Hypothyreoïdie / Een te traag werkende schildklier: oorzaken en gevolgen

Laatst bijgewerkt: december 2018

dossier

Bij hypothyreoïdie maakt de schildklier te weinig schildklierhormonen aan of er loopt iets fout bij het transport van de hormonen naar de cellen. Die hormonen regelen onder meer de stofwisseling (het metabolisme): de opname van voedsel en het omzetten van voedsel in energie. De schildklier zorgt dus dat het lichaam genoeg energie krijgt om te werken. Bij volwassenen beïnvloedt de stofwisseling zaken zoals gewicht, concentratie, hartritme, spijsvertering... Bij kinderen heeft de stofwisseling bovendien een invloed op onder meer de verstandelijke ontwikkeling en de groei.

Als de schildklier te weinig schildklierhormonen produceert, resulteert dit in een verlaagd metabolisme, en kunnen tal van lichaamsfuncties verstoord raken. Dit kan soms tijdelijk zijn waarbij spontaan herstel optreedt, maar meestal gaat het om een chronische aandoening.

Schildklierhormonen

123-schildklierhormonen-12-18.png
De schildklier is een vlindervormig orgaantje van enkele centimeters groot vooraan in de hals, onder de adamsappel. Deze klier produceert schildklierhormonen: thyroxine (T4) en thyronine (T3). Het grootste gedeelte van T4 en T3 is in het bloed gebonden aan eiwitten. De rest is het direct beschikbare of ‘vrije’ schildklierhormoon. 

Daarnaast produceert de schildklier ook het hormoon calcitonine, dat het gehalte calcium en fosfor helpt controleren.

Voor de productie van hormonen heeft de schildklier jodium en aminozuren (bouwstenen van eiwitten) nodig. 

De werking van de schildklier zelf wordt vanuit de hersenen geregeld door de hypofyse en de hypothalamus.
  • De hypothalamus – een onderdeel van de hersenen – produceert een hormoon: het TRH of thyreotropine vrijmakend hormoon.
  • Het TRH stimuleert de hypofyse, die zich ook in de hersenen bevindt, om het hormoon TSH (het thyreoïdstimulerend hormoon) af te scheiden.
  • TSH stimuleert de productie van de schildklierhormonen (T3 en T4) door de schildklier.
Normaal bestaat er een soort evenwicht en zorgen de hypothalamus en de hypofyse ervoor dat de schildklier niet te veel of te weinig schildklierhormonen produceert. Als er te weinig schildklierhormoon is wordt er meer TSH gemaakt. Daardoor neemt de productie van het schildklierhormoon toe. Als er genoeg is stopt de TSH stimulatie weer. Maakt de schildklier dan weer te weinig aan voor het lichaam dan komt er weer meer TSH vrij en zo voort.

Dit mechanisme is enigszins vergelijkbaar met de werking van de centrale verwarming, waarbij de schildklier functioneert als de radiator en de hypofyse als de thermostaat.

Wat zijn de symptomen van hypothyreoïdie?

123-sympt-hypothyroid-schildkl-12-18.png

 De schildklierhormonen spelen een belangrijke rol bij tal van processen in uw lichaam. Wanneer te weinig schildklierhormonen worden geproduceerd of beschikbaar zijn, heeft dit een effect op onder meer:

  • de controle van de lichaamstemperatuur;
  • de stofwisseling, o.m. de verbranding van vetten en koolhydraten en de aanmaak van eiwitten; 
  • de regeling van het hartritme;
  • de hersenfunctie;
  • de zenuwfunctie;
  • de spijsvertering;
  • het genitale kanaal…
  • bij kinderen o.m. de verstandelijke ontwikkeling en de groei.

Een verminderde schildklierfunctie kan dan ook diverse klachten en problemen veroorzaken. Lang niet iedereen heeft alle klachten. Veel klachten komen ook voor bij andere aandoeningen, ze zijn dus niet specifiek voor schildklierproblemen. Bovendien begint de ziekte vaak sluipend, zodat geringe veranderingen niet opgemerkt worden. Dit maakt het voor de arts soms moeilijk een diagnose te stellen.

Typische klachten die kunnen wijzen op een te traag werkende schildklier zijn:

  • gewichtstoename;
  • vermoeidheid, slaperigheid;
  • lusteloosheid, apathie;
  • vertraagde motoriek, vertraagde spraak;
  • concentratie- en geheugenproblemen;
  • verwardheid;
  • heesheid of een lagere stem;
  • ledematen, het gezicht en de oogleden kunnen opzwellen (‘pafferig gezicht’); 
  • uitpuilende, wijdopen ogen (de oogbol steekt uit de oogkas); 
  • opgezwollen schildklier: kropgezwel (struma) is een voelbare en zichtbare toename van het schildkliervolume in de hals.  Het kan ook de vorm aannemen van noduli, kleine afgeronde massa’s.
  • kouwelijkheid: u hebt het snel koud;
  • verstopping (obstipatie);
  • vertraagde of onregelmatige hartslag;
  • kortademigheid, oppervlakkige ademhaling;
  • huidveranderingen: droge, ruwe, koude of bleekgele huid; 
  • broze nagels;
  • ruwer of droger haar en haaruitval, ook van wenkbrauwen;
  • spierzwakte, -pijn en -stijfheid, spierkrampen;
  • gewrichtspijn;
  • verstoorde menstruatiecyclus (onregelmatig, overmatig of te weinig bloedverlies, soms geen menstruatie meer);
  • libidoverlies (minder zin om te vrijen), bij mannen ook erectiestoornissen;
  • bloedarmoede;
  • stoornissen van de tastgevoeligheid (verdoofd gevoel, kriebelingen, enz.);
  • carpaletunnelsyndroom.

Mogelijke complicaties van hypothyreoïdie

Wanneer hypothyreoïdie niet wordt behandeld kan dit op termijn leiden tot allerlei complicaties. Met een adequate behandeling kunnen deze complicaties echter grotendeels vermeden worden.

  • Verhoogd risico op hart en vaatziekten. Dit wordt veroorzaakt doordat bij hypothyreoïdie het vetmetabolisme verstoord raakt, waardoor de concentratie vetten in het bloed (zoals cholesterol) toeneemt
  • Vrouwen met hypothyreoïdie raken moeilijk zwanger. 
  • Bij hypothyreoïdie tijdens de zwangerschap bestaat er een verhoogd risico op zwangerschapscomplicaties, zoals pre-eclampsie, anemie (bloedarmoede), vroegtijdige geboorte, laag geboortegewicht, een miskraam en ernstige bloedingen na de bevalling. Er bestaat ook een risico op mindere ontwikkeling van het zenuwstelsel, een foetale groeivertraging, en een lager IQ. 
  • Een zeldzame complicatie is een coma als gevolg van myxoedeem.

Komt hypothyreoïdie veel voor?

Een te traag werkende schildklier komt vrij vaak voor. Naar schatting kampt ongeveer 6 procent van de bevolking met chronische schildklierproblemen. Binnen deze groep komt een te trage schildklier iets vaker voor dan een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie).

Een te traag werkende schildklier komt drie tot vier keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. De kans op een schildklierstoornis neemt ook toe met de leeftijd. Zo zou naar schatting ca. 6 procent vrouwen onder de 45 jaar hypothyreoïdie hebben, bij vrouwen boven 75 jaar zou het om ongeveer 17 procent gaan. 

Ongeveer 6 op 1000 zwangere vrouwen zouden hypothyreoïdie hebben. Subklinische hypothyreoïdie (zie verder) komt in ons land naar schatting bij 2 tot 2,5 procent vrouwen in de vruchtbare leeftijd voor. 

Daarnaast krijgt ongeveer 7 procent van alle vrouwen in het eerste jaar na de bevalling een postpartum thyreoïditis. Dit is een ontsteking van de schildklier waarbij antistoffen tegen de schildklier aangemaakt worden. Er kunnen eerst klachten ontstaan door het vrijkomen van te veel schildklierhormonen. Daarna ontstaat er een tekort aan deze hormonen, wat weer andere klachten kan geven. Dit kan vanzelf overgaan, maar een kwart tot de helft van de vrouwen met een postpartum thyreoïditis ontwikkelt een blijvende hypothyreoïdie.

Risicofactoren voor hypothyreoïdie

U heeft een grotere kans op een schildklierziekte:
  • in het eerste jaar na een zwangerschap;
  • als het in uw familie voorkomt;
  • na een bestraling van hoofd, nek of schildklier, of een operatie aan de schildklier;
  • als u lijdt aan een andere autoimmuunziekte (bijv. diabetes, reumatoïde artritis, coeliakie, systemische lupus, pernicieuze anemie …);
  • als u bepaalde geneesmiddelen moet nemen die de schildklier kunnen beïnvloeden, zoals jodiumhoudende contrastmiddelen, lithium en amiodaron (zie verder);
  • bij het syndroom van Down of het syndroom van Turner.
Bij mensen met een verhoogd risico kan een jaarlijks bloedonderzoek gebeuren om hypothyreoïdie op te sporen. 

Wat zijn de oorzaken van hypothyreoïdie?

123-vr-pijn-keel-schildklier-12-18.png
Hypothyreoïdie is bijna altijd het gevolg van een slecht werkende schildklier (primaire hypothyreoïdie). Heel soms kan het ook te wijten zijn aan een probleem van de hypofyse of de hypothalamus (centrale hypothyreoïdie), bijvoorbeeld door een adenoom (een goedaardig gezwel) of een kankergezwel.  

Een primaire hypothyreoïdie kan verschillende oorzaken hebben. 

1. Schildklierontsteking (thyreoïditis)

Er zijn verschillende soorten schildklierontsteking. Meestal gaat het om een auto-immuunziekte, waarbij het immuunsysteem zich tegen de schildklier richt. 

  • Ziekte van Hashimoto
De ziekte van Hashimoto is een van de belangrijkste oorzaken van een te trage schildklier. Het is een chronische auto-immuunziekte. Dit betekent dat het immuunsysteem, dat eigenlijk bacteriën en virussen onschadelijk moet maken, zich keert tegen de eigen schildklier. Hierdoor is de schildklier niet meer in staat om schildklierhormoon te produceren. Dit gaat vaak gepaard met een vergrote schildklier (struma of goiter) en/of knobbels (noduli) op de schildklier.

Thyreoïditis van Hashimoto komt hoofdzakelijk voor bij vrouwen. De preciese oorzaak is niet bekend.

  • Atrofische thyreoïditis
Bij een atrofische thyreoïditis sterven de schildkliercellen af en is de schildklier abnormaal klein. Vermoedelijk gaat het om een nasleep of een vergevorderd stadium van de ziekte van Hashimoto.

  • Subacute granulomateuze thyreoïditis (Ziekte van De Quervain)
Deze vorm wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een virus. De ontsteking begint meestal vrij plots, met een keelontsteking en hevige pijn in de hals en de oren, en lichte koorts. Meestal is er spontaan herstel. 

  • Stille of pijnloze thyreoïditis
Dit is eveneens een auto-immuunaandoening waarbij schildklierweefsel afgebroken worden. Meestal treedt na enkele maanden spontaan herstel op en wordt de ziekte niet opgemerkt. Deze vorm komt vooral voor bij vrouwen in het eerste jaar na de bevalling. We spreken dan van een post-partum thyreoïditis. Bij een post-partum thyreoïditis werkt de schildklier eerst tijdelijk te snel. Daarna is er een fase van verminderde schildklierwerking. Na enige tijd kan de schildklier weer normaal gaan werken. Eens men dit gehad heeft, komt het bij elke zwangerschap terug. Ook krijgen veel vrouwen in de loop van de jaren een blijvende hypothyreoïdie.

2. Heelkundige verwijdering (geheel of gedeeltelijk) van de schildklier. 

3. Behandeling met radioactief jodium voor een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie).

4. Radiotherapie van het hoofd-halsgebied.

5. Gebrek aan jodium.

Een jodiumtekort komt in ons land nog zelden voor, onder meer dankzij de toevoeging van jodium aan brood. Wie weinig brood eet en/of weinig melk drinkt, zou wel een jodiumtekort kunnen hebben. Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd en bij zwangere vrouwen bestaat mogelijk wel een jodiumtekort. In België zou ongeveer 1 vrouw op 6 tijdens de zwangerschap een jodiumtekort hebben.
Daarom raadt de Hoge Gezondheidsraad aan dat vrouwen tijdens de zwangerschap en tijdens de borstvoedingsperiode, een voedingssupplement nemen met 100 tot 150 µg jodium per dag.
Zie ook: Hoge Gezondheidsraad: Voedingsaanbevelingen voor België 2016.

6. Sommige geneesmiddelen: zoals amiodaron (behandeling van hartritmestoornissen), lithium (behandeling van een bipolaire stoornis), Interferon-alfa (behandeling van immuunstoornissen). 

7. Overmatig gebruik van jodiumhoudende producten zoals oogdruppels met povidonjodium, jodiumtinctuur en povidonjodium (Betadine) als oplossing, in gazen en wondpoeder. 
Ook in zeewierpreparaten (kelp), sommige multivitaminen, sommige vermageringspreparaten en zogenaamde ‘vetverbranders’, kunnen grote hoeveelheden jodium bevatten. 

8. Aangeboren tekort aan schildklierhormoon (Congenitale hypothyreoïdie)

Congenitale hypothyreoïdie is een aangeboren aandoening van de schildklier. De schildklier ontbreekt of is slecht ontwikkeld, of ze maakt niet tot nauwelijks schildklierhormoon. Dit komt bij ongeveer 1 op 2000 pasgeborenen voor. Het kan voorbijgaand maar ook blijvend zijn. Zonder behandeling kan er onherstelbare beschadiging van de hersenen ontstaan. Een groeiachterstand is ook mogelijk.

In België wordt bij een pasgeboren baby bloed afgenomen (‘hielprik’). In het bloed wordt het T4-gehalte onderzocht. Als dat te laag is, wordt ook de TSH-waarde bepaald. Bij een afwijkende uitslag wordt zo snel mogelijk een behandeling opgestart. 

Diagnose: hoe wordt hypothyreoïdie vastgesteld?

123-txt-hypothyroidism-12-18.png
De symptomen zijn niet altijd duidelijk, zodat men vaak niet onmiddellijk aan een schildklierprobleem denkt. Bij vermoeden van hypothyreoïdie zal de arts een aantal onderzoeken doen.

1. Lichamelijk onderzoek, waarbij onder meer de hals wordt betast om na te gaan of de schildklier vergroot is of er knobbels voorkomen. Een te kleine schildklier kan wijzen op een atrofische schildklierontsteking.
Ook zal de arts nagaan of er hartklachten zijn (bijv. hartritmestoornissen). 

2. Bloedonderzoek kan aantonen dat de schildklier trager werkt.
  • Bij hypothyreoïdie is de hoeveelheid schildklierhormoon (vrij T4) in het bloed verlaagd. 
  • Normaal is de vrije T4 tussen 9,0-24,0 pmol/l
  • Bepaling van de hoeveelheid schildklierstimulerend hormoon (TSH) is dé screeningstest voor de schildklierfunctie. Een normale TSH-concentratie sluit een schildklierfunctiestoornis nagenoeg uit. Bij hypothyreoïdie is de TSH verhoogd. Normaal is de TSH tussen 0,4-4,0 mU/l
  • Eventueel kunnen ook antistoffen gericht tegen thyreoperoxidase (anti-TPO) bepaald worden. Dit is een enzym dat betrokken is bij de productie van schildklierhormoon. Anti-TPO zijn vaak aantoonbaar bij een thyreoïditis van Hashimoto, maar ook bij een stille thyreoïditis.

    Ongeveer 2 à 3 procent van de mensen bij wie TPO-antistoffen worden gevonden, zullen op termijn hypothyreoïdie krijgen, maar de overgrote meerderheid dus niet. 

  • Daarnaast zullen nog andere parameters in het bloed onderzocht worden, zoals de bloedbezinking (BSE), sporen van bloedarmoede (anemie) enzovoort.

    Als bij bloedonderzoek vastgesteld wordt dat de TSH-waarde licht verhoogd is, maar de T4-waarden normaal blijken, spreekt men van  subklinische hypothyreoïdie. De term ‘subklinisch’ veronderstelt dat de patiënt geen klachten heeft. Eigenlijk is de term niet correct, want patiënten met subklinische hypothyreoïdie kunnen wel degelijk klachten hebben zoals vermoeidheid, gewichtstoename en depressies. Subklinische hypothyreoïdie komt veel voor. Ongeveer 10 à 20 procent van de zestigplussers zou aan subklinische hypothyreoïdie lijden. Ook tijdens de zwangerschap komt dit vrij veel voor.

    Als de T4-waarde verlaagd is zonder verhoging van de TSH-waarde, kan het gaan om een centrale hypothyreoïdie door een slechte werking van de hypofyse of de hypothalamus. 

123-oz-echo-schildklier-12-18.png
3. Echografie van de schildklier
Bij dit onderzoek wordt de schildklier onderzocht met geluidsgolven.  Zo is bijvoorbeeld te zien of de schildklier vergroot is. Dit onderzoek geeft echter geen informatie over de werking van de schildklier. Daarom heeft echografie meestal weinig zin bij de diagnose van hypothyreoïdie.

4. Schildklierscintigrafie
Een scintigrafie is een onderzoek waarbij een licht radioactief product (contraststof) in het lichaam wordt ingespoten. Een scintigrafie wordt weinig gebruikt binnen het strikte kader van hypothyreoïdie, alleen in geval van een nodulair kropgezwel (struma) om de schildkliernoduli te onderzoeken.

Hoe wordt hypothyreoïdie behandeld?

Hypothyreoïdie kan goed behandeld worden door de ontbrekende schildklierhormonen te vervangen door tabletten met het kunstmatige schildklierhormoon levothyroxine (merknamen: Euthyrox en L-Thyroxine). 

De tabletten moeten eenmaal daags ingenomen worden, bij voorkeur op hetzelfde tijdstip (’s morgens of ’s avonds) op nuchtere maag (bij voorkeur minstens een half uur voor of twee uur na de maaltijd). 

Met levothyroxine kunnen de concentraties schildklierhormoon en TSH opnieuw normaal worden en verdwijnen de symptomen, al kan dat meerdere maanden duren. Naast verbetering van de symptomen kunnen door deze behandeling ook andere problemen die mogelijk geassocieerd zijn aan de hypothyreoïdie, zoals een verhoogd cholesterol, verbeterd worden. Sommige mensen met hypothyreoïdie houden klachten ook al gebruiken ze een aangepaste hoeveelheid medicijnen. 

Indien er bij een adequate behandeling van een schildklierfunctiestoornis klachten blijven bestaan, is er mogelijk sprake van een andere auto-immuunziekte en is verder onderzoek nodig.

In de meeste gevallen zal de behandeling voor een onbepaalde duur, meestal levenslang, voortgezet worden. Tenzij het gaat om een tijdelijke hypothyreoïdie (bijv. bij postpartum thyreoïditis) of omkeerbare hypothyreoïdie (bijv. van medicamenteuze oorsprong). 

Wanneer is een behandeling nodig?

  • Behandeling is aangewezen bij manifeste hypothyreoïdie. Dit wil zeggen dat er symptomen zijn die wijzen op een traag werkende schildklier én afwijkende bloedwaarden van TSH en vrij T4.

  • Behandeling is ook aangewezen bij subklinische hypothyreoïdie wanneer de TSH-concentratie sterk verhoogd is (hoger is dan 10 mE/l), maar het vrij T4 normaal is, en de patiënt jonger is dan 85 jaar.
    De kans dat een subklinische hypothyreoïdie zich ontwikkelt tot een klinische hypothyreoïdie is namelijk afhankelijk van de hoogte van de TSH.

  • Bij subklinische thyreoïdie tijdens de zwangerschap. Omdat levothyroxine veilig kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap, wordt meestal toch aanbevolen om ook subklinische hypothyreoïdie te behandelen, en zeker wanneer:
    - de TSH-waarde hoger is dan 10 mU/L;
    - er TPO-antistoffen in het bloed aanwezig zijn en de TSH-waarde hoger is dan 2,5 mU/L. 

  • In de andere gevallen van subklinische hypothyreoïdie (d.w.z. TSH tussen 5 en 10 mE/l en normaal vrij T4) blijft het onderwerp van discussie of een behandeling moet gestart worden.
    - In aanwezigheid van symptomen kan een behandeling gestart worden voor een proefperiode van 3 tot 6 maanden. Wanneer een gunstig effect wordt gezien zal de behandeling voortgezet worden voor een onbepaalde duur.
    - Bij afwezigheid van symptomen is starten van een behandeling niet nodig, maar is opvolging van het TSH wel aangewezen (eenmaal per jaar een bloedonderzoek bij aanwezigheid van antithyreoïd-antilichamen, om de drie jaar in de andere gevallen). 

  • Een centrale hypothyreoïdie die veroorzaakt wordt door een stoornis in de hypofyse, wordt ook behandeld met levothyroxine. In dat geval zal eerst gekeken worden wat de oorzaak is van de hypofyse-stoornis, en zullen aanvullende onderzoeken plaats vinden om te beoordelen of de besturing van andere hormoon-producerende organen (bijnier, geslachtsklieren…) ook is uitgevallen. Dit is echter zeer zeldzaam en manifesteert zich meestal met andere klachten.

  • Wanneer de hypothyreoïdie mogelijk veroorzaakt wordt door geneesmiddelen, zal eerst nagegaan worden of aanpassing van de behandeling mogelijk is. Na aanpassing van de medicamenteuze behandeling is elke zes weken controle van de schildklierwaarden noodzakelijk. Indien de waardes niet normaliseren of aanpassing van de medicamenteuze behandeling niet mogelijk is, zal een behandeling met levothyroxine opgestart worden.

Zoeken naar de juiste dosis levothyroxine

De dosis levothyroxine en het opstartschema moeten individueel aangepast worden. In onvoldoende hoeveelheden zal het middel niet doeltreffend zijn. In te grote hoeveelheden kan het ongewenste bijwerkingen veroorzaken, zelfs een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie).  
De dosis is onder meer afhankelijk van:
  • lichaamsgewicht;
  • leeftijd: bent u jonger dan 60 jaar dan kan meestal met een hoge dosis begonnen worden, bent u ouder dan zal meestal met een lage dosis begonnen worden, zeker bij hartproblemen;
  • eventuele andere aandoeningen of medicatie: hebt u bijvoorbeeld een hartaandoening, dan zal met een lage dosis begonnen worden en stapsgewijze worden verhoogd;
  • ernst en voorafgaande duur van de aandoening;
  • zwangerschap(swens): dan moet de hoeveelheid schildklierhormoon worden gecontroleerd en aangepast vanaf het begin van uw zwangerschap.
Het kan meerdere maanden duren voor de optimale dosis gevonden wordt. Uw arts zal op regelmatige tijdstippen bloed afnemen om het TSH en T4 op te volgen. Dit gebeurt in het begin van de behandeling ongeveer om de zes weken. Van zodra een goede onderhoudsdosis is gevonden (dit is een dosis waarbij de klachten verdwenen en de bloedwaarden opnieuw normaal zijn, dwz. TSH-concentratie tussen 0,4-2,5 mE/l), kan dat jaarlijks plaatsvinden of bij het heropduiken van klachten.

123-dr-oz-keel-schildklier-12-18.png


Opgelet: Per merk van levothyroxine kan de sterkte en de opname in uw lichaam wat verschillen. Daarom is het belangrijk dat u steeds hetzelfde merk gebruikt. Als u toch een ander merk moet nemen, dan moet na enkele weken uw bloed gecontroleerd worden om de TSH-waarden te checken. 

Mogelijke bijwerkingen
  • Bij een juiste dosering treden meestal geen bijwerkingen op. Soms worden overgevoeligheidsreacties zoals huiduitslag en jeuk gezien. Als dit zich voordoet, kan omzetten naar een ander merk soms uitkomst bieden.
  • Bij bejaarden met een hartaandoening en ernstige hypothyreoïdie kan thyroxine hartritmestoornissen veroorzaken. Daarom wordt begonnen met een lage dosis die geleidelijk wordt verhoogd, onder strikte medische controle.
  • Mogelijke bijwerkingen bij overdosering of een te snelle verhoging van de dosis zijn hartritmestoornissen, hypertensie, pijn op de borst (angina pectoris), slapeloosheid, hoofdpijn, toegenomen eetlust, gewichtsverlies, zweten, braken, diarree, koorts en psychische veranderingen.
  • Chronisch gebruik van te veel levothyroxine, blijkend uit te lage TSH-spiegels, kan leiden tot verlies van botmassa (osteoporose).
  • Levothyroxine versterkt tijdens de instelfase mogelijk het effect van orale anticoagulantia. Ook het effect van antidepressiva en antiepileptica kan gewijzigd worden. 
  • Sommige geneesmiddelen kunnen de opname van levothyroxine bemoeilijken, en mogen niet samen worden ingenomen. Om die reden moet levothyroxine minstens 2 uur vóór maagzuurremmers (antacida), calciumzouten, magnesiumzouten, sucralfaat en ijzerzouten worden ingenomen. Levothyroxine mag niet binnen 4 uur voor of na inname van colestyramine of colesevelam worden ingenomen. 
  • Bij gelijktijdig gebruik van levothyroxine met orale oestrogenen (ook orale anticonceptiva met oestrogenen en hormoonsubstitutietherapie tijdens de menopauze), fenytoïne, fenobarbital, carbamazepine, rifampicine of ritonavir kan de behoefte aan levothyroxine toenemen en moet de dosis mogelijk verhoogd worden.
  • Patiënten met diabetes mellitus, in het bijzonder type 1, en hypothyreoïdie hebben een verhoogde behoefte aan insuline of orale antidiabetica.

Wanneer uw arts raadplegen als u behandeld wordt voor hypothyreoïdie?

Neem contact op met uw huisarts:
Als u klachten heeft die door een tekort aan schildklierhormoon kunnen ontstaan:
  • kouwelijkheid
  • traagheid
  • haaruitval
  • gezwollen oogleden
  • droge huid
Als u klachten krijgt die door een teveel aan schildklierhormoon kunnen ontstaan:
  • zenuwachtig zijn
  • pijn op de borst
  • hartkloppingen
  • zweten
  • hoofdpijn
  • afvallen (terwijl u toch goed eet)
  • diarree
  • stemmingsverandering
Als u zwanger wilt worden: dan zal de dosis van uw geneesmiddel moeten aangepast worden, en zult u ook extra opgevolgd worden. 

Bronnen

www.bcfi.be/nl/articles/query?number=F37N03E

www.thuisarts.nl/hypothyreoidie

www.schildklier.nl

www.schildklierinfo.be

www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-schildklieraandoeningen

https://www.internisten.nl/sites/internisten.nl/files/uploads/Du/fV/DufV7r_g1SHuBGKb9c097g/richtlijn_2012_Schildklierfunctiestoornissen.pdf

www.azmol.be/nl/zorgverlener/TransmuralePaden/Transmuraal%20Zorgpad%20Schildklieraandoeningen.pdf
http://www.schildklierkliniek.be/Te_trage_klierwerking/13291/schildklierkliniek

https://www.mayoclinic.org/diseases-conditions/hypothyroidism/symptoms-causes/syc-20350284

https://www.thyroid.org/hypothyroidism/

https://www.nhs.uk/conditions/underactive-thyroid-hypothyroidism/
https://patient.info/health/thyroid-and-parathyroid-glands/underactive-thyroid-gland-hypothyroidism



verschenen op : 20/12/2018
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt