Bij stress in het begin van de zwangerschap worden minder jongens geboren

Laatst bijgewerkt: september 2019
zw-geboorte-pasgeb-170_400_08.jpg

nieuws Stress in de tweede en de derde maand van de zwangerschap verhoogt het risico op vroeggeboorten en kan ertoe leiden dat er minder jongens geboren worden. Dit schrijven wetenschappers van de New York University in het tijdschrift Human Reproduction.

Het was al bekend dat stress invloed kan hebben op de duur van de zwangerschap. Dit is de eerste keer dat stress in relatie wordt gebracht met het geslacht van de baby.
De onderzoekers analyseerden de geboortegegevens van meer dan 600.000 baby’s die tussen 2004 en 2006 in Chili werden geboren. Op 13 juni 2005 vond een zware aardbeving plaats in Tarapaca in Chili. De onderzoekers vergeleken de geboortegegevens met de woonplaats van de zwangeren op het ogenblik van de zwangerschap.

De vrouwen die het dichtst bij het epicenterum van de aardbeving woonden tijdens de tweede en derde maand van hun zwangerschap hadden een kortere zwangerschapsduur in vergelijking met vrouwen die verder woonden: gemiddeld 1,3 dagen vroeger bij vrouwen die twee maanden zwanger waren tijdens de aardbeving en 1,9 dagen vroeger bij drie maanden. Ook was het risico op een vroeggeboorte (voor 37 weken) veel groter: Normaal worden bij 6 op de 100 vrouwen baby’s te vroeg geboren, bij de vrouwen in aardbevingsgebied steeg dit naar 9 op 100. Dit effect werd alleen vastgesteld voor meisjes.

Een tweede vaststelling was dat er minder jongetjes werden geboren bij vrouwen die dicht bij het epicentrum woonden. De verhouding tussen jongens en meisjes is normaal gesproken 51 op 49. Na de aardbeving bedroeg dit 45 jongens op 55 meisjes.

Volgens de onderzoekers bevestigen deze gegevens dat stress mogelijk een negatief effect heeft op de levensvatbaarheid van mannelijke foetussen. Mogelijk heeft dit te maken met het stresshormoon cortisol dat invloed heeft op de functie van de placenta.


bron: Human Reproduction, 2011; DOI: 10.1093/humrep/der390



pub