Waarom een nieuwe SPIN-gehoortest op school?

Laatst bijgewerkt: september 2015
123-kind-oortjes-comp-muzie-08-15.jpg

nieuws Elk kind dat in Vlaanderen school loopt in een erkende school, wordt geregeld medisch onderzocht door het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB). Daarbij wordt ook het gehoor getest. Vanaf dit schooljaar wordt een nieuw gehooronderzoek ingevoerd in het Vlaamse onderwijs om ook gehoorverlies door blootstelling aan lawaai op te sporen.

Bij wie wordt het gehoor getest?
1. Bij kleuters van het 1ste kleuterklasje wordt een gehoortest (audiometrie) uitgevoerd wanneer er bijzondere risicofactoren zijn voor aangeboren neurosensorieel gehoorverlies:
• CMV-infectie tijdens de zwangerschap;
• Bacteriële meningitis;
• Ernstig hoofdtrauma;
• Ernstige prematuriteit (zwangerschapsduur = 32 weken);
• Familiaal erfelijk voorkomen van gehoorverlies;
• Kinderen die bij de geboorte niet werden getest.

2. Alle leerlingen van het 1ste leerjaar: een systematisch gehooronderzoek.

3. Alle kinderen met een ontwikkelingsrisico: een gehoortest met audiometrie.

4. Alle leerlingen van het 5de leerjaar en het 3de secundair: een zogenaamde SPIN-test (spraak-in-ruis-test) om schade door lawaai op te sporen.

Waarom wordt lawaaischade getest?
Er bestaat een grote bezorgdheid over het schadelijk effect van langdurige en/of veelvuldige blootstelling aan lawaai in de vrije tijd, onder meer door het veralgemeende gebruik van draagbare muziekspelers door kinderen en adolescenten, waarbij het geluid via oortjes of een koptelefoon rechtstreeks het trommelvlies en het binnenoor bereikt. De typische luisteraar heeft zijn volume ingesteld staan tussen 75 en 105 dB. In een doorsnee discotheek worden niveaus van 104 tot 112 dB opgemeten. Slechts enkele minuten blootstelling aan deze geluidsniveaus is voldoende om bij gevoelige personen permanent gehoorverlies te veroorzaken, voornamelijk wanneer men zich dicht bij de geluidsbron (luidspreker) bevindt.

In een eerste fase is er een tijdelijke gehoordaling, die normaliseert na enkele minuten, uren of dagen na het stoppen van het lawaai. Dit wordt bijvoorbeeld waargenomen direct na een discotheekbezoek en gaat vaak gepaard met oorsuizen. Men spreekt van een tijdelijke (gehoor)drempelverschuiving.

In een volgende fase is de beschadiging onomkeerbaar. Het gehoorverlies blijft voorgoed aanwezig en ook het oorsuizen neemt niet meer af. Dit wordt een permanente (gehoor)drempelverschuiving genoemd.

Kenmerkend voor lawaaischade is dat er aanvankelijk gehoorverlies is op de hoge frequenties (3000, 4000 en 6000 Hz) waarna de schade zich uitbreidt naar de naburige en dus ook lagere frequenties. Belangrijke gevolgen van lawaaischade zijn oorsuizen en de moeilijkheid om spraak te verstaan, voornamelijk in een rumoerige omgeving.
Van jongeren met minimaal gehoorverlies is vastgesteld dat ze meer kans maken op gedragsproblemen en leerachterstand. Lawaaislechthorendheid in een klas met veel geroezemoes, leidt onvermijdelijk bij de leerling tot vermoeidheid en psychologische stress.

Enkele cijfers over gehoorverlies bij jongeren
• Naar schatting heeft één op acht kinderen en tieners tussen 6 en 19 jaar enige vorm van gehoorverlies.
• Men schat dat 10% van de jonge mensen een verlies van 10dB op 3000 Hz in beide oren heeft na 10 ?jaar blootstelling aan versterkte muziek.
• Na 5 jaar blootstelling aan muziek door hoofdtelefoons heeft 5% van de tieners een hoogfrequent ?gehoorverlies.
• Bijna 90% van de Vlaamse universiteitsstudenten ervaart een voorbijgaande tinnitus (oorsuizen) na luide muziek en 15% heeft permanente tinnitus, terwijl slechts 11% gehoorbescherming draagt.
• Acht op tien jongeren tussen 14 en 18 jaar maakt gebruik van draagbare audiospelers: 24% van hen luistert meer dan 15u per week en 45% van de jongeren haalt een geluidsintensiteit van 75 tot 100% van het maximumvolume. Drie kwart ziet gehoorverlies niet als een probleem; ze maken weinig gebruik van gepaste gehoorbescherming, en 8 op 10 jongeren die vaak oorsuizen ervaren na luide muziek zijn niet geneigd naar aanleiding hiervan het volume van hun MP3-speler lager te zetten.

Spraak in Ruis-Test (Spin-test)
Tot nu toe gebeurde het systematisch gehooronderzoek door het CLB op school met een zogenaamde toonaudiometrie. Bij deze test krijgt uw kind zuivere tonen te horen op verschillende toonhoogtes, waarbij per oor wordt gemeten tot welke sterkte het kind de verschillende tonen nog hoort. Toonaudiometrie is echter geen geschikte methode voor de vroegtijdige opsporing van gehoorverlies door lawaai.
Daarom werd een nieuwe test ontwikkeld, de SPIN-test, afkorting van ‘SPeech-In-Noise’. Dit is een test die het spraakverstaan in achtergrondgeluid meet. Uit onderzoek is gebleken dat deze test veel gevoeliger is dan de klassieke toonaudiometrie om algemeen gehoorverlies en beginnende lawaaischade op te sporen.

De test verloopt volledig automatisch via een tablet en een koptelefoon. De testpersoon krijgt telkens drie cijfers te horen via een koptelefoon en moet deze zelf ingeven op de tablet. Bij een juist antwoord (3 cijfers correct), wordt de volgende reeks van cijfers op een moeilijker (zachter) niveau aangeboden, bij een fout antwoord wordt de test weer iets gemakkelijker. Na een 20-tal aanbiedingen kan op die manier de spraakverstaansdrempel worden bepaald. Dit is de signaal-ruis-verhouding waarbij 50% van de spraaksignalen (namelijk de driecijfercombinaties) in rumoer wordt verstaan.
Afhankelijk van de uitslag van de test, krijgen de ouders en de leerling van het CLB informatie dat het spraakverstaan niet, licht of ernstig verstoord is, en dat lawaaiblootstelling moet vermeden worden. Bij een ernstige verstoring van het spraakverstaan wordt de leerling doorverwezen naar een gespecialiseerde arts (NKO-arts) voor verder onderzoek en een eventuele behandeling.

U kunt de SPIN-gehoortest ook thuis uitvoeren op www.testjegehoor.be

Meer informatie (.pdf) over de SPIN-gehoortest






pub