Bescherm embryo’s en jonge kinderen tegen ioniserende straling.

Laatst bijgewerkt: oktober 2011
stralingsgevaar-geel-170_400_10.jpg

nieuws Steeds sterker bevestigt wereldwijd wetenschappelijk onderzoek dat ongeboren en zeer jonge kinderen gevoeliger blijken voor radioactiviteit en straling dan de doorsnee volwassene. Goede bescherming- en preventiemaatregelen naar deze doelgroepen moeten daarom de regel worden.’
Dit is de kernboodschap die vandaag werd gegeven door talrijke wetenschappers uit binnen- en buitenland op een door het FANC (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle ) en het SCK-CEN georganiseerd symposium in Brussel. De beschreven effecten omvatten onder meer miskramen, groeivertraging, mentale achterstand, leukemie of kanker. Ook aangeboren afwijkingen, met vooral letsels aan het centraal zenuwstelsel (waterhoofd, open rugje,…), worden vastgesteld. Tchernobyl maakte dan weer duidelijk dat kinderen bij bloostelling aan radioactief jodium een duidelijk hoger risico op schildklierkanker lopen dan volwassenen

Hoewel er ondanks al deze onderzoeksresultaten nog vele vragen open blijven, vormen deze vaststellingen voor het FANC (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle) een duidelijke aanleiding om vanuit het voorzichtigheidsprincipe bij elke toepassing van ioniserende straling bijzondere aandacht te schenken aan de bescherming van zwangere vrouwen en ongeboren en jonge kinderen, ongeacht of dit nu is in de medische dan wel in de industriële sector, in routine omstandigheden of bij incidenten en ongevallen.

Het risico van blootstelling bij zwangere vrouwen bestaat zowel in beroepssituaties waarin vrouwen werken met ioniserende straling, als in de medische sector wanneer zij medische onderzoeken en/of behandelingen ondergaan waarbij stralen worden aangewend. Ook jonge kinderen kunnen dergelijke medische blootstellingen ondergaan.

In de eerste plaats richt het FANC zich tot werkgevers en arbeidsgeneesheren, voorschrijvende artsen, gynaecologen, pediaters, radiologen, nucleair geneeskundigen, en andere practici. Elke blootstelling die niet gerechtvaardigd kan worden, moet absoluut worden vermeden.
Ook zwangere vrouwen en jonge moeders zelf moeten hun verantwoordelijkheid opnemen door hun arts of werkgever op de hoogte te brengen van hun toestand en eventueel reeds ondergane onderzoeken, om zo elke onnodige blootstelling te vermijden.
In ons land is de gemiddelde jaarlijkse blootstelling aan ioniserende straling voornamelijk toe te schrijven aan stralentoepassingen in de medische sector: deze staat voor bijna 50% van de gerechtvaardigde en overbodige blootstelling. De industriële blootstelling vertegenwoordigt 1 % van de totale (100%).

Wat kan u zelf doen?

Indien u zwanger bent of mogelijk zwanger bent moet u dit altijd melden als u een onderzoek met X-stralen moet ondergaan. Volgens het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) zouden zowel de voorschrijvende artsen als deze die de onderzoeken uitvoeren bij elke patiënte grondig navraag moeten doen en dit niet enkel om te weten te komen of ze zwanger “is” maar ook of er een “mogelijkheid” bestaat van een beginnende zwangerschap. Vrouwen die zwanger zijn mogen om dezelfde reden niet tewerkgesteld worden op plaatsen waar ze beroepshalve aan ioniserende straling kunnen worden blootgesteld.
Onlangs heeft het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) kennis genomen van meerdere gevallen van onvrijwillige bestraling van zwangere patiënten bij radiologische onderzoeken uitgevoerd in België, waarbij sommigen aan tamelijk hoge doses werden blootgesteld. Dit wijst volgens de FANC op een onvoldoende of verminderde aandacht voor dit probleem. Volgens de FANC dient elke nutteloze bestraling van het embryo de eerste dagen na de bevruchting te worden vermeden en zeker wanneer er een familiale voorgeschiedenis is van aangeboren afwijkingen, wat kan wijzen op een verhoogde genetische ontvankelijkheid voor bestraling.
X-stralen kunnen de orgaanontwikkeling van de vrucht vanaf dag één na de bevruchting verstoren (zelfs vóór het uitblijven van de maandstonden). De impact hangt af van het soort onderzoek, de dosering van de röntgenstralen, de fase van de zwangerschap en de onderzochte regio.
Bij bepaalde radiologische onderzoeken wordt het ongeboren kind meer aan ioniserende straling blootgesteld dan andere. Dit is het geval bij onderzoeken waarbij de baarmoeder en dus uw ongeboren kind (onderzoek van het abdomen, het bekken, de lumbale wervelkolom, de heup,...) rechtstreeks wordt of kan worden blootgesteld, bij deze waarbij meer straling nodig is (CT-scanners), of waarbij een langdurige blootstelling vereist is (radioscopie). Ook bij bepaalde nucleairgeneeskundige onderzoeken kan het ongeboren kind aan relatief hoge doses worden blootgesteld.
De grootste risico's zijn kanker (bv. leukemie), aangeboren afwijkingen en een aantasting van de hersenfuncties. Gewoonlijk bestaat er bij een beginnende zwangerschap (eerste dagen) wanneer de dosis een bepaalde waarde overschrijdt, een risico op een spontane abortus. Na de eerste dagen en gedurende de ganse periode van de ontwikkeling van de organen (ongeveer de eerste twee maanden van de zwangerschap) bestaat het grootste risico op misvormingen. Deze misvormingen kunnen zich bij de geboorte manifesteren, of kunnen tot een miskraam leiden. Vanaf de derde maand van de zwangerschap bestaat het grootste risico in een aantasting van de zich ontwikkelende hersenfuncties. Tenslotte kan een blootstelling van het ongeboren kind aan ioniserende straling tot een verhoogd risico op kanker leiden en dit zowel tijdens de kindertijd als tijdens het volwassen leven. Dit risico neemt toe met de toename van de dosis. In tegenstelling tot eerder vermelde gevolgen, is dit een gevolg dat zich kan voordoen na een bestraling op om het even welk ogenblik van de zwangerschap.

Onderzoeken waarbij X-stralen worden gebruikt
- de klassieke radiologie (vb. foto-opnamen van een pols of de borst),
- mammografie
- onderzoeken van het maag-darm stelsel (vb. RX slokdarm, RX colon,…), het urinair systeem,
- onderzoeken van de bloedvaten (angiografie, enz.),
- CT-scan: bij CT-scan van bekken, buik of lage wervelkolom worden vrij hoge dosissen gebruikt.
- Scintografie (van bot, schildklier...).
- SPECT-scan
- PET-scan

Onderzoeken waarbij geen X-stralen worden gebruikt
- Echografie: hier wordt het beeld verkregen door middel van ultratone geluidsgolven.
- MR-scan: hier wordt het beeld verkregen door middel van een magneet en radiogolven. Hoewel de schadelijke effecten van MR op de foetus in vroege ontwikkeling niet bewezen zijn, worden veiligheidshalve geen onderzoeken uitgevoerd bij zwangere vrouwen voor de leeftijd van 12 weken.

Wat indien u zwanger bent en toch een onderzoek moet krijgen?
Indien het onderzoek absoluut noodzakelijk is, dan zal de stralingdosis zo veel mogelijk beperkt worden, en zal u een loodschort moeten dragen over de niet-onderzochte regio.
Bij bepaalde radiologische onderzoeken die op het einde van de zwangerschap worden voorgesteld (bijvoorbeeld om te bepalen of een keizersnede noodzakelijk is) kan er gebruik worden gemaakt van speciale technieken waarvoor minder straling vereist is, soms zelfs bij het gebruik van een scanner die in principe een tamelijk hoge straling inhoudt.

Wat indien u toch blootgesteld werd aan X-stralen tijdens uw zwangerschap?
Blootstelling van een embryo of een foetus aan ioniserende straling leidt niet noodzakelijk en automatisch tot schadelijke gevolgen. Het risico hangt o.a. af van de stralingsdosis en de fase van de zwangerschap.
Bepaalde schadelijke gevolgen komen enkel voor boven een bepaalde stralingsdosis: er is geen enkel gevaar op dergelijke gevolgen wanneer de toegediende dosis lager is dan de drempel. Andere kunnen al na zeer lage doses voorkomen, maar het risico dat ze zich voordoen bij die doses is zo klein dat het als verwaarloosbaar beschouwd kan worden door de toekomstige moeder, vergeleken met andere risico's die men in het dagelijks leven loopt. Bepaalde gevolgen komen enkel voor bij een bestraling op een precies tijdstip tijdens de zwangerschap.
U moet dus niet beginnen panikeren wanneer u aan een accidentele bestraling werd blootgesteld: er kan snel worden onderzocht of er hieraan al dan niet een risico verbonden is. De radioloog of nucleair geneeskundige heeft de mogelijkheid om een deskundige in de medische stralingfysica te raadplegen om de dosis die door uw ongeboren kind tijdens het onderzoek werd ontvangen, precies te bepalen. Uw behandelend arts of gynaecoloog zal bijgevolg in staat zijn om u te informeren over het risico voor uw kind.

Zijn radiotherapiebehandelingen tijdens de zwangerschap gevaarlijk?
In de radiotherapie zijn de doses steeds hoog, hoewel ze snel afnemen op plaatsen verder verwijderd van de te behandelen plaats. Wanneer voor uw gezondheid een zware behandeling tijdens uw zwangerschap vereist is, is een bestraling van het ongeboren kind onvermijdelijk en zeer hoog. In dergelijke gevallen en wanneer een vroegtijdige bevalling niet mogelijk is, is de kans groot dat u een abortus wordt voorgesteld.

Meer info
www.fanc.fgov.be






pub