Beperkt bewijs voor rol van omgevingsfactoren bij kinderleukemie

Laatst bijgewerkt: december 2012
123-bloed-leukemie-cellen-170_12.jpg

nieuws Volgens een gezamenlijk rapport van de Belgische en de Nederlandse Hoge Gezondheidsraad is er een beperkt bewijs dat omgevingsfactoren kinderleukemie kunnen veroorzaken. De mogelijkheden voor beschermende maatregelen zijn daardoor eveneens beperkt, ook al omdat er sprake is van een complex samenspel tussen genetische factoren en omgevingsinvloeden (die zowel natuurlijk kunnen zijn als door de mens veroorzaakt). De meeste gevallen van kinderleukemie kunnen naar alle waarschijnlijkheid niet voorkomen worden en het zal vermoedelijk nooit mogelijk zijn om de oorzaak van individuele gevallen van kinderleukemie te achterhalen.

Wat is kinderleukemie?
Leukemie bij kinderen is een vorm van kanker in het bloedvormende systeem van het lichaam. De ziekte wordt veroorzaakt door een complex samenspel van genetische factoren en omgevingsinvloeden (zowel natuurlijke als door de mens geproduceerde).

In België,
Nederland en andere landen in Noordwest Europa worden elk jaar 5 op de 100.000 kinderen getroffen door deze ernstige aandoening, die een zware behandeling vergt. Het gemiddelde aantal nieuwe gevallen per jaar lag recent rond de 80 in België, en rond de 140 in Nederland.

Het grootste deel van de jonge patiëntjes lijdt aan acute lymfatische leukemie (ALL). Een kleiner percentage heeft acute myeloïde leukemie (AML). Dankzij de verbeteringen in
behandeling en zorg die de afgelopen decennia in West-Europese landen zijn gerealiseerd, overleeft zo’n 85 % van de kinderen met ALL de eerste vijf jaar na de diagnose, en circa 60 % van de kinderen met AML.

In het laatste decennium van de 20e eeuw is kinderleukemie toegenomen. De vraag kwam daarbij of dit kon samenhangen met een verhoogde blootstelling aan schadelijke omgevingsfactoren. Hoewel de trend nu gestopt lijkt te zijn of zelfs gekeerd, is er nog steeds alle reden om meer helderheid te krijgen over de mogelijke rol van omgevingsfactoren bij het ontstaan en de ontwikkeling van kinderleukemie.

Welke omgevingsfactoren spelen mogelijk een rol?
• Alleen in het geval van ioniserende straling is een verband met kinderleukemie beoordeeld als aangetoond. Blootstelling aan dit type straling komt van nature voor, maar ontstaat ook door medische toepassingen, zoals röntgenfoto’s en in het bijzonder CT-scans.
Met uitzondering van straling afkomstig van het edelgas radon, kan de blootstelling aan natuurlijk voorkomende straling niet verminderd worden.
Anders ligt dit bij straling die wordt opgewekt door medische toepassingen. Daarom wordt geadviseerd om in de medische diagnostiek de risico’s en voordelen zorgvuldiger te wegen, zeker wanneer het gaat om jonge kinderen en zwangere vrouwen.

• Een verband tussen kinderleukemie en blootstelling aan benzeen is beoordeeld als ‘waarschijnlijk’.

• Een verband met roken door ouders en met blootstelling aan bestrijdingsmiddelen en bepaalde , zoals PCB’s, is beoordeeld als ‘mogelijk tot waarschijnlijk’. Deze bevindingen rechtvaardigen inspanningen om dergelijke blootstellingen verder te verminderen, ook hier in het bijzonder bij zwangere vrouwen, zowel op het werk als thuis, en bij kinderen.

• Voor alle andere omgevingsfactoren die bestudeerd zijn, zoals elektromagnetische velden in de buurt van hoogspanningslijnen, is het bestaan van een verband beoordeeld als ‘mogelijk’, ‘onzeker’ of ‘onbekend’.

Beschermende factoren
Verder zijn er twee invloeden als ‘waarschijnlijk’ beoordeeld die juist beschermend kunnen werken. Het gaat om het krijgen van borstvoeding en het bezoeken van een kinderdagverblijf of andere contacten tussen jonge kinderen.

Preventieve adviezen
De gemiddelde leeftijd waarop kinderen leukemie krijgen ligt rond de vijf jaar. Om effect te hebben moeten maatregelen daarom primair gericht zijn op peuters, zuigelingen, zwangere vrouwen en vrouwen (en hun partners) die zwanger willen worden.
• Vrouwen die zwanger willen worden moeten informatie krijgen, zodat zij weten welke omgevings- en leefstijlfactoren schadelijk kunnen zijn.
• De blootstelling aan ioniserende straling voor medische doeleinden bij zwangere vrouwen en jonge kinderen moeten verminderen. Dit kan gerealiseerd worden wanneer medische professionals beter rekening houden met de risico’s bij de keuze voor diagnostische methoden.
• Hoewel een oorzakelijk verband met de huidige blootstelling aan echo’s die routinematig tijdens de zwangerschap worden gemaakt onwaarschijnlijk wordt geacht, zouden echo’s niet aangeboden moeten worden zonder medische indicatie, om zo de blootstelling aan ultrageluid te beperken.
• Een belangrijke maatregel is om de blootstelling aan bestrijdingsmiddelen te beperken, in het bijzonder voor zwangere vrouwen op het werk en thuis, en voor vrouwen die zwanger willen worden. Beide groepen zouden niet met bestrijdingsmiddelen moeten werken, of extra beschermingsmaatregelen moeten nemen.
• Een oorzakelijk verband van roken (zowel van tabak als marihuana) en alcoholgebruik door ouders met kinderleukemie is weliswaar niet aangetoond, maar de mogelijkheid van zo’n verband kan een extra reden zijn om van roken en alcoholgebruik af te zien, in het bijzonder in de periode voorafgaand aan de conceptie en tijdens de zwangerschap.
• Het is ook aan te raden, gegeven de onzekerheid over een oorzakelijk verband met kinderleukemie, dat zwangere vrouwen geen vlees eten dat is behandeld met nitriet, zoals ham, spek en worst.
• Tot slot bevestigen de bevindingen dat borstvoeding mogelijk beschermt tegen kinderleukemie het belang van de bestaande aanbeveling om, wanneer dat kan, borstvoeding te geven tot de leeftijd van zes maanden.

Meer info
U kan het volledige advies (in het Engels) downloaden op: www.css-hgr.be



verschenen op : 26/12/2012


pub