Diabetes: 12 tips voor veiligheid in het verkeer

Laatst bijgewerkt: december 2018
123h-diabetes-glucometer-auto-12-18.jpg

nieuws

Een medische aandoening zoals diabetes vormt in principe geen belemmering om u in het verkeer te begeven. Rekening houdend met uw behandeling en uw gezondheidstoestand kan er wel een impact zijn op uw rijvaardigheid. Er is dan ook een specifieke wetgeving omtrent het rijbewijs van toepassing. 

De Diabetes Liga publiceerde een nieuwe brochure over het thema diabetes en verkeer, met concrete tips, zodat u veilig kunt deelnemen aan het verkeer.

Hebt u diabetes, dan kan het gebeuren dat er een hypo- of een hyperglycemie optreedt, met verminderd bewustzijn tot gevolg. Bovendien kan er door een minder goede diabetesregeling chronische weefselschade ontstaan. Dit kan zich uiten in problemen aan de ogen, nieren, voeten, hart en bloedvaten en zenuwstelsel. Deze complicaties kunnen er soms voor zorgen dat u niet meer in staat bent om met een motorvoertuig te rijden. 

  • Een hyperglycemie of hyper wil zeggen dat u een te hoge bloedsuikerwaarde hebt (> 180 mg/dl). Dit kan voorkomen bij een te hoge inname van koolhydraten of een te lage insulinedosis, ziekte, stress, koorts en bij een ongeval. Mogelijke symptomen zijn vermoeidheid, veel plassen en veel dorst hebben. 
  • Bij een hypoglycemie of hypo is er sprake van een te lage bloedsuikerwaarde (< 60¬70 mg/dl). Het wordt gezien als de belangrijkste factor die de rijvaardigheid vermindert en dus de verkeersrisico’s verhoogt bij personen met diabetes.
    Mogelijke symptomen zijn beven, zweten, bleek worden, licht gevoel in het hoofd, hongergevoel, hartkloppingen ... Tijdens een autorit kan een hypo zich onder andere uiten in: moeilijker op uw rijstrook kunnen blijven, verkeerstekens over het hoofd zien, een richtingaanwijzer laattijdig opmerken, niet meer weten naar waar u onderweg bent of waar u zich bevindt ...
    Als u een hypo niet goed voelt aankomen, is het belangrijk dit tijdig te bespreken met uw behandelend arts. Misschien moet uw diabetesmedicatie aangepast worden, moet u frequenter meten of hebt u een aangepast voedings- en bewegingspatroon nodig. 
  • Langetermijncomplicaties zoals oogproblemen, zenuwaantasting en hart- en vaatziekten beïnvloeden ook in zekere mate de rijvaardigheid, maar op een meer voorspelbare manier. 

Aangepast rijbewijs

Zodra de diagnose diabetes wordt gesteld, bent u wettelijk verplicht om binnen de 4 werkdagen een aangepast rijbewijs aan te vragen. Dit geldt voor elke persoon met diabetes, ongeacht de behandeling of het type (met uitzondering van zwangerschapsdiabetes behandeld met dieet). Indien u geen aangepast rijbewijs hebt, is uw rijbewijs niet meer geldig. Uw recht op sturen kan dan vervallen of u krijgt een geldboete en/of gevangenisstraf opgelegd. 

Wat moet u doen voor u de weg opgaat?

  1. Neemt u bloedsuikerverlagende medicatie (oraal en injecteerbaar) met verhoogd risico op een hypo, dan moet u wettelijk gezien altijd snelle suikers (bv. cola, druivensuiker) binnen handbereik hebben in het voertuig dat u bestuurt. Zorg dat u ook altijd iets van trage suikers in de auto hebt liggen (bv. vezelrijke koek). 
  2. Voorzie voldoende snacks zoals fruit, koekjes of een extra boterham in uw auto. Als u een onverwacht oponthoud (bv. file) hebt, kunt u zo een eventuele hypo voorkomen. 
  3. U mag enkel een voertuig besturen met een veilige bloedsuikerwaarde van 90 mg/dl of hoger. Bespreek met uw behandelend arts wat uw grenswaarde is. 
  4. U dient altijd een meettoestel bij u te hebben in het voertuig. Bespreek met uw behandelend arts hoe frequent en in welke omstandigheden u moet meten. Er wordt aangeraden om alle waarden te noteren in een dagboekje, zodat dit op een later tijdstip aan de behandelend arts kan worden voorgelegd. 
  5. Maaltijden en snacks worden het best op tijd ingenomen. Na een insuline-injectie of inname van bloedsuiker-verlagende pilletjes moet u eerst eten vooraleer u achter het stuur plaatsneemt. 
  6. Vermijd alcohol als u nog met de auto moet rijden! Alcohol kan tot enkele uren na consumptie een daling in de bloedsuikerwaarden veroorzaken, zeker als u er niets bij hebt gegeten. Bovendien vermindert alcohol uw rijvaardigheid en uw vermogen om een hypo aan te voelen.

Wat moet u doen tijdens een autorit?

  1. Neem voldoende pauzes als u een lange rit voor de boeg hebt. Hoe langer de rit duurt, hoe meer kans u namelijk hebt op een hypo. Probeer (indien mogelijk) om de twee uur een nieuwe bloedglucosemeting te doen. Dit omdat een lange rit zeer veel concentratie vraagt, wat een groot effect kan hebben op de bloedsuikerwaarden. 
  2. Het is wettelijk verplicht dat personen met diabetes die een professioneel rijbewijs (groep 2) hebben, minimum tweemaal per dag en op relevante tijdstippen de bloedsuikerwaarden meten, en indien nodig maatregelen nemen. Bespreek dit in detail met uw diabetesteam. 
  3. Bij extra fysieke activiteiten/inspanningen onderweg, zoals laden en lossen of een lekke band vervangen, kunnen de bloedsuikerwaarden sneller dalen dan verwacht. In dat geval is extra meten (en eten) zeker aanbevolen! 
  4. Als er zich een hypo voordoet, ga dan zo snel mogelijk (maar op een veilige plaats) aan de kant staan en neem snelle suikers in. Vertrek pas terug wanneer uw bloedsuikerwaarden goed (= 90 mg/dl) staan. Uw hersenen hebben minimum 30 minuten nodig vooraleer ze terug perfect werken. Gedurende die tijd mag u dus zeker geen voertuig besturen. 
  5. Krijgt u een hypo, meet dan uw bloedsuikerwaarden met uw bloedglucosemeter of uitleestoestel. Ligt de waarde lager dan 60-70 mg/dl, neem dan 10-15 g snelwerkende suikers. Dit komt overeen met 150 ml cola of 3-4 tabletten druivensuiker. Na 10 minuten meet u opnieuw uw bloedsuikerwaarde. Staat u nog steeds te laag, dan herhaalt u de inname van snelwerkende suikers. Zijn de symptomen verdwenen, dan consumeert u het best de geplande maaltijd indien u een hypo had vlak voor de maaltijd. Krijgt u een hypo tussen twee maaltijden, neem dan wat extra trage koolhydraten (bv. boterham, vezelrijke koek, fruit) in om uw reserves aan te vullen. 




pub