Risico van kort opeenvolgende zwangerschappen

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Een kort interval tussen twee zwangerschappen houdt een aantal risico's in voor moeder en kind. Zo blijkt dat kindersterfte het geringst is bij een interval van 3 tot 4 jaar gerekend van geboorte tot geboorte.
Bij een volgende zwangerschap ziet men naargelang de duur van het interval een lineaire afname van spontane abortus en laat-foetale dood, vroeggeboorte, laag geboortegewicht, intra-uteriene groeivertraging, peri-natale sterfte (tot het 2de levensjaar), syndroom van Down, wiegendood en aangeboren afwijkingen (vooral neuraalbuisdefecten zoals hazelip, open rug).
Ook wordt bij snel opvolgende zwangerschappen meer tweelingen van hetzelfde geslacht vastgesteld en een verschuiving van de jongens-meisjesverhouding.

Bij een studie in Nederland bij schoolkinderen van 9 jaar oud werd een verband vastgesteld tussen enerzijds duur van het geboorte-interval en lengte, gewicht en verbale en andere intelligentie. Bij dochters geconcipieerd binnen 6 maanden na een vorige geboorte, bleek de kans op menstruatiestoornissen verdubbeld, terwijl de kans op kinderloosheid bijna 8-voudig was toegenomen als de conceptie binnen het jaar plaatsvond.
Ook worden meer psychiatrische aandoeningen vastgesteld bij kinderen die snel op elkaar worden geboren.
Als meest voor de hand liggende oorzaak voor deze verminderde ontwikkelingskansen bij een zeer snel volgende zwangerschap worden fysieke uitputting en gebrek aan essentiële voedingsstoffen bij de moeder aangehaald. Maar deze hypothese is nooit bewezen.
Een andere mogelijke verklaring is de niet-optimale rijping van de eicel, waardoor een tijdelijke afremming van de ontwikkeling van verschillende weefsels en organen, in het bezonder van de zenuwcellen, optreedt.
Bron: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 3 augustus 2002






pub