OIVO-dossier Alternatieve Geneeskunde

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

dossier Het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) publiceert een dossier over Alternatieve Geneeswijzen.

Om die alternatieve geneeskunde in al haar complexiteit te kunnen vatten, heeft het OIVO geopteerd voor een meerdimensionale aanpak:

• wetenschappelijke literatuurstudie om de klinische efficiëntie en de veiligheid van de alternatieve geneeswijzen te kennen;

• mystery shopping in apotheken om het imago van en de tips aangaande homeopathie te leren kennen;

• raadpleging van diverse ziekenfondsen en voorzitters van faculteiten geneeskunde in België.


Steeds meer mensen nemen hun toevlucht tot niet-conventionele geneeskunde. In 2009 verklaarden 33,7% van de volwassenen dat ze al eens een niet-conventionele therapeut geraadpleegd hebben. 14,9% van de geïnterviewde volwassenen zegt dat ze een alternatieve geneeskundebeoefenaar geconsulteerd hebben in de loop van de voorbije twaalf maanden.

Allopathische Geneeskunde en Alternatieve Geneeswijzen

alt-geneesk-goed-gevoel-rots-blad-170_400_02.jpg
Tot de niet-conventionele of alternatieve geneeskunde worden gerekend: homeopathie, fytotherapie, lichttherapie enz., maar ook nog andere therapieën die afkomstig zijn uit mystieke geloofsovertuigingen zoals Ayurveda, Essenische verzorging of nog sjamanisme.

De overgrote meerderheid van die benaderingen deelt een aantal gemeenschappelijke principes. Hun visie op het menselijk wezen steunt op verwante beginsels: vereniging van lichaam en geest, energie, evenwicht… De alternatieve geneeswijzen hebben een holistische aanpak, waarbij de persoon als een geheel gezien wordt. Ze streven ernaar de persoon in zijn geheel te verzorgen en kijken daarom naar fysieke tekenen, de slaapkwaliteit, emoties, het sociaal leven...

De alternatieve geneeswijzen moeten doordacht aangewend worden. Hun doeltreffendheid is niet door wetenschappelijke studies bewezen. De enige erkende effecten van de alternatieve geneeskunde worden gestaafd door getuigenissen van mensen die deze therapieën gebruikt hebben: de "bewijzen" zijn dus empirisch.

Alle wetenschappelijke studies tonen immers aan dat dergelijke praktijken een placebo-effect hebben. Het placebo-effect is het subjectieve, maar toch reële effect dat de efficiëntie vergroot van elk therapeutisch gebaar, zelfs een onaangepast. Dankzij dat effect kan het pijngevoel verminderen, maar de oorzaak van de pijn kan er in geen geval mee behandeld worden. Gelet op hun globale kijk op gezondheid lijken de alternatieve geneeswijzen aangewezen voor preventie en psychosomatische stoornissen, en als aanvullend hulpmiddel bij ziekten, om voor een beter fysiek welzijn te zorgen.

In 1865 stelde Claude Bernard al dat genezing in de moderne geneeskunde niet alleen resulteert uit geneesmiddelengebruik, maar dat afwezigheid van behandeling ook afwezigheid van genezing meebrengt. Hij noemde dat "de tegen-proef". Verder is die geneeskunde ook gebaseerd op klinische studies die gecontroleerd worden met steekproeftests (voldoende grote steekproef, dubbelblinde test met een placebo, statistische verwerking van de resultaten om te zien of de resultaten betekenisvol zijn, publicatie in een leescomité, herhaalbaarheid…).

Geschiedenis van de Alternatieve Geneeskunde

geneesk-vroeger-ME-200.png
De aanvang van de professionalisering van het medisch korps situeert zich in het begin van de 13de eeuw, met de oprichting van de grote Europese universiteiten. Vanaf dan heeft de arts het monopolie van de complexe kunst van de diagnostiek in handen. Maar alhoewel de handleidingen voor hem volkomen verstaanbaar zijn, geneest hij maar heel weinig mensen en werkt hij enkel voor de welstellende klasse. Eeuwenlang zullen de meeste zieken er zelfs niet aan denken om zich tot hem te richten. Pas in het begin van de 18de eeuw zal de situatie een wending in zijn voordeel beginnen nemen.

In maart 1669 richtte de prins-bisschop van Luik het "medisch college" op en gelastte hij dit orgaan met het toezicht houden op de uitoefening van de medische beroepen en het sanctioneren van de misbruiken. De gewoonten bleven evenwel zoals ze waren en de onwettige beoefenaars gingen tamelijk zorgeloos verder met hun praktijken. De prins-bisschop maakte zelf trouwens nog altijd gebruik van de diensten van een genezer.
In die tijd kon een zelfde individu in de verschillende stadia van zijn ziekte natuurlijk nu eens op een officiële arts, dan weer op een genezer een beroep doen. Hij had er geen enkele moeite mee om zijn vertrouwen tegelijkertijd te stellen in therapeutische opvattingen die zo fundamenteel verschillend waren.

De magische uitleg leek aan de plotse en zorgwekkende pijn van de ziekte een nieuwe betekenis te geven, op een dieper liggende reden te wijzen die het ongewone karakter van de ziekte begrijpelijk(er) maakte. De toekenning van die betekenis opende tevens de weg naar nieuwe soorten remedies, die zich deze keer toespitsten op de symbolische waarde van de rituelen en van de gebruikte stoffen.
De weg die een zieke destijds aflegde, verschilt niet fundamenteel van het parcours dat vandaag de dag doorlopen wordt door een zieke die tot de alternatieve geneeskunde zijn toevlucht neemt.

De moderne geneeskunde, die vandaag de dag meer kans op genezing biedt, heeft evenwel die alternatieve kanalen gemarginaliseerd door af te stappen van de "symbolische" dimensie die in de medische relaties meespeelde.
Tot de 18de eeuw kon de ziekte in de ogen van de patiënt op zeer verschillende manieren verklaard worden. De oorzaken konden zowel in de psychologie, het gedrag, een nachtmerrie als in toverkunst, de wil van de goden of een gevoel van geluk of ongeluk liggen, allemaal cultuurgebonden realiteiten die we vandaag de dag – meestal – ver van het domein van de gezondheid verwijderd situeren.

In het begin van de 19de eeuw zal dan het formele monopolie van de artsen van het ancien régime geconsolideerd worden, want de gezondheid zal geassocieerd worden met de Staatsraison en wordt een collectief en nationaal goed.
De "wet van 19 windmaand jaar II" (maart 1803) betreffende de beoefening van de geneeskunde versterkt het monopolie van de kunst om iemand te genezen. Het mechanisme van de professionalisering van het medisch korps wordt zo vertaald in een wettelijke definitie van de orthodoxie. De jacht op de illegalen, de kruisvaart tegen de genezers, helderziende en andere, is open. Echte politieke wil komt de privileges van de artsen van weleer opfrissen.

Het begrip "volksgezondheid" is niet langer een hol begrip: het is een instrument om het bewustzijn te domineren dat beantwoordt aan het efficiëntie-ideaal van de 19de eeuw, het veroveringswapen van de "nieuwe sanitaire orde".
De overtreders zijn vanaf dan tweemaal schuldig: een eerste keer omdat ze de wet met voeten treden en een tweede keer omdat ze de kunst van de geneeskunde, de chirurgie en de verloskunde niet geleerd hebben. Daardoor bedreigen ze dus tegelijk de goede orde en de volksgezondheid.

Ondanks die repressieve stroming, de vergrote waakzaamheid van de overheid en de toename van het aantal medici wendt de zieke zich in de 19de eeuw nog altijd tot de genezer. De overgang van het ancien régime naar de "moderne maatschappij" is zelfs veel minder gewelddadig dan de teksten laten vermoeden. Ondanks "1789" zijn de onwettige beoefenaars nog altijd even talrijk actief, maar ze werken niet meer verdoken en weten zichzelf ook te verdedigen door te wijzen op het occasionele karakter van hun tussenkomsten of de kosteloosheid van de diensten die ze kunnen verstrekken.
Daardoor is het moeilijk om de toevlucht tot de parallelle geneeswijzen van de 19de eeuw gewoonweg af te doen als "randpraktijken", als souvenirs uit een meer of minder duister verleden.

Overigens worden de parallelle geneeswijzen zelf omgevormd en zien nieuwe praktijken het daglicht, nu eens vanuit wetenschappelijke hoek (homeopathie), dan vanuit populaire hoek (magnetisme). Naarmate de medicalisering vooruitgaat, zien we dus dat de parallelle geneeskunde bijlange geen terrein verliest. Het historische verloop van de banden tussen moderne en alternatieve geneeskunde toont dat de moderne geneeskunde zich van in het begin ontwikkeld heeft tegen de kennis en de praktijken in die, doordat ze van buiten de eigen kring kwamen, de sociale ruimte innamen die zij nodig had om zich te nestelen. De moderne geneeskunde is bijgevolg opgebouwd vanuit een breuk met de globale kijk op de zieke, fel doordrongen van geloofsovertuigingen en culturele waarden, waardoor de alternatieve geneeswijzen zo gekenmerkt wordt.

Ze heeft haar voorwerp van kennis opgebouwd door de benadering van het menselijk lichaam los te koppelen van zulke denkwijzen.
Vanuit historisch oogpunt zou het dus correcter zijn te zeggen dat het veeleer de moderne geneeskunde is die zich met opzet van de andere benaderingen gedistantieerd heeft in plaats van te stellen dat het de alternatieve geneeswijzen zijn die proberen de wetenschappelijke wereld in diskrediet te brengen.

Homeopathie

homeop-groen-drupp-170_400_06.jpg
Homeopathie werd op het einde van de XVIIIde eeuw door de Duitse arts Samuel Hahnemann ontwikkeld. Hij heeft het principe van de gelijksoortigheden op punt gesteld. Volgens hem kan elke stof – of ze nu plantaardig, mineraal of dierlijk van aard is – die bij een gezond individu een aantal symptomen kan veroorzaken, genezing brengen voor een ziek iemand die een geheel van gelijkende symptomen vertoont. Kwaad met kwaad bestrijden. Die stoffen zijn nog doeltreffender als ze dermate verdund zijn dat er op scheikundig niveau niet de geringste molecule actieve stof meer gevonden kan worden.
Het fabricageprincipe van de homeopathische producten is tamelijk eenvoudig. Het volstaat om een druppel actief product te verdunnen in 99 druppels oplosmiddel (water, alcohol) en goed te schudden: die verdunning is op 1CH. Als die verdunning eenmaal verkregen is, neem je een druppel van die verdunning en verdunt die nogmaals in 99 druppels oplosmiddel: zo verkrijgt men 2 CH; en zo verder. 5 CH (met de "C" van centesimaal en de "H" van Hahnemann) staat dan gelijk met één druppel verdund in het equivalent van een gemeentelijk zwembad; 12 CH komt overeen met één druppel verdund in het equivalent van alle zeeën op Aarde; en 15 CH staat gelijk met één druppel verdund in het equivalent van vijftigmaal het volume van de Aarde. Als die verdunningen eenmaal gemaakt zijn, zullen suikerkorrels ervan doordrongen worden. Er wordt van uitgegaan dat geen enkel product vanaf 5 CH zo verdund nog efficiëntie kan hebben. Omdat het aantal Avogadro 6,0221415 × 1023 is, geeft de homeopathie die een tot 12 CH (dus gelijk aan 1024) verdund product voorschrijft, een verdunning waarbij het moeilijk wordt om nog een molecule actief product te vinden.

In 1988 beweerde Jacques Benveniste, vorser aan het INSERM, dat water een geheugen heeft en probeerde hij dat ook te bewijzen, zonder succes. Volgens zijn theorie zou het zo zijn dat wanneer water in contact komt met de actieve stof, die stof een overdracht van therapeutische gegevens op het water zou uitvoeren zonder dat er materie overgebracht wordt. Zo zouden mensen het gewenste resultaat verkrijgen, zelfs al is er van het oorspronkelijke actieve bestanddeel niets meer te vinden in de homeopathische korrels. Hij heeft dit principe nooit kunnen aantonen. En sedertdien werd geen enkel onderzoek meer uitgevoerd om te ontdekken hoe homeopathie werkt.

Er zijn meerdere studies uitgevoerd over het effect van de homeopathische producten, maar tot op vandaag heeft nog geen enkele daarvan meer dan een placebo-effect kunnen aantonen. Dat resultaat wordt bevestigd door een studie uit 2005. Om tot dat resultaat te komen, hebben de wetenschappers analyses gemaakt van meer dan 200 klinische tests die de werking evalueerden van allerhande homeopathische geneesmiddelen tegen diverse ziekten, gaande van allergieën tot darmstoornissen. Al die tests waren uitgevoerd volgens de methode van het "dubbel-blind placebo-gecontroleerd experiment". De helft van de zieken kregen het homeopathisch product en de andere helft het placeboproduct. Er werd een equivalent aantal allopathische studies over analoge ziekten geselecteerd om als getuige te dienen. De vorsers hebben geconcludeerd dat de homeopathische geneesmiddelen niet beter doen dan de placebo's.

Homeopathische producten worden als geneesmiddelen verkocht, maar moeten geen wetenschappelijke bewijzen van hun doeltreffendheid leveren om op de markt toegelaten te worden, iets wat voor de geneesmiddelen wel geldt.

MYSTERY SHOPPING – apothekersenquête

apotheker-werk-170_400_02.jpg
Doelstelling
Het doel van deze mystery shopping bestaat erin uit te maken of de apothekers de homeopathie kennen en welke informatie ze aan hun klanten verstrekken.

Methodologie
Het OIVO heeft een onderzoek uitgevoerd in de vorm van een mystery shopping in de maand mei 2010, bij 29 apotheken in Brussel, Wallonië en Vlaanderen.
De enquêteurs van het OIVO dienden zich bij die apotheken aan als anonieme consumenten die een familielid van hen wilden verzorgen met homeopathie.

Het scenario dat gebruikt werd, was het volgende:
- Mijn moeder (broer of zus) heeft een zona. Na een gesprek met een vriendin zou ze een behandeling met homeopathie willen.
- Ik ken de homeopathie niet: wat is het eigenlijk?
- Wat zit er in het product?
- Is het efficiënt?
- Is het gevaarlijk?
- Zijn er bijwerkingen?
- Zijn er contra-indicaties? Is het wel een geneesmiddel?
- Is er een voorschrift vereist?
- Raadt de apotheker aan om nog eens naar de behandelende arts te gaan?
- Ik zou graag een crème hebben tegen jeuk.

Stelt de apotheker meerdere producten voor?
Zegt de apotheker erbij of het om een homeopathisch product gaat of niet?
Raadt de apotheker aan om nog eens naar de behandelende arts te gaan?

Wat zit er in de homeopathische producten?
De meeste apothekers antwoorden op die vraag ofwel met uitleg over het principe van de homeopathie, ofwel met aan te geven dat het om korrels gaat. Maar het personeel in 4 van de 29 bezochte apotheken heeft aangeraden om eerst nog eens met de behandelende arts te overleggen.

Is het efficiënt?
Van de apothekers die de consument niet naar de arts terugsturen, zijn er heel weinig die bevestigen dat de homeopathie efficiënt is. De grote meerderheid spreekt van een mogelijk effect, maar dan afhankelijk van persoon tot persoon.

Is het gevaarlijk?
Hierover zijn de apothekers unaniem: homeopathie is niet gevaarlijk.

Zijn er bijwerkingen?
Ook op die vraag antwoorden de apothekers unaniem dat het gebruik van homeopathie geen bijwerking heeft.

Zijn er contra-indicaties?
Over die vraag is de mening van de bezochte apothekers verdeeld: de ene helft denkt dat er geen contra-indicaties zijn, de andere helft denkt dat de consument munt en koffie moet vermijden.

Is het eigenlijk een geneesmiddel?
De grote meerderheid van de apothekers antwoordt negatief op die vraag; slechts 2 van de 29 hebben "ja" geantwoord. Dat overwegend negatief antwoord is verrassend, zeker als je weet dat er "geneesmiddel" op de homeopathische producten staat.

Is er een voorschrift vereist?
Het unanieme antwoord is dat er geen voorschrift vereist is.

Raadt de apotheker aan om een arts te raadplegen?
Slechts 15 van de 29 apotheken hebben de raad gegeven om een arts te raadplegen. Er is meer doorverwijzing in Vlaanderen, met 12 apotheken, dan in Wallonië en Brussel, met maar 3 apotheken.

Ik zou een crème willen tegen jeuk.
Stelt de apotheker meerdere producten voor?
Van de 29 apotheken hebben er 15 maar één product voorgesteld, nl. homeoplasmine, een homeopathisch product. 6 hebben aangeraden om een arts te raadplegen en de rest heeft aan onze enquêteurs meerdere producten voorgesteld.

Zegt de apotheker erbij of het een homeopathisch product is of niet?
In Vlaanderen waren de apothekers volkomen transparant over die vraag en deelden ze onze enquêteurs mee dat het om een homeopathisch product ging. In Brussel en Wallonië lichtten maar 4 van de 15 bezochte apotheken toe dat het product homeopathisch was. Erger nog: 6 apothekers hebben gezegd dat het niet om een homeopathisch product ging.

Raadt de apotheker aan om nog eens de behandelende arts te raadplegen?
In Brussel en Wallonië hebben maar 4 van de 15 apothekers het advies gegeven om een arts te raadplegen. In Vlaanderen raadden de helft van de apothekers zulk een consultatie aan.

De overige alternatieve geneeswijzen

altern-geneesk-200_02.jpg
De parallelle geneeskunde omvat een pak technieken en therapieën. Die kunnen gaan van de bekendste in medische kringen, zoals osteopathie of chiropraxie, tot de meest bizarre, zoals de totale biologie of de immateriële biologie.
Het hoofdkenmerk van de alternatieve geneeskunde is dat ze zich baseert op een doctrine die afkomstig is van een stichter en die nooit in vraag of op de proef gesteld werd.

Toegegeven, de moderne geneeskunde heeft ook een stichter, nl. Hippocrates. Maar in tegenstelling tot de alternatieve geneeswijzen wordt die doctrine de hele tijd in vraag gesteld en beproefd. Die geneeskunde gaat uit van continu en globaal onderzoek. Er is permanente invraagstelling van de kennis en praktijken van de moderne geneeskunde.

De consumenten wenden zich vaak tot alternatieve genezers nadat ze tot de vaststelling gekomen zijn dat de moderne geneeskunde hen niet helpt. Het gaat dan vooral over functionele kwalen waarbij de zieke chronische problemen ondervindt, maar zonder dat die in verband gebracht kunnen worden met een precieze fysieke oorzaak. Voorbeelden daarvan zijn: migraine, vermoeidheid, problemen met de spijsvertering, rugpijn… Of de klachten zijn psychosomatisch van aard. Omdat de patiënt weinig of geen resultaat ziet van de moderne geneeskunde, zal hij (of zij) geneigd zijn om bij de parallelle geneeskunde zijn (of haar) heil te zoeken. De consumenten die aan ernstige ziekten lijden, zullen ook die neiging hebben om naar zulke alternatieve technieken of therapieën te grijpen in het laatste stadium van de ziekte. Omdat ze toch niets meer te verliezen hebben, klampen ze zich vast aan de beloften van beterschap die deze alternatieve geneeswijzen maken. Nog andere gebruiken ze preventief, als aanvulling bij hun gewone levenshygiëne, om een betere fysieke conditie te verwerven of in stand te houden, of nog om van slechte gewoonten (zoals roken, alcohol, drugs, …) af te geraken. In dat verband kunnen zich ontsporingen voordoen doordat mensen met weinig scrupules misbruik gaan maken van de fysieke en/of mentale zwakheid van de consumenten om hun vertrouwen te verraden en ze een pak geld afhandig te maken in ruil voor beloften van genezing. Er zijn beoefenaars van alternatieve geneeswijzen die er niet voor terugschrikken om de stopzetting van de behandeling via de moderne geneeskunde aan te raden en zo de patiënt helemaal op de parallelle geneeskunde doen overschakelen. Zulke praktijken leiden tot ernstige gezondheidsproblemen, die zelfs de dood van de consument tot gevolg kunnen hebben. Wie een parallelle techniek en/of therapie wil gaan volgen, doet er best aan om daarover met de behandelende arts te praten alvorens die alternatieve behandeling te starten en niet te stoppen met de opvolging vanuit de moderne geneeskunde. In de onderstaande tabel geeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een klassement van de alternatieve geneeswijzen volgens de gebruikte technieken en/of therapieën.

Tabel: therapieën en therapeutische technieken van alternatieve geneeswijzen

Chinese
geneeskunde
Ayurveda Unani Naturopathie Osteopathie Chiropraxie
Producten op
basis van planten
+ + + + - -
Acupunctuur
/acupressie
+ - - - + -
Manuele
therapie
+ + + + + +
Spirituele
therapie
+ + + + - -
Oefentherapie Qigong Yoga - Relaxatie - -
Bron: WHO

Het is belangrijk daarbij indachtig te zijn dat die alternatieve geneeswijzen op hun eentje geen ziekte kunnen verzorgen, maar dat ze wel (of enkel) kunnen helpen om de consument zich beter te laten voelen. Mensen die alternatieve technieken en/of therapieën willen gaan volgen, moeten hun arts hierover inlichten want er zouden contra-indicaties kunnen zijn.

Definitie van de niet- conventionele praktijken, gereglementeerd door de wet Colla

In antwoord op de vraag van het Europees Parlement in 1997, werd op 29 april 1999 de "Wet Colla" uitgevaardigd. Die wet betreffende de niet-conventionele medische praktijken (verschenen in het Belgisch Staatsblad op 24 juni 1999) wil een wettelijk kader opmaken voor de niet-conventionele praktijken door die praktijken te definiëren, hun beoefenaars te registreren en de beoefening ervan enkel toe te staan aan de geregistreerde beoefenaars. Die wet erkent vier niet-conventionele medische praktijken.

Acupunctuur: traditionele Chinese diagnose- en geneesmethode die bestaat in het stimuleren van bepaalde gekende punten van het lichaam met naalden, om een inwerking op welbepaalde organen te verkrijgen, meestal van op afstand.

Chiropraxie: methode op punt gesteld door David Palmer (V.S.) op het einde van de XIXde eeuw en die ervan uitgaat dat de werking van de ruggengraat verband houdt met bepaalde ziekten; techniek gebaseerd op de manuele manipulatie van de ruggengraat.

Osteopathie: therapie die in 1874 door dr. Andrew Still in de V.S. ontwikkeld werd en die een beroep doet op manuele handelingen die ingrijpen op alle grote lichaamsfuncties.

Homeopathie: diagnose- en geneeswijze op punt gesteld in de XIXde eeuw door Samuel Hahnemann (Duitsland) en die erin bestaat om aan de zieke extreem verdunde dosissen toe te dienen van de stof die, getest op de gezonde mens, de bij de zieke waargenomen symptomen veroorzaakt heeft.

Die wet werd tot op heden nog niet uitgevoerd en er is dus ook geen concrete wettelijke benadering.
Het doel van de wet Colla bestond erin voor elke patiënt de toediening van kwalitatief goede zorgen te waarborgen. Om dat te realiseren voorziet die wet onder andere een dubbel registratiesysteem: enerzijds moeten de niet-conventionele praktijken geregistreerd worden en anderzijds moet ook elke beoefenaar van die praktijken geregistreerd zijn. De sleutelwoord is weggelegd voor een paritaire commissie, die o.a. een advies moet uitbrengen over de algemene voorwaarden die toegepast worden op de beoefening van alle niet-conventionele praktijken en over de voorwaarden waaraan de beoefenaars van een niet-conventionele praktijk moeten voldoen om individueel geregistreerd te kunnen worden. Maar die commissie kan haar rol niet vervullen, om de eenvoudige reden dat die paritaire commissie nog niet samengesteld werd, en bijgevolg kan de wet niet ten volle uitgevoerd worden.

Zolang de wet Colla niet volop in werking treedt, staat de beoefening van een niet-conventionele geneeswijze door een niet-arts gelijk aan een onwettige uitoefening van de geneeskunde. De Belgische wetgeving voorziet immers dat enkel artsen het recht hebben om een diagnose te stellen en een behandeling toe te dienen.
Er werden tot nu toe enkel koninklijke besluiten gepubliceerd die de beroepsorganisaties van de beoefenaars erkennen: K.B. van 10 februari 2003, 10 november 2005 en 6 april 2010.

Dat nalaten om de wet Colla volledig ten uitvoer te brengen heeft ook tot gevolg dat elke andere wet die een invloed op de relatie tussen arts en patiënt zou kunnen hebben, niet toegepast kan worden. Zo zullen ook de beschikkingen van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de patiëntenrechten (B.S. 26 september 2002) en van de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade die door gezondheidszorgen veroorzaakt werd (B.S. 2 april 2010) maar pas op de beoefenaars van een niet-conventionele praktijk toegepast kunnen worden als de wet Colla volledig uitgevoerd wordt.

Aan die alternatieve geneeskunde zijn ook studies gewijd door het KCE om hun positieve effecten voor de gezondheid te kennen.
Zolang er geen verdere wetgevende initiatieven ondernomen worden, hebben de patiënten geen enkele officiële garantie voor wat de kwaliteit of de veiligheid van deze praktijken betreft.

Pacebo-effect

placebo-200.jpg
Het placebo-effect wordt heel vaak genoemd als het hoofdeffect van de alternatieve geneeswijzen. De placeborespons is de afname van één van de symptomen als gevolg van de perceptie van de aan de therapeutische behandeling verbonden factoren door de patiënt.

Diverse elementen spelen mee in de goede werking van het placebo-effect:

• Het behandelingsritueel: hoe meer de consument het gebruikte ritueel apprecieert, hoe groter de kans dat er een goed placebo-effect zal zijn.

• De omgevingsomstandigheden: overtuiging van de patiënt en zijn entourage, aandacht van het verzorgend team… Hoe gunstiger de omstandigheden voor de consument, hoe beter het placebo-effect zal zijn.

• De relatie patiënt/therapeut: hoe groter het vertrouwen van de consument in de therapeut, hoe beter het placebo-effect zal zijn.

Het placebo-effect brengt in de hersenen de afscheiding van endorfine op gang, die de pijn en diverse andere symptomen verzacht. Het placebo-effect is dus het biochemische gevolg van een symbolische suggestie.

Alternatieve geneeswijzen en hun ontsporingen

alt-genez-sekten-handen-170_400_01.jpg
Niet alle alternatieve technieken en/of therapieën zijn aan te bevelen. Er is niet het minste wetenschappelijk bewijs van hun gegrondheid en mensen met weinig scrupules schrikken er niet voor terug om niet-beschermde professionele titels (zoals osteopaat, chiropractor…) te gebruiken.
Daarenboven zijn er beoefenaars die niet de nodige bekwaamheden hebben of die de technieken en/of therapieën gewoonweg slecht toepassen. Dat kan een nocebo-effect (het tegenovergestelde van placebo-effect) veroorzaken of gevolgen hebben voor de gezondheidstoestand (bijv. een fout van een chiropractor die een verschuiving van rugwervels veroorzaakt), en dus de toestand van de consument slechter maken.

De belangrijkste factor die tot deze ontsporingen leidt, is het verwarren tussen "denken" dat een aanvullende geneeswijze werkt en "weten" dat zulk een geneeswijze werkt. De consument kan immers diep vanbinnen geloven dat die geneeswijze goed werkt en dat kan hem ook heel veel deugd doen. Maar het is opletten voor het verder doortrekken van dat geloof naar "ik weet dat die aanvullende geneeswijze werkt aangezien het werkt". Weten situeert zich om te beginnen op het terrein van de kennis, van de wetenschap. Maar de wetenschap heeft al altijd haar theorieën beproefd en resultaten moeten herhaalbaar zijn, wat maar zelden het geval is voor de alternatieve geneeskunde. Verder betekent "het werkt" eveneens dat het effect herhaalbaar en wetenschappelijk bewijsbaar is. We geven een heel eenvoudig voorbeeld ter verduidelijking: een kind valt en het weent. De mama komt erbij en geeft een zoentje op de blauwe plek. Het wenen houdt op en het kind heeft geen pijn meer. Dat werkt elke keer, maar dat wil nog niet zeggen dat er hier sprake is van een magisch, genezend zoentje. Een ander voorbeeld: een therapeut verkoopt halskettingen tegen ontvoering door buitenaardse wezens. Ik draag zulk een halsketting en ik word niet ontvoerd. Mensen die ontvoerd zijn, droegen geen zulke halsketting… maar ze zijn er niet om dat al dan niet te bevestigen. Dus werkt die amulet...??

Wat daar nu zo negatief aan is, zult u vragen. Het ergste nadeel is dat "denken" en "weten" met elkaar verward worden. "Natuurlijk bestaat dat, want ik geloof erin" is een typische uitspraak van verwarring. En dan vooral als er in groep in iets geloofd wordt...

Balans
• Wie gelooft op basis van teksten loopt het risico zijn geloof wetenschappelijk te zien "vernietigen" en verweesd achter te blijven. Zo iemand kan te maken krijgen met gevallen waar het niet meer "werkt" (een typisch geval bij bepaalde praktijken: kijk nu, ik heb een kanker en nochtans eet ik mijn 10 g vitamine C per dag, zoals Cousin en Nobelprijswinnaar Pauling gezegd hebben).
• Wie gelooft kan klem komen te zitten tussen twee normen: als de wetenschap mijn geloof bevestigt, dan is de wetenschappelijk geldig; als de wetenschap mijn geloof verwerpt, dan is de wetenschap niet geldig; de wetenschap kan niet alles verklaren, het is een complot enz. Het komt erop neer dat de spelregels veranderd worden in functie van de resultaten.

Daarnaast zullen alle beoefenaars van alternatieve geneeskunde zeggen dat al hun patiënten zich beter voelen en allemaal terugkomen. Maar het spreekt natuurlijk vanzelf dat de ontevreden patiënten niet terugkomen en dus heeft de beoefenaar zelf een verkeerd beeld van de goede werking van zijn praktijk.

We kunnen een lijst opstellen van de kenmerken van de alternatieve geneeswijzen volgens een verschillende combinatie van criteria die variëren van praktijk tot praktijk:
• Romantisch verwerpen van een hypothetische wetenschap of officiële, normale of paradigmatische geneeskunde.
• Retoriek met enige paranoia ten overstaan van een wetenschappelijke, officiële, allopathische, gewis complotachtige sfeer.
• Een sterke traditie, geconcentreerd op de erfenis van één oorspronkelijke meester, die soms een nostalgische cultus, maar ook een wetenschappelijke inertie van de discipline inhoudt.
• Een aanwezig naturalisme, tentoongespreid in de vorm van een terugkeer naar een "natuurlijke" staat die wel gezonder, zuiverder, dichter bij de "bronnen" moet zijn.
• Een heilig jargon dat afgeleid is van enerzijds wetenschappelijke termen die soms omgebogen zijn, soms slecht begrepen werden, en anderzijds exotische termen die vaak ontleend zijn aan de oosterse wijsheden.
• Een heel groot pakket getuigenissen dat dienst moet doen als bewijs.
• Een opleidingssysteem dat heel snel is, duur en zelfgebiedend is.
• Toevlucht tot eenvoudige en intuïtieve begrippen, die vaak onder het magische denken vallen.

Naar gelang van de combinaties kunnen bepaalde van deze alternatieve geneeswijzen sectaire ontsporingen hebben.
Het OIVO heeft een niet volledige lijst opgesteld van enkele van de niet-conventionele praktijken (inclusief alternatieve geneeswijzen en technieken en/of behandelingen) die zelden door de artsen gebruikt worden:

- Sofrologie
- Reïki
- Pelotherapie
- Fytotherapie
- Reflexologie
- Ayurvedische geneeskunde
- Morfopsychologie
- Fototherapie
-,Auriculotherapie
- Naturopathie
- Radiesthesie
- Meditatie
- Totale biologie
- Kinesiologie
- Traditionele Chinese geneeskunde
- Methode van Mezière
- Pilatus methode
- Feldenkrais methode
- Qi gong
- Immateriële biochirurgie
- Rebirth
- Relaxatie
- Somathotherapie
- Shiatsu
- Sympaticotherapie
- Taï-chi
- Bloemen van Bach
- Psychogenealogie
- Sjamanisme
- Neosjamanisme
- Aromatherapie

De MIVILUDES (Mission Interministérielle de Vigilance et de Lutte contre les Dérives Sectaires) in Frankrijk heeft een rapport opgesteld dat meerdere alternatieve geneeswijzen op een sectaire beweging vastpint. De Human Universal Energy (HUE) is zo een organisatie die voor het gerecht gedaagd werd naar de dood van enkele aanhangers. Deze beweging biedt stages aan om de macht voor zelfgenezing, in het bijzonder tegen aids, te ontwikkelen. Het resultaat? Dodelijk...!

Reiki: deze praktijk leidt tot sectaire ontsporingen met zorgwekkende getuigenissen. De stichter heeft deze techniek in het leven geroepen na een mystieke verschijning. Enkele weken volstaan om Reiki-meester te worden.
De universele kerk van het koninkrijk van God beweert dat het gebed aids kan genezen.
De 'invitation à la vie intense (IVI)' claimt dat ze kankers, multiple sclerose, aids en andere ernstige ziekten kunnen genezen door handenoplegging. De orde der geneesheren in Frankrijk heeft deze praktijken als meermaals veroordeeld.
De theorie van Dr. Hammer, een arts die tot 3 jaar cel veroordeeld werd wegens oplichting en medeplichtigheid aan het onwettig beoefenen van de geneeskunde, luidt dat elke ziekte een psychische oorzaak heeft die aangepakt moet worden en dat er dan systematisch genezing zal volgen. De theorie kwam jammer genoeg in een slecht daglicht te staan door het overlijden van vele believers.

Bepaalde spirituele groepen die de medische behandelingen verwerpen, bieden collectieve gebedensessies aan met leden die zogezegde mediamieke krachten bezitten, waardoor ze wonderbaarlijke genezingen bewaarheid doen worden.

zie ook artikel : Het thema gezondheid als wervingsmiddel voor sektes

Mediamanipulatie

placebo-therap-200.png
Niets zo eenvoudig als bewijzen dat "flutbehandelingen" efficiënt zijn: het volstaat met een wetenschappelijke studie op de proppen te komen. Er zijn drie gemakkelijke (en veel gebruikte) manieren om verkeerde conclusies uit een studie te trekken.

• De superioriteitsstudies: het volstaat twee producten te vergelijken om tot de conclusie te komen dat ze gelijkwaardig zijn. Laat ons bijvoorbeeld het geval nemen van het homeopathische valkruid en paracetamol. We nemen daarbij een grote steekproef van patiënten (bijv. 200) die een enkel verstuikt hebben. Daarna verdelen we die steekproef willekeurig in twee groepen: de eerste groep neemt het homeopathische product in en de tweede groep neemt paracetamol (aspirine) in. Na enkele dagen wordt de zwelling van de enkels gemeten door artsen. De resultaten zijn onmiskenbaar en objectief: de conclusie is dat de zwelling in de beide groepen afgenomen is en dat er geen enkel verschil tussen de twee groepen vast te stellen is. Dus zal het besluit zijn dat de beide behandelingen even efficiënt zijn, maar dat de homeopathie minder bijwerkingen heeft. Maar de meting van dat resultaat werd geenszins beïnvloed door de behandelingen, omdat de paracetamol de zwellingen niet doet afnemen. Dus heeft die stof eerder als een placebo gewerkt: de illusie is bijna perfect. En de kranten, die tuk zijn op dergelijke studies, zouden geblokletterd hebben: "Homeopathie beter dan aspirine".

Een ander voorbeeld van een superioriteitsstudie: de vergelijking van een homeopathische verzorging met conventionele geneeskunde in het geval van een ernstige chronische ziekte, zoals de ziekte van Crohn, bijvoorbeeld. Meerdere patiënten worden weer opgedeeld in twee groepen die ofwel de ene, ofwel de andere behandeling krijgen. De resultaten tonen aan dat er op het zorgvuldig gekozen eindpunt (bijv. een teken van een symptoom) geen enkel verschil tussen de twee groepen vast te stellen is. De conclusie zal luiden: homeopathie is even efficiënt als een standaardbehandeling voor de ziekte van Crohn. En de grote krantenkoppen zullen in de trant zijn van "Efficiëntie van homeopathie tegen de ziekte van Crohn wetenschappelijk bewezen".

Derde voorbeeld: de pragmatische studie. Daarvoor moeten chronisch zieke patiënten geselecteerd worden, die vervolgens aselect in twee groepen ingedeeld worden. Eén groep zal standaardzorgen krijgen, terwijl de andere de standaardverzorging én homeopathie krijgt. Het te meten hoofdbestanddeel van deze studie zou de tevredenheid van de patiënt (welzijn, levenskwaliteit of andere) kunnen zijn. De groepen met homeopathie zullen daarom opgevolgd worden door homeopaten die meer tijd nemen en beter luisteren naar de patiënt tijdens de raadpleging. De patiënten zullen dus meer geneigd zijn om zich in die gevallen ook beter te voelen. De grote koppen zullen dan schrijven: "Homeopathie bewijst haar nut voor chronisch zieke patiënten".

Redenen waardoor de consumenten verblind worden

De consumenten worden soms verblind door die alternatieve geneeswijzen. Zo erg zelfs dat er consumenten zijn die hun leven in gevaar brengen door elke behandeling door de conventionele geneeskunde stop te zetten, om nog alleen in de alternatieve geneeskunde hun heil te zoeken. Volgens Jean Brissonet5, fysicus, rationalist, scepticus (persoon die op een rationele manier verschijnsels die voorgesteld worden als paranormaal, pseudowetenschap en vreemde therapieën bestudeert), bestaan er 6 redenen waardoor de consument verblind kan worden:

• De cognitieve dissonantie, die betekent dat de consument de realiteit weigert te zien als gevolg van de botsing van die realiteit met zijn geloof.

• Het selectief geheugen (bijv.: als een homeopaat antibiotica en homeopathische producten voorschrijft, zal de consument die laatste onthouden en ervan overtuigd zijn dat hij met homeopathie behandeld werd).

• De kracht van het jargon: hoe moeilijker de gebruikte terminologie is, hoe aantrekkelijker de geneeswijze wordt.

• Het kapeleffect: de consumenten hebben het gevoel dat ze behoren tot een elite die dé oplossing gevonden heeft. Dat kan leiden naar "helende sekten".

• De anachronistische denkwijze: alles wat natuurlijk is, is goed.

• Het autoritair argument.

Gevaarlijk of niet?
Een recente studie (Archives of Disease in Childhood doi:10.1136/adc.2010.183152) heeft nog maar eens gewezen op de gevaren die het gebruik van de alternatieve geneeswijzen inhoudt, als ze als enige behandeling toegepast worden bij kinderen.

Wat zorgwekkend blijkt te zijn aan de alternatieve geneeswijzen is de indirecte manier waarop die praktijken ziekten kunnen doen ontstaan of erger maken door het niet of laattijdig teruggrijpen naar de voorzieningen van het conventionele gezondheidssysteem. Die situatie kan het gevolg zijn van een passieve houding (psychologische aarzeling van de therapeut om de middelen van de conventionele geneeskunde voor te stellen bij verergering of stagnering van de ziekte) of van een actieve houding (de therapeut adviseert om niet naar de conventionele middelen over te schakelen).

Oplossingen
Om geen verwarring meer te hebben tussen de moderne en de alternatieve geneeskunde, is het absoluut onontbeerlijk dat de toestand uitgeklaard wordt. De op bewijzen gebaseerde geneeskunde zou de enige geneeskunde moeten zijn die door het medisch korps aanvaard wordt. De artsen zouden niet aan alternatieve geneeskunde moeten doen, dit om verwarring bij de consument te vermijden. De manier waarop de consultatie gevoerd wordt, is echter van groot belang. In de alternatieve of aanvullende geneeskunde wordt helemaal op de patiënt gefocust en neemt de therapeut tijd om naar hem of haar te luisteren.

Volgens een studie is de manier waarop de patiënt benaderd wordt door de niet-conventionele artsen, bevorderlijk voor de gezondheidstoestand van die patiënt. Daarom zouden de conventionele artsen hun aanpak eveneens menselijker en patiëntgericht moeten maken.

Daarenboven zou de deontologische code van de artsen in België gewijzigd moeten worden. In Frankrijk wordt in de deontologische code van de artsen het charlatanisme eveneens aangehaald. Artikel 39 van de code stipuleert (vert.): "De artsen mogen geen illusoire of onvoldoende bewezen remedie als genezend of ongevaarlijk aan de zieken of hun entourage aanbieden". Als dit ook in de deontologische code van de Belgische artsen opgenomen werd, zou vermeden worden dat bepaalde artsen nog langer methoden zouden toepassen die niet aangepast zijn aan het ziektebeeld en die niet wetenschappelijk onderbouwd zijn.


De methode
• De methode is zonder gevaar en zonder bijwerkingen.
• De methode is "natuurlijk".
• De methode is gebaseerd op oude kennis afkomstig van exotische plaatsen of "primitieve volkeren".
• De methode pakt de onderliggende oorzaak aan. De uitvinder heeft de oorzaak van de kanker ontdekt (een bacterie, een paddenstoel, een parasiet…).
• De methode ontgift het lichaam.
• De methode herstelt het evenwicht.
• De methode is een revolutionaire vernieuwing.
• De methode is gebaseerd op geheime formules.
• De methode is allesomvattend en persoonsgebonden.
• De methode biedt ook de mogelijkheid om de strijd aan te gaan met aids, allergieën, chronische vermoeidheid, verjongingskuren enz..

Resultaten
• De behandelingen zorgen voor een wonderbaarlijke genezing.
• De gewone artsen begrijpen er niets van en zijn verbaasd.

De bewijselementen
• Het bewijs is louter op getuigenissen gebaseerd.
• Getuigenis in klassieke medische tijdschriften, maar de basisreferenties van Medline en Cochrane gegevens ontbreken. Merk op: soms wordt ondersteuning door wetenschappelijke artikels geciteerd.
• Het bewijs staat in een boek, maar je moet dat boek kopen.

De evaluatie van de concurrerende behandelingen
• De wetenschappelijke geneeskunde wordt allopathie genoemd.
• De methode wordt door de wetenschappelijk veroordeeld/verworpen.
• De ontdekker is een genie, maar wordt door de traditionele wetenschap niet begrepen.
• Het gebruik van termen als paradigma, kwantumfysica, trillingen, kosmische energie, ...

Aanbevelingen van het OIVO

Het is duidelijk af te raden om de opvolging door de conventionele geneeskunde te beëindigen. Als er nood is aan zich beter voelen en als de alternatieve geneeswijzen daarbij kunnen helpen, wordt echter aangeraden om ze bovenop (of parallel met) de moderne geneeskunde aan te wenden.
Bij het kiezen van een nieuwe therapeut moet de patiënt informeren naar zijn opleiding (wettelijk diploma, aan welke school, is hij aangesloten bij een beroepsvereniging, welke?…). Onthoud daarbij dat een therapeut de geen artsendiploma heeft, wettelijk geen diagnoses mag stellen noch technische ingrepen mag uitvoeren.

Ook nuttig is inlichtingen te zoeken over het toepassingsgebied van de therapieën, de gebruikte methoden en de resultaten, om die geneeswijze te kiezen die het best geschikt is. Er bestaat een overvloed aan literatuur over. Let wel goed op de oorsprong van het document, de opleiding van de auteur, zijn filosofische of ideologische opvattingen enz. Dat zal hoogstwaarschijnlijk helpen om de zaken goed te wikken en wegen.

Vraag ook vooraf naar alle modaliteiten van het genezingsproces, inclusief onder andere de financiële aspecten en het aantal consultaties dat nodig zal zijn, of er al dan niet geneesmiddelen of andere producten aan te pas zullen komen, welke technieken gebruikt zullen worden en hoe die toegepast worden, of er eventueel aanpassingen in de levensstijl vereist zijn (op het vlak van dieet, werkritme enz.).






pub