ad

Aromatherapie voor beginners

Laatst bijgewerkt: februari 2020

dossier

Het idee om planten te gebruiken ter behandeling van kwalen of ziektes bestaat al sinds 3000 voor Christus. De fytotherapie of plantengeneeskunde zoals we die nu kennen, ontstond in de 19e eeuw. Actieve stoffen van planten werden door de toenmalige chemici geëxtraheerd, geïsoleerd en geconcentreerd en ingezet als remedie tegen gezondheidsklachten. Een voorbeeld daarvan is morfine dat gewonnen wordt uit de opiumplant. En dit voorbeeld maakt meteen ook duidelijk dat er met kruiden voorzichtig moet worden omgesprongen. ‘Natuurlijk’ is geen synoniem voor ‘totaal ongevaarlijk’. 
Vooraleer we inzoomen op aromatherapie, wat het is en hoe het werkt, geven we nog wat extra tekst en uitleg bij de fytotherapie of plantengeneeskunde in het algemeen. Eerst het bos en dan de bomen ….
We gingen een gesprek aan met Dr. Adam Feyaerts, een expert in etherische oliën en hun gebruik in aromatherapie. 

Fytotherapie versus homeopathie

f123-h-aromath1-02-20.jpg


Kunnen we fytotherapie in dezelfde categorie onderbrengen als homeopathie? 

Dr. Adam Feyaerts: Ja en neen! Ja, omdat ze beide traditioneel ondergebracht worden bij de Complementaire en Alternatieve Geneeswijzen (afgekort CAM in het Engels). Een bepaalde therapie of geneeswijze wordt ondergebracht bij deze heel diverse groep van CAM-disciplines als hij niet behoort tot de zogenoemde ‘klassieke geneeskunde’. Iedereen heeft voor de meeste disciplines gevoelsmatig wel een idee in welke groep die telkens thuishoort, maar eigenlijk laten we ons hierbij meestal leiden door wat de officiële instanties al dan niet erkennen en/of (gedeeltelijk) terugbetalen. Sommige disciplines bevinden zich echter in een soort van grijze zone, wat bijvoorbeeld het geval is voor fytotherapie. 
Idealiter zouden alle behandelingen volledig evidence-based zijn, maar zelfs voor wat de klassieke westerse geneeskunde betreft, schat men dat slechts ongeveer 30% van de behandelingen hieraan zou voldoen. Op zichzelf is dat geen probleem want uiteindelijk is een gebrek aan bewijs niet hetzelfde als een gebrek aan effectiviteit… en dit geldt zowel voor bepaalde CAM-disciplines als voor de gevestigde disciplines binnen de klassieke geneeskunde. Met andere woorden, het is dus best complex en het laatste is hierover zeker en vast nog niet gezegd. 

Neen, omdat fytotherapie als een voorloper van de klassieke farmacie werkt volgens het principe dat er o.a. een dosis-effect-relatie is voor de behandeling van een bepaalde aandoening. Denk bijvoorbeeld aan een pijnstiller: een (te) kleine dosis heeft geen of maar een heel beperkt therapeutisch effect, een grotere dosis heeft een sterker therapeutisch effect, maar een te grote dosis zal aanleiding geven tot mogelijke toxische effecten. Ongenuanceerd zou je kunnen stellen dat in homeopathie deze klassieke dosis-effect-relatie (volledig) ontbreekt, hoewel het heel moeilijk is om een algemene uitspraak te doen over homeopathie alsof er maar één strekking zou zijn, wat natuurlijk niet zo is. Fytotherapie en homeopathie maken in veel gevallen gebruik van dezelfde grondstoffen maar deze worden verschillend verwerkt en toegepast volgens fundamenteel andere principes.

Fytotherapie versus aromatherapie?

f123-h-aromath4-02-20.jpg


Naast de fytotherapie bestaat er nog een CAM-discipline die als doel heeft de fysieke en mentale gezondheid te harmoniseren en het genezingsproces te versterken EN die ook gebaseerd is op het gebruik van planten en kruiden, namelijk de aromatherapie. Daar worden de vluchtige ‘extracten’ van planten(delen) zoals bladeren, bloemen, zaden, schors, wortels of schillen gebruikt. Hoe verhoudt fytotherapie zich eigenlijk tot aromatherapie?

Dr. Adam Feyaerts: Planten zijn de basis van zowel de fyto- als de aromatherapie. Heel algemeen zou je kunnen stellen dat aromatherapie een onderdeel van de fytotherapie is. 
  1. In fytotherapie worden er verschillende manieren gebruikt om de (werkzame) bestanddelen te extraheren uit planten. We denken dan bijvoorbeeld aan methoden zoals infusie, persing, destillatie, solventextratie en maceratie. Verschillende methoden geven aanleiding tot het bekomen van verschillende soorten extracten. Extracten zijn complexe mengsels van plantenbestanddelen en afhankelijk van de gebruikte methode zijn ze anders samengesteld. Verschillende plantenextracten kunnen dan ook, afhankelijk van hun samenstelling, gebruikt worden voor andere toepassingen.
  2. Aromatherapie is een CAM-discipline waarbij het gebruik van etherische en essentiële oliën (EOn) centraal staat. Volgens de International Organization for Standardization zijn EOn extracten die worden bekomen door droge, water- of stoomdestillatie van aromatische planten(delen) of door de (koude) persing van de schil van citrusvruchten*. We kunnen dus eenvoudig stellen dat alle EOn extracten zijn, maar niet alle extracten zijn EOn. Bijvoorbeeld: de etherische olie (EO) van Eucalyptus globulus wordt typisch bekomen door stoomdistillatie van de bladeren van de eucalyptusboom, de essentiële olie (EO) van mandarijn (Citrus reticulata) door de koude persing van de schil van de vrucht van de mandarijn. 

In geval van stoomdestillatie zal er zich tijdens het destillatieproces een scheidbaar mengsel vormen van enerzijds het water (dat afkomstig is van de destillatie, met daarin relatief goed wateroplosbare bestanddelen afkomstig van de plant) en anderzijds de zogenaamde etherische olie die bestaat uit relatief slecht wateroplosbare (hydrofobe) en relatief vluchtige bestanddelen afkomstig uit dezelfde plant. Hoewel in aromatherapie traditioneel voornamelijk de etherische oliefractie werd gebruikt, zien we in de laatste decennia dat ook de waterfractie (hydrolaat genoemd) meer en meer wordt gebruikt bij therapeutische toepassingen. 
Verder is de samenstelling van EOn complex en divers maar gemiddeld genomen veel minder complex en divers dan de meeste andere plantenextracten. Bovendien hebben de plantenbestanddelen waaruit EOn bestaan gemiddeld genomen een kleiner molecuulgewicht en zijn ze dus relatief vluchtiger dan andere plantenextracten. Hierdoor kunnen EOn (mogelijk) gebruikt worden voor behandelingen waarvoor andere plantenextracten eventueel minder geschikt zijn. Ik denk dan bijvoorbeeld aan bepaalde pulmonaire toepassingen.

* https://www.iso.org/obp/ui/#iso:std:iso:9235:ed-2:v1:en

What’s in a name?

De term aromatherapie is in de jaren 1920 uitgevonden door de Franse scheikundige René Maurice Gattefossé. De petite histoire: kort daarvoor verbrandde hij zijn hand terwijl hij aan het werk was in zijn laboratorium en hij merkte dat het genas door het onmiddellijk in een vat lavendelolie te dompelen. Toch is het woord ‘aroma’ in deze samenstelling ietwat misleidend, want het is niet het aroma van de plant die de therapeutische waarde heeft maar wel haar ‘essentie’ (haar scheikundige eigenschappen). Bovendien worden dampen niet in alle toepassingen van de aromatherapie gebruikt. In veel gevallen gaat het om etherische of essentiële olie die in crèmevorm op de huid wordt gesmeerd of die via een vloeistof, zoals bijvoorbeeld thee, wordt toegediend. 

Dr. Adam Feyaerts: Het woord ‘aroma’ in aromatherapie slaat inderdaad op het geurige en vluchtige karakter van de EOn. Dat helpt niet wanneer je aan iemand uitlegt hoe het werkt, want aromatherapie wordt meestal geïnterpreteerd alsof het de geur an sich is die therapeutische eigenschappen heeft en dat is natuurlijk niet zo! Dus ik draai de redenering meestal om: EOn zijn complexe mengsels bestaande uit moleculen die intrinsieke (specifieke) biologische activiteiten (kunnen) hebben en onder andere als eigenschappen hebben dat ze ook relatief vluchtig zijn en een typische uitgesproken geur hebben. 
Verder is het inderdaad correct dat veel aromatherapeutische toepassingen niet onmiddellijk iets te maken hebben met het vluchtige karakter van de EOn, maar wel met andere eigenschappen ervan.  Bijvoorbeeld het feit dat EOn over het algemeen bestaan uit relatief kleine moleculen met een overwegend lipofiel karakter (lossen goed op in oliën en vetten), maakt dat ze goed via de huid (transdermaal) en oraal opgenomen worden in het lichaam. EOn kunnen daarentegen meestal niet onverdund gebruikt worden en daarom worden ze op vele verschillende manieren opgelost in al dan niet neutrale natuurlijke of synthetische dragers zoals bijvoorbeeld vettige plantaardige oliën of allerlei crèmes. EOn en hun componenten zal je bijgevolg terugvinden in tal van producten: ze worden gebruikt in capsules voor orale inname bijvoorbeeld bij indigestie, in lotions die helpen bij acne, of in bepaalde mondwaters van zowel bekende als minder bekende merken, om maar enkele toepassingen op te noemen. Maar EOn en hun componenten worden ook gebruikt in de voedingsindustrie, waar ze niet enkel als smaak- en geurstof maar ook als conserveermiddel dienen, denk dan bijvoorbeeld aan de EO van Origanum compactum

DIY

f123-h-aromath5-02-20.jpg

Hoe kan je de EOn zelf gebruiken zonder gevaar en zonder dat je een expert bent op dat terrein? Zijn er een aantal onschuldige toepassingen of tricks waarmee we thuis zelf aan de slag kunnen? 

Dr. Adam Feyaerts: Neen, er bestaan eigenlijk geen onschuldige toepassingen! Er zijn wel toepassingen die minder risicovol zijn, maar dat kan je pas inschatten als je weet hoe je moet werken met EOn. Weet bijvoorbeeld dat EOn, net zoals andere stoffen, allergische reacties kunnen uitlokken bij bepaalde personen. De kans is eerder klein, maar niet onbestaand. Verder overschatten gebruikers hun kennis vaak en meestal kunnen ze de dosis niet goed inschatten. “Een druppeltje meer dat kan toch geen kwaad want het is toch een natuurproduct?”, hoor ik dikwijls zeggen. Jawel, zoals uitgelegd kan dat wel degelijk een probleem zijn! 
Anderzijds is het wel zo dat de consument, zonder zich ervan bewust te zijn, deze EOn en bestanddelen van EOn gebruikt, want die zitten in zoveel producten. Maar dan is de EO in het product al gedoseerd en op een juiste manier verwerkt. In ons gezin gebruiken we zelf heel regelmatig EOn en het soort dat we gebruiken hangt natuurlijk af van de toepassing. Een EO die we bijna dagelijks gebruiken - voornamelijk voor mondhygiëne - is Melaleuca alternifolia, beter gekend als tea tree EO. Je zou bijvoorbeeld kunnen kiezen voor een tandpasta die deze EO bevat.
Andere eenvoudige voorbeelden waarbij je EOn op een relatief veilige manier zou kunnen gebruiken, zijn: de EO van relatief goedkope lavendelhybrides (Lavendula x burnatii) aan de wasverzachter toevoegen voor de geur en de antimicrobiële werking, of enkele druppeltjes Eucalyptus globulus EO in de stofzuigerzak/reservoir druppelen opnieuw omwille van de frisse geur en de antimicrobiële werking. 
Maar nogmaals, ik kan het niet genoeg herhalen: ik raad niemand aan om met EOn te werken zonder kennis van zaken!

Zit er een reukje aan?

Aromatherapie heeft dus (nog) geen plaats in de officiële geneeskunde. Net zoals bij de andere CAM-disciplines is het een verhaal van sceptici en believers. Het blijft sowieso een glibberig terrein, want zelfs binnen het kamp van de ‘die hards’ zijn er discussies over de werking van aromatherapie en over welke EO je best inzet voor welke kwaal. 
Volgens het Nederlandse Skepdic aromatherapie en het Vlaamse Skepparomatherapie-een-reis-sprookjesland is er bijzonder weinig bewijs voor alle beweringen die aromatherapeuten maken over de diverse geneeskrachtige eigenschappen van EOn, behalve dan als bijdrage tot het placebo-effect. Zij zeggen dat het bewijs voor de genezende kracht van stoffen zoals tea tree (theeboomolie) grotendeels bestaat uit getuigenissen die thuishoren in een post hoc-redenering.

Dr. Adam Feyaerts: Zoals reeds eerder aangehaald is de groep van CAM-disciplines heel divers en de ene discipline is de andere niet. Een gezonde dosis scepticisme is dus heel belangrijk. Het is voor mij niet duidelijk welke geneeskundige claims het hier betreft en door wie ze gemaakt werken. In de afgelopen jaren wordt er echter veel peer-reviewed onderzoek* gepubliceerd naar de (biologische) werking(smechanismen) van EOn en hun componenten. Zelf heb ik bijvoorbeeld gewerkt op de antimicrobiële activiteit van EOn en ik kan je met een gerust hart vertellen dat er zonder enige twijfel aangetoond werd dat bepaalde EOn een relatief sterke antimicrobiële werking hebben en sommige EO-componenten zelfs een specifieke antimicrobiële werking hebben. Ga naar bijvoorbeeld ‘Pubmed’ en geef het zoekwoord ‘essential oil’ in, en je zal tal van artikels zien verschijnen die o.a. over de biologische activiteit van EOn gaan. 
Maar het is correct dat er nog meer wetenschappelijk onderzoek naar de werking van essentiële oliën nodig is. Wetenschappelijke bewijsvoering bestaat in verschillende vormen en de werkzaamheid van potentiële moleculen aantonen is een gelaagd systeem. Kunnen bewijzen dat bepaalde kandidaat- moleculen een goede in vitro werking hebben is relatief eenvoudig en goedkoop. Daarna kan je bewijzen verzamelen over de werkzaamheid in (model)dieren, en ook dat werk wordt volop gedaan en is betaalbaar. Maar zodra je dan op mensen begint te testen, met randomized controled clinical trails** als hoogste standaard, wordt het snel exponentieel duurder. Spijtig genoeg ontbrak in het verleden, omwille van uiteenlopende redenen, hiervoor de (financiële) incentive bij farmaceutische firma’s (Adam Feyaerts et al., 2020). Gelukkig is er ondertussen een mentaliteitswijziging merkbaar en dat is hoopvol voor de toekomst!

* (https://www.kuleuven.be/onderwijs/evalueren/peerreview)
**klinisch vergelijkend onderzoek waarbij proefpersonen per toeval in een groep worden ingedeeld, waarin zij wel of juist niet de werkzame interventie ontvangen

Wetenschappelijk onderzoek bij EOn

Wetenschappelijk onderzoek naar EOn is blijkbaar moeilijk financieel rond te krijgen. Zijn er nog andere remmen voor meer wetenschappelijke bewijsvoering?

Dr. Adam Feyaerts: Eén van de problemen om EOn te onderzoeken is het feit dat ze relatief vluchtig zijn en dit in combinatie met relatief slechte wateroplosbaarheid. Dit kan allerlei complicaties geven bij onderzoek en daarom werden ze dikwijls stiefmoederlijk behandeld door wetenschappers. Het is immers relatief moeilijker om ermee te werken en het vraagt dikwijls niet-evidente aanpassingen aan reeds bestaande protocollen. Bovendien zijn de meeste van deze standaardtesten water-gebaseerd, wat dus niet ideaal is voor EOn. Dit kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat er te veel fout-negatieve resultaten geproduceerd worden en dat er dus geen activiteit wordt vastgesteld, hoewel er eigenlijk wel degelijk activiteit is. Je verliest daarmee potentieel interessante kandidaat-EOn en EO-componenten. Verder kunnen er ook problemen zijn met de vluchtigheid. Die kan de meetresultaten binnen een bepaalde test beïnvloeden als hiermee voorafgaand, bij de experimentele set-up, geen rekening werd gehouden. Hierdoor kunnen er dan weer te veel fout-positieve resultaten geproduceerd worden en wordt er dus activiteit vastgesteld waar er eigenlijk geen is. Dan verlies je geen mogelijk potentiële kandidaten, maar het kost wel extra geld en moeite om de onechte resultaten te verwijderen.

f123-h-aromath3-02-20.jpg
Hoe ver staat het onderzoek nu ondertussen?

Dr. Adam Feyaerts: Tijdens mijn doctoraal onderzoek aan het VIB-KU Leuven Center for Microbiology heb ik in samenwerking met collega’s (want wetenschap doe je nooit alleen!) alternatieve opstellingen voor experimentele testen ontwikkeld alsook aanbevelingen geformuleerd ingeval je met relatief vluchtige stoffen werkt zoals EOn en hun componenten (Adam F. Feyaerts et al., 2017). Verder hebben we nieuwe (high-throughput screening*) labotechnieken ontwikkeld die toelaten om relatief eenvoudig te testen hoe vluchtige stoffen zoals EOn en hun componenten activiteit kunnen hebben op afstand. Voor de microbiologische toepassingen hebben we hiervoor een nieuwe term geïntroduceerd namelijk dampfase-gemedieerde antimicrobiële activiteit (afgekort VMAA in het Engels)**. Heel algemeen omschreven, is dat de antimicrobiële activiteit die een vluchtige stof (bijvoorbeeld een EO) via zijn dampfase (dus niet als vloeistof) heeft op een bepaalde afstand.
We hebben de VMAA van een EO-collectie getest tegen twee menselijke schimmelpathogenen, Candida albicans en Candida glabrata. Dit zijn (voorlopig) de twee meest klinisch relevante Candida-soorten. Hoewel Candida wordt beschouwd als een normaal commensaal micro-organisme van het maagdarmkanaal, de mondholte en de vagina, kan het ook zowel lokale als systemische infecties veroorzaken. Candida-infecties zijn over het algemeen niet levensbedreigend, maar wanneer Candida in de bloedbaan van bijvoorbeeld een patiënt met een immuundeficiëntie (niet goed functionerend afweersysteem) komt, wordt het een levensbedreigende candidaemia. Er zijn elk jaar wereldwijd enkele honderdduizend gevallen van candidaemia met een sterftecijfer van meer dan 40%. Het succes van de behandeling hangt af van de timing van de therapie, de dosis en de keuze van het gebruikte antischimmelmedicijn. Mogelijk interessant is dat we ontdekten dat ongeveer de helft van de EOn en hun componenten een VMAA hadden tegen beide Candida-soorten. Maar verrassend genoeg was C. glabrata, de meest medicijnresistente soort van de twee, gemiddeld nog gevoeliger voor de EO(C)n. Daarentegen vertoonde geen van de momenteel gebruikte klassieke antischimmelmiddelen enige VMAA! Hiermee hadden we aangetoond dat EOn en hun componenten tot een (nieuwe) aparte klasse van antifungale middelen horen (Adam F. Feyaerts et al., 2018).

* medicine-and-dentistry/high-throughput-screening
** Vapour-phase-mediated_antimicrobial_activity


Dat klinkt als baanbrekend werk! Wat zullen de positieve gevolgen daarvan zijn?

Dr. Adam Feyaerts: Natuurlijke producten zoals EOn en hun componenten worden vaak vermeden bij de ontwikkeling van geneesmiddelen. Zoals ik hierboven al uitlegde, gebeurt dit o.a. omdat ze bepaalde ongewenste eigenschappen hebben. Ik vroeg mij echter af of deze stiefmoederlijke behandeling in geval van EOn en hun componenten wel gerechtvaardigd is. In een recente studie tonen we eenduidig aan dat, in tegenstelling tot wat algemeen wordt gedacht, de meeste EO-componenten voldoen aan specifieke vereisten om een mogelijke bron van geneesmiddelen te zijn! Ons onderzoek suggereert dus dat EOn in het algemeen en hun componenten in het bijzonder veelbelovende bronnen zijn van mogelijk nieuwe medicijnen en dat ze daarom meer aandacht verdienen. Bovendien hebben EO-componenten unieke eigenschappen die nuttig kunnen zijn bijvoorbeeld bij transdermale toediening (= is opname via de huid) of voor sommige therapeutische toepassingen zoals de behandeling van long- of luchtwegaandoeningen en de behandeling van ziekten van het centrale zenuwstelsel (Adam Feyaerts et al., 2020). Hun therapeutische potentieel wordt dus best opnieuw onderzocht met de nieuwste methoden die voorhanden zijn! 
Dat EOn en hun componenten ook als geregistreerde medicijnen voorkomen, weten de meeste mensen niet, maar toch bestaat het nu al. Tempocol bijvoorbeeld is een medicijn dat op de markt is in België en dat bij buikkrampen en lichte maag- of darmspasmen gebruikt kan worden. Het actieve bestanddeel ervan is de EO van pepermunt! 

Hoe scheid je het kaf van het koren?

De aromatherapie heeft vaak een kwalijke reputatie omdat er heel wat kwakzalvers of ‘would be’ therapeuten zijn die zich de naam van aromatherapeut toe-eigenen en die vaak - niet zonder gevaar - EOn voorschrijven zonder kennis van zaken. Hoe weet je met wie je te doen hebt en hoe weet je welke producten je kunt vertrouwen?  

Dr. Adam Feyaerts: Er zouden kwaliteitscertificaten met onder andere de specifieke samenstelling van de EOn moeten kunnen worden opgevraagd. Bovendien begint alles met een correct etiket, want voldoende informatie (meer dan wat wettelijk verplicht is) op de verpakking is noodzakelijk, zodat de klant onmiddellijk kan zien wat hij koopt. Bijvoorbeeld, indien enkel het woord Eucalyptus vermeld staat op de verpakking dan is dat onvoldoende informatief want er bestaan vele soorten van Eucalyptus (E.) zoals o.a. E. globulus, E. radiata en E. citriodora. De eerste twee lijken heel erg op elkaar qua samenstelling maar de derde wijkt duidelijk af. Als er enkel Eucalyptus vermeld staat, weet je dus niet wat je koopt! Maar het is complexer, want sommige EOn die zelfs tot dezelfde soort behoren, bestaan in verschillende chemische varianten (= chemotypes) of zijn afkomstig van verschillende plantendelen. Ook hier geldt dus dezelfde redenering. Daarom is het nodig dat je je eerst heel goed informeert, bijvoorbeeld door een cursus te volgen. Natuurlijk moet de lesgever over de nodige kwalificaties beschikken en hier wringt vaak het schoentje. Het is dus niet gemakkelijk om als leek op een correcte manier aan de slag te gaan met EOn.

f123-h-aromath2-02-20.jpg

Waar kan je terecht voor een degelijk advies?

Dr. Adam Feyaerts: Wat de therapeuten betreft, is het als klant niet evident om te weten waar je terecht kunt voor degelijk advies of voor een behandeling. Er zijn best wel wat zogenaamde aromatherapeuten en multi-level verkopers van EOn die zich expert wanen maar verder over geen enkele kwalificatie beschikken en/of maar heel beperkte ervaring hebben. Aromatherapie is geen beschermd beroep, wees dus voorzichtig bij wie je te rade gaat. In tegenstelling tot vele andere CAM-disciplines is aromatherapie in het algemeen en het gebruik van EOn in het bijzonder vaak niet onschuldig. Jaarlijks zien we het aantal problemen door het fout gebruik van EOn wereldwijd toenemen. Dit is waarschijnlijk te wijten aan de combinatie van misinformatie en onwetendheid bij sommige mensen. Dit gezegd zijnde, er zijn wel degelijk therapeuten en apothekers die op een correcte manier bezig zijn, maar hun aantal is beperkt.

Er bestaat wel een Europese academie voor natuurlijke gezondheidszorg die erkend wordt door de Vlaamse regering en het Paritair Comité van de Gezondheid van de Federale overheid, maar hoe vind je de therapeuten die een dergelijke degelijke opleiding hebben gevolgd en de naam aromatherapeut waardig zijn? 

Dr. Adam Feyaerts: Het is voor mij heel moeilijk om dat zo in te schatten en hierover een uitspraak te doen, want zelfs dit soort erkenning geeft weinig of geen garantie over de eigenlijke inhoud van de cursus aromatherapie of wie de eigenlijke lesgever is. Dikwijls wordt aangehaald dat een bepaalde lesgever al vele jaren ervaring heeft in een bepaalde CAM-discipline. Dit argument heeft enkel waarde als de persoon in kwestie voldoende wetenschappelijk geschoold is, in het bijzonder in de fysica, (bio)chemie, farmacologie en ziekteleer als het over aromatherapie gaat. Voor lesgevers die niet het juiste diploma hebben, maar wel een uitgebreide ervaring, kan de deskundigheid enkel met een onafhankelijke audit afgetoetst worden. Het is dus momenteel heel moeilijk of zelfs onmogelijk om als klant/student te bepalen of iemand al dan niet een goede therapeut/lesgever aromatherapie is. Momenteel bestaat er geen specifieke beroepsvereniging voor aromatherapeuten in België maar er wordt wel over nagedacht. In elk geval zou het ideaal zijn indien er op termijn een opleiding wetenschappelijke fyto-aromatherapie op graduaat, bachelor en/of postgraduaat niveau zou komen. 

Conclusie

1. Aromatherapie is een CAM-discipline waarbij het gebruik van etherische en essentiële oliën centraal staat. 
2. Zelfmedicatie met EOn zonder voldoende voorkennis is nooit een goed idee, want  het gebruik ervan is niet zonder risico’s. Een basiscursus aromatherapie waar je de kenmerken, toepassingen en gevaren leert kennen, is een minimumvereiste. Je kunt ook een beroep doen op een aromatherapeut, maar het is momenteel als leek heel moeilijk om in te schatten wie over de nodige deskundigheid beschikt.
3. Wat het wetenschappelijk onderzoek rond EOn betreft, is er de laatste jaren baanbrekend werk verricht. Daaruit blijkt o.a. dat de meeste EO-componenten een mogelijke bron zijn van geneesmiddelen. Er werd zonder enige twijfel aangetoond dat bepaalde EOn een relatief sterke antimicrobiële werking hebben en sommige EO-componenten zelfs een specifieke antimicrobiële werking hebben.

Wie is Dr. Adam Feyaerts?

Adam Feyaerts werkt sinds 1996 met EOn. Hij is een Master in de Biomedische Wetenschappen (KU Leuven), Doctor in de Biochemie en Biotechnologie (KU Leuven) en o.a. Lid van de Permanente Wetenschappelijke Commissie van het International Symposium on Essential Oils. Hij publiceerde verschillende artikels in verband met EOn, o.a. “Essential oils and their components are a class of antifungals with potent vapour-phase-mediated anti-Candida activity (Scientific Reports, 2018)” en “Striking essential oil: tapping into a largely unexplored source for drug discovery (Scientific Reports, 2020)”.

Referenties
- Feyaerts, A.F., Luyten, W. & Van Dijck, P. Striking essential oil: tapping into a largely unexplored source for drug discovery. Sci Rep 10, 2867 (2020). https://doi.org/10.1038/s41598-020-59332-5
- Feyaerts, A.F., Mathé, L., Luyten, W. et al. Essential oils and their components are a class of antifungals with potent vapour-phase-mediated anti-Candida activity. Sci Rep 8, 3958 (2018). https://doi.org/10.1038/s41598-018-22395-6
- Feyaerts, AF, Mathé, L, Luyten, W, et al. Assay and recommendations for the detection of vapour-phase-mediated antimicrobial activities. Flavour Fragr J. 2017; 32: 347– 353. https://doi.org/10.1002/ffj.3400


bron: Hilde Deweer, lifestyleredactrice

ad


pub