8 vragen over hoogbegaafdheid

Laatst bijgewerkt: maart 2019

dossier

Hoogbegaafdheid is een verzamelwoord voor een aantal persoonskenmerken die maken dat iemand anders denkt en handelt dan de mensen rondom hem. Vanaf een IQ van 130 spreken we van hoogbegaafdheid. Dat IQ heeft een stevige invloed op het gedrag van de kinderen. Hoogbegaafden denken niet alleen anders en sneller, ze voelen zich ook anders dan hun leeftijdsgenoten. Dat gevoel bekruipt hen al vaak bij hun eerste stapjes in de kleuterklas. In vele gevallen kan het een bron van problemen zijn: verveling, demotivatie, onderpresteren en opbouw van frustraties zijn maar een aantal frequent voorkomende moeilijkheden.

Ze zijn ook kritisch, creatief, heel gevoelig en hebben een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Hun bewustzijnsniveau ligt gewoon hoog en dat maakt de kans groot dat ze zich over alles zorgen maken.

Hoewel mensen hun hele leven de gevolgen van hun hoogbegaafdheid ervaren, manifesteren deze zich het meest bij kinderen en jong volwassenen.

Hoogbegaafdheid is bij elk kind uniek. Checklijsten en algemene regels helpen niet. Er bestaat geen vragenlijst die je kan invullen en die je op het einde vertelt of je kind hoogbegaafd is of niet. Enkel aangepaste testen geven echt uitsluitsel. Het is dus niet te verwonderen dat de meerderheid van de kinderen en volwassenen ook vandaag nog niet weten dat ze hoogbegaafd zijn.

Is hoogbegaafdheid uitzonderlijk?

Als hoogbegaafdheid ter sprake komt, wordt al gauw aan wonderkinderen gedacht: zo’n Einstein waarvan er elke eeuw wel eentje wordt geboren. De werkelijkheid is helemaal anders. Wist u dat in een klas van 25 kinderen gemiddeld genomen één hoogbegaafde leerling te vinden is? Dit betekent dat in een school met 300 leerlingen al snel een twaalftal hoogbegaafde kinderen zitten. Als uw kind hoogbegaafd blijkt, is het dus absoluut niet die grote uitzondering. 

Hoe uit hoogbegaafdheid zich bij kinderen?

Hoogbegaafdheid is een kei in zich verstoppen. Daarom is hoogbegaafdheid voor mensen die er niet dagelijks mee te maken hebben zeer moeilijk te herkennen.

Soms vermomt hoogbegaafdheid zich als het tegenovergestelde: kinderen leren moeilijk de tafels van buiten, het lezen van de klok wil maar niet lukken, spelfouten blijven terugkomen.

Soms maakt hoogbegaafdheid zich onzichtbaar. De kinderen doen het goed in de klas, maar luieren wat in hun comfortabele hangmat en ontbreken een (juiste) werkhouding.

Hoogbegaafdheid is bij elk kind uniek. Checklijsten en algemene regels helpen niet. Er bestaat geen vragenlijst die je kan invullen en die je op het einde vertelt of je kind hoogbegaafd is of niet. Enkel aangepaste testen geven echt uitsluitsel. Het is dus niet te verwonderen dat de meerderheid van de kinderen en volwassenen ook vandaag nog niet weten dat ze hoogbegaafd zijn.

Zijn hoogbegaafde kinderen meestal asociaal?

Net als bij andere kinderen verschilt sociaal of niet sociaal zijn van mens tot mens. Hoogbegaafde kinderen lijken gewoon vaker asociaal omdat ze geïnteresseerd zijn in andere thema’s en zich vaak veel meer zorgen maken dan hun leeftijdsgenootjes. Bovendien vertellen ze grapjes die leeftijdsgenootjes vaak niet begrijpen. Als dit uitmondt in een isolement krijgen ze dikwijls onterecht de opmerking dat ze heel asociaal zijn en wordt soms ook al aan autisme gedacht … Langs de andere kant zien we ook hoogbegaafde kinderen die net heel sociaal zijn en zowel met jongere als oudere kinderen een praatje gaan slaan en de gangmaker zijn op ieder feestje.

Hebben hoogbegaafde kinderen extra hulp op school nodig?

Soms ligt de hoogbegaafdheid aan de basis van specifieke leer- of sociale problemen. In dat geval is extra hulp nodig. Deze hulp komt dan best van mensen die gespecialiseerd zijn in hoogbegaafdheid en vertrouwd zijn met de problemen en de aanpak.

De meeste leerkrachten stoppen van nature veel meer energie in zwakke leerlingen, wat uiteraard absoluut noodzakelijk is. Vaak gaan ze ervan uit dat hoogbegaafde kinderen er zelf wel geraken.  Maar niets is minder waar want deze leerlingen hebben net bijkomende uitdaging en begeleiding nodig. Als ze deze niet krijgen, wordt hun honger om te leren niet gevoed en worden ze ziek van het dieet dat ermee gepaard gaat.

Ook al zijn ze verstandig, ze halen niet altijd 10 op 10. In het lager onderwijs wordt de leerstof veel herhaald. Hoogbegaafde kinderen hebben snel het gevoel dat ze het al kennen. De moeilijkheidsgraad van de basisleerstof is ontoereikend om deze leerlingen te leren zich in te spannen en te leren omgaan met het maken van fouten. Het aanwezige potentieel wordt bijgevolg te beperkt aangesproken waardoor de werk- en studiehouding onvoldoende wordt ontwikkeld en bijgestuurd. Ze vervelen zich, raken verstrooid en luisteren niet meer. Ze maken fouten uit desinteresse.

Hoogbegaafdheid kan u zien als een denktalent en net zoals een muzikaal getalenteerd kind een muziekleraar nodig heeft, en een kind dat goed kan tennissen of voetballen een goede coach behoeft, zo heeft ook een hoogbegaafd kind een goede leraar nodig.

Om elementaire vaardigheden zoals werkhouding en taakspanning te kunnen ontwikkelen en te laten groeien hebben ook hoogbegaafde leerlingen gerichte onderwijsaanpassingen nodig. De basisleerstof moet ingedikt worden door middel van beperkte instructie en het schrappen van reeds gekende leerstof. In de plaats wordt op een  verplichtende manier ‘ander werk’ aangeboden met een hogere moeilijkheidsgraad, zodat zij ook de mogelijkheid krijgen om te leren een inspanning te leveren en te leren falen.
Differentiatie naar boven alleen is voor hoogbegaafde leerlingen nog ontoereikend, waardoor ze deels op hun leerhonger blijven zitten. De uitbouw van een kangoeroeklas is voor deze leerlingen dan ook een noodzaak. Het biedt de hoogbegaafde leerling de mogelijkheid om ontwikkelingsgelijken te ontmoeten, waarmee vragen, zorgen en interesses gedeeld kunnen worden. In de kangoeroeklas wordt gewerkt aan werkhouding zoals het planmatig leren werken, structuur leren aanbrengen, doorzetten, omgaan met frustraties en zo meer. Tot slot is het van groot belang dat de kangoeroeklas de studiehouding en bijhorende vaardigheden optimaliseert.

Kunnen hoogbegaafde kinderen moeilijkheden hebben met rekenen?

Hoogbegaafde kinderen kunnen vreemd genoeg in de knoop raken met rekenen. Vaak hebben ze zichzelf reeds op jonge leeftijd spelenderwijs een aantal wiskundige inzichten eigen gemaakt. Ze goochelen met getallen om tot een oplossing te komen en zijn vaak geboeid door het spelen met getallen. Eens de echte rekenles in het eerste leerjaar aan de orde is, worden vaste rekenstrategieën aangeleerd en heel wat tussenstappen verwacht. Voor sommige hoogbegaafde kinderen lijkt het net hetzelfde of ze kunnen al lezen en plots wordt hen het alfabet aangeleerd. 
Het gebeurt vaker dat een aantal hoogbegaafde kinderen in de knoop geraken met rekenen door tussenstappen die opgelegd worden maar die ze niet meer nodig hebben. Daardoor laten ze hun denken los op technieken die voor hen geen verband houden met het vinden van de oplossing. Hierdoor maken ze vreemde constructies in hun tussenstappen terwijl de uitkomst van de oefening wel juist is. Wanneer de leerkracht een oefening fout aanrekent omdat de tussenstappen ontbreken of fout zijn ingevuld (ook al is de uitkomst correct), raken hoogbegaafde kinderen compleet in de war. Ze zien hun zelfvertrouwen kelderen en zijn er heel snel zeker van dat ze niet kunnen rekenen. Ze verliezen de moed, raken gedemotiveerd en ervaren elke rekenles als een kwelling.

Is versnellen (een jaar overslaan) een oplossing voor hoogbegaafde kinderen?

Voor heel wat hoogbegaafde kinderen kan versnellen een oplossing zijn. Voor anderen dan weer helemaal niet. Het zijn experten in het domein van hoogbegaafdheid die moeten bekijken of versnellen al dan niet een optie is voor een kind of jongere.

Belangrijk is te melden dat een versnelling steeds een tijdelijke oplossing is. Dit betekent dat een kind door te versnellen tijdelijk meer uitdaging heeft omdat gemiste leerstof moet ingehaald worden. Op een bepaald moment is ook deze uitdaging weg, is het kind terug mee met de leerstof en is er opnieuw nood aan meer uitdaging. Dit betekent dat de school zich er bewust van moet zijn dat na een versnelling ook een verbredingstraject dient te volgen. Dit verbredingstraject bestaat in eerste instantie uit het aanbieden van differentiatie naar boven waarbij makkelijke oefeningen vervangen worden door moeilijkere. In tweede instantie dient nadien overwogen te worden of de leerling al dan niet moet toetreden tot de zogenaamde kangoeroeklas of plusklas.

Het is ook van belang te weten dat versnellen een ingreep is die bij eenzelfde kind niet te vaak kan plaatsvinden. Eén jaar versnellen en bij hoogste nood een tweede versnelling doorvoeren, kan een mogelijkheid zijn maar is eerder de uitzondering dan wel de regel.

Een laatste maar daarom niet minder belangrijk aspect is het feit dat versnellingen niet enkel een cognitieve impact hebben, maar vooral een effect sorteren op sociaal-emotioneel vlak. Ook hoogbegaafde kinderen hebben nood aan ontwikkelingsgelijken en deze zijn niet altijd te vinden onder leeftijdsgenoten. Een versnelling kan deze behoefte invullen en dit is een effect dat vaak vele jaren zijn positieve gevolgen heeft voor het kind.

Kunt u hoogbegaafdheid testen?

Een grote meerderheid van de hoogbegaafden weet vandaag niet dat ze hoogbegaafd is. Voor een deel onder hen is dat jammer. Het signaleren van hoogbegaafdheid kan mensen immers helpen om bepaalde, voor hen schijnbaar onverklaarbare, problemen te duiden en aan een aangepaste oplossing te werken. Testen is niet altijd noodzakelijk maar een test kan voor heel wat ouders nodig zijn om de ogen te openen en te beseffen dat er werk aan de winkel is om het potentieel dat hun kind bezit ook tot ontwikkeling te laten komen. Ouders die niet tot een testing overgaan missen daardoor opvoedkundig vaak de juiste aanpak. 

De meest voorkomende redenen om uw kind te laten testen op hoogbegaafdheid:

• Sommige scholen zijn pas bereid de nodige onderwijsinterventies voor uw kind te starten als ze overtuigd worden met een testresultaat.
• Een test is ook nuttig voor ouders die erg twijfelen aan de hoogbegaafdheid van hun kind. In die gevallen kan een onderzoek verhelderend werken. U krijgt inzicht in het functioneren van uw kind op verschillende vlakken. Het doel van de testing is niet om een label te verkrijgen maar wel om uw kind op een andere en meer adequate manier te begeleiden.
• De ontwikkeling van uw kind loopt niet vlot en u moet nagaan of hoogbegaafdheid mee aan de basis ligt.
• Wanneer een vermoeden bestaat van een dubbeldiagnose. Een kind kan bijvoorbeeld dyslexie of autisme spectrum stoornis hebben, in combinatie met hoogbegaafdheid. De aanpak voor uw kind zal op school anders moeten zijn dan wanneer er geen sprake is van (hoog)begaafdheid.
• Om misdiagnoses te vermijden vermits sommige hoogbegaafde kinderen een gedrag kunnen vertonen dat kenmerken heeft van autisme spectrum stoornis of AD(H)D terwijl dit helemaal niet aan de orde is.

Hoogbegaafdheid slaagt erin om zich niet alleen voor de omgeving verborgen te houden, ook standaard intelligentietesten zijn – zeker bij kinderen – niet altijd effectief in het opsporen ervan. Specialisten met ervaring in hoogbegaafdheidsonderzoek weten hoe ze kinderen op hun gemak kunnen stellen en vertrouwen kunnen geven om tot een betrouwbaar resultaat te komen.

Bij Exentra vzw worden de testen afgenomen door experten in hoogbegaafdheid. 

Meer info:
www.exentra.be
www.hoogbegaafdvlaanderen.be



verschenen op : 13/03/2019 , bijgewerkt op 11/03/2019


pub