Riziv financiert multidisciplinaire centra en cognitief gedragstherapeuten voor CVS (Chronisch vermoeidheidssyndroom)

Laatst bijgewerkt: februari 2014
123-vr-moe-ontbijt-melk-170_08.jpg

nieuws Het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (Riziv) heeft een nieuwe revalidatieovereenkomst goedgekeurd waardoor multidisciplinaire diagnostische centra voor CVS kunnen opgericht worden en cognitief gedragstherapeuten voor CVS worden gefinancierd.
Bedoeling is om een multidisciplinaire zorgverlening aan patiënten met het Chronisch vermoeidheidssyndroom mogelijk te maken die gebaseerd is op de laatste wetenschappelijke inzichten over dit syndroom. Door de overeenkomst komen er financiële middelen voor de multidisciplinaire werking van de diagnostische centra voor CVS, de participatie hieraan door de huisarts en de ambulante behandelingen door cognitief gedragstherapeuten.
Het gaat om een proefproject dat begin 2014 start en na twee jaar zal geëvalueerd worden.

In ons land zouden 20.000 Belgen lijden aan het chronische vermoeidheidssyndroom dat leidt tot een aanzienlijke vermindering van hun persoonlijke, familiale, sociale en professionele activiteiten.Tot nu toe is weinig bekend over de oorzaken van dit syndroom, waardoor er nog geen behandeling bestaat die de oorzaken aanpakt. Onderzoek heeft wel aangetoond dat ‘cognitieve gedragstherapie’ en ‘graduele oefentherapie’ kunnen leiden tot een vermindering van de klachten en een verbetering van het functioneren van CVS-patiënten.

Wie komt in aanmerking voor een CVS-behandeling?
Het Chronisch vermoeidheidssyndroom wordt in het kader van deze nieuwe regeling gedefiniëerd als:

• een onverklaarde aanhoudende of terugkerende zelfgerapporteerde vermoeidheid gedurende zes of meer opeenvolgende maanden:
- die nieuw is of een duidelijk begin heeft (niet levenslang);
- die niet het resultaat is van voortdurende inspanning;
- die niet aanzienlijk verbetert door rust;
- en die aanleiding geeft tot een aanzienlijke vermindering van vroegere niveaus van beroepsmatige, sociale of persoonlijke activiteiten;

én het gelijktijdig aanhoudend of terugkerend voorkomen gedurende zes of meer opeenvolgende maanden van ziekte van vier of meer van de volgende symptomen die de vermoeidheid niet voorafgaan:
- zelfgerapporteerde verzwakking van het korte termijn- geheugen of de concentratie, die voldoende ernstig is om vroegere niveaus van beroepsmatige, sociale of persoonlijke activiteiten aanzienlijk te verminderen;
- keelpijn;
- gevoelige hals- of okselklieren;
- spierpijn;
- meerdere gewrichtenpijn zonder begeleidende zwelling of roodheid;
- hoofdpijn van een nieuw type, patroon of ernst;
- niet-verfrissende slaap;
- malaiseklachten na inspanning die langer dan 24 uur duren.

Mensen die een medische aandoening hebben die de chronische vermoeidheid zou kunnen verklaren, komen niet in aanmerking voor een behandeling in een CVS-centrum. Het gaat onder meer om:

• orgaanfalen (COPD, levercirrose, hartfalen, nierfalen);
• chronische infecties (bv. AIDS, hepatitis B of C);
• reumatische en chronische inflammatoire aandoeningen (bv. systemische lupus erythematodes, syndroom van Sjögren, reumatoïde artritis, inflammatoire darmziekten,
chronische pancreasontsteking);
• ernstige neurologische aandoeningen (bv. multipele sclerose, neuromusculaire aandoeningen, epilepsie, beroerte);
• aandoeningen die een systemische behandeling vereisen (bv. orgaan- of beenmergtransplantatie, systemische chemotherapie, radiotherapie van hersenen, borst, buik of bekken);
• ernstige endocrinologische aandoeningen (bv. hypopituïtarisme, bijnierschorsinsufficiëntie);
• primaire slaapstoornissen (slaapapneu, narcolepsie).

Ook een aantal psychiatrische stoornissen zijn uitgesloten van een behandeling in een CVS-centrum:

• bipolaire aandoeningen, schizofrenie, waanstoornissen, dementie, organische hersenziekten én alcohol- of middelenmisbruik: wanneer ze zich hebben voorgedaan minder dan twee jaar vóór aanvang van de vermoeidheid.
• Majeure depressieve aandoeningen met psychotische of melancholische kenmerken, anorexia nervosa, of boulimia: als ze zich hebben voorgedaan in het heden of verleden, behalve als ze méér dan vijf jaar vóór aanvang van de vermoeidheid zijn verdwenen.
Ook behandelbare of tijdelijke toestanden of aandoeningen komen in eerste instantie niet in aanmerking voor een behandeling in een CVS-centrum:
• nieuwe aandoeningen of problemen die ontdekt worden (bv. effecten van medicatie, slaapdeprivatie, onbehandelde hypothyreoïdie, onbehandelde of instabiele diabetes mellitus, actieve infecties);
• aandoeningen of toestanden die weer overgaan (bv. zwangerschap tot drie maanden postpartum, borstvoeding, belangrijke operaties tot zes maanden ná de ingreep, kleine operaties tot drie maanden ná de ingreep, belangrijke infecties zoals sepsis of pneumonie tot drie maanden ná het verdwijnen ervan, slaapstoornissen zoals restless leg syndrome en periodic limb movement als de symptomen ervan ernstig genoeg zijn om de vermoeidheid te kunnen verklaren;
• ernstige aandoeningen (bv. hartinfarct, hartfalen) waarvan gedurende vijf jaar onduidelijk blijft of de gevolgen ervan zijn opgelost;
• morbiede obesitas (BMI>40).

Centrale rol van de huisarts
De huisarts vervult een centrale rol binnen de multidisciplinaire zorgverlening aan CVS-patiënten.
• De huisarts detecteert de patiënten die vermoedelijk lijden aan CVS
• Alleen patiënten die door de huisarts verwezen worden naar een multidisciplinair diagnostisch centrum voor een diagnostische of therapeutische oppuntstelling, komen in aanmerking voor de terugbetaling.
• De huisarts wordt geregeld geïnformeerd door het multidisciplinair centrum, en wordt actief betrokken bij de opvolging van de behandeling.

Multidisciplinaire diagnostische centra voor CVS
Het multidisciplinair diagnostisch centrum voor CVS is een eenheid van een ziekenhuis die bestaat uit een multidisciplinair team van zorgverleners.
Het multidisciplinair diagnostisch centrum voor CVS realiseert samen met de huisartsen, de kinesitherapeuten en de cognitief gedragstherapeuten het multidisciplinair zorgmodel voor CVS.
De diagnostische centra hebben onder meer de volgende opdrachten:
gespecialiseerde, multidisciplinaire diagnosestelling voor patiënten die door hun huisarts verwezen zijn;
formulering van een behandelingsadvies en van een plan voor professionele re-integratie van de patiënt;
overleg met de huisarts;

  • educatie en behandelingsopvolging voor CVS-patiënten die cognitieve gedragstherapie volgen bij een perifere cognitief gedragstherapeut;
  • informering van de huisartsen en de behandelaars van de patiënten.

Het multidisciplinair team van het centrum moet gespecialiseerd te zijn in de behandeling van patiënten met CVS en moet zich geregeld bijscholen.
Het team omvat minstens de volgende disciplines:
· Geneesheer-specialist voor inwendige geneeskunde
· Geneesheer-specialist voor psychiatrie
· Geneesheer-specialist voor fysische geneeskunde en revalidatie
· Cognitief gedragstherapeut voor CVS
· Administratief personeel

Het team moet voldoende groot zijn om per jaar voor minstens 50 patiënten een volledig programma van diagnosestelling en behandelingsopvolging te kunnen realiseren.
Er wordt gestreefd naar een evenwichtige geografische spreiding van de centra in functie van een goede toegankelijkheid van de zorgverlening.
De patiënten die door hun huisarts naar het diagnostisch centrum zijn verwezen, worden eerst monodisciplinair onderzocht door een geneesheer-specialist voor inwendige geneeskunde die deel uitmaakt van de equipe van het diagnostisch centrum.
Indien deze arts bevestigt dat de patiënt vermoedelijk beantwoordt aan de definitie van CVS, kan een “multidisciplinair bilan” worden opgesteld van de patiënt.

Dat omvat een grondig klinisch en technisch onderzoek van de patiënt door een geneesheer-specialist voor inwendige geneeskunde en een geneesheer-specialist voor psychiatrie die deel uitmaken van het team van het diagnostisch centrum.
De patiënten waarvoor een behandeling met graduele oefentherapie wordt voorgesteld, dienen in het kader van het multidisciplinair bilan ook onderzocht te worden door de geneesheer-specialist voor fysische geneeskunde en revalidatie die deel uitmaakt van het team van het diagnostisch centrum.

Op basis hiervan wordt een behandelingsadvies met cognitieve gedragstherapie en/of graduele oefentherapie voorgesteld.
Voor de patiënten die tot de beroepsactieve bevolking behoren maar door hun chronische vermoeidheid (deels) beroepsinactief zijn, omvat het behandelingsadvies ook een plan van gedeeltelijke of gehele hertewerkstelling.

Voor de patiënten die een behandeling volgen bij een “cognitief gedragstherapeut”, organiseert het diagnostisch centrum een educatiesessie waarbij de patiënten objectief geïnformeerd worden over CVS en de biopsychosociale benaderingswijze van dit syndroom.

Cognitief gedragstherapeut voor CVS
Het diagnostisch centrum helpt de patiënt om een cognitief gedragstherapeut te vinden.
De cognitief gedragstherapeut voor CVS moet licentiaat of master in psychologie zijn en beschikken over een attest van een Belgische universitaire instelling van een opleiding van 3 jaar in cognitieve gedragstherapie.
Hij/zij volgt bij de behandeling van de rechthebbenden een therapieprotocol van cognitieve gedragstherapie dat effectief is gebleken bij de behandeling van CVS.
Een patiënt heeft recht op maximum 17 sessies van cognitieve gedragstherapie. Een therapiesessie duurt minstens 50 minuten.
De behandeling wordt geregeld geëvalueerd door het multidiscplinair centrum.




pub