Zijn kunstmatige zoetstoffen gezonder?

Laatst bijgewerkt: november 2019

nieuws

Een beperkt gebruik van suiker is niet ongezond. Voor mensen met overgewicht of met diabetes kunnen zoetstoffen in sommige onstandigheden een goede vervanger vormen voor gewone suiker. Er zijn zoetstoffen die géén energie (calorieën) leveren en zoetstoffen die dat wel doen. Zoetstoffen verschillen ook in zoetkracht en eigenschappen. Zo zijn sommige zoetstoffen niet bestand tegen hoge temperaturen en dus niet geschikt om mee te koken en te bakken. Het gebruik van zoetstoffen mag geen gevaar opleveren voor de gezondheid. Per zoetstof is daarom een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) vastgesteld. 1. Zoetstoffen die geen energie leveren (sacharine of E954, cyclamaat of E952, aspartaam of E951, acesulfaam-K of E950, Sucralose of E955 en Thaumatine of E957) zijn vele malen zoeter dan suiker en hebben geen invloed op het bloedsuikergehalte. Deze zoetstoffen worden onder meer toegepast in snoep en zoetstof (tabletjes, vloeibaar of in poedervorm), light frisdranken en yoghurts, light desserts, enz. Wanneer u energievrije zoetstoffen met mate gebruikt zijn ze volkomen veilig. Voor iedere zoetstof werd een ADI-waarde per kilogram lichaamsgewicht bepaald (= Aanvaardbare Dagelijkse Inname), die ook terug te vinden is op de verpakking van de verschillende zoetstoffen. Voor aspartaam bedraagt de ADI 40 mg (per kg lichaamsgewicht), voor Acesulfaam-K 15 mg, voor cyclamaat 11 mg, voor sucralose 15 mg en voor sacharine 2,5 mg. Thaumatine mag onbeperkt gebruikt worden. Deze waarden wordt bij volwassenen bijna nooit overschreden. Meestal volstaat een veel kleinere hoeveelheid om aan de zoetbehoefte te voldoen. Nochtans is het raadzaam kunstmatige zoetstoffen niet onbeperkt te gebruiken. Naast de 'light frisdranken' worden in heel wat andere 'lightproducten' eveneens kunstmatige zoetstoffen verwerkt, zodat de dagelijkse dosis hoog kan oplopen. Omdat de ADI voor zoetstoffen bij kinderen heel wat lager ligt dan bij volwassenen is het raadzaam om suikervrije dranken bij dezegroep te beperken. 2. Maltitol (E965), sorbitol (E420), mannitol (E421) en xylitol (E967) behoren tot de groep van de polyolen. Deze suikervervangers zijn iets minder of ongeveer even zoet als suiker. Ze leveren ongeveer de helft zoveel energie en hebben weinig of geen invloed op het bloedsuikergehalte. Polyolen zijn, met uitzondering van sorbitol, niet te koop in de handel, maar worden wel gebruikt in tal van voedingsproducten, vooral voor diabetici. Voor mensen die willen afvallen, zijn producten als gebak, chocolade en ijs die zijn gezoet met polyolen niet zo zinvol. Ze hebben als voornaamste nadeel dat ze bij het gebruik van grote hoeveelheden buikpijn en diarree veroorzaken. Niet voor niets staat op de verpakking van producten waarin ze aanwezig zijn, dat je niet meer dan 40 gram polyolen per dag mag nemen. Dat is een gemiddelde waarde waarvan mag worden aangenomen dat niemand daar enige hinder van ondervindt. Toch zijn er mensen die al bij veel minder dan 40 gram per dag last in hun buik krijgen. Voor hen zijn deze suikervervangers dus minder geschikt. 3. Fructose (= vruchtensuiker) en andere alternatieve suikers zoals moutstroop(=maltose), maïsstroop, cichoreistroop en honing zijn broertjes van gewone suiker. Ze leveren evenveel energie en beïnvloeden de bloedsuikerwaarden wel. Ze worden nochtans veel gebruikt in producten met vermelding 'suikervrij' of 'geschikt voor mensen die het gebruik van gewone suiker willen of moeten vermijden'. Laat u dus niet beetnemen, maar lees steeds aandachtig de samenstelling op de verpakking.

Meer info: www.voedingscentrum.nl






pub