Handen wassen om infecties te vermijden

Laatst bijgewerkt: februari 2012
handen-wassen-170_400_03.jpg

nieuws In het voorkomen van de verspreiding van infectieziekten is een goede handhygiëne cruciaal. Handen wassen met water en zeep geniet de voorkeur.

Wanneer handen wassen?
• vóór en na het eten;
• na toiletgebruik;
• na hoesten, niezen, snuiten;
• na contact met lichaamsvochten;
• bij zichtbare bevuiling van de handen;
• vóór en na hulp bij eten, na hulp bij toiletgebruik en neus of mond afvegen.
• na buiten werken of spelen en zeker na spelen in de zandbak (ook indien binnen);
• na contact met dieren;
• voor en na wondverzorging en het toedienen van medicatie;
• na contact met afval of vuil textiel;
• na schoonmaken.

Hoe wassen ?
• Stroop de mouwen op zodat uw onderarmen vrij zijn.
• Verwijder ringen en juwelen (armband, polsuurwerk)
• Bevochtig de handen onder stromend water.
• Zeep de handen in. Gebruik bij voorkeur een pompje met vloeibare zeep. Een gebruikt stuk zeep kan micro-organismen bevatten.
• Wrijf goed terwijl u tot 30 telt. Was de handen grondig, ook de vingertoppen, polsen en de ruimte tussen de vingers.
• Spoel alle zeepresten weg met stromend water.
• Droog je handen met een papieren handdoekje of een zuivere stoffen handdoek. Vermijd een reeds gebruikte handdoek opnieuw te gebruiken.
• Draai de kraan bij voorkeur dicht met het handdoekje en gooi dit in een afvalemmer zonder die met de handen aan te raken.






pub