Eet meer konijn

Laatst bijgewerkt: januari 2008

nieuws De samenstelling van konijnenvlees is interessant in het kader van een gezonde voeding.
Konijn levert zo’n 150 tot 170 kcal en 7,6 tot 10 g vet per 100 g. het vetgehalte is onder meer afhankelijk van de voeding en de leeftijd van het konijn. Omdat een konijn vanaf de leeftijd van ongeveer 12 weken meer vet begint op te slaan, wordt ervoor gekozen konijnen te slachten wanneer ze zo’n tien tot elf weken oud zijn.
Van alle delen van het konijn brengen de achterbout en de lever het minste vet en calorieën aan. Door in het bijzonder in het voorste kwartier het verwijderbare vet (rond de ingewanden, de organen en de spieren) weg te halen wordt het vetgehalte beperkt tot hooguit 4 tot 5 %. Bij konijn dat versneden wordt verkocht, is dit al gebeurd.
Niet alleen een laag vetgehalte draagt bij tot een gezond imago van konijnenvlees maar ook de vetzuursamenstelling. Het vet van konijnenvlees bestaat voor ongeveer een derde uit verzadigde vetzuren en voor bijna twee derden uit enkelvoudige en meervoudige onverzadigde vetzuren. Behalve de hoeveelheid essentiële meervoudig onverzadigde vetzuren linolzuur (?-6-vetzuur) en alfalinoleenzuur (?-3-vetzuur) is ook hun onderlinge verhouding belangrijk. De verhouding linolzuur-alfalinoleenzuur in konijnenvlees is gunstig, namelijk 4. Dit benadert de aanbevolen verhouding van 5 of lager.
De vetzuursamenstelling van konijnenvlees wordt onder meer beïnvloed door het voedsel dat de dieren krijgen. Luzerne (alfalfa), populair konijnenvoer, is zeer rijk aan alfalinoleenzuur. Soms wordt ook lijnzaad aan het voedsel toegevoegd. Ook dat is rijk aan alfalinoleenzuur. Uit onderzoeken blijkt dat de samenstelling van het konijnenvlees sterk kan worden beïnvloed naargelang men de hoeveelheid luzerne en lijnzaad in het konijnenvoer verhoogt.

In vergelijking met andere vleessoorten bevat konijnenvlees ten slotte relatief veel DHA (docosahexaeenzuur; 1,11 % van het totale vetzuurgehalte). DHA is een semi-essentieel vetzuur dat ons lichaam deels maar in onvoldoende mate zelf kan aanmaken uit alfalinoleenzuur. Een adequate aanbreng van DHA via de voeding blijft dus noodzakelijk. De belangrijkste bronnen van DHA zijn vette vis (10 tot 19 % van het totale vetzuurgehalte) en in mindere mate eieren en vlees, waaronder dus vooral konijn. DHA komt tussen in de groei en de ontwikkeling van de hersenen van het kind en in het onderhoud van de hersenfuncties bij de volwassene. Er is een gunstig effect gevonden van DHA op aandoeningen zoals trombose en hartritmestoornissen.
Doordat gekweekte konijnen (meestal) jong worden geslacht, bevat het vlees weinig collageen en is het mals en licht verteerbaar.
Doordat konijn rijk is aan eiwitten, levert het ook heel wat essentiële aminozuren. Het is arm aan natrium en rijk aan ijzer en vitamine B12.
Wie kiest voor traditionele recepten waarin rijkelijk wordt omgesprongen met boter en spek transformeert het magere konijnenvlees in een vetrijke schotel. Een lichte en gezonde receptuur verdient de voorkeur. Konijn kan perfect worden gestoofd, gestoomd, gewokt, geroosterd of gegaard in de microgolfoven. Delen die ontbeend zijn of weinig been bevatten, vragen slechts een korte bereidingstijd.

zie ook artikel : Mager vlees? Kies eens konijn.



verschenen op : 30/11/2010


pub