Vet is niet noodzakelijk een risico voor hart- en vaatziekten

Laatst bijgewerkt: mei 2022
123-vr-gewicht-vet-dieet-obesit-02-062.jpg

nieuws

Men neemt over het algemeen aan dat overtollig lichaamsvet een gezondheidsrisico vormt, vooral voor hart- en vaatziekten. Maar dit blijkt niet noodzakelijk zo te zijn.

Het gewicht en de body mass index (BMI: verhouding lengte/gewicht) werden lang beschouwd als referentieparameters om het cardiometabole risico te bepalen. Deze parameters zijn nog altijd relevant, maar ook andere elementen spelen een belangrijke rol, meer bepaald buikvet (tailleomtrek). Een ander onderwerp van discussie dat relevant is in deze context, is de "zwaarlijvigheidsparadox". Die houdt in dat zwaarlijvigheid in bepaalde gevallen gelinkt is aan een hogere levensverwachting. Deze stelling is (zeer) omstreden, want overgewicht kan leiden tot ernstige gezondheidsproblemen.

Lees ook: Hart- en vaatziekten: wat kan je doen om buikvet te verliezen?

Een Amerikaans team (Universiteit van Californië) heeft een nieuw element aan deze kwestie toegevoegd. Zij onderzochten gegevens van ongeveer 12.000 volwassenen die bijna twee decennia lang werden gevolgd. Hun lichaamssamenstelling werd gescand met medische beeldvorming (biphoton X-ray absorptiometry) om de verhouding tussen vet- en spiermassa te bepalen. Er werden vier groepen gevormd.

  • lage spiermassa en lage vetmassa (referentiegroep)
  • lage spiermassa en hoge vetmassa
  • hoge spiermassa en lage vetmassa
  • hoge spiermassa en hoge vetmassa

Verschillen tussen mannen en vrouwen

De onderzoekers vergeleken deze gegevens met de incidentie van fatale en niet-fatale cardiovasculaire aandoeningen. Het meest verrassende resultaat zag men bij vrouwen. Vrouwen met een hoge spiermassa en vetmassa hebben een aanzienlijk lager risico op overlijden door hart- en vaatziekten (-42% in vergelijking met een lage spiermassa en lage vetmassa).

Nog verrassender is dat men deze "bescherming" niet in dezelfde mate waarneemt bij een hoge spiermassa en een lage vetmassa. Met andere woorden, een relatief hoog vetgehalte zou gunstig zijn (obesitasparadox?), op voorwaarde dat het gepaard gaat met een goede spiersamenstelling. In het tegenovergestelde geval (weinig spieren en veel vet) is de situatie zeer ongunstig.

Voor mannen ligt het anders. Men ziet hetzelfde resultaat dat men bij vrouwen ziet in het geval van hoge spiermassa en hoge vetmassa (-36% cardiovasculair risico), maar de sterkste bescherming treedt op bij hoge spiermassa en lage vetmassa (-60%).

Lees ook: Waarom je niet je BMI maar je ABSI moet berekenen

Afstemmen van de aanpak

De auteurs merken op: "Een hoge spiermassa leidt tot een lager risico op hart- en vaatziekten en sterfte bij zowel mannen als vrouwen. Maar bij vrouwen met een hoge spiermassa, lijkt een hoog vetgehalte samen te gaan met een lager risico op cardiovasculaire mortaliteit. Deze resultaten tonen het belang aan van spiermassa bij het voorkomen van cardiovasculaire risico's, maar leggen ook genderverschillen bloot bij de invloed van vetmassa op dit risico.”

Hoe moeten we dit interpreteren? Zeker niet door te denken dat zwaarlijvigheid geen probleem is. Dat is namelijk een welbekende risicofactor voor hart- en vaatziekten en stofwisselingsziekten (diabetes). Maar als men de cardiovasculaire risicofactoren van iemand met overgewicht bepaalt, zal men de aanpak individueel moeten afstemmen, en dus niet alleen rekening houden met het BMI en de tailleomtrek, maar ook met de verhouding spier/vet en geslacht. Toekomstige studies moeten verder uitwijzen wat de relevantie is van de "vrouwelijke paradox".

Lees ook: Het effect van avocado op gewicht en buikvet

Bronnen:
https://www.ahajournals.org
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov


auteur: Amélie Micoud, gezondheidsjournalist

Wil je onze artikels graag ontvangen in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Gezondheid NV / Mediahuis.
volgopfacebook

volgopinstagram