Hoe werkt de infrarood-sauna?

Laatst bijgewerkt: maart 2020
vr-stoomb-sauna-170_400_01.jpg

nieuws De infrarood-sauna kent de laatste jaren een stormachtige opgang. In de klassieke (Finse) sauna wordt de lucht door een warmtebron opgewarmd. De werking berust op de wisselwerking tussen hete, droge lucht (temperaturen tussen 50-100°C, relatieve vochtigheid van 15 tot 30%) en koud water.

De werking van een infrarood-sauna is gebaseerd op de infrarood warmte die opgewekt wordt met elektrische stralers. Het kenmerk van infrarood warmte is dat deze warmte wordt overgebracht naar de huid zonder dat er warme lucht aan te pas komt. In een infraroodcabine wordt slechts 20% van de stralingswarmte voor de verwarming van de lucht gebruikt, de overige 80% zou rechtstreeks in lichaamswarmte worden omgezet.
Een Infraroodsauna is dus eigenlijk geen sauna maar een (stralings) warmtecabine. Door de dubbele wanden van de Infraroodcabine zal ook de omgevingstemperatuur stijgen naar 40° tot 60°C.

Meestal ziet de infrarood-sauna er net zo uit als de klassieke houten saunacabine. Maar omdat de infraroodstralen rechtstreeks de huid verwarmen, kan men ze ook zonder zo’n cabine gebruiken, en zelfs in open lucht. Essentiëel is de straling, niet de warmte van de omringende lucht. Afhankelijk van het materiaal van de cabine (den, hemlock, ceder, multiplex...) zou de warmtegeleidingscoëfficiënt weliswaar verschillen en zouden een deel van de infraroodstralen geabsorbeerd in plaats van teruggekaatst worden, waardoor het effect minder groot zou zijn.

Het infrarode licht bestaat uit drie typen golven met elk een eigen golflengte. Er zijn infrarood cabine's die gebruik maken van stralers uit het korte golfbereik en cabines met stralers voor het midden- en lange golfbereik. Beide toepassingen zouden een verschillende uitwerking op de huid hebben.

A-straling: Deze infraroodstralers geven ‘rood licht’ met behulp van speciale filters. De kortgolvige infraroodcabine brengt de warmte over door straling. Deze straling dringt tot diep in de huid door (naargelang de bron van 4 mm tot 5 cm). Stralers die voor 100% uit kortegolf (IR-A) bestaan, worden niet toegepast in (recreatieve) saunacabines. Ze worden vooral om medische redenen en voor een korte duur gebruikt. Een volledig spectrum infraroodstraler bestaat uit (maximaal) 20% IR-A (kortegolf) 60% IR-B (middengolf) en 20% IR-C (langegolf).

B-straling: Deze straling dringt onmiddellijk in de bovenste huidlagen, echter niet diep genoeg om de diepte-warmtewerking van IR-A straling te bereiken.

C-Straling: Deze straling wordt al aan het huidoppervlak geabsorbeerd en dringt ondiep in de bovenste huidlaag.

Vermits infrarode warmte dieper in de huid dringt dan de opgewarmde lucht bij een klassieke sauna, zweet men feller bij lagere temperatuur. Door de lagere omgevingstemperatuur en het feit dat men hem meestal niet gebruikt in combinatie met koud water, zijn de eventuele gezondheidsrisico’s kleiner dan bij de gewone sauna. De cardiovasculaire effecten van een infraroodsauna (zweten, uitzetting van de bloedvaten, verhoging van de hartslag enz.) is vergelijkbaar met een wandeling tegen matig tempo. Het is ook aangenamer om lucht van 40 tot 50°C in te ademen dan lucht tot 100°C.






pub