Voedingsvezels mogelijk bruikbaar bij allergie

Laatst bijgewerkt: januari 2019
123-soorten-voedingsallergie-12-18.png

nieuws

Niet-verteerbare voedingsvezels, zoals die onder meer in groente voorkomen, lijken behulpzaam te zijn voor mensen met een voedselallergie. Onderzoek aan het universitair medisch centrum UMC Utrecht wijst er op dat deze vezels het ontregelde afweersysteem sneller weer in balans brengen. Daarom zouden zulke vezels mogelijk kunnen bijdragen als toevoeging bij de behandeling van bijvoorbeeld een pinda-allergie. 

Voedselallergieën komen wereldwijd steeds vaker voor. Bij het ontwikkelen van een voedselallergie is er een verstoring van het immuunsysteem, waardoor het lichaam ongevaarlijke eiwitten als gevaarlijk ‘ziet’. Omdat er nog geen effectieve lange-termijn genezing is, moeten mensen met een voedselallergie bepaalde voedingsmiddelen blijven vermijden. 

De studie onderzocht of zogenaamde niet-verteerbare oligosachariden (een speciaal soort voedingsvezels) de werkzaamheid en verdraagzaamheid van nieuwe, nog experimentele immunotherapieën kunnen verbeteren. Zo’n immunotherapie is erop gericht om een patiënt, onder zorgvuldige bewaking, een steeds hogere dosis van het stofje waarvoor hij allergisch is toe te dienen, met als doel de allergie te verminderen. 
In deze studie bootste men de darmomgeving na om het effect van oligosachariden op de darmwand bestuderen. Hieruit blijkt dat deze vezels de allergische reactie van T-cellen (bepaald type immuuncellen) kunnen onderdrukken en dat het immuunsysteem beter in balans blijft. Dit zou betekenen dat een dieet met deze vezels een allergische reactie mogelijk kan onderdrukken via effecten in de darm. Ook liet het onderzoek zien dat oligosachariden die in het bloed terecht komen, invloed kunnen hebben op immuuncellen die betrokken zijn bij de allergische reactie (basofielen). Deze immuuncellen werden minder actief na contact met de stof waarvoor zij allergisch waren. Een van de gevolgen hiervan is dat zij minder histamine kunnen uitscheiden en daardoor eventuele bijwerkingen van immuuntherapie zouden kunnen verminderen.

Tenslotte werd het effect van oligosachariden onderzocht op dendritische cellen, dat zijn een bepaald soort cellen in het immuunsysteem. In de studie werden ze eerst ‘allergisch’ gemaakt voor pinda-eiwitten. Het bleek dat deze voedingsvezels de ontregelde dendritische cellen zó konden beïnvloeden dat ze weer normaler functioneerden. Oligosachariden kunnen volgens de onderzoekers dus mogelijk een allergische immuunrespons bijsturen, wat de veiligheid en de effectiviteit van de immunotherapie zou kunnen ondersteunen.

Volgens de onderzoekers toont de studie dat niet-verteerbare voedingsvezels mogelijk een rol kunnen spelen in het bijsturen van het immuunsysteem, zowel indirect via effecten op de darm als direct via een effect op basofielen en dendritische cellen. Een volgende stap zou een klinische studie kunnen zijn waarin de effecten van een dieetinterventie met specifieke oligosachariden onderzocht worden bij patiënten die worden behandeld voor een pinda-allergie.




pub