Wanneer is borstkankerscreening voor jonge vrouwen aan te raden?

Laatst bijgewerkt: november 2019
123-mammo-vt-oz-borstca-170_09.jpg

nieuws De Europese en Belgische overheden raden preventieve borstkankeropsporing af voor gezonde vrouwen beneden 50 jaar, omdat voor deze vrouwen de voordelen van een borstkankeropsporing via een tweejaarlijkse mammografie niet opwegen tegen de mogelijke nadelen.

Bij vrouwen met een verhoogd risico op borstkanker wordt een vervroegde screening wél aangeraden. Een kwart van alle borstkankers komt nu eenmaal voor beneden de leeftijd van 50 jaar. Bij deze vrouwen moet het risico individueel worden bepaald.
In onderstaand overzicht geven we een aantal algemene richtlijnen, gebaseerd op Belgische en internationale aanbevelingen. Soms kunnen meerdere risicofactoren samenkomen, wat uiteraard het risico verhoogt. Dit moet echter altijd geval per geval beoordeeld worden.

Indien u om een of andere reden vermoedt dat u misschien een verhoogd risico op borstkanker hebt, en dat een preventief onderzoek aangewezen is, bespreek dit dan met uw arts. Samen kunt u nagaan of er effectief sprake is van een verhoogd risico en bekijken wat er best gebeurt.

Wanneer u bepaalde klachten hebt die kunnen wijzen op borstkanker (bijvoorbeeld een knobbeltje, vochtverlies uit de tepel, een ingetrokken tepel enzovoorts), moet u uiteraard zo snel mogelijk uw huisarts raadplegen. In dat geval kan een (diagnostische) mammografie en ander onderzoek nodig zijn om na te gaan of het al dan niet om borstkanker gaat.

Wanneer is uw risico op borstkanker verhoogd en is borstkankerscreening aan te raden?

1.U hebt al eerder borstkanker gehad
Dan hebt u een drie- à viermaal verhoogd risico om te hervallen of een nieuwe borstkanker te krijgen. Dit betekent dat bij 15 à 20% van de vrouwen die borstkanker overleven, binnen 20 jaar voor de tweede keer borstkanker wordt vastgesteld. Herval treedt meestal op binnen de eerste vijf jaar. Maar ook na deze eerste vijf jaar is een blijvende opvolging aangewezen.

Welk onderzoek?
De opvolging gebeurt door regelmatige controles bij uw behandelende arts en huisarts. De eerste twee jaar zullen deze controles om de drie tot zes maanden worden gepland. Vanaf het derde tot en met het vijfde jaar na de diagnose worden de controles zesmaandelijks gepland en nadien zijn de controles jaarlijks.
Deze controles bestaan uit een grondig lichamelijk onderzoek en dikwijls ook een bloedafname. Er zal levenslang jaarlijks een mammografie worden uitgevoerd, eventueel aangevuld met een echografie en/of een MRI- of NMR-scan.

2. U bent draagster van een mutatie in een borstkankergen (BRCA1, BRCA2 of CHEK2).
5 à 10% van alle vrouwen met borstkanker en/of eierstok- of eileiderkanker heeft een erfelijke aanleg (Hereditair Mamma (Ovarium) Carcinoom).
Tot nu toe zijn er drie hoog-risico genen gekend die, wanneer ze muteren, borstkanker kunnen veroorzaken: BRCA-1, BRCA-2 en CHEK2. Waarschijnlijk bestaan er nog andere genmutaties die momenteel nog niet gekend zijn.
Vrouwen met een van deze mutaties hebben een sterk verhoogde kans op borstkanker én op eierstok- en eileiderkanker, plus een licht verhoogde kans op andere kankers zoals dikkedarmkanker.

Kankerrisico bij vrouwen met een gemuteerd BRCA1, BCRA2 of CHEK2-gen.

Normaal risico

BRCA1

BRCA2

CHEK2

Borstkanker

1 op 10

(11%)

6 à 8 op 10

(60-80%)

6 à 8 op 10

(60-80%)

2 à 4 op 10

(20-40%)

Eierstok- en eileiderkanker

1 op 70

(1,5 %)

3 à 4 op 10

(30-40%)

2 à 3 op 10

(20-30%)

Niet verhoogd

Indien bij u tijdens een genetisch onderzoek zo’n genmutatie werd vastgesteld, zult u zich geregeld moeten laten onderzoeken. De onderzoeken beginnen vanaf 30 jaar of ten minste vijf jaar vroeger dan het jongste aangetaste familielid.
Indien u behoort tot een familie waarin een genafwijking werd vastgesteld, maar u ervoor kiest om geen predicitieve genetische test te laten uitvoeren om na te gaan of u ook draagster bent, laat u zich het best op dezelfde manier periodiek onderzoeken.

Welke onderzoeken?

Bij BCRA1- of BCRA2-mutatie
• om de zes maanden: klinisch borstonderzoek en echografie, met één keer mammografie en één keer NMR-scan (dus jaarlijks één mammografie en één NMR).
• halfjaarlijks klinisch onderzoek van de eierstokken en de baarmoeder door een ervaren gynaecoloog en een vaginale echografie
Bij een CHEK2-mutatie
• om de zes maanden klinisch borstonderzoek en echografie
• jaarlijks: mammografie
• elke twee jaar: NMR-scan van de borsten.

3. Borstkanker in uw familie
Ongeveer 15 à 20% van alle vrouwen met borstkanker heeft een eerste- of tweedegraads familielid met borstkanker. Bij slechts een minderheid daarvan (zowat 2 op 10) wordt een van de bekende hoog-risico borstkankergenen (zoals BCRA1, BCRA2 of CHEK2) aangetroffen. Toch kan het om een erfelijke aanleg gaan die met de huidige wetenschappelijke kennis nog niet opspoorbaar is.
Indien in uw familie andere vrouwen borst- en/of eierstokkanker hebben, moet u dus rekening houden met een verhoogde kans op borst- en/of eierstokkanker. Het risico is afhankelijk van het aantal verwanten met borst- en/of eierstokkanker, de graad van verwantschap en de leeftijd waarop bij hen borstkanker werd vastgesteld.

Matig verhoogd risico
Dit betekent een verdubbeling van het risico op borstkanker (tussen 20 en 30% kans om ooit of 3 tot 8% om binnen de 10 jaar borstkanker te krijgen).

• Eén eerstegraadsverwant (moeder, dochter, zus) met borstkanker voor de leeftijd van 40 jaar.
• Eén eerste- of tweedegraadsverwant (grootmoeder, tante, kinderen van broers en zussen, halfzus) met kanker in beide borsten voor de leeftijd van 50 jaar.
• Twee eerste- en/of tweedegraadsverwanten met borstkanker voor de leeftijd van 60 jaar.
• Drie eerste- en/of tweedegraadsverwanten met borstkanker, ongeacht de leeftijd.

Sterk verhoogd risico
Dit betekent een verdriedubbeling van het risico op borstkanker (meer dan 30% kans om ooit of meer dan 8% om binnen de 10 jaar borstkanker te krijgen)
• Eén eerstegraadsverwant met borstkanker voor de leeftijd van 35 jaar.
• Twee familieleden, waarvan minstens één eerstegraadsverwant, met borstkanker voor de leeftijd van 50 jaar.
• Drie familieleden, waarvan minstens één eerstegraadsverwant, met borstkanker voor de leeftijd van 60 jaar.
• Vier familieleden, waarvan minstens één eerstegraadsverwant, met borstkanker ongeacht de leeftijd.
• Eén eerste- of tweedegraadsverwant met eierstokkanker, en één eerste- of tweedegraadsverwant met borstkanker, ongeacht de leeftijd, of één familielid met borstkanker én eierstokkanker.
• Borstkanker bij een mannelijk familielid in de eerste of tweede graad.

Welke onderzoeken?

• Bij een hoog risico (30-40%)
Vanaf 30 jaar (of 5 jaar vroeger dan het jongste aangetaste familielid):
- halfjaarlijks een klinisch onderzoek en echografie
- jaarlijkse mammografie.
- jaarlijks- of tweejaarlijkse MRI- of NMR-scan.
- indien er eierstokkanker in de familie voorkomt, een jaarlijks klinisch onderzoek en een jaarlijkse vaginale echografie.

Indien er in uw familie en/of bij uzelf nog geen DNA-onderzoek werd uitgevoerd om een eventuele genafwijking op te sporen, moet u met uw arts bespreken of dit in uw geval aangewezen is. De vrouwen in deze hoog-risicogroep hebben meer dan 20% kans om te behoren tot een familie met dragers van een genetische fout.

• Bij een matig verhoogd risico (20-30%)
Vanaf 40 jaar of ten minste vijf jaar vroeger dan het jongste aangetaste familielid:
- jaarlijkse mammografie, eventueel aangevuld met een echografie.
- NMR-scan enkel op advies van de radioloog.
- indien er eierstokkanker in de familie voorkomt: een jaarlijks klinisch onderzoek en een jaarlijkse vaginale echografie.

4. U hebt op op jonge leeftijd een bestraling van het bovenlichaam kregen (radiotherapie), bijvoorbeeld voor de ziekte van Hodgkin. Dit wordt beschouwd als een sterk verhoogd risico op borstkanker.

Welke onderzoeken?
Vanaf 30-35 jaar:
- halfjaarlijks een klinisch onderzoek en echografie
- jaarlijkse mammografie.
- jaarlijks- of tweejaarlijkse MRI- of NMR-scan.

5. U hebt een zeer dicht borstweefsel, dus met zeer veel klierweefsel en weinig vetweefsel: dit wordt beschouwd als een matig verhoogd risico (levenslang risico 10-20%)

Welke onderzoeken?
Vanaf 40 jaar:
- jaarlijkse mammografie, eventueel aangevuld met een echografie.
- NMR-scan enkel op advies van de radioloog.

6. In het verleden werd bij u een precancereus letsel in de borsten vastgesteld, zoals een ductale of lobulaire atypische hyperplasie. Dit wordt beschouwd als een sterk verhoogd risico op borstkanker.

Welke onderzoeken?
Vanaf 30-35 jaar:
- halfjaarlijks een klinisch onderzoek en echografie
- jaarlijkse mammografie.
- jaarlijks- of tweejaarlijkse MRI- of NMR-scan.

7. In uw familie komen andere vormen van kanker voor.
• Diverse kankers in de familie op jonge leeftijd.
• Glioom (een zeldzame hersentumor) of corticale bijniertumor op kinderleeftijd bij eerste- of tweedegraads familielid.
• Bot- en wekedelen tumoren (sarcoom ) bij een familielid jonger dan 45 jaar.
Komt dit in uw familie voor, dan kunt u een matig tot sterk verhoogd risico op borstkanker hebben. Bespreek dit met uw arts.

8. Andere risicofactoren, zoals overgewicht, alcoholgebruik, langdurig gebruik van de pil, eerste menstruatie op jonge leeftijd enzovoorts, verhogen het risico op borstkanker maar in beperkte mate. Voor deze vrouwen volstaat het georganiseerde bevolkingsonderzoek naar borstkanker vanaf de leeftijd van 50 jaar.

Bronnen

https://kce.fgov.be/nl/publication/report/opsporing-van-borstkanker-tussen-40-en-49-jaar
https://kce.fgov.be/nl/publication/report/borstkankerscreening-hoe-vrouwen-met-een-verhoogd-risico-identificeren-welke-beel
www.domusmedica.be/documentatie/richtlijnen/overzicht/borstkanker-horizontaalmenu-375.html
www.nhg.org/standaarden/samenvatting/diagnostiek-van-mammacarcinoom
www.kuleuven.be/psychogen/teksthboc.htm#Erfelijkheid






pub