Lui oog (Amblyopie)

Laatst bijgewerkt: oktober 2015

dossier Een ‘lui oog (in medisch jargon Amblyopie) is een slecht gezichtsvermogen in één oog, ontstaan doordat dit oog zich in de vroege kinderjaren niet normaal heeft kunnen ontwikkelen. Bij een lui oog heeft de verbinding met de hersenen zich nooit goed kunnen ontwikkelen omdat op jonge leeftijd vanuit dat oog systematisch minder goede signalen werden doorgestuurd.
De afwijking komt vrij vaak voor: bij vier op de honderd volwassenen. Meestal is er slechts één van de twee ogen lui, maar een ‘lui oog’ kan ook in zeldzame gevallen dubbelzijdig voorkomen.

Hoe ontstaat een lui oog?

oog-afplakken.jpg
Alles wat het zicht aan één oog beperkt op jonge leeftijd kan een lui oog veroorzaken.
• Strabisme of scheelzien is de meest frequente oorzaak van een lui oog: Het beeld van het afwijkende oog wordt in de hersenen uitgeschakeld om dubbelzien te voorkomen, en op den duur verleert het oog het kijken en zich daardoor minder goed kunnen ontwikkelen.
• Sterkteafwijkingen tussen beide ogen (verziendheid, bijziendheid of andere krommingsfouten van het hoornvlies of de lens) kunnen ook een lui oog veroorzaken: indien er een duidelijk verschillende brilsterkte nodig is voor beide ogen, zodat één oog vrij goed ziet zonder bril en het andere niet, dan zal het kind spontaan met het beste oog kijken en het andere zo goed als niet gebruiken, wanneer de bril niet gedragen wordt. Het minder goede oog krijgt nooit een scherp beeld te zien en gaat minder goede signalen doorsturen waardoor de verbinding met de hersenen zich niet perfect kan ontwikkelen. Prematuren kunnen gemakkelijker afwijkingen vertonen in de brekingssterkte van het oog of strabisme en krijgen daarom ook vaak een lui oog.

zie ook artikel : Scheel zien - Strabisme

zie ook artikel : Refractieve oogchirurgie

• Oogziekten zoals bv. aangeboren cataract (lensvertroebeling) aan één oog of een ongeval met beschadiging van één oog, maken dat dit oog geen scherp beeld ontvangt,waardoor de verbinding met de hersenen minder gestimuleerd wordt en minder goed ontwikkelt.

Hoe wordt een lui oog vastgesteld?

oogonderzoek-kind.jpg
Meestal wordt het verminderde zicht opgemerkt tijdens een routine schoolonderzoek (CLB) of merken de ouders scheelzien.
Omdat amblyopie alleen maar met succes behandeld kan worden gedurende de vroege kinderjaren is het heel belangrijk dat deze afwijking vroeg wordt ontdekt. In het algemeen kan worden gesteld dat de ogen van een kind onder de drie jaar tenminste eenmaal zouden moeten worden onderzocht. Wanneer er in de familie sprake is van scheelzien, sterke brillenglazen, ‘luie ogen’ of andere oogheelkundige afwijkingen, dan is het verstandig op nog jongere leeftijd dan drie jaar een oogheelkundig onderzoek te verrichten.
Er zijn verschillende onderzoeken nodig om de juiste oorzaak van amblyopie te kunnen vaststellen
• Tijdens de eerste consultatie probeert de oogarts zo nauwkeurig mogelijk het zicht van de beide ogen te bepalen zonder correctie.
• Tijdens de tweede consultatie wordt een nauwkeurig refractie onderzoek uitgevoerd: na het inbrengen van oogdruppels, die de ogen "tot rust brengen" kan een juiste meting gebeuren die bepaalt of er en brilcorrectie nodig is. Tijdens deze consultatie worden de ogen ook nagekeken in verband met andere mogelijke afwijkingen die slecht zicht kunnen veroorzaken, zoals lensvertroebeling of netvliesafwijkingen.
• Nadien volgen enkele raadplegingen om de evolutie van het zicht na te kijken. Deze nauwkeurige opvolging is zéér belangrijk omdat behandeling van een lui oog slechts mogelijk is op jonge leeftijd.

Afplakken van één oog

oog-afplakken-baby.jpg
Om een ‘lui oog’ te oefenen moet een kind worden gedwongen dit ‘luie oog’ te gebruiken. In het algemeen wordt dit bereikt door het goed oog af te dekken gedurende een aantal uren per dag en gedurende een bepaalde periode die weken tot maanden kan bedragen. Men noemt dit ook occlusie. Het afplakken van het beste oog heeft tot doel het minder goede oog meer kans te geven om visuele signalen te ontvangen en het zo maximaal te stimuleren.
Hoe groter het verschil in zicht tussen beide ogen, hoe meer uren per dag het beste oog moet afgeplakt worden. Indien een brilcorrectie nodig is moet die zeker gedragen worden gedurende de periode van het afplakken.
Een strikte opvolging is van groot belang. Wanneer het zicht van beide ogen ongeveer gelijk wordt, kan het afplakken geleidelijk aan verminderd worden. Dit mag zeker niet te snel gebeuren, om te voorkomen dat het zicht van het minder goede oog hervalt.
Tot de leeftijd van 8 à 10 jaar kan een genezen lui oog opnieuw achteruitgaan. Tot die leeftijd is dus waakzaamheid geboden. Er wordt dikwijls een vorm van onderhoudstherapie toegepast. Het kind moet dan bv. nog een uur per dag de plakker dragen. In de praktijk is dat vaak het moeilijkste deel van de behandeling. Het scheelzien is dan immers meestal niet meer zichtbaar, de gezichtsscherpte is goed en de kinderen zijn al wat groter en zullen al wat meer protesteren tegen die dagelijkse plakker.

In bepaalde gevallen lukt het niet een lui oog met een pleister op het goede oog te behandelen; in zo’n geval worden er soms pupilverwijdende druppels in het goede oog gegeven, zodat dit oog in ieder geval niet voor kijken dichtbij kan worden gebruikt. Het kind wordt op deze wijze gedwongen zijn luie oog voor dichtbij te gebruiken. Om dezelfde reden worden soms speciale brillenglazen of contactlenzen voorgeschreven.

Algemeen wordt aangenomen dat in het geval van scheelzien, na de leeftijd van ongeveer zes à zeven jaar, behandeling van Amblyopie niet meer succesvol is. Bij Amblyopie veroorzaakt door verschil in lenssterkte, kan ook op oudere leeftijd de gezichtsscherpte nog verbeterd worden door een bril, eventueel in combinatie met afplakken van het goede oog.






pub