Hoe groot is uw kans op een tweeling?

Laatst bijgewerkt: april 2011
tweeling-170_400_04.jpg

nieuws Meerlingen ontstaan meestal na bevruchting van meerdere eicellen. Bij bevruchting van twee eicellen ontstaat een tweelingzwangerschap; bij bevruchting van drie eicellen ontstaat een drielingzwangerschap. Men spreekt dan van een twee-eiige of drie-eiige meerling. Een twee-eiige tweeling kan hetzelfde geslacht hebben, maar het kan ook een jongen en een meisje zijn. De baby's zijn chromosomaal niet identiek aan elkaar. Ze lijken niet meer op elkaar dan iedere andere broer en zus doen, zowel qua uiterlijk als chromosomaal.

Een tweelingzwangerschap kan ook ontstaan doordat uit één bevruchte eicel twee kinderen groeien. Dan spreekt men van een een-eiige tweeling. Een een-eiige tweeling heeft altijd hetzelfde geslacht en is chromosomaal helemaal identiek aan elkaar. Daarom lijken ze ook als twee druppels water op elkaar. Een een-eiige tweeling komt ongeveer bij 1 op 250 zwangerschappen voor. Het ontstaan van een-eiige tweelingen wordt niet beïnvloed door ras, genetische factoren of door het aantal kinderen die men reeds gebaard heeft.

Een combinatie is eveneens mogelijk. Zo kan bijvoorbeeld een drieling bestaan uit een een-eiige tweeling en een derde kind uit een andere eicel.
Twee-eiige tweelingen komen het frequentste voor: ongeveer 7 tot 11 per 1000 geboortes. Bij het onstaan van een twee-eiige tweelingzwangerschap zijn er wel een aantal beïnvloedende factoren, maar het is onmogelijk vooraf te voorspellen of u een tweeling zult krijgen.

• Ras: bij blanken is is de kans op een tweeling ongeveer 1 op 80 zwangerschappen. Bij de zwarte bevolking ligt dit cijfer tweemaal lager, in het Verre Oosten twee maal lager.

• Erfelijkheid: er bestaat een gen dat ervoor zorgt dat men meer kans heeft op een twee-eiige tweelingzwangerschap. Dit gen kan zowel langs moederzijde als langs vaderzijde overgeërfd worden. Eén persoon op veertien is drager van dit gen. Als een vrouw drager is, dan heeft ze bij iedere zwangerschap één kans op tien om te bevallen van een twee-eiige tweeling. Als de vader drager is, dan verhoogt dit niet de kans op een tweeling, maar hij kan het gen wel doorgeven aan zijn kinderen. De dochter heeft dan wel een verhoogde kans op een tweeling. Ook een zoon kan deze eigenschap van zijn vader meekrijgen en overdragen op zijn dochters. Dat verklaart waarom dit fenomeen vaak in families voorkomt en daarbij een generatie overslaat.

• Leeftijd: hoe hoger de leeftijd van de moeder, hoe meer kans dat ze heeft om zwanger te worden van een twee-eiige tweeling. Zo is de kans op het krijgen van een tweeling voor een 25-jarige vrouw ongeveer 1 op 90 en voor een 40-jarige vrouw 1 op 60.

• Aantal kinderen: hoe meer kinderen de moeder al gebaard heeft, hoe meer kans dat ze heeft om zwanger te worden van een twee-eiige tweeling. Een vrouw die spontaan zwanger is geworden van een twee-eiige tweeling heeft bij iedere volgende zwangerschap 10 % kans om weer een tweeling te krijgen. De kans dat haar dochter een tweeling krijgt is 5 %.

• Het grootst is de kans op een meerlingzwangerschap bij behandelingen die het ontstaan van zwangerschap bevorderen. Hierbij stimuleert men met hormonen de groei van meerdere eicellen die spontaan of in het laboratorium bevrucht kunnen worden. Bij reageerbuisbevruchting (IVF en ICSI) plaatst men vaak twee of soms meer in het laboratorium bevruchte eicellen in de baarmoeder. De helft van alle meerlingen die nu geboren worden, zijn het gevolg van vruchtbaarheidsbehandelingen. Bijna alle zwangerschappen van drie of meer kinderen zijn het gevolg van zwangerschapsbevorderende behandelingen.

Meer info:
www.tweelingenregister.org
www.twinsvzw.com



verschenen op : 19/04/2011 , bijgewerkt op 19/04/2011


pub