RSI (R S I of repetitive strain injury)

Laatst bijgewerkt: November 2015

dossier De term RSI is de afkorting van 'Repetitive Strain Injury'. Letterlijk betekent de term 'lichamelijke aandoening door herhaalde overbelasting'. Het is een verzamelterm voor diverse pijnklachten in de nek, schouders, armen, polsen en handen (en uitzonderlijk van de benen) ten gevolge van een chronische overbelasting. Alleen pijn als gevolg van overbelasting door herhaalde bewegingen en/of door statische houdingen wordt RSI genoemd. Overbelasting veroorzaakt door een 'eenmalige' hoge belasting wordt niet onder de term RSI gevat.
De pijn wordt alleen RSI genoemd als deze min of meer chronisch is. Dat wil zeggen dat de klachten gedurende langere tijd aanhouden (vaak wordt drie maanden als ondergrens aangehouden).

123-hand-comp-rsi-pijn-170_10.jpg
Het is daarbij niet nodig dat de pijn continu aanwezig is. Pijn die optreedt na een aantal weken hard werken en weer weg gaat na enige dagen rust wordt aangeduid als 'RSI-gerelateerde klachten'.
Een andere term voor RSI is Work related MusculoSkeletal Disorder (aandoeningen van spieren en skelet veroorzaakt door het werk). RSI is inderdaad meestal gekoppeld aan het werk, maar kan ook veroorzaakt worden door een regelmatig uitgeoefende hobby.

zie ook artikel : Test jezelf : R S I (overbelasting)

Klachten

RSI is een verzamelnaam voor spier-, zenuw- en peesaandoeningen van nek tot vingertoppen en ontstaan door het langdurig belasten van dezelfde spieren. Ook klachten als pijn, vermoeidheid en prikkelingen van de nek, schouder of arm vallen hieronder.
Globaal kunnen er 3 fases worden onderscheiden in het ziektebeeld van RSI.

Fase 1: minder ernstig
In deze fase is er sprake van pijn en vermoeidheid aan de vingers, handen, polsen, armen, schouders of nek tijdens het werk of na een lange periode van werken. De klachten zijn plaatselijk en kunnen gepaard gaan met kramp of een dof gevoel. Ze worden snel minder als u stopt met werken. In uw vrije tijd of s nachts heeft u er geen last van. Er is dus een duidelijke relatie tussen de werkzaamheden en de pijn, maar meestal kunt u uw taken normaal blijven uitoefenen. Bij onderkenning van de symptomen en op tijd ingrijpen kunnen de klachten verminderen of geheel verdwijnen.

Fase 2: ernstig
In de tweede fase blijven de klachten ook na werktijd duren en kunnen zelfs de nachtrust verstoren. Er is geen duidelijke relatie te leggen met bepaalde werkzaamheden. De pijn treedt op bij allerlei taken. Ook normale taken kunnen niet altijd meer zonder pijn worden uitgevoerd. De klachten breiden zich verder uit tot tintelingen, irritaties en krachtverlies. De pijn straalt uit naar andere delen van het lichaam.

Fase 3: zeer ernstig
In deze fase is de pijn altijd aanwezig, ook in rust als u niet werkt. Er ontstaan soms zwellingen in de armen of er treden veranderingen op in de huidskleur. Pijnlijke plekken kunnen koud aanvoelen. Er is sprake van een verlamd gevoel met duidelijke tintelingen. In deze fase kunt u zelfs geen licht werk meer verrichten. Ook het verrichten van gewone klusjes in huis is niet meer mogelijk.

In ongeveer tien procent van de gevallen kan een arts een specifieke diagnose stellen, zoals carpaal tunnel syndroom, een tenniselleboog of golfarm, een slijmbeursontsteking aan schouder of elleboog... Maar meestal kan geen specifiek letsel worden vastgesteld.

zie ook artikel : Carpale tunnelsyndroom

zie ook artikel : Tenniselleboog

Hoe ontstaat RSI?

werk-comp-rsi-ergon-170_560_04.jpg
Veel mensen denken dat alleen beeldschermwerkers RSI kunnen krijgen. Men spreekt in dat verband ook wel van een 'muisarm'. Maar ook in andere beroepen komt het voor. Bijvoorbeeld in de bouw, de textielsector, bij schoonmakers, kassapersoneel, musici, DJ's, schilders, lopende bandwerkers, slagers... Het gemeenschappelijke kenmerk van de risicogroepen is het regelmatig verrichten van werkzaamheden waarbij vaak dezelfde hand/arm beweging wordt gemaakt en waarbij vaak in dezelfde ongunstige houding wordt gewerkt.

• Aandoeningen in met name het nek- en schouder- gebied die minder goed te lokaliseren zijn, worden voornamelijk veroorzaakt door langdurig statische werkhoudingen met weinig onderbreking (bijvoorbeeld langdurig werken aan een microscoop of langdurig beeldschermwerk). Het effect van een langdurige statische belasting van nek en schouders bestaat uit een direct effect door lokale overbelasting, maar ook kunnen kunnen klachten in arm en hand ontstaan doordat de doorbloeding van de arm vermindert.

• Klachten die voornamelijk worden veroorzaakt door juist veelvuldig te bewegen, dynamische handelingen, zijn vaak beter lokaliseerbaar. Dit soort repeterende bewegingen resulteren in een hoge dynamische belasting van het lichaam. Door de telkens herhaalde beweging kan wrijving optreden tussen spieren, pezen en botten. Met name bij grotere krachtsinspanning, extreme posities van gewrichten en een hoge bewegingsfrequentie is de kans op klachten groter.
RSI is het gevolg van het uit balans zijn van de belasting (bijvoorbeeld werk) en de belastbaarheid (de hoeveelheid die een persoon aankan). RSI ontstaat door een combinatie van factoren.

• Bekende risicofactoren voor het ontstaan van RSI zijn:
- werkorganisatie: grote werkdruk, weinig pauzes, overwerken, stress
- werkplek: steeds dezelfde (foute) werkhouding, uitoefenen van teveel kracht
- individueel: geen ontspannen werkwijze, bepaalde lichamelijk kenmerken zoals een slechte conditie
Naast inrichting van de werkplek en een juist gebruik van deze werkplek, spelen dus ook factoren als aard van het werk, gedrag en mentale belasting (werkstress) een belangrijke rol bij het ontstaan van RSI. De kans op het ontstaan van RSI wordt daarom ook wel uitgedrukt aan de hand van het 5 x W-model:
Werktaken, Werktijden, Werkdruk, Werkplek en Werkhouding. De eerste 3 factoren kunnen daarbij worden samengebracht onder de term werkorganisatie.

Behandeling

Er bestaat geen specifieke behandeling voor RSI. Wanneer u vermoedt dat uw pijnklachten wel eens RSI kunnen zijn, neemt u best zo snel mogelijk contact op met uw huisarts en/of bedrijfsarts. Hoe sneller de klachten worden aangepakt, hoe groter de kans dat ze uiteindelijk volledig zullen verdwijnen.
Tenzij specifieke lichamelijke afwijkingen worden ontdekt (bv. carpale tunnelsyndroom) zal de behandeling de verschillende risicofactoren moeten aanpakken.
Voor de patiënt zijn belangrijke aandachtspunten:
- stress en te hoge werkdruk vermijden
- gezond eten
- regelmatig ontspanning nemen
- Een goede werkhouding is essentieel,
- specifieke oefeningen al of niet onder begeleiding van therapeut
- houdingstherapie
- conditietraining
- eventueel medicatie door de arts voorgeschreven

Voor de verantwoordelijken zijn belangrijke aandachtspunten:
- aanpassingen werkplek
- aangepast meubilair
- aanpassingen werkorganisatie

Omdat altijd meerdere factoren meespelen, wordt volledige rust afgeraden. Wel moeten de pijnlijke spiergroepen tijdelijk gespaard worden.
Over het nut van specifieke kinesitherapie-technieken (zoals Mensendieck- of Cesar-therapie, bindweefselmassage, haptotherapie…) en van alternatieve geneeswijzen zoals acupunctuur, ayurveda of Chinese geneeskunde bestaan onvoldoende wetenschappelijke gegevens.

Tips voor werken aan een beeldscherm

1. Kijkafstand en lettergrootte: Plaats het beeldscherm op de aanbevolen kijkafstand. Afhankelijk van lettergrootte kunnen aanpassingen nodig zijn


Beeldschermmaat Afstand tot beeldscherm
14 inch 50 - 70 cm
15 inch 55 - 75 cm
17 inch 60 - 85 cm
19 inch 70 - 95 cm
21 inch 75 - 105 cm

2. Plaatsing van het beeldscherm: Plaats het beeldscherm recht voor u. Zo voorkomt u langdurig opzij kijken.
3. Gebruik laptop/ notebook: Maak niet langer dan twee uur per dag gebruik van een laptop/ notebook. Moet u toch regelmatig langer werken, sluit dan uw laptop aan op een docking-station of een los beeldscherm, muis en toetsenbord.
4. Instelling armsteunen: Stel uw armsteunen zo in dat uw ellebogen goed worden ondersteund ga rechtop zitten en buig uw onderarmen in een hoek van negentig graden ten opzichte van de bovenarmen. Let erop dat u niet inzakt, of uw schouders door de armsteunen omhoog worden gedrukt.
5. Hoogte-instelling stoel: Stel uw stoel zodanig in dat de bovenzijde van de armsteun gelijk staat met de bovenzijde van uw bureaublad.
Het is goed om ter ontspanning van de spieren in de nek-schouderregio regelmatig uw armen te laten rusten op het bureau en/of de armsteunen. Houd uw handen tijdens het typen en muizen zodanig dat de as van de onderarm in de lengterichting doorloopt tot in de middelvinger. Steun tijdens het typen of muizen uw polsen nooit alleen of voornamelijk af op werkblad of polssteun want dan wordt het gewicht van de hele arm geconcentreerd op het kwetsbare polsgebied.
6. Dikte bureaublad: de benen mogen bij juist ingestelde stoelhoogte niet klem zitten onder het werkblad. Een goed werkblad is niet dikker dan 5 cm.
7. Documenthouder: gebruik een documenthouder aan als u regelmatig documenten overtypt. Plaats de documenthouder tussen toetsenbord en beeldscherm als u niet blind typt.
8. Voetensteun: Als uw voeten niet voldoende worden ondersteund, gebruik dan een voetensteun. De knieën moeten een hoek vormen van ong. 90°
9. Headset: Gebruik een goede hoofdtelefoon met microfoon wanneer u tijdens het telefoneren beeldschermwerk moet verrichten.
10. Muis/ toetsenbord: De ergonomische verantwoorde dikte van een toetsenbord of muis is maximaal 4 cm. Hoe dikker de muis, hoe meer de hand achterover buigt.
11. Kabels toesenbord/ muis: De kabels van toetsenbord/ muis moeten een gemakkelijke plaatsing op het bureau toelaten. Voorkom dat u ver moet reiken naar toetsenbord of muis. Deze moeten zich direct onder handbereik bevinden als uw armen in een hoek van negentig graden op uw bureaublad rusten.
Houd de muis in de hand in het verlengde van de onderarm, buig de pols niet achterover of naar links of rechts. Voor kleine muisbewegingen moet de onderarm worden ondersteund door het tafelblad of door een armsteun. Maak grotere beweging met de muis vanuit de elleboog en niet vanuit de pols. Laat de zijkant van de handpalm op de muismat rusten. Hierbij zorgt een ergonomische muis voor de meest natuurlijke stand van pols en hand. Leg de muis voor in de hand en laat de vingers ontspannen op de muisknoppen rusten. Ideaal is een draadloze muis die je et beide handen kan bedienen.
12. Haperende muis: Maak het rollenmechanisme schoon wanneer de muis hapert.
13. Spiegelingen: Gebruik zonwering wanneer u last heeft van spiegelingen door invallend licht van buiten. Kantel uw beeldscherm of verplaats het op uw bureau wanneer de spiegelingen door de verlichting worden veroorzaakt.
14. Variatie lichaamshouding: Wanneer u de hele dag aan het bureau zit, is de variatie in lichaamshouding beperkt. Verander regelmatig van houding door bijv. staand te telefoneren of met een collega te overleggen.
15. Leesbril: Het leesgedeelte van uw varifocusbril of een klein leesbrilletje is minder geschikt voor beeldschermwerk. Misschien heeft u een speciale (computer)bril nodig zodat u zonder uw hoofd achterover te buigen goed op het scherm kunt kijken.

zie ook artikel : Beeldschermwerk en oogklachten

zie ook artikel : Test je beeldscherm

Oefeningen om RSI te voorkomen.

123-hand-comp-rsi-pijn-2-170_10.jpg
Uit onderzoek blijkt dat het belangrijk is om regelmatig korte pauzes te houden om zo RSI te voorkomen. Het is belangrijk om de overbelaste lichaamsdelen even te ontspannen door oefeningen te doen of door andere werkzaamheden uit te voeren. Dat blijkt meer op te leveren dan passief pauzeren. Meerdere korte pauzes zijn effectiever dan één lange pauze.
Een goede uitgangshouding voor deze oefeningen is de volgende:

• zit of sta met een rechte rug,
• hou het hoofd recht, kruin wijst naar het plafond
• de schouders zijn laag
Adem een paar keer diep in en uit en richt uw aandacht op het nek- en schoudergebied. Blijf tijdens de oefeningen goed doorademen.

• Strek uw armen omhoog en maak uzelf zo lang mogelijk.
• Schouders laag. Denk bij uw schoudergewricht aan een klok. Maak met beide schouders cirkels. Eerst 10 cirkels voorwaarts, daarna 10 cirkels achterwaarts. Doe het aandachtig en langzaam.
• Armen hangen los langs de romp. Bij het inademen heft u de rechter schouder op. Terwijl u uitademt, gaat het rechter oor naar de rechter schouder.
Inademen: hoofd weer rechtop. Uitademen rechter schouder weer omlaag.
Herhaal deze oefening vervolgens 2x rechts, daarna 3x links.
• Plaats uw handen om de nek/hals. Maak kleine cirkels met het hoofd. Laat de cirkels kleiner worden totdat uw hoofd in het midden staat. Schud handen en armen los.
• Breng de schouders naar de oren en laat bij het uitademen in één keer los.
• Plaats uw handen op de schouders. De vingers drukken krachtig op de spieren. Beweeg de ellebogen op en neer zodat de vingertoppen steeds van plaats veranderen. Masseer op deze manier de spieren aan de bovenkant van de rug Handen wegnemen, armen in uitgangspositie uitschudden.
• Draai uw handen rond vanuit de polsen (linksom en rechtsom).
• Spreid en sluit de vingers een aantal keer.
• Schud de armen los en laat de handen en vingers in de beweging meegaan.


bron: linda deijnckens - www.ergo-comfort.com
verschenen op : 02/01/2003 , bijgewerkt op 01/11/2015
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt