teruggegeven worden. Ook deze klachten komen niet bij alle patiënten voor.

zie ook artikel : Zuurbrand - Gastro-esofagaal reflux (GERD) of maagzuur

Hoe gebeurt de diagnose?

Bij een vermoeden van een Barrett-slokdarm zal de arts een endoscopie van de slokdarm uitvoeren. Dit wordt ook wel een gastroscopie genoemd, al betekent dit letterlijk 'kijkonderzoek van de maag'. Dit is een kijkonderzoek waarmee de arts de binnenkant van uw slokdarm kan bekijken. Dit onderzoek gebeurt met behulp van een endoscoop via uw mond. De endoscoop is een flexibele slang, met een lampje en een cameraatje op het uiteinde. De beelden die de camera maakt, worden op een beeldscherm weergegeven. Voor dit onderzoek wordt uw keel verdoofd met een spray.

Tijdens dit onderzoek zal de arts ook stukjes weefsel (biopten) wegnemen uit de slokdarmwand of de maag. Deze biopten worden vervolgens onderzocht onder de microscoop om na te gaan of het daadwerkelijk om een Barrett-slokdarm gaat en of er al sprake is van ‘onrustige’ (premaligne) cellen. Er zijn verschillende ‘gradaties’ van een Barrett-slokdarm, gebaseerd op de ernst van de weefselverandering. Afhankelijk van deze gradatie zal de arts een behandeling en regelmatige controleonderzoeken voorstellen.

zie ook artikel : Gastroscopie

Behandeling

Bij de medische begeleiding van patiënten met een Barrett slokdarm zijn twee zaken van belang: behandeling van de refluxklachten en een regelmatige controle van het Barrett slijmvlies. Zodra ‘onrustige’ of premaligne cellen worden gevonden, zal een endoscopische operatie (via een kijkbuis) worden uitgevoerd.

1. Behandeling van refluxklachten

Refluxklachten worden over het algemeen goed behandeld door het opvolgen van leefvoorschriften en door medicijnen.

Leefvoorschriften

Er zijn verschillende leefvoorschriften die de refluxklachten kunnen verminderen.
• De meeste irritatie van de slokdarm door reflux treedt 's nachts op. Door het hoofdeinde van het bed op te hogen met klossen (ongeveer 20 cm) loopt maagzuur minder makkelijk terug.

• Het is raadzaam om de eerste uren na een maaltijd niet plat te gaan liggen.

• Alcohol, nicotine (roken) en cafeïne (koffie) verminderen de afsluitfunctie van de slokdarm en kunnen reflux uitlokken. Gebruik deze daarom niet, of zo weinig mogelijk.

• Vermijd zoveel mogelijk vetrijke maaltijden.

Maagzuurremmers

Zuurremmende middelen remmen de productie van maagzuur (bv. Losec, Zantac, Dakar, Tagamet, Zurcale). De meeste patiënten met een Barrett slokdarm hebben een dergelijk middel als dagelijkse medicatie. Een Barrett-slokdarm kan niet genezen door gebruik van maagzuurremmers. Waarschijnlijk helpt deze behandeling alleen om uitbreiding van de weefselverandering te voorkomen.

2. Regelmatige controle

Omdat men nog niet kan voorspellen welke patiënten slokdarmkanker ontwikkelen worden alle patiënten met een Barrett-slokdarm regelmatig onderzocht. Meestal gebeurt dit om de 3 à 5 jaar, tenzij uw arts meent dat de controle frequenter moet gebeuren, bijvoorbeeld om het jaar.

Dit gebeurt door middel van een endoscopie of gastroscopie. Tijdens deze gastroscopie wordt het Barrett slijmvlies nauwkeurig geïnspecteerd en worden op verschillende plaatsen kleine stukjes weefsel (biopten) weggenomen voor nader microscopisch onderzoek op afwijkingen of ‘onrustige’ cellen (dysplasie). Dysplasie wordt gezien als een voorstadium van kanker. Indien er geen dysplasie wordt gezien, dan is de kans op kanker erg klein.

Afhankelijk van de uitslag van het weefselonderzoek wordt het tijdstip voor de volgende controle vastgesteld. Als er licht onrustige cellen (laaggradige dysplasie) worden vastgesteld, zal de controle om de 6 à 12 maanden plaatsvinden.

Behalve deze controle is het belangrijk dat u alert bent op veranderingen van uw klachten. Als uw klachten toenemen, of als u last heeft van onderstaande klachten, is het altijd verstandig contact op te nemen met de behandelend arts:
• Onverklaarbaar gewichtsverlies
• Het braken van bloed
• Een zwarte, teerachtige ontlasting
• Als u problemen heeft met slikken, of als het eten niet willen zakken.

3. Behandeling van onrustige cellen (dysplasie)

• Bij licht onrustige cellen (laaggradige dysplasie) wordt volgens de huidige richtlijnen meestal geen behandeling ingesteld, behalve dan het tegengaan van reflux en regelmatige controle. Laaggradige dysplasie kan na verloop van tijd weer spontaan verdwijnen.
Momenteel wordt wel onderzocht of de behandeling van licht onrustige cellen met Radiofrequente Ablatie (RFA) het risico op slokdarmkanker kan verminderen.

• Ernstig onrustige cellen (hooggradige dysplasie) kunnen endoscopisch behandeld worden (met een kijkoperatie). Hierbij wordt het aangetaste slijmvlies ‘weggesneden’ (endoscopische mucosale resectie of EMR). Bij deze behandeling bestaat een kleine kans dat er een gaatje in de wand van de slokdarm ontstaat. Als dit gebeurt, wordt u opgenomen in het ziekenhuis. In het meest ongunstige geval volgt er dan een operatieve ingreep maar de meeste gevallen kunnen zonder een operatie worden opgelost.

Deze behandeling kan aangevuld worden Radiofrequente Ablatie (RFA). Hierbij wordt slijmvlies van de slokdarm verhit door middel van een ballonnetje dat in de slokdarm wordt gebracht. Het slijmvlies sterft door deze verhitting af. Bij patiënten zónder zichtbare afwijkingen maar met dysplasie zal direct RFA worden uitgevoerd. Er zijn meestal meerder RFA-behandelingen nodig, met tussenpozen van twee à drie maanden, voor het beste effect.

Na deze behandeling zult u een tijd lang een hoge dosis maagzuurremmers krijgen. Hierdoor ontstaat gezond slokdarmweefsel, op de plaats waar het Barrett-slokdarm zat.
Indien de zone van Barrett-slokdarm groot is (>3 cm) en zeker bij echte slokdarmkanker, zal een operatie overwogen worden waarbij een groot deel van de slokdarm wordt weggenomen en de maag aan het begin van de slokdarm in de borstkas wordt aangehecht.




pub