Hoe krijg je een instabiele schouder en welke behandelingen zijn er?

Laatst bijgewerkt: september 2021
123_instabieleschouder_2021.jpg

dossier Schouderinstabiliteit betekent dat je schoudergewricht eigenlijk te los is en dat je bovenarm een te grote bewegingsvrijheid heeft ten opzichte van de kom van je schouderblad. In sommige gevallen wordt die instabiliteit zo groot dat de bol van de bovenarm uit de kom gaat, de zogenaamde luxatie of ontwrichting van de schouder. Als men de aandoening niet behandelt, zal ze ernstiger worden en op termijn zelfs leiden tot vroegtijdige artrose van de schouder.

Oorzaak
Er zijn drie redenen waarom een schouder instabiel kan worden.

Schouder uit de kom: als een schouder in het verleden al eens uit de kom is geschoten en niet goed is hersteld, kan hij instabiel worden. Daardoor kan hij bij een kleine beweging of krachtinspanning gemakkelijk uit de kom schieten.
Geleidelijk opgetreden uitrekking: als de banden en pezen in de schouder herhaaldelijk worden uitgerokken, worden ze slap. Dit gebeurt soms in het volleybal waarbij je de arm frequent boven het hoofd beweegt.
Hypermobiliteit: er zijn mensen die een instabiele schouder hebben zonder dat ze een ongeval hebben gehad of repetitieve bewegingen maken. Zij lijden aan hypermobiliteit.

Lees ook: Schouderpijn: artrose in de schouder

Symptomen
Een instabiele schouder gaat gepaard met pijn, vooral als je hem beweegt. Je schouder voelt bovendien los aan en lijkt niet goed vastgehecht te zijn aan het gewricht. 

Als er een luxatie optreedt, voel je onmiddellijk een acute pijn. Je schouder ziet er ook abnormaal uit dan. Als dit eenmaal is gebeurd, is de kans groot dat de aandoening chronisch wordt en je schouder dus steeds vaker uit de kom gaat.

Lees ook: Schouderluxatie: arm uit de kom

Behandeling
Soms is een niet-operatieve behandeling voldoende. Die is er op gericht om na een schouderluxatie eerst de pijn te bestrijden met ontstekingsremmende medicatie en rust. Nadien zal men kinesitherapie opstarten om de mobiliteit te herwinnen en de spieren te verstevigen.

Als het niet mogelijk blijkt om op die manier te schouder te stabiliseren, is een chirurgische behandeling nodig. Er bestaan drie verschillende operatieve ingrepen die er allemaal op gericht zijn om de ligamenten van de schouder te herstellen: 

Bij geen of weinig botverlies probeert men via een Bankart-operatie of kapselverschuiving (capsular shift) het schouderkapsel en labrum (kraakbeenrand) te herstellen. Beide procedures gebeuren via kijkoperatie.
Is er (te) veel botverlies, dan voert men een transplantatie uit van een botstuk (processus coracoideus) naar de voorzijde van de kom, een zogenaamde Latarjet-procedure. Dit is een open ingreep met een incisie.

Bronnen:
https://www.mmc.nl
https://www.orthoinfo.be
https://www.ocon.nl

Lees ook: Orthopeden moeten niet te snel opereren


bron: Sara Claessens - gezondheidsjournalist

Wil je onze artikels graag ontvangen in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Gezondheid NV / Mediahuis.
volgopfacebook

volgopinstagram