ad

Welke vaccinaties mogen worden toegediend tijdens de zwangerschap?

Laatst bijgewerkt: april 2011
vaccin-flacc-bl_170_400_04.jpg

nieuws Bij voorkeur worden alle inentingen toegediend vóór de zwangerschap. Is dat niet gebeurd, dan worden ze uitgesteld tot na de zwangerschap, tenzij wanneer de vaccinatie noodzakelijk is om de zwangere vrouw of de foetus te beschermen.
Heel wat vaccins kunnen veilig toegediend worden tijdens de zwangerschap. Sommige vaccinaties, zoals bijvoorbeeld de griepvaccinatie wanneer u zwanger bent tijdens het griepseizoen (begin oktober tot eind februari), worden zelfs sterk aangeraden tijdens de zwangerschap.

Aanbevolen vaccins:
• Tetanus - difterie: Niet of onvolledig gevaccineerde zwangere vrouwen, die een risicowonde hebben opgelopen of die in het buitenland mogelijk in onhygiënische omstandigheden gaan bevallen, moeten gevaccineerd worden met het combinatievaccin (Tedivax pro adulto). Indien ook vaccinatie tegen polio nodig is (zie verder), dan kan het combinatievaccin Revaxis, Boostrix Polio of Tetravac gebruikt worden.

• Kinkhoest (Pertussis): Deze vaccinatie gebeurt bij voorkeur voor de zwangerschap, maar kan ook tijdens de zwangerschap worden toegediend. Vaccinatie van de moeder biedt de mogelijkheid kinderen vanaf de geboorte te beschermen tot hun eigen vaccinatie effect heeft. De zwangere vrouw kan ook een rappel krijgen met het gecombineerd vaccin difterie/tetanus/pertussis (Boostrix) of indien ook tegen polio moet gevaccineerd worden met Tetravac of Boostrix Polio.

• Influenza (griep): Volgens het advies van de Hoge Gezondheidsraad moet elke zwangere vrouw vanaf zestien weken zwangerschap tijdens het griepseizoen (oktober tot maart) gevaccineerd worden. Hoog risico zwangeren, bv. zwangeren met longproblemen, moeten altijd, ongeacht het trimester waarin zij zich bevinden, gevaccineerd worden.

• Hepatitis A: Aan vrouwen die geen immuniteit hebben tegen hepatitis A wordt vaccinatie aanbevolen voor hun eigen bescherming wanneer ze een risico lopen te worden blootgesteld aan de ziekte. De vaccinatie gebeurt bij voorkeur vanaf het tweede zwangerschapstrimester.
Vaccinatie tegen hepatitis A wordt aangeraden wanneer u:
• werkt in een kinderdagverblijf, kleuterschool, een instelling voor gehandicapten, enz. ;
• werkt als verpleegkundige of laborante;
• van plan bent om naar een land van het Middellandse zee gebied of een ander subtropisch land te reizen, ook voor korte reizen in goede hotels.

• Hepatitis B:
Zwangere vrouwen die niet immuun zijn en tot de risicogroepen behoren, na een prikaccident met besmet bloed of contact met iemand met hepatitis B, worden best gevaccineerd:
• artsen, paramedici, tandartsen, labo-personeel;
• studenten in de geneeskunde, tandheelkunde en paramedische beroepen (ook van opleidingen in het secundair onderwijs);
• het verzorgend personeel van instituten voor mentaal gehandicapten;
• verpleegsters en kinderverzorgsters van het dagonderwijs;
• de onderwijzeressen in het speciaal onderwijs voor gehandicapten;
• het opvoedend personeel van medisch-pedagogische instellingen;
• poetsvrouwen in scholen voor speciaal dagonderwijs;
• wanneer u recent in contact bent geweest met iemand met hepatitis B (bv. op school);
• wanneer u een lange reis plant naar Azië, Latijns-Amerika of Afrika, of wanneer de kans bestaat dat u in één van die landen in het ziekenhuis belandt of zult bevallen.

• Polio (kinderverlamming):
Iedereen die na 1964 is geboren, is normaal ingeënt tegen polio. Voor een levenslange bescherming is een herhalingsvaccinatie op volwassen leeftijd (+16 jaar) nodig. Indien u die herhalingsvaccinatie niet hebt gekregen én tijdens uw zwangerschap een reis plant naar een streek waar deze ziekte nog voorkomt (Afrika en Azië), dan laat u zich best inenten met het inspuitbare vaccin (Imovax Polio). Indien ook een vaccin tegen difterie en tetanus nodig is, wordt Revaxis gebruikt; indien u bovendien tegen kinkhoest moet worden ingeënt, gebruikt men Boostrix Polio of Tetravac.

• Meningokokken C: Dit vaccin kan aan zwangeren worden toegediend die tijdens de meningitisperiode (van eind december tot eind juni) langer dan 4 weken of in primitieve omstandigheden rondreizen in risicogebieden (hoofdzakelijk Sahellanden).

• Gele koorts: Zwangere vrouwen die niet zijn gevaccineerd, wordt afgeraden om naar risicogebieden in Zuid-Amerika en Afrika te reizen. Indien de reis niet kan uitgesteld worden, kan vanaf de zesde zwangerschapsmaand gevaccineerd worden. Bij accidentele vaccinatie vóór de 6de maand van de zwangerschap (bijvoorbeeld omdat u op het ogenblik van de vaccinatie nog niet wist dat u zwanger was), werden er nooit problemen beschreven, zodat er geen reden is tot ongerustheid.

• Rabies (hondsdolheid): na een verdachte beet moeten zwangere vrouwen ingeënt worden. Preventieve vaccinatie wordt alleen aangeraden bij hoge kans op blootstelling (bv. veeartsen, archeologen...).

• Buiktyfus: Vaccinatie is vooral aangewezen voor avontuurlijke reizen in slechte hygiënische omstandigheden, of voor reizen die langer dan 3 weken duren naar warme landen. Bij zwangere vrouwen wordt alleen het geïnactiveerde injecteerbare vaccin (Typherix of TyphimVi) gebruikt (niet het vaccin dat via de mond wordt toegediend).

• Frühsommer Meningo-Enzephalitis en Japanse encefalitis:
Zwangere vrouwen die naar een risicogebied moeten reizen, moeten zeker worden gevaccineerd wegens het grote risico bij infectie voor de moeder én voor het kind.

Vaccins die beter niet worden toegediend tijdens de zwangerschap
De vaccins die levende, afgezwakte virussen of bacteriën bevatten, kunnen via de placenta de vrucht bereiken waardoor een geringe kans bestaat dat het vruchtje wordt besmet. Tot nu toe werden nog nooit misvormingen bij de baby beschreven ten gevolge van vaccinatie met een van deze vaccins. Toch worden deze vaccins uit voorzorg niet toegediend tijdens de zwangerschap en wanneer u borstvoeding geeft. U wordt ook best niet zwanger in de maand die volgt op de toediening van deze vaccins.
Dit geldt voor volgende vaccins:
• Mazelen – Bof – Rubella
• Gele koorts (indien nodig zal dit toch worden toegediend)
• Het orale vaccin tegen buiktyfus (Vivotif).
• Varicella.
• Het orale poliovaccin (niet meer te krijgen in België, maar wordt nog wel gebruikt in de tropen).

Indien u toch zwanger wordt binnen de eerste weken na de vaccinatie met een levend vaccin, of op het ogenblik van de vaccinatie nog niet wist dat u zwanger was, hoeft u zich evenwel niet ongerust te maken. Het is zeker geen reden om een zwangerschapsonderbreking te overwegen.
Deze vaccins kunnen zonder problemen worden toegediend aan kinderen van zwangeren, en hoeven wegens de zwangerschap van de moeder dus niet uitgesteld te worden.

Meer info
www.vaccinatieweek.be
www.bcfi.be
www.itg.be




ad


pub