Hoe werkt immunotherapie tegen hooikoorts?

Laatst bijgewerkt: november 2019
labo-immunoth-ab-170_400_03.jpg

nieuws Er bestaan twee methoden:
- via inspuiting (subcutane immunotherapie of SCIT),
- via druppels of tabletten die men onder de tong laat smelten (sublinguale immunotherapie of SLIT),


SUBCUTANE IMMUNOTHERAPIE (SCIT)

Onderzoek heeft aangetoond dat SCIT doeltreffend is bij volwassenen en waarschijnlijk ook bij kinderen. Het leidt tot een duidelijke vermindering van de klachten tot 6 à 12 jaar na het stoppen van de immunotherapie. Ook het risico op ontwikkeling van allergisch astma en op andere allergieën bij kinderen met allergische rhinitis zou verminderen.
Bij een luchtwegenallergie door gras-, onkruid- en berkenpollen verminderen de klachten na twee jaar met 50 tot 80%. De meeste patiënten vertonen een verlichting van de symptomen na 6 – 8 maanden behandeling. Soms wordt een patiënt na afloop van de kuur zo goed als helemaal klachtenvrij.
Het effect is het grootst voor neus- en oogklachten, iets minder voor allergische astma.

Hoe gaat het in zijn werk?
De injectiekuur wordt altijd gestart in een relatief klachtenvrije periode, bijvoorbeeld voor hooikoorts patiënten ruim voor het pollenseizoen, dus in september of oktober.
De injectiekuur bestaat uit 2 fasen:

Instelfase
In de instelfase, die nomrlaa twee tot zes maanden duurt, worden er elke week 1 of meerdere onderhuidse injecties gegeven (in bovenarm of bovenbeen), afhankelijk van het aantal te behandelen allergieën. Bij sommige patiënten wordt gekozen voor een snelle instelfase, waarbij op één dag meerdere injecties worden gegeven. De hoeveelheid wordt in de instelfase wekelijks opgehoogd tot na een aantal maanden de hoogste dosering is bereikt. Daarna gaat de behandeling over in de onderhoudsfase.

Onderhoudsfase
In de onderhoudsfase wordt gedurende 3 jaar iedere maand een injectie gegeven.

Mogelijke bijwerkingen
• Vaak treden milde en eerder onschuldige en voorbijgaande lokale reacties op op de injectieplaats (zwelling, pijn…). Deze reacties treden meestal op in de eerste minuten na de injectie, maar kunnen ook pas enkele uren later optreden. Als de zwelling pas na een aantal uren optreedt, kunt u zelf een paar dingen doen om de klachten te verminderen, zoals koelen van de zwelling door middel van een ijspakking. Als de klachten heel hevig zijn, kunt u een aspirine nemen. Ook het innemen van een antiallergietablet ten minste 1 uur voor de injectie heeft vaak een goed effect.

• Soms kunnen ook veralgemeende reacties optreden, zoals jeuk over het hele lichaam, uitslag, neusloop, misselijkheid, buikpijn enz. Er bestaat een uiterst klein risico op ernstige reacties, zoals een bloeddrukdaling, shock of hartstilstand. Daarom mogen de injecties alleen door een arts worden en uitgevoerd en moet u na de injectie minstens 30 minuten onder toezicht van een arts blijven zodat de dokter meteen kan ingrijpen als er zich een ernstige allergische reactie zou voordoen.
Bij mensen die ook astma hebben, is de kans op ernstige nevenwerkingen groter.

SUBLINGUALE IMMUNOTHERAPIE (SLIT)
Sinds enkele jaren bestaat de mogelijkheid om het allergeen via de mond toe te dienen, onder de vorm van druppels of een pilletje dat men gedurende enkele minuten onder de tong moet laten smelten. Deze methode wordt tegenwoordig meer en meer toegepast voor luchtwegallergenen zoals een pollenallergie.
In vergelijking met SCIT zijn bij SLIT hogere dosissen van het allergeen nodig. De behandeling moet minstens 2 jaar voortgezet worden.
SLIT heeft als groot voordeel dat er geen arts nodig is bij het toedienen van de immunotherapie en dat de behandeling dus thuis kan worden toegepast.

Werkzaamheid
Over de doeltreffendheid van sublinguale desensibilisatie voor graspollen lopen de meningen uiteen.
• In de Consensustekst van het RIZIV (november 2010) wordt gezegd dat SLIT even efficiënt is als SCIT.
- SLIT wordt zowel voor volwassenen als kinderen aanbevolen voor de behandeling van allergische rhinitis door gras- en berkenpollen. Ook tegen onkruidpollen is SLIT werkzaam.
- Voor ambrosiapollen is de werkzaamheid tot nu toe nog niet aangetoond.
- Het effect is het grootst voor de neus- en oogklachten. Ook de klachten van allergisch astma nemen af, maar minder dan bij SCIT.
Het effect van SLIT blijft minstens duren tot één jaar na het stoppen van de behandeling.

• Volgens de recentste versie (oktober 2011) van de Transparantiefiche ‘Medicatie bij seizoensgebonden allergische rhino-conjunctivitis’ van het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie, is het effect van SLIT beperkt en blijven andere medicijnen nodig.

• Het Nederlands Huisartsengenootschap beveelt sublinguale immunotherapie niet aan omdat de werkzaamheid op lange termijn nog onvoldoende is aangetoond en vanwege de hoge prijs.


Mogelijke bijwerkingen
Soms treden milde en voorbijgaande lokale reacties op, zoals zwelling en jeuk of een branderig gevoel onder de tong. Ernstige veralgemeende reacties werden nooit vastgesteld. Uitzonderlijk werd wel een astma-aanval gesignaleerd.
SLIT is dus veiliger dan SCIT door de afwezigheid van systemische reacties.

Duur van de behandeling
Om een effect op lange termijn bij volwassenen te bekomen, is een behandelingsduur van minimaal 3 jaar aangewezen. Het stopzetten van de immunotherapie moet individueel bepaald worden. Bij kinderen wordt een minimale behandelingsduur van 18 maanden aangeraden.

Meestal wordt aangeraden om met de behandeling te starten op het ogenblik dat er weinig allergenen in de omgeving zijn.
• bent u allergisch voor bomen: omstreeks mei
• bent u allergisch voor grassen: omstreeks september.
Wat SLIT betreft is er echter geen verschil in effectiviteit tussen SLIT toegediend net voor het pollenseizoen of SLIT gedurende heel het jaar toegediend.


Voorzorgsmaatregelen
• In het begin kan er vermoeidheid optreden. Daarom moet intense sportbeoefening, zware arbeid, sauna, een warm bad of overmatig alcoholgebruik vermeden worden in de eerste drie uur na de injectie.

• Geneesmiddelen
Indien u begint met een immunotherapie moet u steeds aan uw arts meedelen of en welke geneesmiddelen u inneemt. Ook tijdens de behandeling moet u de arts steeds melden als u nieuwe geneesmiddelen moet nemen.
Beta-blokkers voor hoge bloeddruk mogen bijvoorbeeld niet ingenomen worden tijdens de behandeling.

• Ziekte
Indien u verkouden bent, zich griepachtig voelt, koorts hebt of onlangs ziek geweest bent of gevaccineerd bent (bv. voor reizen), moet de behandeling minstens één week uitgesteld worden.

• Zwangerschap
Het wordt afgeraden om de immunotherapie op te starten gedurende de zwangerschap. Eenmaal de onderhoudsdosis bereikt is, mag de kuur wel verder gegeven worden.

• Immunotherapie en andere vaccinaties
Tussen de immunotherapie (de laatste injectie) en andere vaccinaties (griepprik, injecties voor vakantie enz.) moet altijd minstens 1 week zitten. 

Bronnen:
UZ Gent
www.bcfi.be






pub