Moet u aan uw kind vertellen dat het via een donor (KID) is verwekt?

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
123-ivf-vruchtbaarh-labo-170-08.jpg

nieuws Alhoewel er in ons land steeds meer koppels of alleenstaanden hun kinderwens met behulp van een sperma- of eiceldonor vervullen, hebben vele ouders er blijkbaar nog problemen mee om dat aan hun eigen kind te vertellen.
In het begin van de donorconceptiepraktijk werd meestal aangeraden om er met niemand over te praten. Men dacht immers dat het bekendmaken traumatisch zou zijn voor het kind, vernederend voor de ouders en/of dat het de band tussen ouder en kind negatief zou beïnvloeden.
Intussen zijn de tijden gelukkig veranderd en is men vrij algemeen van oordeel dat het beter is om er zo open en eerlijk mogelijk over te praten. Deze veranderde houding vloeit voort vanuit de overtuiging dat kinderen het recht hebben om de waarheid te kennen, en dat geheimhouding een ontkenning van de realiteit inhoudt en gezinsrelaties onder druk kan zetten.

Maar uiteindelijk ligt de beslissing bij de ouders. Omdat het gebruik van donorsperma, -eicellen of -embryo’s door heteroseksuele koppels gewoonlijk niet zichtbaar is voor de buitenwereld, aarzelen vele ouders of weigeren ze er zelfs over te praten.
Doordat er helaas nog steeds een maatschappelijk taboe rust op onvruchtbaarheid – zeker bij mannen – is het begrijpelijk dat zij het moeilijk vinden om hiermee naar buiten te komen, zelfs ten opzichte van hun eigen kinderen. Vaak zijn ouders ook gewoon bang om het te vertellen, bijvoorbeeld omdat ze bezorgd zijn over het effect van deze informatie op de band met het kind. Maar angst is natuurlijk geen geldige reden om de waarheid achter te houden.
Voor lesbische koppels of alleenstaande vrouwen is het onmogelijk om niet open te zijn over het gebruik van donorsperma. Voor deze twee groepen van ouders is het “hoe” eerder dan het “al dan niet vertellen” de meest belangrijke vraag.
Op de website van de Verdwaalde Ooievaar is een gratis boekje beschikbaar, 'Het vertellen en erover praten' met heel wat waardevolle tips.

Wat u als ouder ook beslist, het is belangrijk om van bij de aanvang van de behandeling daarover na te denken en samen te beslissen of jullie het kind al dan niet en zo ja wanneer zult vertellen over de donorconceptie.

Waarom het beter is om erover te praten
De vzw Donorkind ijvert ervoor dat ouders hun kinderen open en eerlijk inlichten over de manier waarop ze verwekt zijn. Volgens de vereniging heeft elk donorkind recht om zijn genetische en biologische achtergrond te kennen. Het getuigt van respect voor elk kind (jongere, volwassene) als een uniek individu.
Daarvoor bestaan meerdere argumenten.
• Als ouder bent u een belangrijke vertrouwenspersoon voor uw kind, en een levenslange leugen over een essentieel aspect van zijn of haar wezen staat hiermee in schril contrast. Geheimen hebben een negatieve impact op familie relaties en/of het kind.
• Geheimhouding kan aanvankelijk de gemakkelijkste keuze lijken, maar veel ouders geven aan dat het geheim na vele jaren toch zwaarder begint te wegen, en dat ze zich er steeds ongemakkelijker of schuldiger over voelen. Hoe meer tijd er intussen verstreken is, hoe moeilijker het wordt om het geheim alsnog te onthullen, en hoe groter de kans dat het kind toch geschokt of boos zal reageren.
• Wanneer er thuis over gesproken wordt en er ‘normaal’ mee omgegaan wordt, zal jullie kind aanvoelen dat hij/zij zich er niet over moet schamen, maar krijgt hij juist vertrouwen mee. Oudere kinderen kunnen ook al een gevoel van privacy ontwikkelen, en beseffen dat er een verschil is tussen privacy en geheimhouding. Ze merken en weten dat u niet alles van thuis aan iedereen vertelt. In het geval dat hij/zij opmerkingen zou krijgen van anderen, heeft hij ook de vaardigheden om deze te corrigeren of hierop te reageren.
• Kinderen voelen vaak dat er iets ‘anders’ is (door verschillen in uiterlijk, in talenten, door onbeantwoorde vragen of ontwijkende antwoorden…) en dit kan hun zelfwaarde en de familierelaties beïnvloeden, bv. sommige kinderen dachten dat ze geadopteerd waren.
• Medische informatie is belangrijk, ook de afwezigheid ervan. Zo kunnen artsen rekening houden met de afwezigheid van medische informatie en is het advies dat hij kan geven nauwkeuriger. In families met een genetische aandoening, kan het bij kinderen de angst wegnemen ook erfelijk belast te zijn.
• Als u het zelf vertelt, hebt u controle op de manier waarop uw kind het verneemt en dat uw kind ook de juiste informatie krijgt.
• U hebt als ouder nooit de volledige controle over een geheim. Er zijn intussen al vele gevallen bekend van donorkinderen die "het" per toeval ontdekten, bijvoorbeeld door in de biologieles te leren over erfelijkheid en vast te stellen dat hun bloedgroep niet klopte met die van hun beide ouders. Andere donorkinderen vernamen het van een familielid aan wie het geheim was toevertrouwd, maar die toch zijn mond voorbij praatte. Nog anderen kwamen het ongelukkiglijk te weten tijdens een vechtscheiding, waarbij een van de ouders het geheim verklapte in de hoop de andere ouder te benadelen. Dit zijn zeer pijnlijke situaties, die u als ouder beter voorkomt door van in het begin het kind eerlijk te vertellen hoe de vork in de steel zit.

Welke reacties mag u verwachten van kinderen?
Reacties zijn natuurlijk afhankelijk van de leeftijd. Een peuter luistert voornamelijk naar een verhaaltje over zijn geboorte, en geniet van het voorlezen op zich. Kleuters kunnen erg gefascineerd zijn door het gegeven hoe baby’s in de buik komen. Het vertellen van hun geboorteverhaal gaat in stukjes en beetjes omdat hun aandachtsspanne ook nog erg kort is en de interesse erg kan wisselen. Ze hebben ook nog geen ‘referentiekader’ en beseffen niet hoe hun verhaal anders is dan dat van leeftijdsgenootjes. Zonder ‘een norm’ wordt de informatie gewoon opgenomen zonder vragen.

Kinderen van de lagere schoolleeftijd reageren over het algemeen minder op een emotionele manier op het gegeven van de donorconceptie en stellen eerder technische vragen, indien ze er stellen. Dat is heel normaal. Het gemis aan reactie van hun kind, maakte dat sommige ouders zich ontgoocheld voelen omdat ze zelf eerder wat zenuwachtig, ongemakkelijk of spanning voelden bij het vertellen. Jonge kinderen begrijpen nog maar zeer weinig van de implicaties van donorconceptie.
Hoe meer kennis kinderen op school opdoen, hoe meer ze ook beginnen te begrijpen van erfelijkheid en overerving van kenmerken. Mede afhankelijk van de persoonlijkheid en interesse van jullie kind, en hoe jullie ermee omgaan, zal jullie kind andere vragen gaan stellen. Sommige jongeren kunnen verdrietig zijn omdat ze geen bloedband delen met een van de ouders, net zoals jullie ook liever een genetische band hadden willen delen met jullie kind. Jullie zoon/dochter kan vragen hebben over de persoon van de donor. Dit is een normale interesse in zijn/haar biologische achtergrond. Het zegt niets over de kwaliteit van jullie relatie.

Erover praten met familie en vrienden of niet?
In het begin, wanneer u de diagnose van onvruchtbaarheid verwerkt en/of wanneer u een behandeling met donormateriaal overweegt, hebben velen nood aan steun en een luisterend oor. Voor sommigen loopt de verwerking gemakkelijker wanneer ze erover kunnen praten. U kunt steun vinden bij elkaar, maar daarnaast kiezen velen er ook voor om erover te praten met familie en/of goede vrienden.

Best spreekt u duidelijk met elkaar af wie u wenst in te lichten en wanneer en wie (nog) niet. Hoe langer u wacht, hoe moeilijker het soms wordt.
Bovendien groeit het kind waarschijnlijk op in een atmosfeer van acceptatie als familie en vrienden het vanaf het begin geweten hebben. Op die manier valt niet te verwachten dat ze als 'anders' gezien worden en kunnen ze zelf rustig praten over hun oorsprong.
Vertel familie/vrienden wel dat u als ouder uw kind eerst zelf wil informeren.
Eens u jullie zoon/dochter verteld hebt over de donorconceptie, hebt u er geen controle meer over: jullie kind kan (en mag) er ook over praten met anderen. U kunt niet van uw kind vragen (of verwachten) dat hij/zij er met niemand mag over praten.

Vertellen aan leerkracht, arts?
Voor (huis)artsen is het belangrijk op de hoogte te zijn van de donorconceptie, om een correcte inschatting te kunnen maken en geen onjuiste genetische aanleg - dat jullie beiden de biologische ouders zijn van jullie kind - te veronderstellen. Ook al hebt u geen medische informatie van de donor, en is deze gecontroleerd bij de donatie, die informatie is niet up-to-date. Soms leert de donor ook meer over zijn familiale genetische aanleg en belasting naarmate hij ouder wordt. Daarom is het belangrijk uw arts hierover te informeren.
Of u ook de kleuterjuf of de leerkracht moet informeren, moet u zelf beoordelen. Een goede vuistregel is na te gaan of het in het voordeel is van uw kind. Gepest worden op jonge leeftijd kan bijvoorbeeld soms een probleem zijn voor kinderen van alleenstaande moeders of lesbische gezinnen en heeft vaak eerder te maken met het waargenomen ontbreken van een vader dan met de donorconceptie zelf. Het samen ingrijpen door de leerkrachten en ouders ter ondersteuning van het kind kan helpen.

Als het kind in de puberteit zit, komt de beslissing over openheid bij de jongere te liggen. Het is normaal voor een tiener dat hij/zij een aantal jaren niet over zijn/haar ontstaanswijze wil praten.


Anoniem of niet-anoniem?
Als wensouder hebt u in België niet echt te kiezen tussen een anonieme of niet-anonieme donor. Hoewel gameetdonaties in ons land in principe anoniem gebeuren, voorziet de wet ook de mogelijkheid tot niet-anonieme donatie. Deze optie (vaker 'gekende donatie' genoemd) werd voornamelijk toegevoegd omwille van de moeilijkheid die men ondervond om geschikte vrijwillige eiceldonoren te vinden. Om onredelijke wachttijden te voorkomen, besloot men om ontvangers toe te laten zelf een donor mee te brengen die ze persoonlijk kennen (vaak een zus of goede vriendin).
Hoewel het in principe wel toegelaten is, wordt gekende donatie zelden tot nooit toegepast bij spermadonatie. De meeste klinieken hebben een uitgesproken voorkeur voor anonieme donatie en raden dit dan ook aan aan wensouders. Ongeveer de helft van de Belgische fertiliteitsklinieken weigert zelfs om met gekende donoren te werken.
Zogenaamde 'identificeerbare donoren', die op het moment van de conceptie anoniem zijn voor de ontvangers, maar later via een bemiddelingsinstantie wel door hun nakomelingen getraceerd kunnen worden, zijn helaas nog niet toegelaten in ons land.
Momenteel liggen er verschillende wetsvoorstellen op tafel die hier verandering in willen brengen. Als u wensouder bent en donorconceptie overweegt, is het dus hoog tijd om u te bezinnen over de betekenis en impact van donoranonimiteit.
Veel ouders zien geen heil in gekende of identificeerbare donoren, en kiezen dus heel bewust en resoluut voor een anonieme donor. Voor ouders is het op het moment van de conceptie vaak comfortabeler dat de donor anoniem is. Ze dromen al lang van een eigen gezin, en willen verhinderen dat een onbekende buitenstaander hierin een rol zou spelen. Paradoxaal genoeg speelt deze nobele onbekende wel degelijk een rol in het gezin: vijftig procent van de genen van het kind werden er immers door aangeleverd.
Hoewel de ouders dit gegeven vaak onbelangrijk vinden, kan dit voor het kind zelf heel anders zijn. Veel donorkinderen geven aan dat hun donor deel is van wie ze zijn, en dat ze er ook graag meer over willen weten. Willen weten van wie u afstamt is een heel normale en zelfs universele behoefte, die los staat van de liefde die een kind voor zijn opvoedende ouders voelt. Het is zelfs zo dat sommige donorkinderen hun nieuwsgierigheid naar hun biologische afkomst verzwijgen voor hun ouders, omdat ze bang zijn hen hiermee te kwetsen.
Neem als ouder dus een open houding aan ten aanzien van de gevoelens en behoeften van uw kind, tracht ze te begrijpen, en probeer je niet bedreigd te voelen in uw rol als ouder, want dit is meestal nergens voor nodig.
www.donorkind.be/ouders

Meer lezen:

www.donorkind.be/ouders
www.deverdwaaldeooievaar.be/assets/uploads/het_vertellen_en_erover_praten.pdf www.eicelacceptatie.be
www.freya.nl/web_kid/kidvertel.php?smnr=8
http://humrep.oxfordjournals.org/content/early/2015/12/04/humrep.dev293.full
http://humupd.oxfordjournals.org/content/19/6/714.full
http://www.donorkinderen.com/



verschenen op : 06/02/2016 , bijgewerkt op 28/08/2019


pub