De ziekte van Parkinson: zijn er al signalen vanaf je vijftigste?

Laatst bijgewerkt: mei 2016
123-strand-wandel-zee-4-11.jpg

nieuws Het zou kunnen dat er tijdens je late adolescentie en daarna vanaf je vijftigste signalen zijn die een groter risico op de ziekte van Parkinson voorspellen.

Die associatie, gemaakt door een Zweeds team (Universiteit van Umea), kan zeker niet systematisch worden genoemd, maar toch verdient ze bijzondere aandacht. Ze zou namelijk toelaten om in een zeer vroegtijdig stadium bepaalde personen te traceren die gevoeliger zijn om die ziekte te ontwikkelen.

Er werd in de eerste plaats aangetoond dat patiënten die lijden aan de ziekte van Parkinson vaak relatief weinig spierkracht hadden tijdens hun late adolescentie en de beginjaren van hun volwassenheid. Het onderzoeksteam heeft willen bepalen in welke mate er een verband zou kunnen zijn tussen deze spierzwakte en het risico op vallen en breuken rond de tijd dat de patiënt vijftig werd. Dat is dus een pak jaren eerder dan het tijdstip waarop de diagnose van de ziekte globaal gezien wordt vastgesteld. Er werd een analyse gedaan van een databank die de gegevens van miljoenen personen van boven de 50 bevat. En die toont aan dat er een duidelijke correlatie is tussen het vallen (en breuken) bij deze leeftijdsgroep en de waarschijnlijkheid om op latere leeftijd, in de tien tot twintig jaren die volgen, de ziekte van Parkinson te ontwikkelen.

Conclusie: een zwak spierstelsel bij jonge volwassenen verhoogt aanzienlijk het risico op ernstige valpartijen wanneer ze vijftiger zijn en vervolgens op de ziekte van Parkinson wanneer ze oud zijn. De onderzoekers spreken van een neurodegeneratieve aandoening en een vroegtijdig klinisch signaal daarvan manifesteert zich door evenwichts- en mobiliteitsproblemen. Het gevolg daarvan is dat de persoon een hoger risico heeft om te vallen. Het spreekt voor zich dat er nog heel veel andere redenen kunnen zijn waarom iemand valt, maar in dit geval moet een valpartij van een vijftiger toch met de nodige aandacht worden onderzocht en moet de persoon goed opgevolgd worden.


bron: PLoS Medicine (http://journals.plos.org/plosmedicine
verschenen op : 03/05/2016 , bijgewerkt op 01/05/2016


pub