Wanneer start u met de zindelijkheidstraining van uw baby?

Laatst bijgewerkt: augustus 2013
123-kind-potje-bedpl-170_08.jpg

nieuws Een kind is zindelijk wanneer het zijn urine en zijn stoelgang kan ophouden en wacht met de lozing ervan tot een gepast moment en op een gepaste plaats.
Het gaat dus om een maatschappij-afhankelijke stellingname, waarbij de criteria afhangen van wat men ziet als gepast moment, gepaste plaats en aanvaardbare leeftijd; en niet om een biologisch-wetenschappelijke definitie.
De definitie is duidelijk tijd- en cultuurgebonden.

Bij ons betekent dat:
• continent zijn overdag op de leeftijd van 3 à 4 jaar
• continent zijn ’s nachts op de leeftijd van 5 à 7 jaar.

Er is dus geen reden tot ongerustheid wanneer uw vijfjarige zoontje nog in bed plast of uw driejarige dochter nog niet droog is.
• 25% van de kinderen zijn niet droog op de leeftijd van 2,5 jaar;
• 10% zijn niet droog op de leeftijd van 3,5 jaar; omdat ze daar op dat moment nog niet rijp voor zijn.
• 15% van de 5 à 7 jarigen plassen ‘s nachts nog in bed.

Is zindelijkheidstraining nodig?

Het urinair stelsel maakt tussen 0 en 6 jaar een rijpingsproces door, wat voor elk kind op eigen ritme verloopt, precies zoals andere evoluties. Alles gebeurt spontaan; ouder en kind hebben weinig invloed op dit proces. Zindelijkheidstraining is geen noodzaak om ‘droog’ te worden. Positieve stimulatie met correcte actieve training leidt tot een kleine tijdswinst van een paar maanden, maar is eigenlijk niet echt nodig. Een geforceerde droogtraining met foute adviezen kan leiden tot het aanleren van een verkeerd plaspatroon en blaasfunctiestoornissen.

Kinderen worden spontaan zindelijk overdag:
• op het ogenblik dat de blaas en de blaascontrole voldoende ontwikkeld zijn,
• op een leeftijd dat het kind er bewust kan mee omgaan,
• op voorwaarde dat het kind geen foute zindelijkheidstraining krijgt.

Het rijpingsproces loopt bij jongens trager dan bij meisjes, zodat jongens frequenter problemen vertonen bij spontane evolutie. Meisjes daarentegen leren gemakkelijker een persmiktie aan (door de korte plasbuis), zodat het risico op “verkeerde” droogtraining bij hen groter is.

Hoe verloopt het rijpingsproces?

• Tot ongeveer 12 maanden plast een kind automatisch bij een volle blaas. Vanaf 12 maanden kan een kind bewuster het plassen op gang brengen of doen ophouden.

• Tussen 0 en 1 jaar neemt de blaascapaciteit toe (80 cc), met minder frequente lozingen als gevolg. Nu en dan is er een drooggebleven luier, niet door beginnende zindelijkheid, wel door de gestegen blaascapaciteit en de gecoördineerde werking tussen blaas en sluitspier. Door coördinatie tussen de ontspannen sluitspier en de aangespannen blaasspier wordt de blaas nu wel volledig geledigd.

• Tussen 1 en 2 jaar wordt het kind bewust van de vullingsgraad en van de mictiedrang, en evolueert de onwillekeurige bezenuwing van de blaas.

• Rond de leeftijd van 2 jaar ontstaat er een duidelijk dag nachtritme in de urineproductie, waarbij 's nachts minder urine aangemaakt wordt dan overdag. Zodra de nachtelijke urineproductie kleiner wordt dan de blaascapaciteit is spontaan droog worden ‘s nachts mogelijk.

• Blaasspier en sluitspier worden op elkaar afgestemd en gaan samenwerken: bij een lozing ontspant de kringspier, en trekt de blaasspier samen, ononderbroken tot de blaas volledig geledigd is. Eens de blaas geledigd is, sluit de sluitspier en stopt de samentrekking van de blaas. Veel ouders denken ten onrechte dat een kind droog wordt door zijn sluitspier op te spannen, daar waar het een spontane rijping is waarbij de blaasspier niet meer samentrekt, zonder dat we bewust de sluitspier open zetten

• Tussen de leeftijd van 18 maand tot 3 jaar heeft het kind geleerd te voelen wanneer de blaas vol is en wanneer er geplast wordt. Zo leert het kind de blaas te controleren overdag door de mictie uit te stellen, door gebruik te maken van de buitenste willekeurige sluitspier, samengaand met onderdrukken van de samentrekking van de blaasspier, zodat verder vulling van de blaas mogelijk wordt. De alombekende ongelukjes bij de droogtraining treden in deze fase op, de blaas is nog niet volledig volgroeid.

Het volledig uitrijpen van het ganse proces is het moment dat het kind in staat is om op elk gewenst moment en bij elke blaasvulling te plassen. Daarvoor moet het kind de sluitspier actief kunnen openen, waardoor de blaas aangezet wordt om samen te trekken, waardoor de blaas geledigd wordt. Deze mogelijkheid wordt verworven tussen 3,5 en 6 jaar.

Deze laatste fase is heel belangrijk. Deze vaardigheden worden tijdens een correcte zindelijkheidstraining zodanig ingeoefend dat het kind ze in het onderbewustzijn bewaart zodat ook tijdens de slaap de controle over de blaas blijft bestaan.

Door een geforceerde droogtraining, waar vooral geleerd werd de sluitspier aan te spannen, kan dit proces verstoord worden. Bij een onrijp systeem kunnen de kinderen de plas ophouden tot de blaas samentrekt waarna ontspanning van de sluitspier optreedt en urinelozing volgt tot de uitwendige spier de urinestroom tracht tegen te houden. Bij deze kinderen zien we enkele druppels urine in het broekje, waarop het kind naar het toilet holt, waar ze verder plassen. Vaak echter kunnen ze daar de sluitspier niet volledig ontspannen, zodat ze in beetjes plassen of de blaas onvolledig ledigen.

Wanneer starten met de zindelijkheidstraining?

Vanaf de leeftijd van 2 jaar kunt u proberen te starten met de zindelijkheidstraining. Hou er rekening mee dat een training af te raden is, maar dat ondersteuning van het kind door het herkennen van de signalen helpt. Zolang het kind er zich niet van bewust is, kan het niet meewerken. Is uw kind nog niet geïnteresseerd of lukt het helemaal niet, stel dan alles nog een maand uit
Het is belangrijk dat ouders en opvang gelijktijdig starten.

Er zijn 3 voorwaarden waaraan het kind moet voldoen voordat het zindelijk kan worden.

• Lichamelijk rijp zijn
Uw kind moet kunnen voelen dat het moet plassen. Dat gebeurt rond de leeftijd van 18 maand tot 3 jaar. Het moet ook lichamelijk in staat zijn de spieren rondom de blaas en de sluitspieren onder controle te houden. Meestal is dat zo als uw kind droge periodes heeft van ten minste twee uur.

• Begrijpen
Het kind moet een verband kunnen leggen tussen aandrang voelen om te plassen en het potje. Het helpt als het voldoende begrijpt en zich beperkt kan uitdrukken met taal (bv. het kan duidelijk maken dat het moet plassen, het begrijpt woorden als nat en droog, potje, plassen, …).

• Willen
Het kind moet willen meewerken. Aangezien kinderen van 2 à 3 jaar volop hun wil aan het ontdekken zijn, kan dat wel eens een moeilijk punt zijn.



verschenen op : 11/08/2013


pub