Vetstoffen,vriend of vijand?

Laatst bijgewerkt: november 2015

dossier In de voedingsdriehoek krijgen smeer- en bereidingsvetten maar een klein plaatsje toegewezen, bijna helemaal bovenaan de top. Minarines, margarines, boter, halfvolle boter en oliën leveren je in de eerste plaats calorieën in de vorm van vet. Omdat het Westerse voedingspatroon over het algemeen te veel vet bevat, geldt de aanbeveling altijd zuinig om te springen met vetstoffen. Toch hebben ze ook hun goede kanten.
Vetten leveren je namelijk de essentiële vetzuren linolzuur en a-linoleenzuur die van vitaal belang zijn voor het optimaal functioneren van de cellen, de weefsels en de organen. Daarnaast zijn vetten ook een belangrijke bron van de vetoplosbare vitaminen A, D en E.

zie ook artikel : Aanbevelingen voor vetten

Het feit dat je lichaam niet zonder vet kan  de groep van smeer- en bereidingsvet maakt deel uit van de voedingsdriehoek  mag geen reden zijn om je boterham extra dik te smeren, je aardappelen rijkelijk te begieten met vleessaus of eens vaker voor een gefrituurd gerecht te kiezen. Bovendien verorberen we vaak ook al heel wat vet zonder dat we er erg in hebben. Denk maar aan koek, gebak, vlees en kaas. Een mespuntje smeervet op de boterham en een eetlepel bereidingsvet per persoon voor de warme maaltijd zijn meer dan voldoende.

Hoger, lager

123-voedingsdriehoek-gez-voed-200_08-2.jpg
Het vetgehalte binnen de groep van smeer- en bereidingsvet kan sterk variëren.
• Elke olie bestaat voor 100 % uit vet. Wie dacht dat olie gezonder is omdat het minder vet zou zijn, heeft het verkeerd voor. Het gebruik van olie in de keuken wordt aangeraden omdat het hart- en vaatziekten helpt voorkomen. Wanneer je echter te rijkelijk met de verschillende soorten olie omspringt, bijvoorbeeld in de vorm van vinaigrettes of bij het bakken in de pan, kan je wat je gewicht betreft bedrogen uitkomen.
• Margarines en boter bevatten in het algemeen evenveel vet, nl. ongeveer 80 %.
• Bak- en braadvet kan tot 95 % vet bevatten.
• Minarines en halfvolle boter zijn voor ongeveer de helft minder vet. Zij bevatten ongeveer 40 % vet.
Er bestaan ten slotte een aantal broodsmeersels met nog minder vet. Om hun precieze vetinhoud te kennen, raadpleeg je best het etiket.

zie ook artikel : Test je kennis over vette voeding

zie ook artikel : Cholesterolverlagende voeding

Welke soort kiezen ?

Voedingsdeskundigen raden aan om het gebruik van vetten in het algemeen en van verzadigde vetten in het bijzonder te beperken. Verzadigde vetten vind je vooral terug in dierlijke producten zoals boter maar ook in geharde plantaardige vetten. Smeer- en bereidingsvet rijk aan onverzadigde vetten genieten daarom de voorkeur. Recent biedt de markt ook margarines aan die verrijkt zijn met plantenstanolen of sterolen waaraan een cholesterolverlagend effect wordt toegeschreven. Deze producten richten zich in het bijzonder tot personen met een sterk verhoogd cholesterolgehalte.
Welke vetstof je kan kiezen en hoeveel je ervan mag gebruiken wordt ten slotte mede bepaald door de hoeveelheid verborgen vetten in je dagelijkse menu. Kies je consequent voor magere producten en ben je geen snoeper, dan kan je je al eens een tikkeltje meer smeer-, bereidingsvet of vinaigrette permitteren en al eens met boter variëren. De preventie van hart- en vaatziekten is dus meer dan de juiste vetstof kiezen. Zorg in de eerste plaats voor een voeding die in zijn totaliteit evenwichtig en gevarieerd is. Regelmatig bewegen en een gezond lichaamsgewicht komen je gezondheid eveneens ten goede.

Moraal van het verhaal

We kunnen best een beetje smeer- en bereidingsvet gebruiken, maar welke vetstof je ook neemt, spring er altijd zuinig mee om.

zie ook artikel : Aanbevelingen voor vetten



verschenen op : 12/07/2001 , bijgewerkt op 03/11/2015


pub