Te veel echografiën tijdens zwangerschap

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Uit onderzoek in opdracht van het RIZIV blijkt dat zwangere vrouwen te vaak een echografie ondergaan.
De 'Nationale richtlijn prenatale zorg' van het Federaal van het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) raadt 2 echografieën per zwangerschap aan. In de praktijk worden er gemiddeld 4 gefactureerd. Ook blijkt dat een relatief hoog percentage van de laagrisico zwangere vrouwen een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie ondergaat. Dit is verontrustend omdat die tests een laag maar reëel risico op miskraam meebrengen.
Raadplegingen
Bij een normale zwangerschap beveelt de richtlijn 10 consulten aan bij een eerste zwangerschap en 7 als de vrouw al eerder zwanger was. In de praktijk gaat een vrouw met een laagrisico zwangerschap gemiddeld 14 keer op raadpleging bij een gynaecoloog, een huisarts of een vroedvrouw tijdens haar zwangerschap.

Labanalyses
Bepaalde labanalyses gebeuren in de praktijk te weinig. Zo blijkt slechts 38 % van de zwangere vrouwen een urinecultuur te krijgen, hoewel dat onderzoek voor alle toekomstige moeders wordt aanbevolen. Ook de opsporing van hepatitis B (75 %), HIV (64 %) en syfilis (50 %) zou vaker moeten gebeuren.
Andere tests worden dan weer te vaak herhaald, bijvoorbeeld de dosering van toxoplasmose en het cytomegalovirus (CMV). Volgens de richtlijn kan een eenmalig serologisch onderzoek, vóór of bij het begin van de zwangerschap, nuttig zijn. In de praktijk zien we echter dat deze labanalyses meerdere malen tijdens de zwangerschap worden herhaald.
Dit onderzoek werd uitgevoerd door het Intermutualistisch Agentschap (IMA), dat gegevens van alle ziekenfondsen verzamelt en analyseert. De globale cijfers slaan op de zwangerschappen die werden opgevolgd in 2002 en in 2005 (www.nic-ima.be/nl/projects/antenatal/).



verschenen op : 02/01/2009 , bijgewerkt op 19/08/2019


pub