ad

Waarom is fietsen in de bergen lastig ?

Laatst bijgewerkt: maart 2012
wielrenner-warm-160.jpg

nieuws Fietsen in het hooggebergte is niet alleen lastig omwille van de hellingen, door de hoogte neemt ook het prestatievermogen sterk af. Dat heeft te maken met de lagere luchtdruk. Hoe hoger men gaat, hoe meer de luchtdruk daalt. Waar de luchtdruk op zeeniveau 760 mm Hg bedraagt, bedraagt hij op 1.000 meter hoogte nog slechts 680 mm Hg. Door die verminderde luchtdruk kan minder zuurstof opgenomen worden in de longen (door de gedaalde partiële zuurstofdruk). Vanaf 1500 meter daalt de maximale zuurstofopname (VO2max) met 1 % per 100 meter. De zuurstof, nodig om een bepaalde inspanning te leveren, blijft echter constant. Op hoogte moet de renner dus, voor eenzelfde absolute inspanningsintensiteit, aan een hoger percentage van de maximale zuurstofopname presteren, wat natuurlijk een verminderde maximale prestatie met zich meebrengt.

In tegenstelling tot de aerobe inspanningscapaciteit (waarvoor zuurstof nodig is) en die essentieel is bij duurinspanningen zoals wielrennen, wordt de anaerobe capaciteit (die verloopt zonder zuurstof) nauwelijks aangetast door hoogte. Het vermogen om korte, hevige inspanningen te leveren (bv. een sprint) blijft dus grotendeels behouden. Bij herhaalde sprints, zal het zuurstofgebrek echter een negatieve invloed hebben op het herstelvermogen.
Om de opname, het transport en het gebruik van zuurstof te vergemakkelijken, past het lichaam zich aan. Sommige aanpassingen gebeuren bijna onmiddellijk, andere treden pas op na meerdere uren, dagen of zelfs weken.

Directe reacties zijn:
• hyperventilatie: door meer en dieper te ademen, wordt meer zuurstof naar de longblaasjes gebracht;
• verhoogde hartslag: voor eenzelfde inspanning ligt de hartfrequentie (in rust en submaximaal) op hoogte hoger dan op zeeniveau. De maximale hartslag en het maximale hartdebiet hebben eerder neiging om te dalen, zeker na enkele uren of dagen, wat betekent dat per minuut minder bloed kan rondgepompt worden in het lichaam. Dit is natuurlijk nadelig bij maximale inspanning (er kan minder zuurstof vervoerd worden van de longen naar de spieren);

Aanpassingen op langere termijn zijn o.m.:
• veranderingen van de samenstelling van het bloed: een stijging van het hematokriet, de hemoglobineconcentratie en het totaal aantal rode bloedcellen. Dit verhoogt de maximale zuurstofopname vermits per liter bloed meer zuurstof kan vervoerd worden (want de rode bloedcellen zorgen voor het zuurstoftransport). Dat is ook de reden achter de zg. hoogtestages: door hoogtetraining wil men (zoals bij bloeddoping of bij toediening van erytropoïetine) het aantal rode bloedcellen, de hemoglobineconcentratie, doen toenemen;
• diverse aanpassingen van de spieren waardoor de zuurstof die zich in het bloed bevindt, gemakkelijker in de spiercel kan komen, zodat de spier dus meer aëroob kan werken en minder melkzuur wordt geproduceerd. Deze aanpassingen treden echter pas op na een zeer lang verblijf op grote hoogte.

Fietsen in de bergen kan nog andere problemen meebrengen.
• Bij inspanningen op grote hoogte is er een verhoogd koolhydraatverbruik: er moeten dus meer koolhydraten worden opgenomen, ook na de wedstrijd, om te vermijden dat er een tekort optreedt en men onvermijdelijk de ‘man met de hamer’ tegenkomt.
• Uitdroging: de ijle lucht is niet alleen zeer droog, maar door de snellere ademhaling verliest men meer vocht, zeker tijdens hevige inspanning. De kans op dehydratie is niet te verwaarlozen, zeker omdat de hoogte ook het dorstgevoel doet afnemen.
• De zonnestraling neemt sterk toe, en de dosis uv-stralen ligt veel hoger dan op zeeniveau.
• Hoogteziekte: Tussen 2 en 3000 meter kunnen (meestal milde) verschijnselen van hoogteziekte optreden: hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, verwardheid, geïrriteerdheid, slapeloosheid.

zie ook artikel : Wanneer en hoeveel moet een wielrenner drinken?

zie ook artikel : Hoogteziekte: hoofdpijn in de bergen




ad


pub