Wonen & gezondheid (8/14): Sanitaire voorzieningen

Laatst bijgewerkt: maart 2014

dossier

1. Leidingwater

Het leidingwater wordt regelmatig door verschillende instellingen en diensten gecontroleerd. Ons leidingwater wordt soms wel gekenmerkt door een onaangename chloorgeur, wat echter in zo’n lage dosis wordt toegevoegd (10 tot 20 µg/l) dat het niet giftig is. Het dient om het water tijdens het transport in de leidingen bacteriologisch zuiver te houden. Omdat chloor vrij snel verdwijnt zal de chloorgeur en smaak trouwens snel verdwenen zijn wanneer men het water even laat staan.
Indien men het water te kalkrijk vindt smaken is dit te corrigeren door toevoeging van enkele druppeltjes citroen.

2. Putwater

woning-regenput-riolering-170_400_12.jpg
Regelmatige controle is noodzakelijk, vooral omwille van de gevaren van besmetting door oppervlaktewater en andere besmettingsbronnen zoals mesthopen, aalputten, zinkputten, rioleringen, e.d. Tenslotte kunnen ook mineralen die natuurlijk in sommige bodemlagen voorkomen verantwoordelijk zijn voor de contaminatie van putwater.
• Een artesische put is een geboorde put, die het water oppompt uit een ruimte tussen twee ondoordringbare bodemlagen. Dit water voldoet meestal aan de vereiste hoedanigheden, al is regelmatige controle door een bevoegd laboratorium ook hier aan te bevelen.
• Controle op de kwaliteit van het putwater wordt gratis verricht door de Vlaamse gezondheidsinspectie (beoordeling) in samenwerking met de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) (staalname) indien de woning niet op het openbare waterleidingsnet is of kan worden aangesloten. Dit onderzoek kan via het gemeentebestuur worden aangevraagd.
De overige putwaters kunnen in privé-laboratoria worden onderzocht.
• Bacteriologische verontreiniging kan opgevangen worden door het koken of chloreren van het water. Vervuiling door nitrieten, nitraten en zware metalen zoals lood en cadmium, kan op deze manier echter niet ondervangen worden. Deze chemische verontreiniging kan alleen verholpen worden door het graven van een nieuwe put of door de bestaande put dieper te laten boren.
Theoretisch kunnen filtersystemen zoals omgekeerde osmose een oplossing bieden. Voor persoonlijk gebruik zijn deze filtersystemen echter niet aan te raden.

3. Regenwater

Het gebruik van regenwater als drinkwater alsook water uit meren, rivieren en dergelijke is af te raden omwille van de verontreiniging van dit water door ons milieu. Regen neemt immers uit de lucht wateroplosbare gassen zoals zuurstof, stikstof en koolzuur, zuren en andere substanties zoals ammoniak op. Het wordt verder gecontamineerd door stof, ziektekiemen, riolen, e.d.
Water uit een regenwaterput is het allerminst gedistilleerd of kiemvrij. Zelfs het gebruik van regenwater voor het besproeien van de moestuin roept vragen op vermits regenwater inderdaad erg zuur is en nog zuurder wordt ten gevolge van de zwavel- en stikstofemissie.

4. Waterverzachters

Water bevat min of meer belangrijke concentraties calcium (Ca++) en magnesium (Mg++)-ionen. Dergelijk water wordt bij hoge concentraties “hard” genoemd. Bij verwarming, boven 60-70°C, slaan deze neer onder de vorm van onoplosbare zouten (CaCO3 en MgCO3) en geven aanleiding tot ketelsteen.
Hard water schaadt de gezondheid niet. Nierstenen of arteriosclerose zijn niet gelieerd met de hardheid van water. Het verkalkt wel de sanitaire leidingen bij opwarming.
Verzachten gebeurt met polyfosfaten die de calciumzouten verhinderen neer te slaan wanneer het water wordt verwarmd.
Ontharden gebeurt door permutietfilters waarmee Ca++-ionen tegen Na+- ionen gewisseld worden. De regeneratie van de filters gebeurt met zout. Hard water kan gemakkelijk 300 mg Ca-zouten per liter bevatten. Deze zouten worden, na ontharding, in 100 mg Na per liter omgezet. Momenteel bedraagt de maximum toegelaten Na-concentratie in het drinkwater 150 mg/1

5. Zonne-energie

Meer en meer wordt zonne-energie als hulpbron voor de verwarming van de woning en het water gebruikt. Als antivriesmiddel wordt in het leidingnet van de zonnepanelen ethyleenglycol of methanol gebruikt. Dit zijn toxische middelen die niet rechtstreeks in contact met het drinkwater mogen komen. Strenge veiligheidsmaatregelen zijn hier dus geboden.


bron: www.wvc.vlaanderen.be/gezondmilieu
verschenen op : 19/01/2005 , bijgewerkt op 12/03/2014


pub