Welke kinderziekten zijn gevaarlijk tijdens de zwangerschap?

Laatst bijgewerkt: februari 2019
123-h-kinderziekte-besmet-zwanger-02-19.jpg

nieuws Enkele veel voorkomende kinderziekten kunnen tijdens de zwangerschap schadelijk zijn voor het ongeboren kind. Weet u niet of u deze ziekten als kind hebt doorgemaakt of gevaccineerd bent, laat dan uw bloed onderzoeken door uw huisarts. Doe dat liefst voordat u zwanger bent en alleszins in het begin van de zwangerschap. 

zie ook artikel : Kinderziekten

1. Waterpokken (varicella)

Waterpokken is een zeer besmettelijke kinderziekte. U kunt maar één keer waterpokken krijgen. De kans is groot dat u de ziekte als kind hebt gehad. Dan is er geen risico voor u of de ongeboren baby. Hebt u nooit waterpokken gehad en bent u zwanger, vermijd dan contact met personen die waterpokken hebben. 

Krijgt u toch waterpokken tijdens uw zwangerschap, neem dan direct contact op met uw (huis)arts. Zeker op het einde van de zwangerschap kan dat zeer gevaarlijk zijn. 

  • Als zwangere hebt u een verhoogde kans op een ernstige longontsteking, vooral als u waterpokken krijgt in het derde trimester.
  • Als u in de eerste 20 weken van de zwangerschap voor het eerst met waterpokken wordt besmet, is er een kleine kans (ong. 2 procent bij besmetting tussen 13 en 20 weken) op ernstige afwijkingen bij het ongeboren kind, zoals misvorming van de ledematen, oogafwijkingen en beschadiging van het centrale zenuwstelsel. Besmetting ná de 20ste week geeft geen aangeboren afwijkingen.
  • Als u rond de geboorte waterpokken heeft (tussen 5 dagen voor tot 2 dagen na de geboorte), kan de baby ernstig ziek worden. De baby moet zo snel mogelijk na de geboorte worden behandeld met antistoffen tegen het waterpokkenvirus.

    Treden er bij de baby toch blaasjes op en wordt het kind ziek, dan is behandeling met een virusremmer (aciclovir) aangewezen.

Wat kunt u doen? 

  • Hebt u geen waterpokken gehad of weet u het niet? Vermijd dan contact met kinderen en volwassenen die mogelijk waterpokken of gordelroos (zona) hebben. Iemand is besmettelijk vanaf 2 dagen voor tot maximaal 7 dagen na het verschijnen van de blaasjes, of tot de blaasjes zijn ingedroogd.
  • Indien u nog niet zwanger bent, dan kunt u zich laten inenten tegen varicella. U mag dan de eerste maand niet zwanger worden.
  • Ga naar uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog als u toch contact gehad heeft met iemand met waterpokken of gordelroos (zona) en zeker als u zelf waterpokken krijgt.

Wat kan uw arts doen?

  • Indien u niet weet dat u waterpokken hebt gehad, kan uw (huis)arts bij de eerste zwangerschapscontrole een bloedtest doen om na te gaan of u al dan niet immuun bent.
  • Er bestaat een vaccin tegen varicella, maar dit mag niet tijdens de zwangerschap toegediend worden. 
  • Indien u in contact bent geweest met iemand die waterpokken of zona heeft, of indien u zelf de waterpokken krijgt, kan de arts beslissen om binnen de 4 dagen een behandeling met antistoffen (immunoglobulinen) in te stellen. 
  • Als u in de eerste 20 weken daadwerkelijk een infectie met waterpokken hebt doorgemaakt, volgt echoscopisch onderzoek zodat eventuele schade aan de vrucht zo vroeg mogelijk kan worden opgespoord. Bij ernstige letsels aan de ongeboren baby kan dan eventueel worden overgegaan tot een zwangerschapsafbreking. 
  • Als u rond de geboorte waterpokken heeft (tussen 5 dagen voor tot 2 dagen na de geboorte), kan de baby ernstig ziek worden. De baby moet zo snel mogelijk na de geboorte worden behandeld met antistoffen tegen het waterpokkenvirus. 

zie ook artikel : Varicella of windpokken: moet u zich laten vaccineren?

2. Rodehond (rubella)

Waarschijnlijk bent u als kind ingeënt tegen rodehond, zoals tegen de meeste kinderziekten. Hebt u de ziekte nooit gehad en bent u niet ingeënt, dan kan rodehond gevaarlijk zijn voor de ongeboren baby, vooral in de eerste 16 weken van de zwangerschap. Na de twintigste week zijn aangeboren (congenitale) afwijkingen zeldzaam.
De congenitale infectie kan verantwoordelijk zijn voor onder andere een spontane abortus, intra-uteriene groeiachterstand, doodgeboorte, mentale achterstand, oogafwijkingen (o.a. cataract), doofheid, meningo-encefalitis, hartafwijkingen, spastische verlammingen, microcephalie (abnormaal klein hoofd).

Wat kunt u doen?

  • Twijfelt u of u gevaccineerd bent of de ziekte heeft gehad? Laat dan uw bloed onderzoeken bij uw huisarts. Indien nodig kunt u zich nog laten vaccineren. Dat kan niet meer als u zwanger bent. Als u zich voor de zwangerschap hebt laten vaccineren, mag u de eerste maand niet zwanger worden.
  • Vermijd elk contact met kinderen of volwassenen met rodehond. 
  • De incubatietijd van rubella bedraagt vijf dagen voor tot maximum vijf dagen na het ontstaan van de huiduitslag. Indien u in deze periode contact gehad heeft met een besmet persoon, moet u onmiddellijk uw (huis)arts verwittigen indien er geen immuniteit bestaat of indien u onzeker is.
  • Ook indien u rodehond krijgt, moet u onmiddellijk uw (huis)arts raadplegen.
    U kunt de ziekte herkennen aan:
    • rode uitslag: de uitslag begint in het gezicht en breidt zich snel uit over de rest van het lichaam. De vlekken kunnen in elkaar overlopen, zodat het kind er helemaal rood uitziet.
    • een lichte verkoudheid
    • opgezwollen klieren in de nek.

Wat kan uw arts doen?

  • Voor de zwangerschap kan u gevaccineerd worden. Eens u zwanger bent, mag dat niet meer. 
  • Tijdens de eerste zwangerschapsraadpleging (normaal tussen 6 en 10 weken) zal uw (huis)arts bij twijfel of u gevaccineerd bent, een bloedtest doen om na te gaan of u (voldoende) antistoffen hebt tegen rodehond en dus immuun bent. Is dat niet het geval, dan zal u informatie krijgen over wat u kunt doen om een eventuele besmetting zo veel mogelijk te vermijden.
  • Indien u niet immuun bent, zal u onmiddellijk na de zwangerschap gevaccineerd worden. Zo worden problemen bij een volgende zwangerschap voorkomen.
  • Indien u voor de twintigste zwangerschapsweek rubella hebt gehad, zal een onderzoek van de foetus gebeuren. Bij ernstige misvormingen worden de eventuele gevolgen met de ouders besproken en kan een therapeutische zwangerschapsonderbreking worden voorgesteld.

3. Vijfde ziekte

De vijfde ziekte (of erythema infectiosum) is een milde vlekjesziekte die veroorzaakt wordt door het Parvo B19-virus. Veel volwassenen hebben de ziekte als kind al doorgemaakt en zijn levenslang beschermd. Er bestaat geen vaccin tegen de vijfde ziekte. 

Als u tijdens de zwangerschap de vijfde ziekte krijgt, dan is er een verhoogd risico op een miskraam of doodgeboorte. Vooral in de eerste 20 maanden. Het virus richt zich op de bloedcellen die de rode bloedlichaampjes maken en nog in het beenmerg zitten. Door de bloedarmoede die hiervan het gevolg is, kan de baby hartfalen ontwikkelen en in enkele gevallen hieraan zelfs overlijden.

Wat kunt u doen?

  • Indien mogelijk moet u in de zwangerschap elk contact vermijden met kinderen die de vijfde ziekte hebben. Probleem is dat de ziekte besmettelijk is voordat de uitslag zichtbaar wordt.
  • Raakt u toch besmet, dan moet u uw (huis)arts raadplegen.

    De eerste verschijnselen lijken op die van griep. Na ongeveer een week komen er op het gezicht rode vlekjes, die vlindervormig zijn, en die zich mogelijk over het hele lichaam uitbreiden. 

Wat kan uw arts doen? 

  • Als u geïnfecteerd bent, zal het ongeboren kind tot 12 weken na de infectie nauwgezet worden opgevolgd door middel van wekelijkse tot tweewekelijkse echografie en Doppler.
  • Indien nodig zal het met een intra-uteriene bloedtransfusie behandeld worden.

zie ook artikel : De vijfde kinderziekte (erythema infectiosum )

4. Mazelen

De meeste kinderen worden ingeënt tegen mazelen. Maar de ziekte komt nog geregeld voor. Indien u nooit bent ingeënt tegen de mazelen en de ziekte niet hebt doorgemaakt, dan bestaat het risico dat u tijdens de zwangerschap besmet wordt. 

Mazelen tijdens de zwangerschap kan veel ernstiger verlopen en gepaard gaan met hoge koorts. Koorts kan een miskraam of een vroeggeboorte opwekken. Of mazelen afwijkingen bij de ongeboren baby kan veroorzaken, is niet bekend. Bij pasgeborenen van moeders die niet immuun zijn, verloopt mazelen zeer ernstig en soms dodelijk.

Wat kunt u doen?

  • U mag niet gevaccineerd worden als u zwanger bent. Na vaccinatie mag u niet zwanger worden binnen de eerste maand.
  • Indien u niet gevaccineerd bent, probeer dan zoveel mogelijk contact te vermijden met mensen die mazelen hebben. Dat is niet eenvoudig omdat iemand die mazelen heeft de ziekte reeds kan overdragen in de vier dagen voor de eerste rode vlekjes verschijnen.
  • Indien u contact hebt gehad met iemand met mazelen of zelf mazelen krijgt, raadpleeg dan onmiddellijk uw (huis)arts. 

Wat kan uw arts doen? 

  • Indien u niet (volledig) bent gevaccineerd kan binnen 1 week na besmetting overwogen worden om immunoglobuline te geven.
  • Zo nodig kan symptomatische behandeling ter bestrijding van koorts en dehydratie worden toegepast. Bacteriële superinfecties moeten behandeld worden.

5. Bof (dikoor)

Alhoewel de meeste kinderen gevaccineerd worden tegen bof, komt de ziekte in ons land nog geregeld voor. De meeste gevallen van bof komen voor bij jongeren tussen de 20 en 24 jaar. Dat heeft te maken met het feit dat veel jongeren onvolledig zijn gevaccineerd (ze kregen als kind geen of slechts één dosis van het bofvaccin) en met het feit dat het bofvaccin blijkbaar bij niet iedereen pakt of niet altijd een levenslange bescherming biedt. 
Om voldoende beschermd te zijn moet u twee vaccindosissen hebben gekregen. Bent u geboren voor 1995 dan is de kans groot dat u slechts één dosis van het vaccin hebt gekregen. 
Zwangere vrouwen die in de eerste drie maanden van hun zwangerschap de bof krijgen, hebben een grotere kans op een miskraam. Later in de zwangerschap treedt er mogelijk bij de foetus een verdikking van de hartwand op.

Wat kunt u doen?

  • Indien u niet zeker bent dat u gevaccineerd bent of 2 vaccins hebt gehad, dan laat u zich het best opnieuw inenten. Dit moet echter voor de zwangerschap gebeuren. Na toediening van het vaccin moet u minstens één maand wachten om zwanger te worden.
  • Vermijd contact met kinderen die bof hebben. Probleem is dat er niet altijd symptomen zijn en dat de ziekte kan overgedragen worden voor er symptomen zijn. 
  • Hebt u bof, raadpleeg dan uw (huis)arts.

Wat kan uw arts doen? 

  • Voor de zwangerschap kan u gevaccineerd worden. Eens u zwanger bent, mag dat niet meer. 

zie ook artikel : Bent u voldoende gevaccineerd tegen bof?

Meer info
www.gezondzwangerworden.be
https://domusmedica.be/sites/default/files/Richtlijn%20Zwangerschapsbegeleiding_0.pdf

zie ook artikel : Zwangerschap en infectieziekten



verschenen op : 18/02/2019
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt