Toename vossenlintworm bij vossen in Nederlands Limburg

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
bosbessen-bramen-170-400.JPG

nieuws Het aantal besmette vossen met vossenlintworm neemt toe in de streek rond Maastricht. Zeven jaar geleden was nog 1 op de 10 vossen besmet, nu is ongeveer de helft van de onderzochte vossen besmet. Dit is de belangrijkste conclusie uit een onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De kans dat mensen besmet raken met een vossenlintworm en daardoor ziek worden, is evenwel zeer klein.

In totaal zijn 37 vossen onderzocht op de vossenlintworm. De lintworm is aangetroffen bij 19 vossen (51%). Dat is een forse toename ten opzichte van 2005-2006 toen bij 15 van de 166 onderzochte vossen de vossenlintworm werd aangetroffen (9%).
Voor ons land ontbreken preciese cijfers. In de Ardennen zijn er gebieden bekend waar tot 33 % van alle vossen drager kan zijn van de vossenlintworm. Voor de Condroz bedraagt het percentage besmette vossen 13 %. In Vlaanderen zou slechts 1 % van de vossen besmet zijn met de vossenlintworm.

Risico voor de mens?

Mensen kunnen besmet raken door het eten van wilde bosvruchten, paddenstoelen of fruit dat op de grond is gevallen waar vossenlintwormeitjes op terecht zijn gekomen. Ook (in)direct contact met vossen vormt een besmettingsrisico. Honden en katten kunnen evenals vossen besmet raken doordat zij besmette knaagdieren eten. Via likken kan de hond eitjes in de vacht verspreiden en door contact met de vacht kunnen mensen besmet raken. Bij katten is dit risico minder groot omdat zij veel minder eitjes uitscheiden nadat zij besmet zijn.

De kans dat mensen besmet raken met eitjes van de vossenlintworm en dan ziek worden is zeer klein, maar de ziekte is ernstig.
In de lever kan de larve van een lintworm uitgroeien tot een cyste. Zonder behandeling wordt stilaan het hele orgaan vernietigd. Ook is uitzaaiing naar andere organen mogelijk met ook daar cystevorming als gevolg.

Na de opname van de lintwormeitjes duurt het vele jaren voor de eerste ziekteverschijnselen zich voordoen (5 à 15 jaar). Die verschijnselen zijn weinig specifiek en kunnen bestaan uit buikpijn, kortademigheid en/of geelzucht.
Voorlopig biedt medicatie of operatief ingrijpen in het beste geval een stabilisering van de toestand. De prognose is zonder behandeling doorgaans zeer slecht, met de dood tot gevolg in 70 à 90 % van de gevallen.
Honden en katten kunnen wel drager zijn van de vossenlintworm maar ondervinden hier nooit hinder van.

Voorzorgsmaatregelen

Om het risico verwaarloosbaar klein te houden volstaat het enkele eenvoudige hygiënische voorzorgen in acht te nemen:
• bosvruchten (zoals bramen, frambozen en bosbessen), zelfgeplukte paddestoelen en valfruit eerst grondig wassen en zo mogelijk koken (10 minuten op 60 °C, 5 minuten op 70°C of 1 minuut op 100 °C) voor consumptie;
• handen goed wassen na tuinieren en andere grondwerkzaamheden;
• vossen (aangeschoten of gedood) alleen met handschoenen vastnemen. Het vervoer van dergelijke vossen moet plaatsvinden in goed afgesloten plastic zakken;
• honden die bij de vossenjacht worden ingezet, na afloop douchen. Jachthonden, zeker bij toepassing in de Ardennen of Europees endemische gebieden, elke 3-4 weken ontwormen;
• huisdieren regelmatig op visite nemen bij de dierenarts.

zie ook artikel : Vossenlintworm



verschenen op : 23/07/2013 , bijgewerkt op 21/08/2019


pub