Appelallergie: symptomen, risico’s en welke appels je wél kan eten

dossier

Appels behoren tot de meest gegeten vruchten in Europa, maar niet iedereen kan ze zonder problemen eten. Bij sommige mensen veroorzaakt appel een allergische reactie, meestal mild, maar soms ook ernstig. De ernst van een appelallergie hangt vooral af van het type eiwit waarvoor iemand allergisch is. Sommige mensen krijgen enkel jeuk in de mond, terwijl anderen een ernstige reactie kunnen ontwikkelen. Bovendien speelt ook een bestaande berkenpollenallergie vaak een rol. Wat is appelallergie precies? Wanneer moet je oppassen? En kan je sommige appels toch nog eten?

Wat is een appelallergie?

Een appelallergie ontstaat wanneer het immuunsysteem reageert op bepaalde eiwitten in appel. Hoewel appel een gezonde vrucht is, rijk aan vezels en vitamines, kunnen sommige van die eiwitten een allergische reactie uitlokken. De hoeveelheid allergenen kan verschillen volgens de appelsoort, de rijpheid, de bewaarmethode en de verwerking van de vrucht.

In Europa behoort appel tot de meest voorkomende fruitallergieën. Slechts een kleine hoeveelheid appel kan bij gevoelige personen al klachten veroorzaken.

Rassen die vaak reacties geven zijn onder andere Jonagold, Golden Delicious en Topaz, maar niet iedereen reageert op dezelfde soorten.

Verschil tussen primaire en secundaire appelallergie

Er bestaan twee vormen van appelallergie: mild en ernstig.

Primaire appelallergie (ernstig)


De primaire appelallergie wordt veroorzaakt door een specifiek allergeen in de appel: lipid transfer protein (LTP), ook wel Mal d3 genoemd. Dit eiwit is extreem stabiel en bestand tegen voedselverwerking en vertering in maag en darmen, waardoor het een ernstige allergische reactie kan uitlokken. Soms kan dit zelfs leiden tot een anafylactische shock. Omdat LTP zo resistent is, kan deze vorm van appelallergie klachten veroorzaken over het hele lichaam, en is verhitting van de appel vaak onvoldoende om het eiwit te neutraliseren. Mensen met een primaire appelallergie kunnen appels beter geheel vermijden.

Secundaire appelallergie (mild)


De secundaire appelallergie is meestal een kruisallergie die optreedt bij mensen met een bestaande berkenpollenallergie. Hierbij reageert het lichaam op de appel door het eiwit Mal d1, een PR-10 type eiwit dat structureel lijkt op een eiwit in berkenpollen (Bet v1). Dit staat bekend als het pollen-fruitsyndroom. De symptomen zijn doorgaans mild, gelokaliseerd in de mond en keel (Orale Allergie Syndroom), en ontstaan vaak snel na contact met de appel. Ernstige reacties zijn zeldzaam, omdat het PR-10 eiwit in de zure omgeving van de maag wordt afgebroken.

Wat zijn PR-10 eiwitten?

PR-10 eiwitten zijn een groep plantaardige eiwitten die een belangrijke rol spelen bij voedselallergieën, vooral die verband houden met berkenpollen. Deze eiwitten zijn onderverdeeld in 17 subfamilies en hebben verschillende biologische functies. De bekendste en meest bestudeerde groep is de PR-10 familie, die voor het eerst werd ontdekt in peterselie en honderden leden in het plantenrijk omvat.

PR-10 eiwitten helpen planten bij de verdediging tegen ziekteverwekkers en spelen een rol in de groei en ontwikkeling van de plant. Bij mensen kunnen ze echter allergische reacties veroorzaken, door kruisreactiviteit tussen pollen en voedingsmiddelen.

In berkenpollen zit een PR-10 eiwit (Bet v1) dat door het lichaam als allergeen wordt herkend. Het appel-PR-10 eiwit (Mal d1) lijkt sterk op Bet v1, waardoor mensen met berkenpollenallergie soms ook op appel reageren. Mal d1 komt zowel in het vruchtvlees als de schil van de appel voor, met een hogere concentratie in de schil.

Wat is kruisallergie bij appel?

Bij kruisallergie herkent het immuunsysteem eiwitten uit verschillende bronnen als gelijkend, waardoor meerdere voedingsmiddelen klachten kunnen geven. Ongeveer 70% van de mensen met pollenallergie reageert op één of meerdere voedingsmiddelen met vergelijkbare eiwitten.

Mogelijke kruisreacties treden op met onder andere kersen, perziken, peren, aardbeien, frambozen, hazelnoten, pinda's, wortels en selderij.
Maar niet iedereen reageert op al deze producten.

Wat zijn de symptomen van een appelallergie?

Milde klachten: het orale allergiesyndroom (OAS)


De meeste klachten blijven beperkt tot de mond en keel:

  • jeuk of tintelingen in mond of keel
  • lichte zwelling van lippen of tong
  • kriebelgevoel in keel

De symptomen verschijnen meestal binnen 15 minuten en verdwijnen doorgaans binnen het uur.

Tot een kwart van de kinderen met hooikoorts kan dergelijke klachten krijgen bij fruit of groenten.

Ernstige symptomen


In zeldzame gevallen kunnen ernstigere klachten optreden:

  • netelroos
  • zwelling buiten de mond
  • ademhalingsproblemen
  • duizeligheid
  • anafylactische shock

In dat geval is medische hulp noodzakelijk.

Bestaan er hypo-allergene appels?

Ongeveer 6,5% van de Europeanen is gevoelig voor de PR-10-allergenen in appels, vooral in verband met berkenpollenallergie. Dit percentage verschilt per regio: hoger in Noord- en Centraal-Europa (tot 10,3% in Duitsland) en lager in Zuid-Europa (2,2% in Spanje).

Daarom is er gezocht naar hypoallergene appels. De Santana-appel, ontwikkeld in Nederland in 1978 door kruising van Elstar en Priscilla, is allergievriendelijk voor veel mensen met een milde appelallergie. Ze is ook ziekteresistent, onder andere tegen schurft. Rond 2006 kwam de appel op de markt via samenwerking tussen wetenschappers, telers en retailers.

Ongeveer de helft van de mensen met een PR-10 allergie verdraagt de Santana beter. Mensen met een primaire appelallergie moeten de appel echter vermijden. De beschikbaarheid in België is seizoensgebonden; hoewel sommige bronnen een helejarige beschikbaarheid beweren, is dit in de praktijk meestal beperkt.

Wat doen bij een appelallergie?

Een appelallergie is meestal mild maar niet altijd. Het hangt af van het type allergeen dat in de appel aanwezig is. Hier zijn een paar algemene richtlijnen:

  • Vermijd appels: De meest effectieve methode is het vermijden van alle vormen van appel, ook verwerkte producten zoals appelsap en appelcider, omdat deze ook (primaire) allergenen kunnen bevatten. Een berkenpollenallergie is meestal persistent in de tijd – men geraakt er niet van af - en dus is een appelallergie dat ook.
  • Kruisallergieën: Wees bewust van mogelijke kruisallergieën met andere vruchten, zoals perzik, peer, steenfruit en kiwi, en ook met groenten zoals selderij en wortel.
  • Hypo-allergene appels: Er zijn appels die mogelijk minder reacties veroorzaken, zoals de 'santana' (en 'elise' appel), maar dit geldt niet voor iedereen en alleen in het geval van een secundaire appelallergie.
  • Ernst van de reactie: De ernst van een appelallergie kan sterk variëren. Sommige mensen ervaren alleen milde klachten, terwijl anderen een ernstige reactie (anafylaxie) kunnen krijgen en alle appelproducten moeten vermijden. 
  • Opwarmen van de appel: Vaak kan je wel appels verdragen als je ze kookt, stooft of in de microgolfoven opwarmt. Ook uit blik kan je deze eten. Het eiwit Mal d1 wordt door de warmte vernietigd zodat het allergeen karakter verdwijnt. Maar dit is niet geval bij een primaire appelallergie; dan moet men alle appels vermijden en dus ook de santana.
  • Diagnose appelallergie: Meestal aan de hand van een bloedonderzoek bij de arts waarbij naar specifieke antilichamen wordt gekeken (IgE-immunoglobulinen). Maar men kan ook proberen om eens een stukje appel in de mond te nemen, even te kauwen maar meteen uit te spuwen. Gebeurt er niets na ongeveer 20 minuten dan is dit al een goed teken. Verdere ‘experimenten’ gebeuren best onder begeleiding van een arts of een diëtist(e), gespecialiseerd in allergieën.   

Bronnen:
  EAACI (2016). Molecular allergology user's guide. Zurich, Switzerland: European Academy of Allergy and Clinical Immunology; p. 199-212.
  Linda Ahammer, Sarina Grutsch, Anna S Kamenik, Klaus R Liedl, Martin Tollinger (2017). Structure of the Major Apple Allergen Mal d1. J Agric Food Chem.; Feb 5;65(8):1606–1612. 
  https://www.thermofisher.com
  https://www.thermofisher.com
  Van Loon L.C., Pierpoint W.S., Boller T., Conejero V. (1994). Recommendations for naming plant pathogenesis-related proteins. Plant Mol. Biol. Rep.; 12:245–264. 
  Somssich I.E., Schmelzer E., Bollmann J., Hahlbrock K. (1986). Rapid activation by fungal elicitor of genes encoding “pathogenesis-related” proteins in cultured parsley cells. Proc. Natl. Acad. Sci. USA.; 83:2427–2430.
  https://allesoverallergie.nl
  https://www.uzgent.be
  https://acaai.org
  Roberts, Graham & Xatzipsalti, M & Borrego, Luis & Custovic, Adnan & Halken, Susanne & Hellings, Peter & Papadopoulos, Nikolaos & Rotiroti, G & Scadding, Glenis & Timmermans, Frans & Valovirta, Erkka. (2013). Paediatric rhinitis: Position paper of the European Academy of Allergy and Clinical Immunology. Allergy. 68. 10.1111/all.12235.
  http://research.bmh.manchester.ac.uk


bron: Dr.ir. Eric De Maerteleire
auteur: Sofie Van Rossom, gezondheidsjournalist
Laatst bijgewerkt: februari 2026

Artikels over gezondheid in je mailbox? Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang een gratis e-book met gezonde ontbijtrecepten.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Roularta Media Group NV.
volgopfacebook

volgopinstagram