Resultaten 2e depressieforum

Laatst bijgewerkt: mei 2013
123-vr-ouder-depr-psych-menop-170_01.jpg

nieuws Resultaten van het Ontmoetingsforum Depressie (nov 2006) waar patiënten en experten de dialoog aangegaan zijn.

Vanaf wanneer kan men zeggen dat het gewaarworden van depressieve gevoelens een ziekte is?

depressie-koppel-180.jpg
Dat depressie méér is dan een tijdelijke ‘dip’, daarover bestaat geen twijfel. Maar waar zit precies het verschil? Hoe haal je blues en depressie uit elkaar? Het algemeen aanvoelen van patiënten is dat bij een dip ‘iets niet gaat’, terwijl bij depressie ‘niets nog gaat’. Door artsen wordt dit vertaald als ‘een gebrek aan functioneren op alle niveaus van het leven, zowel privé als professioneel, sociaal als individueel’. Waar bij een dip het sombere gevoel nog aan bepaalde gebeurtenissen kan worden gelinkt, staat dit bij een depressie op zich of is het in elk geval niet meer in proportie met mogelijke uitlokkende factoren. ‘De drive’ is weg’, zo vat een huisarts het mooi samen, wat inhoudt dat de patiënt als het ware een verdoofd leven leidt, weinig ontvankelijk is voor prikkels, niet meer in staat is om te genieten en zijn normale levensritme loslaat. Of nog: het raderwerk van denken, voelen en aanvoelen kleurt volledig negatief.
Opvallend is dat vaak de omgeving als eerste alarm slaat: patiënten die bij een hulpverlener terechtkomen, blijken hierdoor vaak aangespoord door een partner, kennis of een andere vertrouwenspersoon. Helaas is er ook nog steeds een grote groep mensen die niet, of niet tijdig, wordt geholpen. Omdat ze de depressie niet bij zichzelf herkennen, uit schaamte of omdat ze niet weten bij wie aankloppen. Een spijtige zaak, want de huisarts bijvoorbeeld is goed geplaatst om op basis van enkele eenvoudige vragen rond leef-, slaap- en voedingsgewoonten een depressie op te sporen. Het is ook aan de arts om de depressie te ontmaskeren die vaak verborgen zit achter een reeks min of meer vage klachten, van hardnekkige hoofdpijn tot rugproblemen.
Veelgehoorde uitspraken als ‘Ik heb recht op een depressie’ of ‘Een depressie is een groeimoment’ worden door het artsenpanel sterk genuanceerd: de eerste bekommernis blijft het voorkomen of op zijn minst tijdig en doeltreffend behandelen van deze ernstige aandoening.

zie ook artikel : Depressie-test

Waarom wordt iemand depressief? Wat zijn de oorzaken van een depressie?

‘Waarom?’ is een vraag die depressieve patiënten, maar méér nog hun omgeving, sterk bezighoudt, en dat is logisch. Dat, zoals vaak gedacht, in het antwoord op deze vraag ook de kiem van de oplossing van het probleem ligt, blijkt evenwel een misvatting. Vaak is het net nodig om die waarom-vraag los te laten, en evenmin liggen oorzaak en behandeling steeds mooi in elkaar verlengde, zo stellen de artsen.
Wanneer dan toch naar de oorzaken wordt gezocht, blijkt 30 tot 40% van de verklaring te liggen in genetische factoren- factoren dus waarop we nauwelijks of geen vat hebben. Jeugdtrauma’s bijvoorbeeld zouden onuitwisbare letsels in de hersenen veroorzaken die iemands kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van een depressie sterk verhogen. Of deze depressie ook werkelijk tot uiting komt, zal afhangen van de persoonlijke weerbaarheid en de veerkracht van die persoon, en van de mate waarin externe factoren de emotionele elasticiteit op de proef stellen.
Stellen dat onze moderne maatschappij, waarin prestatiedrang, perfectionisme en competitiviteit de hoofdrol spelen, de oorzaak is van het groeiend aantal depressies, gaat voor de experten een stap te ver . Stress, werkdruk en angst zijn in onze samenleving sterk aanwezig, maar het blijft toch allemaal een kwestie van hoe je hiermee als individu omspringt. Een grote dosis weerbaarheid, een warme, zorgende omgeving en de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon worden in dit verband als belangrijke beschermende factoren aangehaald.
Belangrijk is ook dat de kwetsbaarheid toeneemt met het aantal depressies. Waar bij een eerste depressie meestal een aanwijsbare aanleiding kan worden wordt gevonden –bijvoorbeeld een pijnlijke gebeurtenis in het voorbije half jaar- is dat bij volgende depressieve episodes steeds minder het geval. De uitlokkende factor is met andere woorden steeds minder duidelijk aanwezig. Deze vaststelling is een belangrijk argument voor een snelle en vooral krachtige aanpak van een eerste depressie.

Wat denken mensen over een persoon die aan een depressie lijdt ?

man-zetel-depressief.jpg
Hoewel het taboe rond depressie stilaan wordt doorbroken, moeten patiënten nog steeds opboksen tegen de negatieve houding en het onbegrip van de omgeving. ‘Liever een gebroken been dan een depressie die niemand ziet noch begrijpt’, is het algemeen aanvoelen. De oorzaak van het onbegrip ligt voor een groot deel in het gebrek aan kennis van de maatschappij over de ziekte. Dooddoeners als ‘Kop op’, ‘Zet je erover’ of ‘trek het je niet aan’ getuigen van dit onbegrip, en patiënten zouden ze dan ook het liefst uit ieders vocabularium verbannen zien. ‘Mijn omgeving klaagt dat ze me niet meer herkent’, getuigt een patiënt. Dat klopt, want een depressieve patiënt is zichzelf niet meer! Maar hoe leg je dat uit aan een buitenstaander?
Zelfs bij artsen en hulpverleners, die geacht worden wél over de nodige kennis te beschikken, vinden patiënten niet altijd het begrip en het respect dat ze verwachten. ‘De arts neemt onvoldoende tijd om écht naar me te luisteren’ en ‘Het verslag van de arts geeft niet goed weer wat ik voel en wie ik ben’, zijn klachten die meermaals terugkomen.
Gelukkig is niet alles negatief: vaak vinden depressieve patiënt toch een luisterend oor in hun directe omgeving: de partner, een ouder, kind, broer of zus of een goede kennis. Een goede zaak, maar het neemt niet weg dat er zeker nog nood is aan sensibilisering en informatie van het grote publiek rond de aandoening.

zie ook artikel : 10 vragen over depressie

Hoe kan een depressie worden behandeld?

Dat een depressie een echte ziekte is die vaak een medicamenteuze behandeling vraagt, is een inzicht dat de laatste jaren sterk terrein heeft gewonnen. Maar hoewel de werking van antidepressiva voldoende wetenschappelijk gedocumenteerd is, blijft bij een aantal mensen de weerstand tegen zo’n geneesmidddelentherapie bestaan. ‘Begrijpelijk’, vinden de artsen, ‘want je hebt het gevoel dat je de controle over jezelf verliest en je lot in handen van een pil legt. Toch is deze medicatie vaak onontbeerlijk om de patiënt de kracht te geven die hem net toelaat om zijn zelfcontrole te herwinnen’. Ook de nevenwerkingen van de medicatie -slapeloosheid, verdikken of vermageren, seksuele problemen- vormen soms een reëel probleem. Een probleem dat overigens door artsen niet altijd voldoende au sérieux wordt genomen, zo getuigen patiënten.
In veel gevallen gaat medicatie hand in hand, of wordt ze gevolgd door een ondersteunende therapie: gedragstherapie, cognitieve therapie, relaxatie, meditatie, zogenaamde’alternatieve’ therapieën… Het aanbod is zeer groot, maar helaas ook ondoorzichtig en niet aan kwaliteitscontrole gebonden.
‘Je verliest vaak veel tijd en energie met het zoeken naar de therapie die voor jou het meest geschikt is’, is de ervaring van veel patiënten. Wordt toch een geschikte behandeling gevonden, dan blijkt de kostprijs vaak een onoverkomelijke drempel. Het terugbetaalde aanbod beperkt zich immers tot consultaties bij de arts of de psychiater of tot een plaatsje op de lange wachtlijst van de centra voor geestelijke gezondheidszorg. Voor alle andere therapiën moet vaak een flinke som worden neergeteld. Wie die niet kan ophoesten, wordt niet geholpen. Onrechtvaardig, zo is het algemene aanvoelen en er wordt dan ook gepleit voor een doorzichtiger en betaalbaar hulpaanbod. Een vraag waar de psychologen- die nog steeds geen wettelijke erkenning als hulpverlener hebben- volledig achter staan.
Van de huisarts wordt verwacht dat hij zijn patiënt wegwijs kan maken in de “jungle’ van hulpverleners, maar beschikt hij daarvoor wel over de nodige deskundigheid en informatie? De huisarts is ook de persoon die samen met zijn patiënt de evolutie van de ziekte op tijd en stond moet evalueren en die hem, wanneer onvoldoende vooruitgang wordt geboekt, een andere piste moet voorstellen. Voor de depressieve persoon, die meestal met vallen en opstaan een vertrouwensrelatie met zijn therapeut heeft opgebouwd, is dit immers een te moeilijke opdracht om alleen te volbrengen.
Van een echte concurrentie tussen huisartsen, psychiaters, psychologen, apothekers en andere hulpverleners blijkt gelukkig niet echt sprake: ieder doet wat hij moet en kan doen, en er is zeker plaats voor een gevarieerd en complementair aanbod. Op voorwaarde dat het koren van het kaf wordt gescheiden…
Ook zelfhulpgroepen kunnen misschien geen genezing brengen, maar ze beantwoorden wel aan de nood aan herkenning: ‘het doet deugd je verhaal te kunnen doen aan iemand die het ook heeft meegemaakt en die je daardoor beter begrijpt’, klinkt het uit de mond van de patiënten. Ook permanent bemande depressie-telefoonlijnen kunnen deze nood voor een deel opvangen.
Tenslotte mag niet voorbij worden gegaan aan de enorme kracht en steun die kan uitgaan van de vertrouwenspersonen rondom de patiënt: wie kan terugvallen op een dragende omgeving heeft meer kans om uit zijn depressie te geraken dan wie er alleen voorstaat. Maar laten we niet vergeten dat ook de draagkracht van deze omgeving niet onbeperkt is, en dat ook zij nood kan hebben aan extra ondersteuning, zo waarschuwt een huisarts terecht.

zie ook artikel : Gebruik van antidepressiva bij volwassenen

Belgische Liga voor de Depressie vzw
Tel : 070.233 324
lig.depr@skynet.be
www.liga-depressie.org



verschenen op : 10/01/2007 , bijgewerkt op 15/05/2013


pub