Aantal bijwerkingen vaccins is beperkt

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Het aantal kinderen dat ziekteverschijnselen krijgt na vaccinatie tegen kinderziekten, blijft beperkt tot enkele tientallen. Dat blijkt uit gegevens van de Nederlandse Gezondheidsraad die alle bijverschijnselen van vaccinatie tussen 1997 en 2001 analyseerde.
De Gezondheidsraad controleert de registratie en de beoordeling van de meldingen die binnenkomen bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
• In totaal kwamen daar in deze vijf jaar ruim 4500 meldingen binnen, waarvan de Gezondheidsraad 142 ernstige gevallen opnieuw beoordeelde.
• Bij 52 kinderen was het ,,voorstelbaar' dat er een verband bestond tussen de inentingen en de ziekteverschijnselen. Eén kind overleed, mogelijk door koorts die kan volgen nadat het vaccin is toegediend. Het kind had al een ernstige aangeboren aandoening.
• Vier kinderen kregen uiteindelijk ernstige neurologische restverschijnselen.

Tussen 1997 en 2001 kregen twee miljoen kinderen ruim tien miljoen vaccinaties om hen te beschermen tegen ziektes als kinderverlamming en mazelen. De raad vindt de baten van de inentingen groot, omdat zo effectief op grote schaal ernstige ziektes worden voorkomen.

• Onder de 142 meldingen waren 27 sterfgevallen en 115 van min of meer ernstige ziekteverschijnselen. Bij negentig van de meldingen, waaronder 26 dodelijke gevallen, was het verband met de vaccinatie ,,onwaarschijnlijk' of ,,niet bestaand' of had de raad onvoldoende gegevens om zich een oordeel te vormen. Door dit informatiegebrek kon de raad echter negen van de 27 sterfgevallen niet goed beoordelen. De gegevens die er wel waren, wezen overigens niet op een verband tussen het overlijden en de voorafgaande inenting.

• Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) publiceerde zopas een rapport over bepaalde veiligheidsaspecten van vaccins.
- Kwik als bewaarmiddel vaccins: er bestaat op dit ogenblik geen enkel bewijs van kwikvergiftiging ten gevolge van vaccinatie bij zuigelingen, kinderen en volwassenen. Er bestaat geen enkele reden om het gebruik van dergelijke vaccins omwille van veiligheidsoverwegingen af te raden.
- Hepatitis B-vaccin en leukemie: de bewering dat er een verband zou bestaan tussen acute leukemie en het hepatitis B vaccin is gebaseerd op één enkele bron en op een beperkt aantal gevallen, en kan niet worden hard gemaakt.
- Hepatitis B-vaccin en multiple sclerose (MS): een analyse van de gerapporteerde gevallen en de epidemiologische gegevens laat niet toe om een oorzakelijk verband vast te stellen tussen de vaccinatie en MS.
- Aluminium in vaccins: er bestaat op dit ogenblik geen enkel bewijs dat aluminium in vaccins enig gezondheidsrisico zou inhouden. Er bestaat dan ook geen enkele reden om het gebruik van vaccins die aluminium bevatten omwille van veiligheidsoverwegingen af te raden..
- Impact van vaccinatie op mortaliteit bij kinderen: op basis van de beschikbare gegevens moet de bewering dat de niet-specifieke mortaliteit bij kinderen is toegenomen door vaccinatie, worden verworpen.



verschenen op : 31/12/2002 , bijgewerkt op 20/08/2019


pub