Borstreconstructie en borstprothese

Laatst bijgewerkt: oktober 2015

dossier Borstreconstructie bestaat uit het vormen van een kunstmatige borststructuur op de plaats waar de borst werd verwijderd tijdens een mastectomie (borstoperatie).
Reconstructie kan gebeuren op het ogenblik van de mastectomie of op een later ogenblik, tijdens een nieuwe chirurgische ingreep.
Om het weefsel te reconstrueren kunnen synthetische implantaten worden gebruikt, maar ook eigen lichaamsweefsels van de patiënt. Onder het begrip reconstructie vallen ook de reconstructie van de tepel en de tepelhof.
Niet alle vrouwen die een mastectomie hebben ondergaan, kiezen voor een reconstructie. Velen opteren voor het dragen van een borstprothese.

vr-twijfelen-reconstr-150.jpg
Op het vlak van protheses en reconstructies is er de laatste jaren een grote vooruitgang geboekt en veel vrouwen vinden een aanvaardbare oplossing waarover ze tevreden zijn.
Kiezen voor een uitwendige prothese of een reconstructie is een persoonlijke aangelegenheid. U mag zeker niet over één nacht ijs gaan. Een oplossing die voor de ene vrouw bevredigend is, zal dat voor de andere niet zijn.

Uitwendige borstprothese

Vele vrouwen wensen geen reconstructie te laten uitvoeren en kiezen voor het dragen van een uitwendige prothese.
De prothese bestaat meestal uit een speciaal siliconenmengsel, omhuld meteen uiterst dunne en flexibele folie die op huid gelijkt. De prothese kan in de bh gedragen worden of in een hoesje datin de bh wordt genaaid.
Een andere mogelijkheid is een kleefprothese die tegen de huid plakt. Die heeft het voordeel dat het gewicht niet aan de schouder hangt, maar tegen het lichaam kleeft.

• De radiotherapie moet achter de rug zijn, want die veroorzaakt verhitting van de huid en bij siliconen moet extreme warmte vermeden worden.
• Chemotherapie veroorzaakt frequent een hormonale verandering waardoor ook het volume van de gezonde borst kan wijzigen. Als u zich een prothese aanschaft vooraleer de chemotherapie is beëindigd, zit de kans er dus in dat u zich na de therapie een andere prothese moet aanschaffen om de symmetrie tussen de twee borsten te herstellen.

borstprothese-150.jpg
De prothese is bestand tegen transpiratie en geeft geen geur af. Bij een kleefprothese moeten zowel de huid als het kleefvlak
met een speciaal product gereinigd en verzorgd worden.
Als u een uitwendige borstprothese draagt, let dan op voor uitstekende voorwerpen zoals beugels, haakjes, sommige dierenklauwen,... die het siliconenmateriaal kunnen beschadigen. Ook oververhitting moet u mijden want de prothese is niet bestand tegen hoge temperaturen.

De mutualiteit betaalt de prothese gedeeltelijk terug. Zes weken na de ingreep, na een jaar en dan om de twee jaar kan u rekenen op een tegemoetkoming. Die bedraagt de prijs van een standaardprothese. Voor een duurdere prothese betaalt u een supplement.

Een prothese aanpassen is een emotioneel gebeuren. Vraag aan uw partner of aan een goede vriendin om u te vergezellen.
Neem spannende kledij mee, zodat u de vorm van de prothese precies kan beoordelen.

Borstreconstructie

Een borstreconstructie kan soms al gebeuren tijdens de borstoperatie ofwel in een tweede tijd als de behandeling afgerond is.
Medische bezwaren kunnen een reden zijn om de twee ingrepen niet gelijktijdig te doen, bijvoorbeeld als er nog bestraling of chemotherapie volgt.
Er zijn verschillende technieken om een nieuwe borst, tepel en tepelhof te creëren. Soms worden er veranderingen aan de andere borst aangebracht om de symmetrie te vergroten.
Het is van groot belang om realistische verwachtingen te koesteren omtrent het te bereiken resultaat. Voorafgaande gesprekken met de plastisch chirurg moeten helpen een realistisch beeld te krijgen. De nieuwe borst kan er natuurlijk uitzien en normaal aanvoelen voor iemand anders, maar voor de patiënt kan de nieuwe borst helemaal anders aanvoelen dan vroeger.

Er zijn twee mogelijkheden voor een borstreconstructie. De borst wordt gereconstrueerd met prothesemateriaal of met eigen weefsel.
De nadelen van prothesemateriaal zijn mogelijke lekkage, een verharding rond het implantaat, huidperforatie en infectie. Een borstreconstructie met eigen weefsel kent die nadelen niet, maar vergt wel een zwaardere operatie.
Een reconstructie met eigen weefsel kost meer dan een reconstructie met een prothese.
• Bij een reconstructie met eigen weefsel betaalt u ongeveer 2.500 à 3.000 euro zelf (inclusief artsenhonoraria en ziekenhuisopname).
• Bij een reconstructie met een prothese wordt de volledige kost al dan niet terugbetaald, afhankelijk van het prothesemateriaal dat wordt gebruikt. Het bedrag dat u zelf betaalt, kan oplopen tot ongeveer 750 euro. Hou er rekening mee dat de prothese na ongeveer tien jaar moet vervangen worden. De goedkeuring tot terugbetaling voor deze reconstructie moet voor de ingreep worden aangevraagd aan de adviserend geneesheer.
Een gelijktijdige aanpassing van de andere borst (met het oog op symmetrie) wordt vergoed, met ongeveer 500 euro zelf te betalen.

Reconstructie met synthetische implantaten

reconstr-expander-150.jpg
Synthetische implantaten zijn traanvormige zakjes gevuld met siliconen of een zoutoplossing. Ze worden in de vorm van een borst onder de huid of borstspier geplaatst.
Om de beste vorm te verkrijgen en om de vorming van littekenweefsel rond het implantaat tegen te gaan, wordt het implantaat vaak onder een laag spieren geplaatst in plaats van onmiddellijk onder de huid.
Kleine implantaten kunnen aangebracht worden zonder dat de huid en de spieren van de borstwand overmatig moeten worden uitgerokken.
Om grotere implantaten te kunnen aanbrengen, is het vaak nodig eerst de weefsels uit te rekken. Dit wordt gedaan d.m.v. een zgn. tijdelijke expander. Dit is een prothese met een silicone-wand voorzien van een klepje die chirurgisch wordt ingeplant op de plaats waar de gereconstrueerde borst zal moeten komen.
Tijdens de inplanting wordt een kleine hoeveelheid zoutwater in de prothese geïnjecteerd. De patiënt moet nadien op regelmatige tijdstippen (bv. elke twee weken) terugkeren naar de chirurg om meer zoutwater in de expander te laten injecteren. Na drie tot zes maanden zullen de huid en de spieren voldoende gerokken zijn om de tijdelijke expander te verwijderen en het definitief implantaat (met silicone of zoutwatervulling) te plaatsen.
De tepel en areola zullen dan bij latere ingrepen worden gereconstrueerd.
De meeste patiënten ervaren vrij veel pijn (door het optillen van de borstspier om de prothese hieronder te kunnen aanbrengen) de eerste 24 tot 72 uur na de ingreep. De borst is dan gezwollen en zeer gevoelig.

Reconstructie met lichaamseigen weefsel

t.r.a.m-reconstr-150.jpg
Borstreconstructie kan ook gebeuren met huid en vet uit een ander gedeelte van het lichaam.
Voordelen van deze techniek zijn dat het resultaat er meestal zeer natuurlijk uitziet, dat geen geen lichaamsvreemde voorwerpen in het lichaam gebracht worden en dat de tepel op het ogenblik van de reconstructie kan worden gecreëerd (of tijdens een volgende ingreep).
Nadeel is dat de weefsels na de verplaatsing kunnen afsterven en dat pijn kan optreden zowel op de plaats waar het weefsel werd verwijderd als op de plaats van de nieuwe borst.
Over het algemeen kan gesteld worden dat patiënten bij wie de voorste okselplooi beschadigd is, grote borstspier is weggenomen, de kwaliteit van de huid slecht is, de kwaliteit van het litteken slecht is, tepel en tepelhof afwezig is en erg magere patiënten, eerder in aanmerking zullen komen voor een reconstructie met eigen weefsel. In het andere geval kan een implantaat overwogen worden.

Er worden verschillende types van weefsel of ‘flaps’ gebruikt om een borst te reconstrueren.

Buikweefsel

Gesteelde TRAM Flap
De "gesteelde TRAM flap" gebruikt vetweefsel van de lage buikwand (tussen navel en schaamstreek) en één van de rechte buikspieren. Deze lopen in verticale richting van het borstbeen tot het schaambeen. De spier wordt, samen met vetweefsel, huid en de bestaande bloedtoevoer naar de borst opgetrokken en in een borstvorm gemodelleerd.
Deze ingreep laat een litteken na over de hele breedte van de onderbuik, maar geeft een esthetisch goed resultaat.
Nadeel is dat soms delen van de flap afsterven (huid- en vetnecrose tot 20%) en het feit dat één rechte buikspier wordt opgeofferd. Dit kan afhankelijk van de graad van compensatie van de andere buikspieren, de activiteitsgraad van de patiënte en het type van buikwandherstel, aanleiding geven tot functionele problemen later. Het wegnemen van één of beide buikspieren zal leiden tot een afname van de stevigheid van de buikwand maar vooral een afname in kracht om de romp te plooien of te draaien. Dit kan aanleiding geven tot uitstulpingen van de buikwand en breuken.

Vrije TRAM Flap
Bij de vrije TRAM flap wordt eveneens huid- en vet van de buikwand genomen, samen met de bloedvaten, maar slechts het onderste gedeelte van de rechte buikspier. Groot voordeel is de betere doorbloeding, zodat minder problemen geobserveerd worden met gedeeltelijk verlies van huid en vetweefsel, en minder problemen met de buikwand omdat slechts een gedeelte van de spier wordt verwijderd. Groot nadeel is de langere operatieduur en het risico op trombose (vorming van bloedklonters) na de operatie.

tram-flap-150.jpg
De vrije DIEP flap
Bij de vrije DIEP flap wordt de rechte buikspier niet meer weggenomen. Deze techniek wordt momenteel het meest gebruikt.
Post-operatief is er geen verzwakking van de buikwand noch verlies van functie van de rompspieren. Patiënten die een DIEP flap reconstructie ondergingen zijn steeds in staat al hun normale dagtaken te hernemen 4 tot 6 weken na de ingreep.
De nadelen van deze techniek zijn een risico op trombose (ca. 5%) en eventueel volledig verlies van de flap (ca. 2%). Ter hoogte van de buik is er een litteken van de ene heupkam tot de andere. Meestal kan dit litteken wel verborgen worden onder een badpak.

Bilweefsel

Bij de S-GAP flap (Superior Gluteal Artery Perforator) wordt huid en vet samen met de voedende bloedvaten uit de bil gebruikt.
Aangezien het vetweefsel ontnomen wordt hoog op de bilstreek kan het litteken bedekt worden door normaal ondergoed of bikini.
Ten gevolge van de stevigheid van het vetweefsel en de hogere hoeveelheid bindweefsel in het vetweefsel van de bil, is de vormgeving moeilijker in vergelijking met de vrije DIEP flap. Een ander nadeel is dat bij erg magere patiënten soms de vorm van de bil kan verstoord worden. In een tweede operatieve tijd kan echter door liposuctie en littekencorrectie opnieuw een symmetrie gecreëerd worden tussen beide billen.
De vrije SGAP flap blijft een tweede keuze na de vrije DIEP flap en wordt vooral toegepast bij patiënten die erg mager zijn en onvoldoende vetweefsel ter hoogte van de buik hebben.
De mogelijke complicaties van een S-GAP ingreep zijn vergelijkbaar met de complicaties van de DIEP flap.

Rugweefsel

flap-reconstructie.jpg
De "LD flap" gebruikt de "latissimus dorsi musculus" (een spier gesitueerd in de bovenste helft van de rug). Deze spier wordt dan naar voren gedraaid om meestal een prothese te bedekken en deze prothese te beschermen. Samen met de spier kan eveneens huid en vet worden verplaatst om het tekort aan huid op te vullen. Soms is dit voldoende om zonder een prothese een voldoende grote borst te reconstrueren.
Er wordt een insnijding gemaakt onder het schouderblad.

Reconstructie van de tepel en de areola (tepelhof)

Tepel en tepelhofreconstructie gebeurt 3 tot 6 maanden na de eerste reconstructie. Deze periode is noodzakelijk om de borst een definitieve vorm en plaats te laten innemen en om de juiste positie van de nieuwe tepel te bepalen.
De tepel wordt meestal gereconstrueerd met twee of drie kleine flapjes afkomstig van de huid van de flap op de plaats waar de nieuwe tepel dient gevormd te worden.
Dit zal leiden tot nieuwe kleine littekens ter hoogte van de borst in de nabijheid van de nieuw gevormde tepel. Deze littekens zullen echter gecamoufleerd worden door de tatoeage van het tepelhof en tepel. Af en toe kan de tepel gereconstrueerd worden door transplantatie van een gedeelte van de andere tepel. Dit natuurlijk enkel als deze groot genoeg is om een gedeelte te ontnemen.
Het tepelhof wordt nagebootst door tatoeage van de tepelhof regio. Deze tatoeage vindt plaats ongeveer één tot drie maanden na de reconstructie van de tepel.
Tatoeage is geen definitieve procedure en dient dikwijls herhaald te worden na enige jaren omwille van vervagen van het pigment.

zie ook artikel : Meer weten over borstamputatie (mastectomie) en borstreconstructie


bron: www.tegenkanker.be, www.borstkanker.net
verschenen op : 02/01/2011 , bijgewerkt op 29/10/2015


pub