Hoe weet u of uw tuingrond verontreinigd is?

Laatst bijgewerkt: mei 2015
123-werken-tuin-05-15.jpg

nieuws Tuinieren en dan vooral zelf groenten kweken, zit in de lift. Mensen leggen weer een moestuin aan of gaan op zoek naar een plekje in een volkstuin of samentuin. Zelf kippen houden en groenten kweken is weer hip. Bij de aanleg van een moestuin denkt u vooral aan praktische zaken. Welk plekje in uw tuin is geschikt voor een moestuin? Is de bodem vruchtbaar? Welke groenten gaat u planten of zaaien?

Voor gezonde groenten en eieren houdt u het best rekening met nog een aantal andere aspecten. Niet elk lapje grond is immers geschikt om een moestuin te beginnen of een kippenren aan te leggen. Lokale milieuverontreiniging kan voor gezondheidsrisico’s zorgen. Zowel de bodem als de omgeving van uw tuin moeten gezond zijn. Maar hoe weet u of uw grond vervuild is? Over welke stoffen gaat het dan? En hoe kunt u de impact daarvan beperken?

Welke stoffen zijn schadelijk?
Niet alles wat in uw groenten terechtkomt, vormt meteen een risico voor uw gezondheid. Als u groenten kweekt in uw eigen tuin, let dan vooral op voor deze vervuilende stoffen.
• Zware metalen zoals cadmium, kwik en lood kunnen door planten worden opgenomen. Ze komen vooral in het milieu terecht tijdens de productie en het gebruik van metaalhoudende producten. Ze kunnen ook aanwezig zijn door verontreiniging uit het verleden.
• Polyaromatische koolwaterstoffen (PAK’s) worden door groenten maar in beperkte mate opgenomen uit de bodem. Ze komen wel vanuit de lucht op gewassen terecht, vooral in gebieden met veel verkeer (uitlaatgassen) en een dichte bewoning (verwarming van gebouwen).
• Ook dioxines en pcb’s worden door groenten maar beperkt opgenomen uit de grond. Een uitzondering hierop zijn groenten uit de komkommerfamilie zoals courgette, meloen, komkommer en pompoen, die zulke stoffen beter opnemen uit de bodem. Via stofdeeltjes in de lucht, onder meer van tuinvuurtjes en door het gebruik van hout- en steenkoolkachels, kunnen dioxines en pcb’s wel op je groenten terechtkomen. In gebieden zonder een specifieke vervuilingsbron vormen die stoffen geen gezondheidsrisico, al raden we wel aan om groenten en fruit altijd goed te wassen en te schillen.
• Persistente pesticiden zoals DDT mogen vandaag niet meer gebruikt worden. Toch zorgen ze nog her en der voor verontreiniging. Groenten nemen die stoffen slechts beperkt op. Een uitzondering hierop vormen vruchtgewassen zoals courgette, meloen, komkommer en pompoen. In gebieden zonder een specifieke vervuilingsbron verwacht men geen gezondheidsproblemen door pesticiden in groenten.
• Minerale oliën vindt u vooral in de bodem in de buurt van tankstations (lekkende brandstoftanks), garages, industrieterreinen, olieraffinaderijen, agrochemische bedrijven, landbouwactiviteiten, parkeerplaatsen voor

Hoe weet u of uw grond vervuild is?
Een groentetuin kunt u in principe overal aanleggen, zolang het maar niet vlak bij een drukke (spoor)weg of een vervuilende activiteit is. Soms weet u niet zeker of je grond vervuild is, bijvoorbeeld als je pas verhuisd bent of als je een nieuwe volkstuin aanlegt. Wilt u maar enkele groenten telen, dan biedt zuivere, aangekochte teelaarde om groenten te telen in bakken een makkelijke oplossing. Bij de aanleg van een volledige moestuin of volkstuin kiest u beter voor tuinieren in vollegrond, want vanuit teelttechnisch oogpunt geeft dat een veel grotere kans op een rijke oogst. In dat geval controleert u het best de bodemkwaliteit voor u aan de slag gaat.

Stap 1: controleer de voorgeschiedenis
Een eerste stap om de kwaliteit van uw grond te bepalen, is achterhalen waarvoor het perceel vroeger werd gebruikt. Door zelf een kijkje te nemen kunt u al restanten van vervuilende handelingen (as, olie ...) ontdekken. Ook een bodem zonder begroeiing en/of met een ongewone kleur kan op vervuiling wijzen.
De buurtbewoners en vroegere gebruikers van een perceel kunnen u meer informatie geven over bijvoorbeeld lekkende mazouttanks, stookgedrag, lozing van oliën en het gebruik van persistente pesticiden. Bij de aankoop van een perceel hebt u een bodemattest nodig. De notaris vraagt dat aan bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM). Daarop vindt u alle informatie die al gekend is over de grond, zoals uitgevoerde bodemonderzoeken.
Een derde aanspreekpunt is de stad of gemeente waar uw grond ligt. Die inventariseert alle stedenbouwkundige en milieuvergunningen die ooit voor het perceel zijn opgesteld. Zo krijgt u een overzicht van alle vroegere activiteiten op het perceel.
• Zijn er zones op uw grond waar een lekkende stookolietank staat of stond? Waar afval werd verbrand of as van een hout- of kolenkachel werd uitgestrooid? Waar olie of smeermiddelen werden geloosd? Waar persistente pesticiden werden gebruikt?
Leg uw moestuin dan aan op minstens 10 meter van de vervuilingsbron en contacteer de milieudienst voor de afvoer van de vervuilde grond.

• Is er een bodemattest van het perceel beschikbaar? ?Dit kunt u navragen bij OVAM.
Als het attest informatie vermeldt over risicovolle of vervuilende activiteiten (bijvoorbeeld een droogkuisbedrijf, tankstation of fabriek) of uitgevoerde bodemonderzoeken, vraag dan eerst meer informatie bij de milieudienst van de stad of de gemeente.
• Zijn er in het verleden milieuvergunningen uitgereikt voor het perceel? Dat kunt u navragen bij de milieudienst van uw stad of gemeente.

Stap 2: controleer de omgeving van uw tuin
Op sommige plaatsen hebben omgevingsfactoren een negatieve invloed op de bodem. Een eerste aandachtspunt zijn industriële activiteiten in de buurt, binnen een straal van ongeveer 500 meter rond de tuin. Het gaat dan over verbrandingsovens, industriële ferro- en non-ferrobedrijven, schrootverwerkende bedrijven ... Zulke activiteiten kunnen in de nabije omgeving via de lucht bodemverontreiniging veroorzaken of in het verleden veroorzaakt hebben.
Ook verkeersinfrastructuur zoals een spoorweg of autoweg (autosnelweg of gewestweg) in de buurt van uw tuin kan vervuiling veroorzaken. Dat kan zowel door uitlaatgassen als door slijtage van banden, remmen, rails ... Fysieke buffers tussen verkeerswegen en tuintjes, zoals gebouwen, bomen of struiken, verminderen de impact van die vervuiling. Ook daktuintjes zijn een goede optie, omdat het meeste fijn stof beneden langs de weg wordt teruggevonden.
Een derde mogelijke bron van vervuiling zijn waterlopen. Op sommige plaatsen wordt slib uit de rivier geruimd en op de oevers uitgespreid. Ligt uw tuin op zo’n perceel? Laat dan eerst een bodemanalyse uitvoeren. In slib zitten vaak allerlei stoffen zoals zware metalen, PAK’s, pcb’s, dioxines en persistente pesticiden zoals DDT. Als uw perceel in een overstromingsgevoelig gebied ligt, kan bij hevige regenval slib of ander sediment uit de rivier op uw perceel terechtkomen.
Naast die duidelijk aanwijsbare bronnen zijn er ook nog heel wat diffuse bronnen van vervuiling. Een vuurtje stoken in uw tuin (wat verboden is), uw huis verwarmen met een hout- of steenkoolkachel ... Dat verhoogt de uitstoot van vervuilende stoffen. Meer dan 50 procent van de dioxines in onze lucht is afkomstig van open vuurtjes en verwarmingstoestellen van privéhuishoudens.
Tot slot kampt een aantal gebieden in Vlaanderen met een historische bodemverontreiniging. Woont u in zo’n buurt en wil u weten of u veilig groenten kunt telen? Neem dan contact op met de milieudienst van uw stad of gemeente.

Bij twijfel kan een bodemanalyse uitsluitsel geven over een mogelijke vervuiling. Die laat u uitvoeren door een erkend labo.
• Ligt er een drukke autoweg of spoorweg langs het perceel?
Laat minstens 30 meter afstand tussen uw groentetuin en de auto- of spoorweg. Leg tussenin een fysieke barrière aan, zoals een struikengordel.
Als de afstand kleiner is dan 30 meter, laat dan een bodemanalyse uitvoeren op zware metalen en PAK’s. Geef de waarde in op www.gezonduiteigengrond.be. U krijgt hier een advies op maat.
• Ligt er een waterloop langs het perceel?
Als er geen slib uit de waterloop op uw perceel is beland, via overstromingen of ruimingen, is er geen probleem. Is dat wel gebeurd, of weet u het niet zeker, kies dan liever een andere plaats voor uw moestuin. Wilt u toch op die plek tuinieren, laat dan een bodemanalyse uitvoeren op zware metalen en PAK’s. Geef de waarde in op www.gezonduiteigengrond.be. U krijgt hier een advies op maat.
• Zijn er in uw buurt mensen die hun huis verwarmen met een hout- of steenkoolkachel, of die regelmatig vuurtjes aansteken in de tuin?
aat eventueel een bodemanalyse uitvoeren voor zware metalen en PAK’s. Geef de waarde in op www.gezonduiteigengrond.be. U krijgt hier een advies op maat.
• Geeft uw stad of gemeente specifieke adviezen over het telen van groenten? Dat kunt u navragen bij de milieudienst van uw stad of gemeente. Lees de adviezen en pas ze toe
• Zijn er binnen een afstand van ongeveer 500 meter van uw perceel industriële activiteiten met een gekend risico op vervuiling? Dat kunt u navragen bij de milieudienst van uw stad of gemeente.
Laat de bodem analyseren op stoffen die gelinkt zijn aan industrie: zware metalen en PAK’s. Dioxines en pcb’s zijn voor groenten minder relevant. Geef de waarde in op www.gezonduiteigengrond.be. U krijgt hier een advies op maat.

Stap 3: hoe geschikt is uw perceel?
Sommige percelen zijn beter geschikt voor een moestuin dan andere. Om te weten of u een goede tuingrond hebt, gaat u vier belangrijke aspecten na: de grondwaterstand, de lichtinval, het reliëf en de vruchtbaarheid van de bodem. De eerste drie kunt u makkelijk zelf onderzoeken. Om de vruchtbaarheid te bepalen kunt u een standaardbodemonderzoek laten uitvoeren.
• De grondwaterstand kunt u makkelijk zelf controleren. Maak met een spade een put van twee steken diep, dat is ongeveer 50 centimeter. Als u op water stoot, is die plek niet geschikt om groenten te telen in volle grond. Het water laat niet genoeg plaats voor zuurstof in de bodem. U kunt op zo’n plek wel groenten kweken in verhoogde bedden. Op sommige plaatsen staat het grondwater in de winter erg hoog, maar daalt het in de lente en de zomer tot een aanvaardbaar peil. Op zulke percelen kunt u in het voorjaar een moestuin aanleggen. Wacht wel tot de bodem droog is, om structuurschade te vermijden.
• Groenten hebben zonlicht nodig om te groeien. Er zijn wel gewassen die wat schaduw verdragen, zoals aardbeien, andijvie, selder, rode biet, kervel, peterselie ... Maar op een zonnig perceel zullen ze beter groeien. Kies dus indien mogelijk een plek die volop van de ochtend- en middagzon kan genieten. In stadstuintjes met hoge muren kan dat soms moeilijk zijn.
• Ook het reliëf heeft een invloed op de oogst. Kies indien mogelijk een zuidhelling om groenten te telen. Zo genieten ze meer van het zonlicht. De hellingsgraad van het perceel mag niet te hoog zijn, want dan dreigt de grond weg te spoelen door erosie.
• Tot slot is een vruchtbare bodem essentieel voor een goede, gezonde oogst. Dat begint met een goede bodemstructuur. Ook een optimale zuurtegraad (pH) van de bodem en voldoende organische stof en voedingsstoffen zijn belangrijk. Om de grondsoort, de zuurtegraad en het gehalte aan organische (kool)stof in de grond te bepalen, laat je best een standaardbodemonderzoek uitvoeren. Dat kan door een erkend laboratorium. De prijs van zo’n onderzoek ligt gemiddeld tussen 40 en 75 euro.

Op de website van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid vindt u de contactgegevens van alle erkende labo’s. Klik hier  (standaard bodemonderzoek – pH, Organisch stof,...) of op hier (bodemvervuiling) Bij sommige labo’s krijgt u op basis van de resultaten van je bodemanalyse een bekalkings- en bemestingsadvies.

Stap 4: nog twijfels over vervuiling?
Hebt u toch nog twijfels over je grond? Zijn er zaken die wijzen op een mogelijke vervuiling? Laat uw grond dan specifiek testen op vervuilende stoffen door een erkend labo.
Een bodemonderzoek naar zware metalen, PAK’s, pcb’s en/of dioxines laat u het best over aan gespecialiseerde diensten. De prijs voor zo’n onderzoek varieert sterk naargelang de onderzochte vervuiling. Een standaardanalyse op acht zware metalen kost ongeveer 100 euro; voor dioxines kan dat oplopen tot 800 euro. In de praktijk worden vooral analyses op zware metalen regelmatig uitgevoerd. Op de OVAM-website vindt u een lijst met erkende laboratoria voor dergelijke onderzoeken: www.ovam.be/erkende-laboratoria#Labo. Voor pcb’s en dioxines in bodem zijn er geen Vlaamse erkenningen, enkele Vlaamse laboratoria die deze stoffen kunnen bepalen zijn: Eurofins-GfA, SGS en VITO.

Sommige labo’s geven enkel de resultaten van een analyse, zonder beoordeling of advies voor het telen van groenten. Ga dus vooraf goed na welke informatie u van het labo wilt krijgen. Voor de meeste vervuilende stoffen bestaan referentiewaarden voor bodem voor het zelf telen van voeding. Zo’n referentiewaarde is de ‘veilige hoeveelheid’ van een vervuilende stof in de bodem. Zolang u onder die referentiewaarde blijft, kunt u de groenten uit uw tuin veilig eten. Liggen de concentraties van vervuilende stoffen in uw tuin boven de referentiewaarden? Dan loopt u mogelijk gezondheidsrisico’s als u zelfgekweekte groenten eet. Naargelang de situatie kan het beter zijn om die groenten niet meer of maar weinig te eten. Voor advies kunt u terecht bij bodem@ovam.be.
De streefwaarden voor vervuilende stoffen zijn vaak nog lager dan de referentiewaarden. Liggen de concentraties van vervuilende stoffen in uw tuin boven de streefwaarden, maar onder de referentiewaarden? Dan kunt u de zelfgekweekte groenten veilig eten. Uiteraard altijd eerst grondig wassen en schillen, en de buitenste bladeren verwijderen.


bron: www.gezonduiteigengrond.be/gezond-tuinieren
verschenen op : 04/06/2015


pub